Wanneer we spreken over waterdoorlatende bestrating, is precisie cruciaal. Vaak, zo blijkt in de praktijk, verwarren mensen deze term met waterpasserende bestrating, maar de technische nuance is significant, en de implicaties voor de waterhuishouding zijn dan ook wezenlijk verschillend. Bij waterdoorlatende bestrating, daar waar de regen valt, zakt het water door de poriën van de steen zelf. Dwars door het materiaal. Het is een fundamenteel poreuze constructie die lokaal infiltratie bevordert, direct via de steenmassa naar de ondergrond. Denk hierbij aan speciaal ontwikkelde poreuze betonstenen, of aan varianten die ontstaan door het bakken van klei met toevoegingen die later verdampen, minuscule kanaaltjes achterlatend.
Een prominente variant binnen deze categorie is het zogenaamde Zeer Open Beton (ZOB). Deze methode maakt gebruik van een open-gekorrelde betonstructuur, waarbij de granulaten slechts op minimale punten contact maken. Een ingenieus netwerk van holtes ontstaat, ideaal voor directe waterinfiltratie. Waterpasserende bestrating daarentegen? Heel anders. Daar fungeert de steen niet als doorvoer. De waterafvoer vindt dan plaats via verbrede, al dan niet open, voegen tussen de individuele bestratingselementen. De stenen zelf zijn in zo’n geval vaak niet poreus. Dit onderscheid, door de steen versus tussen de stenen, is bepalend voor de prestaties van het systeem in het kader van hemelwaterbeheer.
Denk bijvoorbeeld eens aan een nieuw aangelegd stadsplein. Waar vroeger na een flinke regenbui de plassen bleven staan, zie je nu, met waterdoorlatende bestrating, het water naadloos verdwijnen. Het oppervlak droogt verrassend snel op. Geen hinderlijke plassen meer voor voetgangers, de tegels zelf ademen het water als het ware weg, direct de bodem in. Dit ontlast niet alleen de riolering, het zorgt ook voor een aangenaam verblijfsklimaat.
Of neem een groot parkeerterrein bij een bedrijfscomplex of supermarkt. Traditioneel waren dit immense, verharde oppervlakken die bij elke bui enorme hoeveelheden regenwater afvoerden naar het riool of omliggende sloten, soms met overstromingen tot gevolg. Nu, met waterdoorlatende stenen, blijft het water grotendeels ter plaatse. De parkeervakken blijven beter begaanbaar; de belasting op de publieke waterinfrastructuur neemt significant af. Men kiest hier vaak voor vanwege de duurzaamheidsambities en de kostenbesparing op afvoervoorzieningen.
Zelfs in de toegangswegen van een woonwijk of woonerf duikt dit type verharding steeds vaker op. Straten die voorheen bij extreme neerslag snel onderliepen, behouden nu hun functionaliteit. Het straatbeeld blijft esthetisch aantrekkelijk, de veiligheid voor bewoners verbetert, minder risico op aquaplaning of opspattend water. Een win-win, zeker met het oog op een robuuster watersysteem en directere aanvulling van het grondwater voor het aanwezige groen.
De toepassing van waterdoorlatende bestrating vindt zijn juridische ankers voornamelijk in de Omgevingswet. Deze wet, ingegaan op 1 januari 2024, is de allesomvattende regeling voor de fysieke leefomgeving en integreert diverse wetten op het gebied van onder andere ruimtelijke ordening, milieu, natuur en water. Waterdoorlatende bestrating draagt direct bij aan de doelstellingen van de Omgevingswet, met name op het vlak van klimaatadaptatie, duurzaam waterbeheer en het creëren van een gezonde en veilige leefomgeving.
Gemeenten hebben op grond van de Omgevingswet de mogelijkheid, en vaak ook de plicht, om in hun Omgevingsplan eisen of beleidsregels op te nemen met betrekking tot de afvoer van hemelwater. Dit betekent dat zij de toepassing van waterdoorlatende oplossingen kunnen stimuleren of zelfs verplichten bij nieuwbouwprojecten of herinrichtingen. Het doel? De belasting op de riolering verminderen, verdroging tegengaan en de lokale waterhuishouding robuuster maken. Ook de provinciale en landelijke overheid formuleren via omgevingsverordeningen en nationale omgevingsvisies (NOVI) kaders waarbinnen gemeenten hun beleid vormgeven, wat indirect de inzet van waterdoorlatende materialen bevordert. Het is dus geen op zichzelf staande keuze, maar een onderdeel van een breder integraal waterbeheerbeleid.
De geschiedenis van waterdoorlatende bestrating, zoals we die nu kennen, is relatief jong; het is voornamelijk een respons op de groeiende uitdagingen van de moderne, verstedelijkte leefomgeving. Traditioneel werden stedelijke oppervlakken zo waterdicht mogelijk gemaakt, met als primair doel regenwater snel af te voeren via rioolstelsels. Een efficiënte benadering leek dit aanvankelijk, totdat de keerzijde zich steeds duidelijker openbaarde: overbelaste riolen bij hevige regenval, verdroging in droge periodes en een drastische afname van de natuurlijke grondwateraanvulling.
De omslag in het denken, ingezet rond de late 20e en vroege 21e eeuw, legde de nadruk op duurzaam waterbeheer en klimaatadaptatie. Men zocht naar manieren om hemelwater lokaal te infiltreren, in plaats van het enkel af te voeren. Aanvankelijk lag de focus daarbij vaak op waterpasserende systemen, waarbij water via brede voegen of specifieke drainageconstructies in de ondergrond terechtkwam. De bestrating zelf bleef in die gevallen veelal impermeabel.
De verdere technologische ontwikkeling leidde echter tot de innovatie van daadwerkelijk waterdoorlatende materialen. Het concept ontstond om de steen zelf poreus te maken; dit betekende een fundamentele herziening van de productiewijze van bestratingselementen. Technieken zoals het produceren van Zeer Open Beton (ZOB), waarbij cement en grind zodanig worden gemengd dat een open, waterdoorlatende structuur ontstaat, of het bakken van klei met specifieke toevoegingen die poriën creëren, zijn het resultaat van deze intensieve ontwikkelingsfase. Deze technologische sprong maakte de weg vrij voor een veel effectievere en esthetisch meer geïntegreerde infiltratie van hemelwater, direct door het verharde oppervlak heen. Regelgeving, zoals later expliciet vastgelegd in de Omgevingswet en diverse gemeentelijke beleidsplannen, heeft deze ontwikkeling verder versneld en de toepassing ervan gestimuleerd als cruciale bouwsteen voor veerkrachtige steden.
Joostdevree | Stichtingerm | Sleiderink | Brrc | Publications.deltares | Groenblauwenetwerken | Marlux