Spuitapparatuur

Laatst bijgewerkt: 07-01-2026


Definitie

Mechanische werktuigen die vloeistoffen, coatings of granulaten door middel van druk vernevelen voor een gelijkmatige applicatie op oppervlakken.

Omschrijving

In de utiliteitsbouw en woningbouw is spuitapparatuur de standaard voor efficiënte oppervlaktebehandeling. Het systeem vervangt de traditionele kwast en roller, waarbij snelheid de grootste winstpakker is. Of het nu gaat om latex op strak gestucte wanden of brandwerende coatings op complexe staalconstructies, de dekking moet constant zijn. De installatie bestaat doorgaans uit een pompunit, transportslangen en een spuitpistool met verwisselbare nozzles. De voorbereiding, zoals het zorgvuldig afplakken van niet te behandelen delen, bepaalt bij spuitwerk vaak de uiteindelijke kwaliteit van het resultaat.

De uitvoering van de spuittechniek

De dynamiek van de verneveling

De kern van de techniek draait om het omzetten van vloeistof in een gecontroleerde nevel. De pomp bouwt druk op. Hierdoor wordt het materiaal door de slang naar de spuitkop getransporteerd. Bij het verlaten van de nozzle vindt de eigenlijke atomisatie plaats. De opening van de spuitkop bepaalt hierbij zowel de breedte van de spuitwaaier als de totale hoeveelheid doorlaat. Een constante drukinstelling is essentieel; alleen dan vormt de vloeistofstroom een uniform patroon zonder haperingen.

Tijdens de applicatie wordt het pistool op een vaste afstand van de ondergrond gehouden, doorgaans variërend tussen de vijfentwintig en dertig centimeter. De beweging verloopt in strakke banen. Om aanzetstrepen te voorkomen en een egale laagdikte te garanderen, wordt in de praktijk een overlap van ongeveer vijftig procent bij elke volgende baan gehanteerd. Het pistool moet loodrecht op het vlak blijven staan. Zwenkbewegingen veroorzaken namelijk een ongelijkmatige dekking aan de randen van het spuitpatroon, wat de technische integriteit van de coating kan aantasten.

Het proces eindigt met het reinigen van het systeem. Men spoelt een geschikt oplosmiddel of water onder druk door de leidingen en de pompunit. Dit voorkomt uitharding van restmaterialen in de gevoelige onderdelen van de installatie. De nauwkeurigheid van het resultaat valt of staat met de balans tussen de viscositeit van het materiaal en de gekozen drukinstelling op de unit. Bij dikkere coatings vereist de pomp meer kracht om de vloeistof door de vernevelaar te persen, terwijl dunne lakken een fijnere afstelling verlangen om nevelvorming in de omgeving te beperken.


Classificaties naar verstuivingsprincipe

De keuze voor een specifieke installatie hangt nauw samen met de viscositeit van het materiaal en de vereiste afwerkingsgraad op de bouwplaats. Airless systemen vormen de ruggengraat van de grootschalige woningbouw. Hierbij wordt de vloeistof puur door hydraulische druk, zonder toevoeging van lucht, door een nauwe spuitopening geperst. Dit resulteert in een hoge opbrengst. Ideaal voor latex op wanden of dikkere coatings op staal. Snelheid is hier de troef. Echter, bij fijn lakwerk aan kozijnen schiet dit systeem soms zijn doel voorbij door de grove verneveling.

HVLP en Aircoat

Voor precisiewerk grijpt de vakman naar HVLP (High Volume Low Pressure). Deze techniek gebruikt een groot volume aan lucht bij een lage druk om de lak te verstuiven. Het resultaat? Een uiterst fijn spuitbeeld met minimale overspray. Rendement op materiaal is hier belangrijker dan pure snelheid. Een hybride variant is de Aircoat-techniek, ook wel luchtondersteund airless genoemd. Een relatief lage materiaaldruk wordt gecombineerd met een kleine hoeveelheid perslucht aan de rand van de spuitstraal. Dit vlakt de randen van het spuitpatroon af. De perfecte balans tussen de brute kracht van airless en de verfijning van luchtverneveling.

  • Pneumatische spuiten: De klassieke methode met een externe compressor, vaak ingezet in werkplaatsen voor kleinseriewerk.
  • Wormpompen: Specifiek voor pasteuze materialen zoals dunpleister of decoratieve mortels waarbij verpompbaarheid cruciaal is.
  • Heated spray: Systemen die de coating verwarmen om de viscositeit te verlagen zonder verdunning toe te voegen.

Er bestaat vaak verwarring tussen spuitapparatuur en eenvoudige lagedrukspuiten voor impregneermiddelen. Waar de laatste slechts vloeistof verdeelt, moet professionele spuitapparatuur de oppervlaktespanning van de coating daadwerkelijk doorbreken voor een homogene filmvorming. Het onderscheid zit in de pompconstante. Zonder stabiele druk geen strakke finish. Een machine die hapert, levert direct visuele gebreken op in het eindresultaat.


Praktijksituaties en toepassingen

Grootschalige wandafwerking in de utiliteitsbouw

Een lege parkeergarage of een nieuw kantoorpand van drieduizend vierkante meter. De muren schreeuwen om een opfrisbeurt. De vakman installeert zijn Airless-systeem, trekt de spuitlans en in een vloeiende zwaai verdwijnt het grauwe beton onder een dekkende laag muurverf. Snelheid regeert hier. Geen aanzetten, geen rolstructuur, gewoon meters maken. Het sissende geluid van de nozzle is het enige wat de stilte in de grote ruimte doorbreekt.

Brandwerende bescherming van staalconstructies

Bij een staalbouwer in de loods. Zware HEA-profielen liggen klaar voor de brandwerende behandeling. Hier geen fijne nevel. De pomp kreunt onder de druk die nodig is om de pasteuze, dikke coating door de nozzle te jagen. Elke micrometer telt voor de uiteindelijke brandveiligheid van het gebouw. De spuitgast controleert met een laagdiktemeter constant de natte laag; precisie in een industriële setting.

Fijn lakwerk in de particuliere sector

Detailwerk aan een luxe villa. De schilder kiest voor HVLP-apparatuur voor de houten binnendeuren en geprofileerde architraten. Een uiterst fijne nevel strijkt neer op het hout. De lak vloeit strak uit zonder zakkers of sinaasappeleffect. Omdat de druk laag is, blijft de overspray beperkt. De rest van de kamer hoeft niet hermetisch te worden afgeplakt, wat tijd en materiaal bespaart. Chirurgisch schilderen op de vierkante centimeter.

Mechanische wandafwerking met dunpleister

De stukadoor rolt zijn wormpomp de nieuwbouwwoning in. Geen gesjouw met zakken gips en zware kuipen. De machine transporteert de dunpleister direct vanuit de zak naar de spuitkop. In een fractie van de tijd die handmatig opzetten kost, is de kalkzandsteen wand bedekt met een egale laag. Een snelle slag met de spaan eroverheen en de muur is behang- of sausklaar. Mechanisatie die de fysieke belasting drastisch verlaagt.


Machineveiligheid en Europese richtlijnen

De dwingende kaders van de Machinerichtlijn

Spuitapparatuur valt onherroepelijk onder de Europese Machinerichtlijn 2006/42/EG. Veiligheid is geen optie. Elke unit moet voorzien zijn van een CE-markering; dit is het bewijs dat de fabrikant voldoet aan de fundamentele gezondheids- en veiligheidseisen. De risico's zijn fors. Denk aan injectieletsel door extreem hoge druk. Een technisch mankement aan een hogedrukslang of een defecte beveiliging op het spuitpistool leidt direct tot gevaarlijke situaties op de werkvloer. Fabrikanten leveren daarom verplicht een conformiteitsverklaring en een Nederlandstalige handleiding mee waarin de grenzen van veilig gebruik staan beschreven.

Drukapparatuur. Wanneer de werkdruk boven de 0,5 bar uitkomt, kan ook de Richtlijn Drukapparatuur (PED) relevant worden voor specifieke onderdelen van de installatie zoals drukvaten of accumulatoren. Periodieke keuringen zijn noodzakelijk. Een verwaarloosde pomp is een tikkende tijdbom.


Explosieveiligheid en ATEX-zonering

Gevaar in de nevel

Verneveling van brandbare vloeistoffen creëert een explosieve atmosfeer. Dampen vermengen zich met lucht. Eén vonk is genoeg. De ATEX 114-richtlijn (voor apparatuur) en ATEX 153-richtlijn (voor de werkomgeving) zijn hier de leidraad. Apparatuur die wordt ingezet in ruimtes waar brandbare coatings worden verspoten, moet intrinsiek veilig zijn uitgevoerd. Dit betekent vaak een specifieke aarding van de installatie om statische elektriciteit af te voeren. Vonkvrije pompen. Geleidende slangen. De gebruiker moet de zone-indeling van de werkplek kennen voordat de machine wordt ingeschakeld; onwetendheid is bij spuitwerk levensgevaarlijk.


Milieuaspecten en emissienormen

VOS-reductie en het Activiteitenbesluit

De uitstoot van vluchtige organische stoffen (VOS) ligt onder een vergrootglas. De wetgeving dwingt tot efficiëntie. Het Activiteitenbesluit milieubeheer, tegenwoordig opgegaan in de Omgevingswet, stelt eisen aan de emissie naar de buitenlucht. Spuitapparatuur moet daarom voldoen aan de Best Beschikbare Technieken (BBT). Dit bevordert het gebruik van systemen met een hoog overdrachtsrendement, zoals HVLP- of Aircoat-systemen, die minder overspray genereren dan traditionele luchtverneveling. Minder afval. Schonere lucht. Bedrijven moeten vaak een administratie bijhouden van het oplosmiddelenverbruik om aan te tonen dat zij binnen de wettelijke grenswaarden blijven.


Arbeidsomstandigheden en blootstelling

Bescherming van de spuitgast

De Arbowet is glashelder over blootstelling aan nevel en dampen. De werkgever moet de arbeidshygiënische strategie volgen. Eerst de bron aanpakken. Kan het materiaal minder schadelijk? Zo niet, dan technische maatregelen zoals afzuigwanden of spuitcabines met voldoende luchtverversing. Pas als laatste redmiddel komen de persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM's) in beeld. Een volgelaatsmasker met de juiste filters is vaak onvermijdbaar bij professioneel spuitwerk. Ook fysieke belasting telt mee; de trillingen van de pomp en het gewicht van de lansen vallen onder de ergonomische richtlijnen van de Arbodienst. Lange dagen. Statische houding. Gezondheid is meer dan alleen het filteren van dampen.


Historische ontwikkeling van spuittechniek

De oorsprong van de huidige spuitapparatuur ligt in de negentiende eeuw. Verrassend genoeg niet in de bouw, maar in de landbouw en de geneeskunde. Joseph Binks ontwikkelde in 1887 de eerste handbediende machine voor het verspuiten van witkalk. De muren van de Wereldtentoonstelling in Chicago moesten wit. Snel. Kwasten was geen optie meer. Dit markeerde het begin van de mechanische oppervlaktebehandeling in de architectuur.

De echte technologische versnelling vond plaats in de jaren twintig van de vorige eeuw. De opkomst van de automobielindustrie eiste snellere droogtijden. DeVilbiss paste de medische vernevelaar aan voor industrieel gebruik. Perslucht werd de standaard. In de bouwsector bleef de adoptie van deze technieken echter beperkt tot de naoorlogse wederopbouw, toen de vraag naar efficiëntie in de woningbouw explodeerde.

Een cruciale innovatie volgde in 1958. Graco introduceerde de airless spuittechniek. Geen perslucht meer om de vloeistof te vernevelen, maar pure hydraulische druk. Dit verhoogde de snelheid en verminderde de nevelwolk aanzienlijk. In de jaren tachtig en negentig verschoof de focus onder druk van milieuwetgeving naar overdrachtsrendement. HVLP-systemen kwamen op om de verspilling van dure coatings tegen te gaan. De laatste decennia kenmerken zich door de opkomst van de wormpomp voor pasteuze materialen en de recente integratie van accutechnologie, waardoor de vakman niet langer gebonden is aan een stationair stroompunt op de bouwplaats.


Gebruikte bronnen: