Het hanteren van een regel draait om de directe interactie tussen de strakke zijde van het instrument en de onregelmatigheid van het te bewerken oppervlak. Bij het afreien rust de regel doorgaans op twee vaste punten, zoals stalen buizen of houten latten, die de definitieve hoogte van de vloer markeren. De vakman voert een zijwaartse, zigzaggende beweging uit terwijl hij de regel naar zich toe trekt. Zo snijdt het profiel door de nog plastische massa. Materiaal hoopt zich op. Overtollige specie wordt naar voren geschoven naar de nog ongevulde delen, terwijl kuilen direct aan het licht komen.
Precisie vereist beheersing. Soms fungeert de regel louter als controlemiddel. Men plaatst de rechte zijde verticaal, horizontaal of diagonaal tegen een wand om afwijkingen in het stucwerk op te sporen. Zodra er licht tussen de regel en de ondergrond zichtbaar is, voldoet het vlak niet aan de gestelde toleranties. Bij grotere wanden wordt de regel bovendien over stucprofielen geleid om een constante laagdikte te waarborgen. Het proces herhaalt zich. Men blijft strijken totdat de weerstand over de gehele lengte van het profiel constant aanvoelt en de visuele controle geen kieren meer vertoont.
De moderne bouwplaats wordt gedomineerd door de aluminium rei. Dit holle profiel is licht en vormvast. Interne verstevigingsribben voorkomen tordering, zelfs bij een lengte van vijf meter. Soms is een dergelijke regel voorzien van handvatten of eindkappen om indringing van specie te voorkomen. Voor fijngevoelig stucwerk grijpt de vakman vaak naar de h-rei. De specifieke vorm van dit profiel laat de vingers rusten in de holte van de 'h', wat maximale controle geeft over de uitgeoefende druk op de wand.
Hout is de klassieker. Een kaarsrechte vuren of meranti lat wordt nog steeds als regel gebruikt bij kleinschalig werk of wanneer een profiel ter plekke op maat gezaagd moet worden. Na afloop verdwijnt deze vaak in de container. Een luxere variant is de waterpasrei. Hierbij zijn een of meerdere libellen in het aluminium profiel geperst. Het combineert twee handelingen: het vlakken en het direct controleren van het afschot of de verticaliteit. Geen gedoe met een losse waterpas op een rei; het instrument is de maatstaf zelf.
In de praktijk worden de termen 'regel', 'rei' en 'afreilat' kriskras door elkaar gebruikt. Technisch gezien is de rei vaak het gereedschap en de regel de lat, maar die grens is fluïde. Er is echter een essentieel verschil met de regel in de timmermanskunst. In die context is een regel geen gereedschap, maar een constructief, horizontaal houten lid in een frame of houtskelet. Waar stijlen verticaal staan, vormen regels de horizontale verbindingen. Een regel (gereedschap) wordt gebruikt om een wand vlak te maken; een regel (materiaal) is onderdeel van de wand zelf. De context bepaalt hier de functie.
Stel: een strakke wand moet worden voorbereid voor een glazen spatwand. Elke afwijking betekent dat het glas niet aansluit of, erger nog, onder spanning komt te staan. De vakman zet een aluminium rei verticaal tegen de muur en schuift deze zijwaarts. Hij kijkt naar de spleet tussen het profiel en het stucwerk. Waar strijklicht doorheen glipt, zit een oneffenheid. Potloodlijnen markeren de plek voor de laatste correctie.
In een aanbouw knielt de vloerenlegger bij twee evenwijdig geplaatste stalen buizen. Dit zijn de afreilatten. Hij pakt een drie meter lange regel en trekt deze met een zigzaggende beweging over de buizen. De specie hoopt zich op voor de rand van de rei. Waar gaten vallen, gooit hij een extra schep mortel. Zo ontstaat een perfecte basis voor de afwerkvloer.
Een timmerman bouwt een scheidingswand in houtskeletbouw. De stijlen staan al. Nu zaagt hij vuren latten op maat die precies tussen de staanders passen. Deze horizontale regels schroeft hij vast op borsthoogte. Dit geeft de wand niet alleen verband en stijfheid, maar dient later ook als stevig bevestigingspunt voor een zware wastafel of een radiator.
De inzet van een regel als controlemiddel is direct gekoppeld aan de NEN 2747. Deze norm classificeert de vlakheid en golvendheid van vloer- en wandoppervlakken in verschillende klassen. Het instrument is de fysieke vertaling van deze abstracte eisen. Zonder een geijkte rei kan een vakman immers niet aantonen dat een wand voldoet aan klasse 1 voor zeer vlakke afwerkingen. Het gaat om millimeters. De wetgever stelt via het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) algemene eisen aan de deugdelijkheid van constructies, maar de specifieke invulling daarvan geschiedt via deze private normen. Bij cementgebonden dekvloeren komt daar de NEN 2741 bij kijken. Deze norm beschrijft hoe de vloer moet worden gecontroleerd op vlakheid en afschot.
Voor de constructieve 'regel' in houtskeletbouw gelden de Eurocodes. Specifiek NEN-EN 1995-1-1 (Eurocode 5) bepaalt de eisen voor de berekening van houtconstructies. Een horizontale regel moet voldoende sterkte en stijfheid bieden om de belastingen over te dragen naar de stijlen. Hier is de regel geen meetinstrument, maar een onderdeel van het constructieve systeem dat aan de vigerende sterkteklassen voor hout moet voldoen. De Arbowet speelt eveneens een rol op de achtergrond. Het langdurig hanteren van zware of te korte reien in een onnatuurlijke houding kan leiden tot fysieke overbelasting. Ergonomische richtlijnen adviseren daarom vaak over de maximale lengte en het gewicht van aluminium profielen bij handmatige verwerking.
Vormvastheid was vroeger een utopie. Timmermansregels en reien werden eeuwenlang vervaardigd uit geselecteerd kwartiers gezaagd hout, vaak eiken of beuken, om werking door vocht tot een minimum te beperken. Desondanks bleef de houten regel een grillig instrument. Dagelijks schaven om de zuivere rechte lijn te behouden was noodzaak, geen luxe. De techniek veranderde pas fundamenteel met de opkomst van de aluminiumindustrie na de Tweede Wereldoorlog. Geëxtrudeerde holle profielen boden plotseling een gewichtsbesparing die handmatige verwerking van reien tot vijf meter mogelijk maakte zonder de structurele stijfheid te verliezen. De introductie van de h-rei en andere specifieke profielvormen in de jaren zeventig en tachtig volgde op de professionalisering van de stukadoorsbranche, waarbij de overgang van kalkmortels naar gipsgebonden mortels vroeg om gereedschap met een scherpere afreikant en een betere ergonomie.
De horizontale regel in het vakwerk en de vroege houtskeletbouw had oorspronkelijk een puur stabiliserende functie. Verband aanbrengen. Waar de middeleeuwse bouwmeester nog vertrouwde op zware tussenbalken en pengatverbindingen, zorgde de industriële standaardisatie van houtmaten in de negentiende eeuw voor een verschuiving. De opkomst van het 'balloon framing' en later het 'platform framing' in Noord-Amerika, die begin twintigste eeuw ook de Europese bouwmethode beïnvloedden, degradeerde de regel tot een gestandaardiseerd vurenhouten lid met vaste tussenafstanden. De functie evolueerde mee. Van puur constructieve verbinder naar een noodzakelijk achterhout voor de montage van plaatmaterialen en isolatiepakketten. De regelmatige verdeling die we nu kennen, is direct terug te voeren op de standaardmaten van gipsplaten en isolatieplaten die de naoorlogse woningbouw domineerden.