Het proces vangt aan zodra de stroomsnelheid in een hydraulisch systeem onder de kritische grens zakt. Zwevende deeltjes verliezen hun draagkracht. Zwaartekracht wint het van de stroming. Zware fracties zoals zand bezinken als eerste op de bodem van de leiding of watergang. Deze initiële afzetting verhoogt de wandruwheid aanzienlijk. De hydraulische weerstand neemt toe. Meer wrijving betekent minder snelheid.
Rondom obstructies of in bochten met een ruime straal ontstaan vaak zones met minimale turbulentie. Hier krijgt ook lichter organisch materiaal de kans om zich aan de wanden of de reeds aanwezige bodemlaag te hechten. De effectieve diameter krimpt gestaag. Bij systemen met een gering afschot is er vaak onvoldoende schuifspanning langs de wand om deze opbouw te doorbreken. Het resultaat? Een zichzelf versterkend proces waarbij de sliblaag steeds dikker wordt.
In de civiele praktijk leidt dit tot een verandering in het stroomprofiel. Het water zoekt de weg van de minste weerstand, maar door de vernauwing stijgt de kans op opstuwing stroomopwaarts. De slibmassa kan door biologische processen of de aanwezigheid van vetten een compacte structuur vormen. Deze massa laat zich niet meer eenvoudig door fluctuaties in het debiet verplaatsen. De doorstroming stagneert. Uiteindelijk raakt de balans tussen aanvoer en afvoer volledig verstoord.
Een ontoereikend afschot vormt de primaire voedingsbodem voor accumulatie. Zodra de vloeistofstroom stagneert, krijgen zwaardere fracties zoals zand en grind de kans om de bodem te bereiken. Maar het is niet alleen zand. Vetresten uit huishoudelijk afvalwater stollen tegen relatief koude buiswanden en vormen een plakkerige matrix waaraan andere deeltjes zich moeiteloos hechten. Slechte verbindingen tussen buissegmenten of insteekmanchetten die in de stroombaan steken, fungeren als fysieke ankers. Wortelingroei door defecte verbindingen? Dat creëert een fijnmazig netwerk dat organisch materiaal filtert en vasthoudt. De geometrie van het stelsel speelt ook mee: dode hoeken in pompputten of te ruime bochten waar de middelpuntvliedende kracht de stroomsnelheid aan de binnenzijde minimaliseert.
De hydraulische capaciteit loopt drastisch terug. Wat begint als een verminderde doorstroming, mondt uit in opstuwing stroomopwaarts waarbij het waterpeil in inspectieputten kritieke waarden bereikt. Bij piekbelasting faalt het systeem volledig. Wateroverlast in souterrains. Kelderoverstromingen. Het slib is bovendien chemisch actief. In de zuurstofloze onderste lagen van de slibmassa ontstaat vaak waterstofsulfide door de afbraak van organisch materiaal. Dit gas tast de wanden van betonnen rioolbuizen aan; corrosie is dan onvermijdelijk. In open watergangen zorgt de opvulling voor een afname van het bergingsvolume, waardoor bij hevige regenval de oevers sneller overstromen. Het systeem verliest zijn veerkracht. De mechanische belasting op pompen neemt toe omdat ze tegen een hogere weerstand moeten inwerken, wat weer leidt tot voortijdige slijtage van de installatiedelen.
Dichtslibben manifesteert zich in diverse gradaties. De omgeving bepaalt de aard van de ophoping. In de civiele techniek en bij waterbeheer spreekt men vaak specifiek over aanzanding wanneer de afzetting hoofdzakelijk uit minerale deeltjes zoals fijn zand of zavel bestaat. Dit is een veelvoorkomend fenomeen in drainagebuizen in landbouwgebieden. In stedelijke rioolstelsels daarentegen domineert versmering. Hier vormen gestolde vetten en zeepresten een kleverige matrix die andere vaste stoffen invangt. Het resultaat is een taaie massa die de wanden bekleedt.
In open watergangen en sloten treedt vaak een biologische variant op. Organisch materiaal, zoals bladval en afgestorven algen, zinkt naar de bodem en vormt een dikke modderlaag. Wanneer dit proces zover vordert dat de watergang zijn functie verliest en transformeert naar land, noemen we dit verlanding. In gesloten technische installaties, zoals cv-leidingen, spreken installateurs over het dichtslibben van het systeem door de vorming van magnetiet of zwartslib. Het water wordt stroperig. De circulatie stagneert. De efficiëntie keldert. Hier is de bron niet extern sediment, maar interne corrosie.
Het onderscheid tussen een verstopping en dichtslibben is essentieel voor de storingsdiagnose. Een verstopping is een incident. Een acuut probleem veroorzaakt door een obstructie, zoals een prop textiel of een ingegroeide boomwortel die plotseling vuil vasthoudt. Het systeem slaat in één keer dicht. Dichtslibben is daarentegen een sluipmoordenaar. Het is een chronisch proces. De capaciteit neemt over maanden of jaren gestaag af zonder dat de gebruiker het direct merkt.
Vaak wordt de term verward met verkalking of scaling. Hoewel beide leiden tot een vernauwing van de doorlaat, verschillen de mechanismen fundamenteel. Kalk zet zich af door een chemische reactie waarbij mineralen uit de vloeistof neerslaan op warme oppervlakken. Slib daarentegen is een mechanisch proces van bezinking. Slib is meestal week en verplaatsbaar door hoge druk; kalk is hard en vereist vaak een chemische behandeling of mechanische verspanning. Ook sedimentatie wordt dikwijls als synoniem gebruikt. Technisch gezien is sedimentatie echter het proces van het neerdalen van deeltjes, terwijl dichtslibben de resulterende toestand van het hydraulische systeem beschrijft.
Stel je een kruipruimte voor waar de drainagebuis na dertig jaar trouwe dienst niet meer functioneert. De kokosmantel is nagenoeg verteerd. Fijn zand dringt door de perforaties en bezinkt direct op de bodem van de buis, omdat de schuifspanning van het langzaam stromende grondwater te laag is om de deeltjes mee te voeren. Wat rest is een buis die voor driekwart gevuld is met een compacte zandlaag. De pomp draait nog wel, maar het waterniveau in de kruipruimte daalt niet meer. De drainage is simpelweg dichtgeslibd door aanzanding.
In de utiliteitsbouw is de grootkeuken van een bedrijfsrestaurant een klassiek voorbeeld. Ondanks de vetvanger stolt een deel van de vloeibare vetten tegen de relatief koude wanden van de grondleiding. Dit proces verloopt traag. Elke dag hecht zich een flinterdunne laag vet aan de buiswand, die vervolgens als een magneet werkt voor voedselresten en andere vaste bestanddelen. De doorlaat wordt merkbaar kleiner. Het personeel merkt dat de spoelbakken steeds langzamer leeglopen, een typisch teken van een voortschrijdende versmering voordat de definitieve verstopping optreedt.
Een ander beeld zie je bij openbare watergangen langs nieuwbouwwijken. Tijdens de bouwperiode spoelt er veel onbedekte grond in de sloten. Dit sediment verzamelt zich op locaties waar de stroming stagneert, zoals bij duikers of in scherpe bochten. Waar de sloot voorheen een meter diep was, ligt nu een dikke laag modder. De bergingscapaciteit voor hemelwater is gehalveerd. Bij de eerste de beste zomerse hoosbui treden de oevers buiten hun voegen, simpelweg omdat het systeem de volume-impuls niet meer kan verwerken door de bodemophoging.
Binnenshuis kan een cv-installatie hetzelfde lot ondergaan. In oudere systemen zonder vuilafscheider hoopt magnetiet zich op in de onderste bochten van radiatoren en in de dunne leidingen van de vloerverwarming. Het water wordt zwart en stroperig. De circulatiepomp maakt meer lawaai en de kamers worden niet meer gelijkmatig warm. Hier is het proces intern: door corrosie gevormde deeltjes blokkeren de doorstroming van het medium.
Regels zijn hard. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) eist een deugdelijke afvoer van afvalwater en hemelwater zonder dat dit gevaar of hinder oplevert. Geen discussie mogelijk. Om dit in de praktijk te borgen, leunt de bouwsector zwaar op de NEN 3215. Deze norm dicteert de minimale stroomsnelheden en het noodzakelijke afschot; zonder zelfreinigend vermogen is elke leiding immers gedoemd tot sedimentatie. Te traag water is de vijand. Ontwerpers moeten rekenen met vullingsgraden om te voorkomen dat vaste bestanddelen de kans krijgen te bezinken.
In de openbare ruimte regeert de Omgevingswet. Gemeenten dragen een wettelijke zorgplicht voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater. Dat betekent: preventief inspecteren en tijdig reinigen voordat de hydraulische capaciteit onder het kritieke niveau zakt. Waterschappen hanteren hiervoor de Legger. Dit juridische document legt de vereiste afmetingen en dieptes van watergangen vast. Slibt een sloot dicht? Dan voldoet deze niet meer aan de Legger-eisen. Handhaving volgt vaak na de jaarlijkse schouw, waarbij de onderhoudsplichtige wordt gedwongen tot baggeren.
NEN-EN 752 vormt het Europese kader voor buitenriolering. Deze norm stelt specifieke prestatie-eisen om overmatige slibophoping en de daaruit voortvloeiende geuroverlast of corrosie door waterstofsulfide te beperken. Wetgeving dwingt dus tot een technisch preventief ontwerp. Onderhoud is geen keuze, maar een wettelijke verplichting om de systeemintegriteit te waarborgen.
Slibbeheer is oud. Vroeger was het simpelweg scheppen. Pas in de negentiende eeuw veranderde dit fundamenteel door de aanleg van de eerste gesloten stadsrioleringen. Men bouwde aanvankelijk veel te ruime, gemetselde gangen waar de stroomsnelheid volledig wegviel. Sedimentatie kreeg vrij spel. Dit veroorzaakte enorme stankoverlast en chronische verstoppingen in de groeiende steden. Ingenieurs zochten naar hydraulische oplossingen; ze vonden het eivormige rioolprofiel. Door de smalle onderzijde bleef de waterhoogte en daarmee de snelheid ook bij een laag debiet hoog genoeg om vuil mee te voeren. Het principe van het zelfreinigend vermogen was geboren.
De twintigste eeuw markeerde de overgang naar strikte technische standaardisatie. Met de introductie van de eerste nationale normen kreeg het begrip afschot een wetenschappelijke basis. Men stelde vast dat een minimale snelheid cruciaal was om minerale deeltjes in beweging te houden. De materiaalkeuze evolueerde mee. Van ruw metselwerk naar gladde gresbuizen en later naar kunststoffen zoals PVC en PE. Elke stap verminderde de wandruwheid. Hierdoor werd de kans op aanhechting van vetten en sediment steeds kleiner. Tegenwoordig is de historie van dichtslibben vooral een verschuiving van reactief baggeren naar preventief hydraulisch ontwerpen. We rekenen nu met vullingsgraden en schuifspanningen om de accumulatie van slib voor te zijn voordat de eerste korrel de bodem raakt.