De feitelijke uitvoering van de salderingsregeling berust op een administratieve cyclus die synchroon loopt met het facturatiejaar van de energieleverancier. Het begint bij de meter. Een bidirectionele meetinrichting in de meterkast houdt nauwgezet twee afzonderlijke registers bij: de afname van het openbare net en de teruglevering daarvan door de decentrale opwekinstallatie. Cruciaal hierbij is de koppeling met het landelijke registratiesysteem via het portaal energieleveren.nl, waar de kleinverbruiksaansluiting als producerend moet staan aangemerkt. Zonder die vink vindt er geen verrekening plaats. De energieleverancier verzamelt gedurende twaalf maanden de meterstanden en past op de jaarlijkse eindafrekening een rekensom toe waarbij de teruggeleverde kilowatturen één-op-één worden afgetrokken van de afgenomen kilowatturen. Dit gebeurt op het niveau van de totale leveringsprijs, inclusief de energiebelasting en de opslag duurzame energie, waardoor de meterstanden effectief tegen elkaar worden weggestreept tot het verbruik het nulpunt bereikt.
Indien de jaarlijkse productie de eigen afname overstijgt, treedt een secundair proces in werking waarbij de leverancier een redelijke terugleververgoeding uitkeert voor het resterende saldo. Dit proces verloopt volledig geautomatiseerd via de digitale datastroom tussen de netbeheerder en de marktpartijen. De administratieve afhandeling beperkt zich tot het saldo op de jaarnota. Geen maandelijkse verrekening. Het overschot wordt na saldering gefactureerd tegen het afgesproken kale leveringstarief, waarbij de fiscale componenten buiten beschouwing blijven zodra de grens van het eigen verbruik is gepasseerd.
Een zonovergoten dinsdagmiddag in juni. De bewoners zijn naar hun werk, de vaatwasser staat uit en de omvormer op zolder draait op vol vermogen. De installatie produceert 4 kW, terwijl het stand-by verbruik in huis slechts 0,2 kW bedraagt. De rest? Die vloeit direct het openbare net op. In december, tijdens een donkere kerstavond, verbruikt datzelfde huishouden veel stroom voor verlichting en de oven. Dankzij de salderingsregeling fungeert de jaarnota als een weegschaal: de overtollige kilowatturen uit juni worden één-op-één afgetrokken van het verbruik in december. De meterstand loopt administratief gezien weer terug naar het beginpunt.
Een woningeigenaar met een kleinverbruikersaansluiting van 3x25 Ampère heeft het dak volgelegd met 20 panelen. De jaaropbrengst tikt de 7.500 kWh aan. Het eigen verbruik van het gezin ligt echter op 4.000 kWh. Hier wordt de harde grens van de regeling zichtbaar. Voor de eerste 4.000 kWh ontvangt de eigenaar de volledige prijs inclusief energiebelasting en btw. De overige 3.500 kWh vallen buiten de saldering. De energieleverancier keert hiervoor slechts een fractie van de prijs uit, de zogenaamde kale terugleververgoeding. Overschot loont, maar aanzienlijk minder dan de eigen besparing.
Een installateur levert een systeem op, maar de klant vergeet de aanmelding bij de netbeheerder via energieleveren.nl. De slimme meter ziet de stroom wel degelijk terugvloeien naar het net, maar de administratieve koppeling ontbreekt. De jaarafrekening komt binnen. Tot grote schrik van de bewoner wordt elk verbruikt kilowattuur volledig in rekening gebracht, zonder aftrek van de opwek. De leverancier weigert met terugwerkende kracht te salderen omdat de wettelijke registratieplicht niet is nageleefd. Geen registratie betekent geen verrekening, hoe zonnig het jaar ook was.
Tijdens het koken op een inductiekookplaat om 12:00 uur 's middags wordt er 3 kW gevraagd. Tegelijkertijd leveren de panelen precies 3 kW. In dit scenario passeert er geen enkele elektron de hoofdmeter naar buiten of binnen. Dit heet fysieke saldering. Voor de fiscus en de leverancier bestaat deze stroom niet; het is 'gratis' energie die nooit op de factuur verschijnt. Pas als de zon even achter een wolk verdwijnt en de panelen terugvallen naar 1 kW, wordt de resterende 2 kW van het net getrokken en begint de administratieve teller te lopen.
De juridische basis van de salderingsregeling ligt verankerd in artikel 31c van de Elektriciteitswet 1998. Een dwingend voorschrift. Energieleveranciers zijn hierdoor wettelijk verplicht om de door een kleinverbruiker opgewekte elektriciteit die in het elektriciteitsnet is ingevoed, te verrekenen met de aan diezelfde verbruiker geleverde elektriciteit. De wet kent geen genade voor de administratieve grillen van marktpartijen; de verrekening moet plaatsvinden op de jaarnota. Dit betreft niet alleen het kale leveringstarief. Ook de energiebelasting en de Opslag Duurzame Energie (ODE) vallen onder dit regime conform de Wet belastingen op milieugrondslag. Het is een fiscale uitzonderingspositie. Een privilege voor de kleinverbruiker.
De Autoriteit Consument & Markt (ACM) fungeert als scheidsrechter. Zij zien toe op de uitvoering van de regeling en bewaken het concept van de 'redelijke terugleververgoeding'. Wanneer het saldo negatief uitvalt — de productie is groter dan het verbruik — stelt de Elektriciteitswet dat de leverancier een vergoeding moet bieden die in verhouding staat tot de marktprijs. Geen willekeur. De Netcode elektriciteit stelt daarbij technische randvoorwaarden aan de meetinrichting. Een analoge meter met een draaischijf is juridisch gezien nog toegestaan voor saldering, mits deze technisch in staat is achteruit te lopen, al dwingt de wetgeving bij vervanging vaak naar een digitale, bidirectionele variant. De administratieve aanmeldplicht in het landelijke register, gebaseerd op de algemene voorwaarden voor aansluiting en transport, is geen optie maar een voorwaarde voor het recht op verrekening.
De kiem van de salderingsregeling ligt in 2004. Een politiek besluit om de vastgelopen markt voor zonnepanelen open te breken. De wetgever wijzigde destijds de Elektriciteitswet 1998 om kleinverbruikers een krachtig financieel perspectief te bieden, waarbij de meterkast feitelijk het administratieve middelpunt van de energietransitie werd. In die vroege jaren was de techniek echter leidend boven de wetgeving. De klassieke Ferraris-meter, herkenbaar aan de mechanische draaischijf, kende namelijk geen technisch onderscheid tussen afname en teruglevering. Hij liep simpelweg fysiek achteruit zodra de zon scheen en de opwek het eigen verbruik oversteeg. Wat begon als een technisch automatisme van verouderde analoge meters, werd door de overheid gecodificeerd tot een formeel fiscaal instrument.
Naarmate de kostprijs van fotovoltaïsche systemen na 2010 hard daalde, verschoof de focus. Van pure stimulering naar een verhit debat over netbelasting en de verdeling van maatschappelijke kosten. De regeling bleef decennialang overeind. Ondanks herhaaldelijke rapporten die wezen op overstimulering door de scherp gedaalde investeringskosten voor de eindgebruiker. Het Energieakkoord van 2013 bood de sector een broodnodige periode van rust en zekerheid. Pas met de grootschalige, verplichte uitrol van de slimme meter transformeerde de registratie van een mechanisch proces naar een digitale data-uitwisseling tussen netbeheerder en leverancier. Dit maakte de weg vrij voor een nauwkeurige scheiding tussen de diverse fiscale componenten. De recente politieke strijd rondom de beoogde afbouw markeert een kantelpunt. De transitie van een ongebreidelde groeifase naar een marktmodel waarin netstabiliteit, batterijopslag en direct zelfverbruik de nieuwe technische standaard vormen.
Pure-energie | Gaslicht | Vattenfall | Consuwijzer | Dijkman | Samenom | Eigenhuis | Nederlandsezonnepanelen | Zelfstroom