Klic

Laatst bijgewerkt: 21-02-2026


Definitie

Het Kabels en Leidingen Informatie Centrum (KLIC) is een digitaal systeem dat informatie verstrekt over de exacte ligging van ondergrondse kabels en leidingen om graafschade te voorkomen.

Omschrijving

Graven zonder KLIC-melding is een gok met hoge inzet waarbij de machinist blind werkt. Wie machinaal de grond in gaat, ongeacht of dit op openbaar of eigen terrein gebeurt, is volgens de WIBON verplicht om een graafmelding te doen bij het Kadaster. Men ontvangt via KLIC-online een digitaal pakket aan gebiedsinformatie waarin de ligging van gasleidingen, middenspanningskabels, riolering en datanetwerken is ingetekend. Dit digitale bestand moet op de graaflocatie altijd direct beschikbaar zijn voor de grondwerker. De regelgeving is strikt omdat het raken van een hoofdkabel of hogedruk-gasleiding niet alleen tot economische schade leidt, maar direct levensgevaarlijk is voor de omgeving.

Uitvoering en procesgang

De procedure start digitaal. Een aanvrager markeert het geplande graaftracé nauwkeurig in het portaal van het Kadaster, waarna systeemautomatisering de distributie naar alle relevante netbeheerders binnen de geselecteerde polygoon verzorgt. Data stroomt binnen. Binnen de wettelijke termijn staat een geconsolideerd bestand klaar voor gebruik door de grondroerder.

Op de projectlocatie vindt de vertaalslag van scherm naar bodem plaats. Men projecteert de digitale kabelinformatie op de werkelijkheid met behulp van een viewer; een applicatie die de verschillende informatielagen zoals gas, water en data over een kadastrale ondergrond legt. Het lokaliseren gebeurt in de praktijk regelmatig door het graven van proefsleuven. Dit is essentieel omdat de kaartgegevens een indicatieve waarde hebben en de theoretische ligging soms afwijkt van de fysieke situatie. Wanneer de werkelijke ligging buiten de gestelde marges valt, volgt een formele terugmelding aan het Kadaster. Dit proces houdt de landelijke informatievoorziening actueel en betrouwbaar voor volgende projecten.


Typen aanvragen en functionele varianten

Binnen het KLIC-systeem onderscheiden we verschillende smaken, afhankelijk van het doel van de grondroerder. De meest voorkomende variant is de standaard graafmelding. Deze is verplicht voor iedereen die mechanisch graafwerk verricht en moet tussen de drie en twintig werkdagen voor aanvang worden ingediend. Zonder deze melding is elke graafactie illegaal. Voor de voorbereidende fase van een project bestaat het oriëntatieverzoek. Ontwerpers en ingenieursbureaus gebruiken dit type om de haalbaarheid van een tracé te toetsen zonder dat er direct een graafmachine op de stoep staat. Belangrijk detail: een oriëntatieverzoek geeft nooit toestemming om daadwerkelijk te graven.

In acute situaties, zoals bij een gesprongen waterleiding of een gaslek, voldoet de reguliere procedure niet. Hiervoor is de calamiteitenmelding in het leven geroepen. Direct handelen is dan vereist. Het Kadaster ontsluit de informatie in dergelijke gevallen met hoogste prioriteit, waarbij de wettelijke wachttijd van drie dagen komt te vervallen. Daarnaast is er onderscheid in de wijze van ontsluiting; waar de incidentele aanvrager vaak gebruikmaakt van een webportaal, werken grootschalige aannemers met geautomatiseerde API-koppelingen. Deze systemen integreren de gebiedsinformatie direct in hun eigen GIS-omgevingen. De informatie blijft hetzelfde, maar de verwerkingssnelheid verschilt aanzienlijk.

Niet te verwarren met een KLIC-melding is de revisiemelding. Hoewel ze beide onder de WIBON vallen, dient de revisiemelding juist om de werkelijke ligging na uitvoering terug te koppelen naar de netbeheerder. Een essentieel verschil in de keten van informatievoorziening.

Klic in de dagelijkse bouwpraktijk

Maandagochtend op de bouwplaats. De machinist van de rupskraan start zijn motor. Voordat de tandenbak de grond in gaat, checkt hij de tablet in zijn cabine. Hij opent de Klic-viewer. Een wirwar van gekleurde lijnen verschijnt over de luchtfoto van het werkterrein. Rood voor elektra, blauw voor water, geel voor gas. Hij ziet dat er een hogedruk-gasleiding vlak langs zijn geplande sleuf loopt. De kaart geeft de positie aan, maar hij vertrouwt niet blind op de pixels.

Hij stapt uit. Pak de schep. Handmatig graaft hij een proefsleuf dwars op het tracé dat de app aangeeft. Dit is geen overbodige luxe; kabels kunnen door grondzettingen of eerdere werkzaamheden verschoven zijn. Na dertig centimeter graven stuit hij op de gele waarschuwingsband. De leiding ligt er. Nu hij de exacte diepte en positie weet, kan hij met de kraan veilig verder werken, mits hij de wettelijke veiligheidsafstand van de leiding aanhoudt.

Een ander scenario. Een gesprongen hoofdwaterleiding in een drukke winkelstraat. Het water stroomt de kelders in. Paniek. De aannemer ter plaatse heeft geen tijd voor de reguliere drie dagen wachttijd. Hij doet een calamiteitenmelding. Binnen enkele minuten ontvangt hij de digitale gebiedsinformatie op zijn mobiel. Hierdoor ziet hij direct dat er een vitale datakabel van een nabijgelegen bankgebouw vlak naast de breuk ligt. Hij graaft voorzichtig. De schade blijft beperkt tot de waterleiding, terwijl een blinde graafactie de hele digitale infrastructuur van de straat plat had kunnen leggen.

Soms klopt de kaart simpelweg niet. Een grondwerker vindt een dikke bundel kabels die niet op zijn Klic-melding staan vermeld. Hij stopt direct. Dit is een 'wees': een kabel zonder bekende eigenaar. Hij maakt een foto en meldt dit via het systeem als een afwijkende ligging. De machine staat even stil. Frustrerend voor de planning, maar essentieel voor de veiligheid van het team en de leveringszekerheid van het netwerk.


Wettelijke kaders en handhaving

De WIBON regeert de ondergrond. Zonder pardon. Deze Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken verplicht elke partij die mechanisch graaft tot het doen van een graafmelding bij het Kadaster. Het is simpel: geen melding is geen graafwerk. De Rijksinspectie Digitale Infrastructuur, de RDI, houdt toezicht op de naleving en de sancties bij het negeren van de informatieplicht zijn fors, aangezien een beschadigde hoofdleiding direct gevaar oplevert voor de openbare veiligheid en de economie.

Zorgvuldigheid is de wettelijke norm. De wet stelt dat een grondroerder over de meest recente gebiedsinformatie moet beschikken op de werkvloer. Digitaal op een tablet of desnoods uitgeprint, zolang de data maar direct raadpleegbaar is voor de machinist tijdens de werkzaamheden. De WIBON gaat echter verder dan alleen het aanvragen van een kaartje; het dwingt de uitvoerder ook tot het fysiek verifiëren van de ligging middels proefsleuven. Klopt de kaart niet met de werkelijkheid die onder de schep vandaan komt? Dan treedt de wettelijke terugmeldplicht direct in werking. Dit mechanisme zorgt ervoor dat de landelijke database via de praktijk wordt gecorrigeerd, een continu proces van informatieverfijning waar elke netbeheerder binnen de gestelde termijnen aan moet meewerken om de integriteit van het netwerk te garanderen.


Ontstaan en evolutie van de informatieplicht

De Nederlandse ondergrond was decennia een onoverzichtelijk kluwen van kabels zonder centrale regie. Het begon in 1967. Toen richtten diverse netbeheerders de Stichting KLIC op om de groeiende graafschade door onwetendheid te beteugelen. Het was een vrijwillig samenwerkingsverband. In die beginjaren verliep de informatie-uitwisseling traag via telefoon en papieren post; graafmachines trokken regelmatig kabels kapot omdat de kaarten simpelweg niet tijdig of helemaal niet beschikbaar waren op de bouwplaats.

Digitalisering forceerde de eerste grote technische omslag. Waar vroeger fysieke tekeningen per post werden verstuurd, verscheen rond de eeuwwisseling KLIC-online. De vrijblijvendheid verdween definitief op 1 juli 2008. Op die datum trad de Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten (WION) in werking. Graafmeldingen werden hiermee een wettelijk verplicht instrument voor elke mechanische grondroering. Een jaar later, in 2009, droeg de stichting haar operationele taken over aan het Kadaster om een centrale, onafhankelijke informatievoorziening te garanderen.

De laatste cruciale stap vond plaats in 2018 met de introductie van de WIBON. Deze wet verving de WION en integreerde de Europese INSPIRE-richtlijn voor de uitwisseling van ruimtelijke informatie. De techniek verschoof van statische rasterplaatjes naar intelligente vectordata. Informatie werd hiermee machine-leesbaar. Hierdoor kunnen graafploegen tegenwoordig met GIS-viewers nauwkeuriger dan ooit de werkelijkheid onder de grasmat visualiseren, een wereld van verschil met de getekende blauwdrukken uit de pioniersfase.


Vergelijkbare termen

Kadaster | Grondradar | Wion

Gebruikte bronnen: