De aanleg begint bij de bodemgesteldheid. Een stabiele, waterdoorlatende funderingsopbouw is cruciaal, waarbij vaak een pakket van grof granulaat of breuksteen wordt toegepast dat zowel de verkeerslasten draagt als extra bergingsruimte biedt. De klinkers rusten op een nauwkeurig genivelleerde vlijlaag. Deze laag bestaat meestal uit split om te voorkomen dat fijne deeltjes de interne kanalen van de steen verstoppen.
Positionering bepaalt het succes. Tijdens het leggen in het gekozen verband moeten de interne uitsparingen en zijdelingse openingen exact tegen elkaar aanliggen. Alleen zo ontstaat er een communicerend vatenstelsel onder het wegdek. Een verkeerde uitlijning verbreekt de hydraulische verbinding. Hierdoor raakt de bergingscapaciteit lokaal beperkt en kan het systeem de piekafvoer niet gelijkmatig over het totale oppervlak verdelen.
Het straatwerk ligt horizontaal. Afschot is technisch overbodig omdat het water verticaal de steen in verdwijnt.
Na het leggen volgt de afwerking van de voegen. Men gebruikt hiervoor een specifiek invoegmateriaal met een hoge doorlatendheid, zoals fijne split. Dit materiaal garandeert dat hemelwater ongehinderd de interne holruimtes bereikt terwijl de stabiliteit van het wegdek gewaarborgd blijft. Het aftrillen van het oppervlak gebeurt met een aangepaste trillingsfrequentie om de integriteit van de interne wandstructuur van de betonsteen niet te compromitteren. De klinker vormt na verdichting één solide, maar poreus geheel.
Niet elke holte is gelijk. De markt biedt grofweg twee stromingen: de kamerklinker en de kanaalklinker. De eerste variant bezit één centrale, grote uitsparing voor maximale waterberging per vierkante meter. Ideaal voor parkeerplaatsen. De kanaalklinker daarentegen vertrouwt op een stelsel van kleinere, interne buizen. Waarom? Stabiliteit. Een distributiecentrum waar vrachtwagens dagelijks wringen en draaien, vraagt om meer betonvlees tussen de holtes om bezwijken te voorkomen.
Er bestaan ook types met een 'open bodem'. Deze lozen het water direct verticaal naar de fundering zonder horizontaal transport. Andere systemen maken gebruik van mechanische koppelingen of nokken aan de zijkant. Die fixeren de stenen ten opzichte van elkaar. Zo blijven de interne watergangen altijd perfect uitgelijnd, zelfs als de ondergrond een fractie zet. Cruciaal voor het behoud van de hydraulische capaciteit op de lange termijn.
Terminologie zorgt vaak voor ruis. Een bufferklinker is fundamenteel iets anders dan een waterpasserende of poreuze steen. Verwarring loert. Bij waterpasserende bestrating stroomt het water hoofdzakelijk via verbrede voegen met split naar beneden. De steen zelf is massief. Poreuze betonstenen laten het water door de poriën van het materiaal sijpelen; de steen fungeert als een filter. De bufferklinker is echter de enige die water *in* de steen opslaat. Een miniatuurreservoir.
| Kenmerk | Bufferklinker | Waterpasserende steen | Poreuze steen |
|---|---|---|---|
| Opslag | Intern in holruimte | Geen (directe doorvoer) | Geen (directe doorvoer) |
| Afvoer | Via interne kanalen | Via brede voegen | Via materiaalstructuur |
| Vervuiling | Gering (gesloten top) | Gevoelig in de voeg | Hoog (poriën slibben dicht) |
Soms valt de term 'infiltratieklinker'. Dit is een verzamelnaam. Het dekt de hele lading aan klimaatadaptieve stenen. Toch is de bufferklinker de specialist in het opvangen van de allergrootste pieken zonder dat de fundering direct verzadigd raakt. Hij koopt tijd.
Vrachtwagens die wringen en draaien op een krappe draaicirkel. Traditionele afwateringsgoten vormen hier vaak een zwak punt; ze verzakken of het gietijzeren rooster breekt onder de herhaaldelijke belasting. In deze situatie biedt de kanaalklinker uitkomst. Het rijoppervlak blijft volledig vlak. Geen schokken voor de heftruckchauffeur. De regen verdwijnt direct tussen de banden in de steen, terwijl de robuuste betonwanden van de klinker de wieldruk opvangen alsof het een massieve weg is.
Een modern winkelcentrum wil een strak, waterpas parkeerterrein. Afschot naar kolken toe creëert altijd hoogteverschillen die onhandig zijn voor winkelwagentjes. Hier fungeert de bufferklinker als een onzichtbare installatie. Tijdens een hoosbui zie je geen stromend water naar het laagste punt zoeken. Het water zakt verticaal weg. Onder de voeten van de winkelbezoeker vormt zich een tijdelijk meer, opgesloten in de stenen, dat pas uren later langzaam de bodem in trekt. Droge voeten, direct na de bui.
Een historisch straatje waar de ruimte onder de grond propvol ligt met kabels, leidingen en een overbelast riool. Een extra infiltratieriool past simpelweg niet. De bufferklinker lost dit op de vierkante centimeter op. De straat wordt de spons. Omdat de stenen onderling in verbinding staan, wordt het water van een lokale piekbelasting horizontaal verdeeld over de hele straatlengte. De druk op het oude rioolstelsel neemt direct af zonder dat er één extra buis de grond in hoeft.
De juridische basis voor de toepassing van bufferklinkers ligt stevig verankerd in de Omgevingswet. De overheid heeft de zorgplicht voor hemelwater gedecentraliseerd. Dit betekent dat perceeleigenaren in beginsel zelf verantwoordelijk zijn voor het verwerken van regenwater op eigen terrein. Gemeentelijke hemelwaterverordeningen concretiseren dit vaak met harde cijfers. Men eist een specifieke bergingscapaciteit, veelal variërend tussen de 60 en 100 millimeter per vierkante meter afgekoppeld oppervlak. De bufferklinker dient hierbij als technisch bewijsstuk in het waterbeheerplan dat bij een omgevingsvergunning moet worden overlegd. Geen berging, geen vergunning. De wet dwingt tot infiltratie.
Wat betreft de fysieke eigenschappen van de steen is NEN-EN 1338 de leidende Europese norm voor betonstraatstenen. Deze norm stelt strikte eisen aan de splijttreksterkte, slijtweerstand en vorst-dooibestendigheid van het materiaal. Echter, NEN-EN 1338 voorziet niet volledig in de hydraulische karakteristieken van holle systemen. Hiervoor grijpt de markt vaak naar de BRL 2312, die specifiek kijkt naar waterdoorlatende betonproducten.
Het gaat dus om een samenspel tussen materiaalnormen en hydraulische prestatie-eisen. De constructieve veiligheid mag nooit wijken voor de waterberging; de weg moet stabiel blijven, zelfs als het interne reservoir volledig verzadigd is.
De technische evolutie richting de bufferklinker kwam voort uit de noodzaak om berging los te koppelen van de materiaalporeusheid. Men zocht naar geometrische oplossingen. De weg als reservoir. Rond het begin van het nieuwe millennium verschoof de focus van 'passeren' naar 'bufferen'. Ingenieurs realiseerden zich dat de holle ruimte binnenin de steen een veel betrouwbaardere opslagfactor bood dan de onvoorspelbare poriënstructuur van beton. Deze transitie werd versneld door landelijke beleidswijzigingen zoals 'Waterbeleid voor de 21e eeuw', waarbij de trits vasthouden-bergen-afvoeren de standaard werd. De klinker transformeerde van een massief bouwelement naar een geprefabriceerd watermanagementinstrument. Vandaag de dag is de ontwikkeling gericht op het optimaliseren van de wanddikte: maximale holte bij een minimale kans op bezwijken onder dynamische verkeerslasten.