Aardlekschakelaar

Laatst bijgewerkt: 14-01-2026


Definitie

Een aardlekschakelaar is een beveiligingscomponent in een elektrische installatie die de stroomkring automatisch onderbreekt zodra er een verschil tussen de inkomende en uitgaande stroom wordt gedetecteerd.

Omschrijving

In de meterkast fungeert de aardlekschakelaar als de primaire bewaker van de elektrische veiligheid. Het apparaat vergelijkt constant de stroomsterkte die via de fasedraad de installatie in gaat met de stroomsterkte die via de nuldraad terugkeert; bij een gezond systeem is dit exact gelijk. Zodra er stroom weglekt naar de aarde — door een defect in een apparaat, vocht in een lasdoos of direct contact door een persoon — raakt dit evenwicht verstoord. De schakelaar detecteert dit minieme verschil en verbreekt binnen milliseconden de verbinding. Dit mechanisme is cruciaal om dodelijke elektrocutie en brand door lekstromen te voorkomen, waarbij in woonhuizen doorgaans een gevoeligheid van 30 milliampère (mA) wordt gehanteerd.

Toepassing en installatievolgorde

Installatie in de verdeelinrichting

De component wordt op de DIN-rail van de verdeelinrichting geklikt. Draden volgen. De installateur sluit de fasedraden en de nuldraad vanaf de hoofdschakelaar aan op de kooiklemmen aan de bovenzijde van de aardlekschakelaar. Aan de onderzijde vindt de fysieke verdeling plaats. Hierbij worden vaak kamgeleiders of soepele bedrading gebruikt om de stroom door te geleiden naar de naastgelegen installatieautomaten. Een cruciaal aspect van de uitvoering is de groepsverdeling; in de praktijk worden maximaal vier eindgroepen op één aardlekschakelaar aangesloten om de bedrijfszekerheid te garanderen en te voorkomen dat kleine, natuurlijke lekstromen van verschillende apparaten opgeteld de schakelaar onnodig activeren.

Functionele controle en beproeving

Controle vindt handmatig plaats. De testknop op de voorzijde simuleert een foutstroom door intern een kleine lekstroom via een weerstand buiten de somstroomtransformator om te leiden. Bij het indrukken springt de schakelhendel onmiddellijk omlaag. Dit verbreekt het contact. In complexe installaties wordt soms gewerkt met selectiviteit, waarbij een hoofdaardlekschakelaar met een vertraging wordt geplaatst voor een onderverdeelinrichting. Hierdoor schakelt bij een defect enkel de lokale beveiliging uit. De stroomtoevoer in de rest van het gebouw blijft zo intact. De Somstroomtransformator in de behuizing monitort ondertussen continu de balans tussen de heen- en teruggaande stroom, waarbij elk magnetisch verschil direct leidt tot een mechanische ontkoppeling van het circuit.


Classificatie op basis van foutstroomkarakteristiek

Typen en hun specifieke gedrag

Niet elke aardlekschakelaar reageert op dezelfde manier; de interne elektronica bepaalt welke soorten lekstromen worden herkend. Type A is de standaard in de Nederlandse woningbouw. Deze reageert op wisselstromen en pulserende gelijkstromen, wat essentieel is voor moderne huishoudelijke apparatuur met elektronische regelingen. De verouderde Type AC-variant mag in nieuwe installaties niet meer worden toegepast. Hij ziet simpelweg de foutstromen van moderne elektronica over het hoofd. Voor complexere systemen is er Type F. Deze biedt extra zekerheid bij het gebruik van frequentiegeregelde apparatuur, denk aan moderne wasmachines of warmtepompen, waarbij mengstromen met verschillende frequenties kunnen optreden.

Met de komst van laadpalen en grote zonnepaneel-installaties is Type B onmisbaar geworden. Deze herkent ook gladde gelijkfoutstromen. Wanneer een omvormer of autolader een defect vertoont, kan er een gelijkstroom weglekken die een Type A-schakelaar 'blind' maakt door verzadiging van de spoel. De Type B-schakelaar blijft in die situaties functioneren. Voor zeer specifieke industriële toepassingen bestaan er nog varianten zoals Type B+, die een hogere drempelwaarde hebben voor hoogfrequente stromen om ongewenste uitschakeling bij machines te voorkomen.


Gevoeligheid en poligheid

De nominale aanspreekstroom, uitgedrukt in milliampère (mA), bepaalt de drempelwaarde voor ingrijpen. Voor persoonlijke veiligheid in woningen is 30 mA de norm. Het is een compromis; gevoelig genoeg om een hartstilstand te voorkomen, maar robuust genoeg om niet bij elke minieme condensvorming uit te slaan. In de industrie of bij specifieke brandbeveiliging zie je vaak 300 mA of zelfs 500 mA. Hier ligt de focus niet op het direct redden van een mens die een draad aanraakt, maar op het voorkomen dat een lekstroom voldoende hitte opwekt om brand te veroorzaken.

Fysiek maken we onderscheid tussen 2-polige en 4-polige uitvoeringen. Een 2-polige schakelaar wordt gebruikt in een 1-fase installatie en onderbreekt zowel de fasedraad als de nuldraad. In een 3-fasen systeem (krachtstroom) is de 4-polige variant noodzakelijk. Deze bewaakt alle drie de fasen en de gezamenlijke nuldraad tegelijkertijd. Een onbalans ergens in dit viertal resulteert in een volledige afschakeling van het achterliggende circuit.


Onderscheid met de aardlekautomaat

Vaak ontstaat er verwarring tussen een reguliere aardlekschakelaar en een aardlekautomaat, in het vak jargon ook wel 'Alamat' genoemd. Een standaard aardlekschakelaar beschermt alleen tegen lekstromen en wordt meestal voor een groep van maximaal vier installatieautomaten geplaatst. Hij biedt geen bescherming tegen overbelasting of kortsluiting. De aardlekautomaat daarentegen combineert beide functies in één behuizing. Hij beveiligt een specifieke eindgroep tegen lekstroom én tegen te hoge stroomvraag. Het grote voordeel? Bij een defect valt alleen die ene specifieke groep uit. De rest van het huis blijft verlicht. Het is een compactere oplossing, maar prijstechnisch vaak duurder bij grotere installaties.


Praktijkscenario's en herkenbare situaties

De vochtige tuincontactdoos

Een hevige herfstbui slaat tegen de gevel. In een niet volledig waterdichte lasdoos van de buitenverlichting kruipt vocht tussen de fasedraad en de behuizing. Er ontstaat een lekstroom naar de aarde. In de meterkast detecteert de aardlekschakelaar direct dat er 30 mA meer de woning in gaat dan er via de nuldraad terugkeert. De hendel slaat om. De tuinverlichting, maar ook de stopcontacten in de schuur, vallen direct spanningsloos. Veiligheid door snelle detectie.

Defecte huishoudelijke apparatuur

Tijdens het centrifugeren trilt een versleten fasedraad in een oude wasmachine tegen de metalen trommel. Zodra het metaal onder spanning komt te staan, vindt de stroom via de aarddraad een weg terug. De aardlekschakelaar grijpt binnen 300 milliseconden in. Zonder deze beveiliging zou de gebruiker bij het aanraken van de machine de stroomkring via het eigen lichaam kunnen sluiten, met elektrocutie tot gevolg.

Renovatie en onvoorziene fouten

Een klusser boort een gat voor een schilderij. De boor raakt precies de grijze VD-draad in de muur. Er ontstaat een kortstondig contact tussen de boorpunt en de fasedraad. De aardlekschakelaar herkent het verlies naar de aarde via de boormachine sneller dan de menselijke reflex kan reageren. De stroom valt uit. Een kapotte leiding is het enige gevolg, in plaats van een gevaarlijke elektrische schok.

De periodieke functietest

Een bewoner drukt op de testknop (vaak gemarkeerd met een 'T'). Intern wordt een lekstroom gesimuleerd. De schakelaar springt onmiddellijk uit. Dit is de enige manier om vast te stellen of het mechanische deel van de schakelaar nog soepel functioneert en niet door stof of oxidatie is vastgeslagen. Een test die idealiter twee keer per jaar plaatsvindt, bijvoorbeeld bij het ingaan van de zomer- en wintertijd.


Normering en wettelijk kader

Veiligheid is niet vrijblijvend. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) wijst de NEN 1010 aan als de dwingende norm voor laagspanningsinstallaties, waardoor technische voorschriften direct een wettelijk karakter krijgen. Sinds 1975 is de aardlekschakelaar verplicht in nieuwe woonhuizen. Een harde eis. Voor renovaties aan de meterkast geldt vaak het rechtens verkregen niveau, al dwingt elke substantiële wijziging de installateur om de huidige normen te volgen.

De spreiding van risico's is verankerd in de wetgeving. Woningen mogen niet afhankelijk zijn van slechts één aardlekschakelaar; minimaal twee exemplaren zijn noodzakelijk om de continuïteit van de verlichting te waarborgen bij een onverhoopte storing. Maximaal vier groepen per schakelaar. Geen vijf. De NEN 1010 verbiedt bovendien het gebruik van Type AC aardlekschakelaars in nieuwe of uitgebreide installaties vanwege hun onvermogen om moderne lekstromen correct te detecteren. Periodieke inspecties conform de NEN 3140 kunnen in zakelijke omgevingen bovendien verplicht zijn om aan de zorgplicht van de werkgever te voldoen. Dit borgt een veilige werkomgeving.


De evolutie van de elektrische beveiliging

Van machinebeveiliging naar persoonsbeveiliging

Vroeger was elektriciteit vooral gevaarlijk voor gebouwen. Smeltzekeringen beschermden tegen brand door overbelasting. Ze deden niets voor een mens die een onder spanning staand apparaat aanraakte. De vroege voorlopers van de aardlekschakelaar werkten op basis van spanning op de aardleiding. Dit systeem was feilbaar. Een defecte aardverbinding betekende nul beveiliging. Pas met de introductie van de stroom-gestuurde differentieelschakelaar veranderde dit fundamenteel. De focus verschoof van het beschermen van de kabel naar het beschermen van het menselijk hart.

1975 was het kantelpunt. In dat jaar werd de aardlekschakelaar in Nederland verplicht voor nieuwe woonhuisinstallaties volgens de NEN 1010. Aanvankelijk gold dit alleen voor vochtige ruimtes en stopcontacten die buiten konden worden gebruikt. De gevoeligheid was toen vaak nog 500 mA. Dat is veel. Genoeg om brand te voorkomen, maar vaak dodelijk bij directe aanraking. Het duurde tot de jaren tachtig voordat de 30 mA-grens de algemene norm werd voor alle eindgroepen in woningen.

De techniek moest mee met de digitalisering. Oude Type AC-schakelaars voldeden prima in een tijd van gloeilampen en eenvoudige elektromotoren. Ze herkenden alleen zuivere sinusvormige wisselstromen. De opkomst van de computer, de wasmachine met elektronische toerenregeling en later de LED-verlichting veranderde het speelveld. Deze apparatuur veroorzaakt pulserende gelijkstromen. Een Type AC-schakelaar raakt hierdoor verzadigd of 'blind'. Sinds 1996 is Type A daarom de standaard in Nederland. Recentelijk dwingen zonnepanelen en laadpalen de sector richting Type B. De historie van dit component is een directe reflectie van de toenemende complexiteit van onze huishoudelijke apparatuur.


Gebruikte bronnen: