Tijdens het optrekken van het metselwerk vindt de integratie van de klezoor plaats bij de beëindiging van een muurvlak of bij hoekoplossingen. De metselaar deelt een baksteen door middel van een gecontroleerde slag met de kaphamer of gebruikt een diamantzaag voor een zuivere snede. Het element wordt direct naast de hoeksteen gepositioneerd. Deze handeling is noodzakelijk om de verticale stootvoegen in de bovenliggende lagen te laten verspringen. Zonder deze ingreep zouden de voegen boven elkaar doorlopen, wat de constructieve samenhang nadelig beïnvloedt.
In de praktijk keert de klezoor vooral terug in specifieke verbanden zoals het kruisverband of het staand verband. Hierbij fungeert de klezoor als de initiator van de verspringing in de koppenlaag. Het positioneren luistert nauw. Een fractie afwijking in de maatvoering van dit kleine brokstuk werkt door in het hele gevelvlak. Bij het metselen van neggekanten bij kozijnen wordt de klezoor ingezet om de maatvoering van het metselwerk te laten corresponderen met de dagmaat van de opening. De verwerking gebeurt altijd in de specie, waarbij de omliggende voegen uniform moeten blijven met de rest van het werk.
Praktijktip: Bij strak, modern metselwerk met dunne voegen wordt de klezoor tegenwoordig vaker gezaagd dan gehakt. Een gezaagde klezoor garandeert een snaarstrakke voeglijn die essentieel is bij minimalistische architectuur.
Metselwerk moet voldoen aan strikte eisen wat betreft stabiliteit en veiligheid. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) vormt de juridische basis voor deze technische voorschriften. In de praktijk vertaalt dit zich naar de Eurocode 6-serie, specifiek NEN-EN 1996. Deze norm schrijft voor dat stenen in een verband een minimale overlap moeten hebben. Meestal bedraagt deze overlap ten minste 40 millimeter of 0,4 maal de hoogte van de steen. De klezoor is hierbij de kritieke factor. Een te smal gehakte klezoor kan ertoe leiden dat de verspringing van de stootvoegen in het resterende muurvlak onder de wettelijke ondergrens zakt. Dit brengt de constructieve samenhang in gevaar.
De uitvoering van het metselwerk is nader vastgelegd in beoordelingsrichtlijnen zoals de BRL 2826. Hierin staat beschreven hoe pasmaten, waaronder de klezoor en drieklezoor, moeten worden verwerkt om een kwalitatief eindproduct te garanderen dat voldoet aan de eisen van het bouwtoezicht. Het gaat niet alleen om het uiterlijk. Het gaat om de krachtsafdracht van de gevel.
De Arbowetgeving speelt een dwingende rol bij de vervaardiging van klezoren op de bouwplaats. Bij het machinaal zagen van baksteen komt kwartsstof vrij. Dit is een kankerverwekkende stof die de longen onherstelbaar beschadigt. De Inspectie SZW handhaaft streng op de blootstellingsgrenzen. Het droog zagen van passtukken zonder bronafzuiging is strikt verboden. Werkgevers moeten voorzien in apparatuur met watertoevoer of hoogwaardige stofzuigsystemen om de fijnstofconcentratie te minimaliseren.
Het simpelweg 'even een steentje tikken' met de kaphamer is toegestaan, maar zodra er sprake is van seriematige productie van klezoren voor een heel project, gelden de zware veiligheidsregimes voor mechanische bewerkingen.
De klezoor is geen modern verzinsel. Al in de tijd van de kloostermoppen, toen bakstenen nog aanzienlijk groter en grilliger van vorm waren dan de huidige standaardmaten, zochten metselaars naar methoden om de hoekoplossingen constructief zuiver te krijgen. Noodzaak door statica. Zonder de introductie van een deelbaar element op de hoek liepen de verticale voegen simpelweg boven elkaar door, wat resulteerde in een zwakke muur. Het ambacht dicteerde eeuwenlang de kaphamer als enig instrument. Een trefzekere slag. De breuklijn was vaak ruw en onvoorspelbaar, wat de historische gevels hun karakteristieke, levendige textuur gaf.
Met de komst van de industriële revolutie en de standaardisatie van steenmaten zoals het Waalformaat en het Amstelformaat, veranderde de rol van de klezoor. Hij werd een vast onderdeel van de modulaire rekensom. In de negentiende eeuw werd het metselverband steeds strakker gereguleerd in voorschriften voor overheidsgebouwen en monumentale woningbouw. De toleranties werden kleiner. De introductie van de diamantzaag in de twintigste eeuw markeerde het definitieve einde van het exclusief handmatige hakwerk voor zichtwerk in de utiliteitsbouw. Waar vroeger de ervaring van de metselaar de maat bepaalde, dicteert nu de technische tekening de exacte millimeter. Esthetische perfectie verving de functionele ruwheid. Een verschuiving van puur constructief element naar een architectonisch detail dat de strakke lijnvoering van moderne gevels moet waarborgen.
Joostdevree | Nl.wikipedia | Encyclo | Berkela.home.xs4all | Wikiwand | Berghapedia | Stt | Dds-bta | Deboermetselbedrijf | Sleutelspoor