De uitvoering begint bij de muur zelf. Er worden op berekende afstanden kassen in het metselwerk gehakt. In deze nissen vindt de plaatsing van de schroefstempel plaats, waarbij de voet meestal rust op een stalen verdeelplaat of een tijdelijke onderslagbalk die de krachten naar de nieuwe fundering of een hulpconstructie geleidt. De spindel wordt vervolgens handmatig uitgedraaid. Krachtsoverdracht door druk. Zodra de stempelkop de bovenzijde van de nis raakt, wordt de spanning gecontroleerd verhoogd totdat de bovenliggende muursectie technisch gezien niet meer op de oude fundering rust. Het pand hangt nu.
Terwijl de oude fundering wordt weggebroken of gepasseerd door nieuwe paalsystemen, dragen deze compacte elementen de volledige verticale belasting over op de tijdelijke ondersteuning, waarbij de statische balans van het gebouw volledig afhankelijk is van de mechanische weerstand van de stalen spindels. De stempels blijven in positie tijdens het storten van de nieuwe funderingsbalken. Ze fungeren als vaste draagpunten in een dynamische bouwput. Na het uitharden van de nieuwe betonconstructie wordt de ruimte in de kas vaak ondersabeld met krimpvrije mortel. De last vloeit terug. Pas wanneer de verbinding tussen de nieuwe fundering en de bestaande muur volledig dragend is, wordt de schroefstempel weer ingedraaid en uit de nis verwijderd.
Niet elke nis is gelijk. De schroefstempel voor funderingsherstel onderscheidt zich primair door zijn tonnage en de minimale inbouwhoogte. Staal op staal. Je vindt modellen die beginnen bij een bescheiden 200 millimeter, essentieel voor situaties waar de ruimte in de gevel beperkt is. Andere varianten reiken tot 400 of zelfs 500 millimeter voor diepere kassen in zwaar metselwerk. De wanddikte van de buis en de kwaliteit van het staal bepalen hierbij of een stempel 50, 100 of zelfs 200 kilonewton kan dragen. Het is een kwestie van aslast.
Hoewel de term 'vijzel' vaak valt, is er een wezenlijk technisch onderscheid met hydraulische systemen. De mechanische schroefstempel is passief en borgend. Waar een hydraulische vijzel wordt ingezet om een verzakt pand actief omhoog te persen, fungeert de schroefstempel als de onwrikbare zekering die de bereikte positie mechanisch vastlegt. Geen risico op lekkende olie of drukverlies. De schroefdraad is bij de zwaardere varianten vrijwel altijd uitgevoerd als trapeziumdraad. Waarom? Omdat deze vorm minder gevoelig is voor vervuiling en onder extreme belasting minder snel vastvreet dan een standaard metrische draad.
De voet en de kop van de stempel maken het verschil in de praktijk. We zien grofweg drie varianten:
Er bestaat soms verwarring met de reguliere bouwstempel (schroefstut). Gebruik die nooit voor dit werk. Een gewone bouwstempel is ontworpen voor lengte en lichte belasting over verdiepingshoogtes, terwijl de funderingsstempel is gebouwd voor brute kracht op de korte afstand. Het materiaal is dikwandiger. De spindel is korter. Alles is gericht op het voorkomen van de kleinste deformatie onder het gewicht van een volledig pand.
Stel je een verzakte hoekwoning voor in een oude stadskern. De houten fundering is vergaan. In de gevel zijn gaten gehakt, net groot genoeg voor een schoenendoos. Hier zie je de schroefstempel aan het werk. Terwijl de nieuwe stalen buispalen de grond in gaan, houdt deze korte krachtpatser de bakstenen op hun plek. Hij staat daar, onverzettelijk tussen de tijdelijke stalen balk en het oude metselwerk. Je ziet de spanning op de draad staan. Staal op staal. De druk is immens.
Bij het uitdiepen van een souterrain kom je ze ook tegen. De muren moeten blijven staan terwijl de grond eronder wordt weggegraven. De schroefstempels fungeren hier als tijdelijke pootjes. Ze staan op een rij, precies uitgelijnd. Een vakman draait met een breekijzer de moer aan tot het geluid van het staal verandert. De muur 'hangt' nu op de stempels. Dit is het kritieke punt waar de oude constructie de nieuwe werkelijkheid ontmoet. Terwijl de betonwagen buiten staat te draaien en de nieuwe fundering wordt gestort, blijven de stempels de enige barrière tussen een stabiel gebouw en een catastrofale verzakking.
In een smalle steeg tussen twee monumentale panden is geen ruimte voor zware stempelsystemen. De schroefstempel voor funderingsherstel is hier de enige optie. Compact. Mechanisch betrouwbaar. Geen slangen of pompen die in de weg liggen. Slechts een paar honderd millimeter staal die voorkomen dat het buurpand schade oploopt tijdens de ontgraving. Het is precisiewerk in de modder. De stempel geeft geen krimp.
Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) vormt de juridische basis voor elke ingreep in de fundering. Veiligheid is hier geen optie, maar een keiharde eis. Tijdens het proces van funderingsherstel, waarbij de schroefstempel de dragende functie van het metselwerk overneemt, moet de constructieve stabiliteit te allen tijde gewaarborgd blijven. Dit betekent dat de tijdelijke hulpconstructie moet voldoen aan de belastingsfactoren zoals omschreven in de Eurocodes. Specifiek zijn NEN-EN 1990 (Grondslagen van het constructief ontwerp) en NEN-EN 1991 (Belastingen op constructies) leidend voor het bepalen van de krachten die op de stempels komen te staan.
Geen aannemer mag op eigen houtje kassen hakken zonder een goedgekeurd werkplan. De constructeur berekent de optredende krachten en bepaalt de minimale tonnage van de schroefstempel. Het gaat hier niet alleen om het gewicht van de gevel, maar ook om de veiligheidsmarges die de normering voorschrijft. Hoewel er voor deze specifieke korte schroefstempels geen eigen productnorm bestaat zoals de NEN-EN 1065 voor uitschuifbare bouwstempels, wordt in de praktijk vaak teruggegrepen op de materiaaleisen uit de staalnormen om de bezwijkdruk te garanderen.
De zorgplicht uit de Arbowet dwingt de uitvoerder bovendien tot het creëren van een veilige werkplek onder de 'hangende' gevel. Inspecties op vervorming van de stempels zijn hierbij een vast onderdeel van het veiligheidsprotocol.
In de praktijk wordt vaak de CUR-richtlijn 223 gehanteerd voor funderingsherstel. Dit is weliswaar geen wet, maar geldt in de bouwsector als de stand der techniek (best practice). Wie hiervan afwijkt, moet van goeden huize komen om bij schade aan te tonen dat er conform de regelen der kunst is gewerkt. De relatie tussen de schroefstempel en de wetgeving is dus indirect maar dwingend: de stempel is het instrument om aan de wettelijke stabiliteitseisen te voldoen tijdens een kritieke bouwfase.
Funderingstechniek in de Nederlandse delta was oorspronkelijk een ambacht van hout en brute kracht. Waar men vroeger met eikenhouten wiggen en zware balken probeerde de gevels 'op spanning' te zetten, dwong de toenemende complexiteit van stadsvernieuwing tot mechanische innovatie. De schroefstempel voor funderingsherstel vond zijn oorsprong in de behoefte aan een fail-safe systeem. Hydrauliek was in de vroege twintigste eeuw al beschikbaar, maar voor langdurige ondersteuning in krappe kassen bleek de mechanische schroefdraad betrouwbaarder. Geen risico op drukverlies door lekkende pakkingen. Staal op staal bleef de norm.
De technische evolutie versnelde aanzienlijk in de jaren '70 en '80 van de vorige eeuw. De grootschalige aanpak van paalrot in historische stadscentra vereiste gereedschap dat extreem compact was, maar tegelijkertijd tientallen tonnen kon dragen zonder te vervormen. De introductie van trapeziumdraad markeerde hierbij een cruciaal punt. Deze robuuste draadvorm is ongevoelig voor het gruis en de mortelresten die inherent zijn aan het werken in een uitgehakte muurnis. Wat begon als een aangepaste machinekrik, ontwikkelde zich tot het specifieke, dikwandige stalen element dat we vandaag kennen als de funderingsstempel. Het ontwerp is in essentie simpel gebleven omdat eenvoud in de modder van een funderingsput de grootste garantie voor veiligheid biedt.
Parallel aan de fysieke ontwikkeling van het staal liep de regulering van het werkproces. In de vroege dagen van het funderingsherstel was de uitvoering vaak gebaseerd op de 'ervaren blik' van de meesterknecht, maar met de komst van strengere constructieve normen en de eerste CUR-richtlijnen werd de schroefstempel onderdeel van een berekend systeem. De verschuiving van incidentele reparaties naar systematisch herstel van complete huizenblokken maakte een standaardisatie van de stempelhoogtes noodzakelijk. Hierdoor ontstond de huidige differentiatie tussen de zeer lage 200 mm varianten voor beperkte werkhoogte en de hogere spindels voor zwaardere constructies. Het gereedschap volgde de rekenmethode.