De uitvoering van voortgangsbetalingen volgt meestal een cyclisch patroon dat nauw verweven is met de fysieke vorderingen op de bouwplaats. Het proces vangt aan met de opname van het werk. Hierbij stelt de uitvoerende partij een vorderingsstaat op die de gerealiseerde werkzaamheden afzet tegen de oorspronkelijke begrotingsposten of de overeengekomen termijnschema's. Er vindt een directe koppeling plaats tussen fysieke productie en financiële afwikkeling. De directie of een onafhankelijke kwaliteitsborger toetst deze claim vervolgens door middel van een visuele inspectie op locatie. Men kijkt of de fundering inderdaad gestort is of dat het metselwerk tot de juiste hoogte is opgetrokken.
Na de verificatie van de werkzaamheden wordt een prestatieverklaring of een goedkeuringscertificaat afgegeven. Dit vormt de formele basis voor de facturatie. Soms verschuift de focus van percentages naar specifieke mijlpalen. Het bereiken van de wind- en waterdichte fase is een bekend ijkpunt. De administratieve afhandeling geschiedt doorgaans binnen een vastgesteld aantal dagen na goedkeuring van de vorderingsstaat, waardoor de kapitaalstroom constant blijft gedurende de gehele looptijd van het project. Geen stilstand, maar doorstroming. In veel gevallen wordt een klein percentage van de betaling ingehouden als zekerheid voor de oplevering en de herstelperiode. Dit mechanisme zorgt ervoor dat de financiële afwikkeling de fysieke realiteit op de voet volgt.
In de praktijk manifesteren voortgangsbetalingen zich meestal in twee smaakjes: vaste termijnen of variabele vorderingsstaten. Bij termijnbetalingen, ook wel termijnschema's genoemd, ligt de verdeling van de aanneemsom vooraf vast. Men koppelt bedragen aan zichtbare mijlpalen. Is de beganegrondvloer gestort? Dan volgt er een factuur. Dit systeem is de standaard in de seriematige woningbouw en biedt beide partijen administratief gemak. De aannemer weet exact wanneer de cashflow binnenkomt en de opdrachtgever hoeft geen expert te zijn om te controleren of de factuur terecht is.
Complexere projecten in de utiliteitsbouw of civiele techniek vragen om een fijnmaziger aanpak. Hier werkt men vaak met vorderingsstaten op basis van hoeveelheden. De calculator of werkvoorbereider meet maandelijks de werkelijke productie op. Hoeveel strekkende meter riolering ligt er nu echt? Hoeveel ton wapeningsstaal is er verwerkt? Deze methode is uiterst nauwkeurig maar vergt een intensieve administratieve afstemming tussen de directie en de aannemer. Het is een dynamisch proces waarbij de betaling de grillige curve van de bouwproductie op de voet volgt.
| Type variant | Basis van betaling | Typerende sector |
|---|---|---|
| Mijlpaal-gebaseerd | Bereiken van fysieke projectfasen (bijv. wind- en waterdicht). | Woningbouw (Woningborg/SWK). |
| Percentage-gereed | Schatting van het totale voltooiingspercentage van een onderdeel. | Installatietechniek en afbouw. |
| Eenheidsprijzen | Afrekening per fysieke eenheid (m2, m3, kg) tegen vaste prijzen. | Grond-, weg- en waterbouw (GWW). |
| Regie-voortgang | Verantwoording op basis van werkelijk gemaakte uren en kosten. | Restauratie en renovatie bij onvoorziene staat. |
Verwar een voortgangsbetaling nooit met een voorschot. Dat zijn verschillende werelden. Een voorschot is een betaling voorafgaand aan de prestatie, bedoeld om de liquiditeit te stutten voor de inkoop van duur materieel of schaarse materialen. De voortgangsbetaling is juist een prestatiebetaling achteraf. Het is de vergoeding voor wat reeds onomstotelijk is gerealiseerd.
Soms valt de term 'deelbetaling'. Hoewel dit semantisch hetzelfde lijkt, impliceert een deelbetaling vaak een willekeurige opsplitsing van de som, terwijl de voortgangsbetaling in de bouwsector altijd een directe causale relatie heeft met de fysieke status op de bouwplaats. Daarnaast is er de eindafrekening. Dit is de laatste halte. Waar voortgangsbetalingen tussentijdse ramingen zijn, worden bij de eindafrekening alle eerdere betalingen, inclusief meer- en minderwerk, definitief gesaldeerd. Het is de balans van de gehele rit.
Een aannemer bouwt een vrijstaande villa. In het contract is een strak schema opgenomen. Zodra de beganegrondvloer is gestort en uitgehard, stuurt hij de factuur voor de tweede termijn. De opdrachtgever ziet het beton liggen. De opzichter geeft een akkoord. Dit is de meest herkenbare vorm: betalen zodra een fysieke mijlpaal zichtbaar is bereikt. Geen ingewikkelde berekeningen, maar kijken of het werk er staat.
Bij de aanleg van een nieuwe provinciale weg werkt men anders. Hier telt elke meter. De grondwerker heeft deze maand precies 1.200 kubieke meter zand verzet en 400 meter drainagebuis gelegd. Hij stelt een gedetailleerde vorderingsstaat op. De directievoerder controleert de opmetingen in het veld en vergelijkt deze met de besteksposten. De betaling volgt exact op basis van de gerealiseerde hoeveelheden. Een secuur proces waarbij de administratie de graafmachine op de voet volgt.
In een nieuw ziekenhuis werkt de installateur aan de luchtbehandelingskasten. Het is een maandenlang traject. Hij factureert niet pas als alles klaar is, maar vraagt maandelijks een voortgangsbetaling aan op basis van een gereedheidspercentage. Heeft hij 60 procent van de kanalen hangen? Dan claimt hij 60 procent van de betreffende budgetpost. De projectmanager controleert de voortgang in de verschillende vleugels en keurt de deelbetaling goed om de liquiditeit van de installateur te waarborgen.
In de Nederlandse bouwpraktijk vormt de UAV 2012 (Uniforme Administratieve Voorwaarden) vaak de juridische ruggengraat voor betalingsafspraken. Paragraaf 40 is hierbij leidend. Deze bepaling stelt dat de aannemer het recht heeft op betaling in termijnen zodra dit expliciet is overeengekomen. Geen contractuele afspraak betekent in principe betaling achteraf bij oplevering. De UAV dicteert bovendien strikte termijnen voor de indiening en goedkeuring van vorderingsstaten. Wordt een termijn niet tijdig betaald? Dan heeft de aannemer volgens paragraaf 45 het recht het werk te schorsen, mits aan de formele ingebrekestelling is voldaan.
Voor de woningbouw in opdracht van consumenten bevat Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (artikel 7:768) een dwingendrechtelijke bepaling. De opdrachtgever heeft het wettelijke recht om 5 procent van de aanneemsom in te houden op de laatste voortgangsbetaling of de eindafrekening. Dit bedrag wordt doorgaans in depot gestort bij een notaris. Het dient als pressiemiddel voor de herstelwerkzaamheden na oplevering. Pas drie maanden na oplevering wordt dit bedrag vrijgegeven, tenzij de koper aangeeft dat gebreken nog niet zijn verholpen. Dit mechanisme doorkruist de standaard voortgangscyclus om de consumentenbescherming te waarborgen.
Bij geïntegreerde contractvormen onder de UAV-GC 2005 verschuift de focus naar paragraaf 45, waarbij betalingen strikt zijn gekoppeld aan de acceptatie van mijlpaalproducten. Hier is geen sprake van ramingen, maar van binaire goedkeuring. In de grond-, weg- en waterbouw (GWW) gelden de RAW-bepalingen. Deze systematiek vereist een uiterst gedetailleerde administratie van hoeveelheden die periodiek door de directievoerder worden gevisiteerd en vastgesteld. De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) voegt hier nog een extra laag aan toe, aangezien de finale betaling nauwer verweven raakt met de gereedmelding en het dossier bevoegd gezag.
Vroeger was bouwen overzichtelijk. De aannemer was vaak de timmerman zelf. Men betaalde na voltooiing. Of misschien halverwege een zak goudstukken. Maar de schaalvergroting in de late negentiende eeuw veranderde het spel volledig. Grote infrastructurele werken en de opkomst van de grootschalige utiliteitsbouw eisten kapitaal. Veel kapitaal. De individuele bouwer kon de enorme materiaalkosten en loonlijsten simpelweg niet meer maandenlang voorfinancieren zonder financieel te bezwijken. De voortgangsbetaling werd de noodzakelijke oplossing voor een structureel liquiditeitsprobleem dat de groei van steden en industrie dreigde te remmen.
Bouwprojecten werden risicovoller. Een faillissement van een hoofdaannemer halverwege het werk betekende destijds vaak het einde van het project én het verlies van al het reeds geïnvesteerde kapitaal van de opdrachtgever. Door betalingen te koppelen aan de feitelijke voortgang, werd dit risico gespreid. Het werk dat er stond, was betaald en dus eigendom van de opdrachtgever. Deze verschuiving markeerde de overgang van een vertrouwensbasis naar een zakelijke, prestatiegerichte sector.
In de naoorlogse jaren werd de roep om eenduidigheid in Nederland luider. Lokale gewoontes en grillige contracten voldeden niet meer voor de enorme opgave van de wederopbouw. De invoering van de vroege versies van de UAV (Uniforme Administratieve Voorwaarden) in de twintigste eeuw vormde een cruciaal kantelpunt voor de sector. Het vage concept van 'tussentijds betalen' kreeg een strak administratief jasje. Vaste termijnregelingen vervingen de informele handdruk.
De focus verschoof definitief van gunst naar recht. Dit dwong aannemers tot een veel strakkere projectadministratie en objectief meetbare prestaties op de bouwplaats. De introductie van de RAW-systematiek voor de GWW-sector in de jaren zeventig perfectioneerde deze evolutie. Betalingen werden hierbij direct gekoppeld aan exacte, geverifieerde hoeveelheden in plaats van globale inschattingen. Wat begon als een noodgreep om de loonlijst te kunnen betalen, groeide uit tot de ruggengraat van de moderne bouwbeheersing.