Terugleververgoeding

Laatst bijgewerkt: 11-02-2026


Definitie

De financiële vergoeding per kilowattuur die een energieleverancier uitkeert voor elektriciteit die een eindgebruiker aan het net levert boven de salderingsgrens of na beëindiging van de salderingsregeling.

Omschrijving

Zonnepanelen op het dak produceren stroom, vaak op momenten dat niemand thuis is of de machines in de werkplaats stilstaan. Dat overschot vloeit terug het net op. De terugleververgoeding is het bedrag dat de leverancier hiervoor betaalt, een vergoeding die losstaat van de energiebelastingen en btw die je bij afname betaalt. Waar de salderingsregeling een 1-op-1 uitruil mogelijk maakt, is de terugleververgoeding vaak slechts een fractie van de leveringsprijs. Een schijntje vaak. Voor vastgoedbeheerders en particulieren bepaalt dit bedrag of die extra rij panelen op het oosten nog wel rendabel is. Het dwingt tot een actievere sturing op het eigen verbruik in het pand zelf.

Praktische uitvoering en administratieve verwerking

Meting geschiedt via de meter. Slimme apparatuur houdt alles bij. De registratie van de energiestromen vindt onafgebroken plaats in de meterkast, waar de vierkwadrantmeter elke kilowattuur die het pand verlaat nauwkeurig indexeert zonder dat daar menselijke tussenkomst voor nodig is. Netbeheerders slaan deze gegevens op in het centrale register. De energieleverancier trekt deze data periodiek binnen voor de administratieve afwikkeling.

Eerst de balans opmaken. Binnen de salderingsruimte worden afname en invoeding tegen elkaar weggestreept tot het nulpunt is bereikt op de jaarfactuur. Pas bij een overschot aan de productiezijde treedt de berekening van de terugleververgoeding in werking. Leveranciers passen hun eigen, vaak variabel vastgestelde tarieven toe op dit overschot, een proces dat voortvloeit uit de contractuele afspraken tussen de eindgebruiker en de marktpartij. De verwerking resulteert uiteindelijk in een creditpost op de jaarafrekening. Het is een volledig geautomatiseerde cyclus van meting, validatie en financiële verrekening.


Varianten in tariefstelling en dynamiek

Er bestaat geen universeel tarief voor de terugleververgoeding. De markt is verdeeld. Leveranciers hanteren vaak een 'redelijke terugleververgoeding', een rekbaar begrip dat door de Autoriteit Consument & Markt (ACM) wordt gemonitord om te voorkomen dat vergoedingen tot nul dalen. Soms is dit een vast bedrag per kilowattuur voor de duur van het contract. Vaak is het variabel. Bij dynamische energiecontracten is de variatie extreem; de vergoeding volgt daar de spotmarkt van de EPEX-beurs. Op zonnige middagen met weinig vraag kan de vergoeding zelfs omslaan in een negatieve waarde. Dan betaalt de producent voor de invoeding. Een bizarre prikkel.

Het onderscheid met salderen

Verwarring troef. Salderen en de terugleververgoeding zijn twee verschillende financiële stromen die vaak op één hoop worden gegooid. Salderen is de 1-op-1 wegstreping van afname tegen opwek tot het nettoverbruik nul bereikt. De terugleververgoeding start pas daarna. Het is de vergoeding voor het 'kale' overschot. Geen energiebelasting. Geen btw-teruggave over de stroomprijs. Slechts de pure marktwaarde van de elektriciteit, die in de praktijk fors lager ligt dan het integrale leveringstarief dat de consument voor afname betaalt.

Terugleverkosten als schaduwvariant

Sinds de energiemarkt onder druk staat door de grote hoeveelheid zonnestroom, is er een nieuwe variant opgedoken: de terugleverkosten. Dit is feitelijk het spiegelbeeld van de vergoeding. Waar de vergoeding de opwekker beloont voor het overschot, zijn de terugleverkosten een heffing voor de belasting van het elektriciteitsnet. Deze kosten worden vaak berekend in staffels. Hoe meer een installatie teruglevert, hoe hoger de vaste kostenpost op de factuur. Dit mechanisme dwingt vastgoedeigenaren om niet alleen te kijken naar maximale productie, maar vooral naar maximale gelijktijdigheid van opwek en verbruik.


Praktijkvoorbeelden van teruglevering

De werking van de terugleververgoeding wordt pas echt zichtbaar op de jaarlijkse eindafrekening. Hieronder volgen enkele scenario's die de dagelijkse praktijk illustreren.

  • De vakantieperiode: Een gezin verblijft drie weken in Frankrijk. In Nederland is het stralend weer. De woning verbruikt nagenoeg niets, enkel de koelkast slaat af en toe aan. De zonnepanelen produceren ondertussen honderden kilowatturen die direct het net op gaan. Aan het einde van het jaar blijkt dat deze piekperiode heeft gezorgd voor een overschot boven de salderingsgrens. Voor dit specifieke overschot keert de leverancier de afgesproken terugleververgoeding uit.
  • Het onbenutte bedrijfsdak: Een aannemer heeft zijn werkplaats volgelegd met PV-panelen. Gedurende de werkweek wordt de meeste stroom direct verbruikt door elektrisch gereedschap en verlichting. Op zondag ligt het werk stil. De zon schijnt onverminderd hard op het zwarte dak. De omvormers draaien op maximaal vermogen, maar er is geen afname in het pand. De volledige opbrengst van die dag valt onder de terugleververgoeding omdat de jaarlijkse productie de consumptie ruimschoots overstijgt.
  • Negatieve prijzen bij dynamiek: Een vastgoedeigenaar heeft een dynamisch energiecontract. Het is een winderige en zonnige zondagmiddag in mei. Er is een enorm overaanbod op het stroomnet. Op de app van de energieleverancier ziet de eigenaar dat de terugleververgoeding op dat moment negatief is. In plaats van geld te ontvangen voor de geleverde stroom, moet er per kilowattuur worden bijbetaald voor de injectie op het net. De eigenaar besluit daarop handmatig de omvormers uit te schakelen om kosten te besparen.

Het draait om de balans. Een installatie die precies groot genoeg is voor het eigen verbruik, heeft zelden met de terugleververgoeding te maken. Zodra de ambitie groter is dan de eigen behoefte, worden deze centen per kilowattuur opeens een cruciale factor in de businesscase.


Wet- en regelgeving rondom teruglevering

Juridisch kader en de Elektriciteitswet

De basis voor de financiële afwikkeling van zonnestroom ligt verankerd in de Elektriciteitswet 1998. Artikel 31c is hierbij het ijkpunt. Dit artikel verplicht energieleveranciers om de door een kleinverbruiker ingevoede elektriciteit te verrekenen met de afgenomen elektriciteit. Salderen. Pas wanneer de productie de afname op jaarbasis overstijgt, dwingt de wet een vergoeding af voor het restant. De wetgever spreekt hier over een 'redelijke vergoeding'. Een abstracte term die in de praktijk door de Autoriteit Consument & Markt (ACM) nader wordt ingevuld. Geen vaste prijs per kilowattuur vanuit de overheid. Wel toezicht op de ondergrens.

De Energiewet is momenteel in voorbereiding om de verouderde Elektriciteitswet en Gaswet te vervangen. Deze nieuwe wetgeving moet de transitie naar een flexibeler netgebruik faciliteren. Voor de terugleververgoeding betekent dit een formele verankering van de regels voor de periode na de salderingsregeling. Marktwerking krijgt hierbij de voorkeur boven strakke prijsregulering.

Toezicht en fiscale aspecten

De ACM speelt een cruciale rol als scheidsrechter. Via de 'Beleidsregel redelijke terugleververgoeding' stelt de toezichthouder kaders vast waaraan marktpartijen zich moeten houden. Leveranciers mogen geen winst maken op de teruggeleverde stroom ten koste van de consument, maar ze mogen wel de administratieve en profileringskosten in mindering brengen. Dit verklaart de kloof tussen de marktprijs en de uiteindelijke vergoeding op de factuur.

Fiscaal bezien is de Wet belastingen op milieugrondslag (Wbm) relevant. Deze wet bepaalt dat de energiebelasting en de Opslag Duurzame Energie- en Klimaattransitie (ODE) alleen worden verrekend over de gesaldeerde hoeveelheid stroom. Over het overschot dat onder de terugleververgoeding valt, wordt geen belasting teruggegeven. Het is een kale vergoeding. Puur de waarde van het product elektriciteit, ontdaan van alle maatschappelijke opslagen. Voor de btw geldt een apart regime; particulieren die structureel meer leveren dan zij verbruiken, kunnen door de Belastingdienst in specifieke gevallen als ondernemer worden aangemerkt, al heeft de invoering van het nultarief op zonnepanelen deze administratieve druk voor velen verlicht.


De historische transitie van salderen naar vergoeding

De oorsprong van de terugleververgoeding ligt in het jaar 2004. De invoering van de salderingsregeling in de Elektriciteitswet was destijds een overzichtelijke prikkel voor een nichemarkt. Zonnepanelen waren duur. De techniek stond nog in de kinderschoenen. In die beginjaren was de mechanische Ferrarismeter de standaard in elke meterkast; een glazen kastje waarin de schijf letterlijk achteruit draaide zodra de zon scheen. Van een aparte vergoeding was geen sprake. Het net fungeerde als een gratis accu met onbeperkte capaciteit.

Rond 2012 veranderde de dynamiek op de woningmarkt en in de utiliteitsbouw. PV-systemen werden goedkoper en de rendementen stegen fors. Ineens ontstonden er situaties waarbij de jaarlijkse opwekking de eigen behoefte oversteeg. De wetgever moest reageren. Waar salderen een fysieke en later administratieve wegstreping was, werd de terugleververgoeding de financiële restpost. De invoering van de digitale slimme meter rond 2015 was hierbij de technische katalysator. Voor het eerst werden afname en invoeding in aparte registers vastgelegd, wat de weg vrijmaakte voor een gedifferentieerde bepaling van de waarde van stroom.

De afgelopen jaren verschoof de focus van stimulering naar marktconformiteit. De 'redelijke vergoeding' werd een twistpunt tussen consumentenorganisaties en energieleveranciers. Aanvankelijk boden sommige leveranciers nog vergoedingen die dicht bij de marktprijs lagen, inclusief opslagen. Dat hield geen stand. De groeiende onbalans op het net en de periodieke overschotten op zonnige dagen dwongen de sector naar een model waarbij de vergoeding werd gestript tot de kale inkoopwaarde. De meest recente ontwikkeling in deze geschiedenis is de koppeling aan dynamische prijzen, een scenario dat tien jaar geleden nog ondenkbaar was voor de gemiddelde eindgebruiker.


Vergelijkbare termen

Slimme meter | Zonne-energie | Salderingsregeling

Gebruikte bronnen: