Elektriciteitsgroep

Laatst bijgewerkt: 14-01-2026


Definitie

Een afzonderlijk beveiligd segment van een elektrische installatie dat de stroomtoevoer distribueert naar een specifieke set lichtpunten, wandcontactdozen of apparaten.

Omschrijving

De elektriciteitsgroep is de ruggengraat van de interne stroomverdeling. In de groepenkast vindt de splitsing plaats. Hier wordt de binnenkomende hoofdstroom verdeeld in behapbare segmenten, elk met een eigen taak en een eigen bewaker. Meestal een installatieautomaat van 16 ampère. Waarom doen we dit? Veiligheid is het antwoord, maar continuïteit is de winst. Een kortsluiting in de schuur mag de vriezer in de bijkeuken niet ontdooien. Door de installatie op te knippen, blijft een probleem lokaal en beheersbaar. Meestal is een groep begrensd op 3680 watt, wat simpelweg de rekensom is van 230 volt vermenigvuldigd met 16 ampère. Overschrijd je dit vermogen door te veel apparaten tegelijk aan te zetten, dan grijpt de techniek in om brandgevaar door oververhitting van de koperen leidingen te voorkomen. Het is de kunst van het verdelen.

Technische realisatie en distributie

De fysieke opbouw van een elektriciteitsgroep begint bij de montage van een beveiligingscomponent op de DIN-rail in de verdeelinrichting. Vanaf dit vertrekpunt in de groepenkast wordt de stroomkring door het gebouw geleid. De installatievloeit voort uit het trekken van geleiders door een netwerk van kunststof installatiebuizen of het leggen van kabels in goten. Meestal betreft dit de fasedraad, de nuldraad en de aarddraad. In de woningbouw fungeert de centraaldoos als het hart van de groep per ruimte. Hier vindt de verdeling naar individuele aftakkingen plaats.

Lasklemmen verbinden de aders binnen deze knooppunten. Het is een web van koper. Bij zware verbruikers wordt de structuur lineair uitgevoerd. De bedrading loopt dan zonder onderbrekingen of tussenliggende aftakkingen rechtstreeks van de automaat naar het betreffende toestel. Dit minimaliseert de kans op oververhitting bij knooppunten die onder constante hoge belasting staan. De technische uitvoering wordt voltooid door de administratieve koppeling; een groepenkaart in de kastdeur legt vast welke automaat correspondeert met specifieke zones of apparatuur in het bouwwerk. Zonder deze registratie is de installatie niet conform de gangbare praktijk.


Variaties in belasting en functionaliteit

In de basis maken we onderscheid tussen lichtgroepen en specifieke toestelgroepen. De lichtgroep, ook wel de algemene groep genoemd, voedt de standaard wandcontactdozen en lichtpunten in een woning. Hier hangen vaak meerdere ruimtes aan één automaat. Zodra een apparaat een nominaal vermogen van meer dan 2000 watt heeft, is een eigen toestelgroep echter verplicht. Denk aan de wasmachine, de droger of de oven. Het is een directe lijn. Geen aftakkingen. Dit voorkomt dat de totale belasting van de groep te snel het kritieke punt van 3680 watt bereikt, wat bij gecombineerd gebruik van zware huishoudelijke apparaten onvermijdelijk zou leiden tot het uitschakelen van de beveiliging.

Krachtgroepen en kookgroepen

De complexiteit neemt toe bij de overstap naar meerfasige aansluitingen. Een kookgroep is een specifieke variant waarbij twee 230V-automaten mechanisch aan elkaar zijn gekoppeld om samen één kookplaat te voeden via een Perilex-aansluiting. Dit is technisch gezien nog steeds 230 volt, maar verdeeld over twee fasedraden. Voor het echte zware werk, zoals een warmtepomp, een grote werkplaatsmachine of een snelle laadpaal voor een elektrische auto, wordt een krachtgroep ingezet. Deze gebruikt drie fasen en levert 400 volt. Het verschil tussen een kookgroep en een krachtgroep is een veelvoorkomend punt van verwarring voor de leek, maar cruciaal voor de juiste werking van de aangesloten apparatuur.

De hybride variant: de aardlekautomaat

Naast de standaard installatieautomaten die enkel reageren op overbelasting en kortsluiting, bestaat de aardlekautomaat. In het jargon vaak 'Alamat' genoemd. Dit is een compacte combinatie van een groep en een aardlekschakelaar in één behuizing. Waar men vroeger vier groepen achter één centrale aardlekschakelaar plaatste, biedt de Alamat het voordeel dat bij een defect enkel die specifieke groep uitvalt. De rest van de installatie blijft onder spanning. Het is een efficiënte oplossing voor kritische systemen zoals vriezers of beveiligingsinstallaties. Het bespaart ruimte in de verdeelkast. Minder draden, meer overzicht.

Praktijksituaties en belasting

Stel je een zaterdagmiddag voor in een moderne gezinswoning. De inductiekookplaat staat op vol vermogen voor de soep. Tegelijkertijd slaat de warmtepomp aan om de badkamer bij te verwarmen. Omdat deze grootverbruikers elk op een eigen kracht- of kookgroep zijn aangesloten, merkt de bewoner niets. Geen flikkerende lampen. Geen uitval. De stroomverdeling doet onzichtbaar haar werk via gescheiden circuits.

In de tuin ligt de situatie vaak anders. Een beschadigde kabel van de vijverpomp maakt door regenval contact met de vochtige aarde. Wanneer de tuinverlichting op een eigen aardlekautomaat (Alamat) is geplaatst, blijft de televisie binnen gewoon aan terwijl de beveiliging van de tuin losslaat. Men ziet direct waar de storing zit: de hendel van alleen die specifieke groep in de meterkast staat omlaag. Dit voorkomt een zoektocht in het hele huis.

Zware huishoudelijke apparatuur vraagt om een directe lijn. Een wasmachine die opwarmt trekt constant een hoog vermogen. In de praktijk loopt de bedrading hiervoor vaak zonder onderbrekingen, dus zonder tussenliggende lasdozen, rechtstreeks van de groepenkast naar de wandcontactdoos. Dit elimineert de kans op smeulende lasklemmen in de muren bij langdurige, zware belasting. Het is een veilige, lineaire verbinding.

Bij een verbouwing van de keuken komt het belang van groepenscheiding vaak aan het licht. Een waterkoker en een vaatwasser op dezelfde groep? Dat gaat goed, totdat ze toevallig tegelijkertijd water verwarmen. De gecombineerde stroomvraag schiet dan direct boven de 16 ampère uit, waardoor de installatieautomaat de stroomkring verbreekt om de bedrading te beschermen.


Normering en wettelijke kaders

De dwingende kaders van NEN 1010

NEN 1010 regeert de meterkast. Het is geen suggestie, maar de ruggengraat van elke veilige installatie in Nederland. Via het Besluit Bouwwerk Leefomgeving (BBL) is de naleving van deze technische normen wettelijk verankerd, waardoor elke installateur gebonden is aan strikte regels over segmentatie en beveiliging. Veiligheid door verdeling. Een cruciale eis in deze norm betreft de aardlekschakelaar; maximaal vier groepen mogen hierop worden aangesloten om te voorkomen dat een kleine fout direct de gehele stroomvoorziening platlegt. Dit waarborgt de continuïteit in het gebouw.

Zware verbruikers hebben hun eigen wetmatigheden. Apparaten met een vermogen boven de 2000 watt? Die moeten op een eigen, ongedeelde eindgroep worden aangesloten om te voorkomen dat de optelsom van stromen de koperen aders in de wanden ongemerkt doet smeulen bij langdurige belasting. De installatie moet bovendien leesbaar zijn voor derden. Een actuele groepenkaart is verplicht. Voor de professionele omgeving dicteert de NEN 3140 daarnaast het regime van inspectie en onderhoud, waarbij elke groep periodiek moet worden getoetst op veilige werking. Regelgeving die levens redt. Geen ruimte voor improvisatie.


Van loden buizen naar modulaire systemen

De vroege jaren van elektrische distributie

Koperdraad in loden buizen. Dat was het begin. Aan het begin van de twintigste eeuw was de elektriciteitsgroep een uiterst simpel concept, simpelweg omdat de vraag naar stroom minimaal was. Men had een aansluiting voor een paar gloeilampen en wellicht een enkel stopcontact voor een strijkijzer. In die tijd volstond vaak één enkele groep voor een hele woning. De beveiliging bestond uit een eenvoudige smeltveiligheid in een porseleinen houder, vaak gemonteerd op een houten bord in de gang. Het was een binair systeem: het werkte of de draad brandde door.

Na de Tweede Wereldoorlog veranderde alles door de massale introductie van huishoudelijke apparatuur. De stofzuiger, de wasmachine en later de vaatwasser dwongen installateurs om het netwerk in huis op te splitsen. De 'stoppenkast' groeide. Waar in de jaren vijftig drie groepen nog luxe waren, werd de noodzaak voor specifieke groepen voor zware verbruikers in de jaren zeventig en tachtig de standaard. De invoering van de NEN 1010-normen markeerde hierbij het kantelpunt van intuïtief aanleggen naar strikt gereguleerde segmentatie.

De overgang naar de automaat

De grootste technische sprong vond plaats bij de verschuiving van de klassieke smeltpatroon naar de installatieautomaat. Porselein maakte plaats voor kunststof modules die op een gestandaardiseerde DIN-rail geklikt konden worden. Geen gedoe meer met reservezekeringen in een lade; een simpele schakelaar omhoog duwen volstond na een overbelasting. Deze modulaire opbouw maakte de weg vrij voor de differentiatie die we nu kennen. In de jaren negentig werd de aardlekschakelaar gemeengoed, wat de elektriciteitsgroep transformeerde van een puur brandpreventiemiddel naar een geavanceerd instrument voor persoonsbeveiliging. De evolutie stopte niet bij de hardware. De huidige praktijk, waarbij elke zware verbruiker een eigen 'eindgroep' claimt, is het directe resultaat van decennia aan schadestatistieken en voortschrijdend inzicht in thermische belasting van gebouwgebonden installaties.


Gebruikte bronnen: