Klezoor

Laatst bijgewerkt: 21-02-2026


Definitie

Een klezoor is een op maat gehakt of gezaagd deel van een baksteen met een lengte van circa een kwart van de oorspronkelijke steenmaat, gecorrigeerd voor de voegbreedte.

Omschrijving

Metselwerk draait om ritme en logica. De klezoor is daarin de onzichtbare maatvoerder die ervoor zorgt dat het verband niet vastloopt bij de hoek. Het is het kleinste modulaire onderdeel in de gereedschapskist van de metselaar, cruciaal voor het realiseren van de noodzakelijke verspringing tussen verschillende lagen. In de praktijk wordt de klezoor direct naast de hoeksteen geplaatst om het patroon van de daaropvolgende strekkenlaag een kwart steen te verschuiven. Vakmanschap toont zich hier in de zuiverheid van de breuk. Een brokkelig kapvlak ontsiert de stootvoeg en verzwakt de hechting. Hoewel traditioneel met de kaphamer gevormd, vraagt modern, strak gevelwerk steeds vaker om machinaal gezaagde exemplaren om een constante voegvoering te garanderen.

Toepassing en verwerking

Tijdens het optrekken van het metselwerk vindt de integratie van de klezoor plaats bij de beëindiging van een muurvlak of bij hoekoplossingen. De metselaar deelt een baksteen door middel van een gecontroleerde slag met de kaphamer of gebruikt een diamantzaag voor een zuivere snede. Het element wordt direct naast de hoeksteen gepositioneerd. Deze handeling is noodzakelijk om de verticale stootvoegen in de bovenliggende lagen te laten verspringen. Zonder deze ingreep zouden de voegen boven elkaar doorlopen, wat de constructieve samenhang nadelig beïnvloedt.

In de praktijk keert de klezoor vooral terug in specifieke verbanden zoals het kruisverband of het staand verband. Hierbij fungeert de klezoor als de initiator van de verspringing in de koppenlaag. Het positioneren luistert nauw. Een fractie afwijking in de maatvoering van dit kleine brokstuk werkt door in het hele gevelvlak. Bij het metselen van neggekanten bij kozijnen wordt de klezoor ingezet om de maatvoering van het metselwerk te laten corresponderen met de dagmaat van de opening. De verwerking gebeurt altijd in de specie, waarbij de omliggende voegen uniform moeten blijven met de rest van het werk.


Maatvoeringsvarianten en de drieklezoor

In de hiërarchie van het hakwerk staat de klezoor zelden alleen. De meest voorkomende variant is de drieklezoor. Deze meet driekwart van een hele steen. Waar de klezoor een kwart-steens verspringing initieert, wordt de drieklezoor vaak gebruikt om het verband op de hoeken van de muur weer 'sluitend' te maken. Het verschil is cruciaal. Een klezoor verschuift het ritme, een drieklezoor herstelt het vaak. In verbanden zoals het staand- of kruisverband wisselen ze elkaar af om de tanding van het metselwerk zuiver verticaal te houden.

Klisklezoren en historische afwijkingen

Soms vraagt de detaillering om een andere benadering van de steenmassa. De klisklezoor is hier een voorbeeld van. Dit is een steen die niet in de lengte, maar in de breedte is gehalveerd en waarvan vervolgens een kwart is genomen. Het resultaat is een zeer smal fragment, ook wel een 'klis' genoemd. In de moderne bouw is dit element nagenoeg uitgestorven. Het hakken ervan is risicovol; de kans op ongewenste breuk is groot. In restauratieprojecten is het echter een onmisbaar type om historisch metselwerk exact te kopiëren.

De valse klezoor

Niet alles wat een klezoor lijkt, is dat ook daadwerkelijk. In de prefab-industrie en bij het werken met steenstrips wordt vaak de valse klezoor toegepast. Dit is een visuele truc. Een hele steen wordt voorzien van een zaagsnede of een verdieping die exact de breedte van een stootvoeg nabootst. Na het voegen lijkt het alsof er een klezoor naast een kop ligt. Optisch bedrog. Het grote voordeel is constructieve snelheid. Geen gehakt, geen losse scherven, maar wel het uiterlijk van traditioneel verband.

Het starten van een hoekoplossing

De metselaar tikt. De steen breekt precies op de lijn. In een klassiek kruisverband zie je dit moment bij elke hoek terugkeren. Eerst de hoeksteen, direct daarnaast de klezoor. Het verschuift het hele ritme van de laag met een kwart steenmaat. Dit kleine fragment voorkomt dat verticale voegen over de volledige hoogte van de gevel doorlopen, een fout die zowel esthetisch als constructief onacceptabel is in professioneel metselwerk. Het is de kleinste schakel die het verband borgt.

Detaillering bij kozijnen en neggekanten

Stel je een smal penant voor tussen twee raamkozijnen waar de maatvoering net niet uitkomt met hele koppen of strekken. Hier fungeert de klezoor als de ideale opvuller. Door een klezoor strategisch in te zetten bij de neggekant, sluit het metselwerk naadloos aan op het kozijnprofiel zonder dat de metselaar hoeft te smokkelen met onnatuurlijk dikke stootvoegen.
Praktijktip: Bij strak, modern metselwerk met dunne voegen wordt de klezoor tegenwoordig vaker gezaagd dan gehakt. Een gezaagde klezoor garandeert een snaarstrakke voeglijn die essentieel is bij minimalistische architectuur.

Het samenspel met de drieklezoor

In de praktijk zie je de klezoor zelden alleen opereren. In een staand verband wisselen de lagen zich af. De ene laag begint met een drieklezoor op de hoek om een driekwart verspringing te realiseren. De laag daaronder gebruikt een kop gevolgd door een klezoor. Kijk naar de zijgevel van een traditionele doorzonwoning: dit repeterende patroon van kleine en grote passtukken zorgt voor de noodzakelijke tanding die de muur zijn stijfheid geeft.

Constructieve kaders en normering

Metselwerk moet voldoen aan strikte eisen wat betreft stabiliteit en veiligheid. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) vormt de juridische basis voor deze technische voorschriften. In de praktijk vertaalt dit zich naar de Eurocode 6-serie, specifiek NEN-EN 1996. Deze norm schrijft voor dat stenen in een verband een minimale overlap moeten hebben. Meestal bedraagt deze overlap ten minste 40 millimeter of 0,4 maal de hoogte van de steen. De klezoor is hierbij de kritieke factor. Een te smal gehakte klezoor kan ertoe leiden dat de verspringing van de stootvoegen in het resterende muurvlak onder de wettelijke ondergrens zakt. Dit brengt de constructieve samenhang in gevaar.

De uitvoering van het metselwerk is nader vastgelegd in beoordelingsrichtlijnen zoals de BRL 2826. Hierin staat beschreven hoe pasmaten, waaronder de klezoor en drieklezoor, moeten worden verwerkt om een kwalitatief eindproduct te garanderen dat voldoet aan de eisen van het bouwtoezicht. Het gaat niet alleen om het uiterlijk. Het gaat om de krachtsafdracht van de gevel.


Arbeidsomstandigheden en stofbeheersing

De Arbowetgeving speelt een dwingende rol bij de vervaardiging van klezoren op de bouwplaats. Bij het machinaal zagen van baksteen komt kwartsstof vrij. Dit is een kankerverwekkende stof die de longen onherstelbaar beschadigt. De Inspectie SZW handhaaft streng op de blootstellingsgrenzen. Het droog zagen van passtukken zonder bronafzuiging is strikt verboden. Werkgevers moeten voorzien in apparatuur met watertoevoer of hoogwaardige stofzuigsystemen om de fijnstofconcentratie te minimaliseren.

  • Gebruik van gecertificeerde zaagtafels met directe afzuiging.
  • Verplichte persoonlijke beschermingsmiddelen bij handmatig hakken.
  • Regelmatige controle op de naleving van de blootstellingsnormen voor respirabel kwartsstof.

Het simpelweg 'even een steentje tikken' met de kaphamer is toegestaan, maar zodra er sprake is van seriematige productie van klezoren voor een heel project, gelden de zware veiligheidsregimes voor mechanische bewerkingen.


Historische ontwikkeling en ambacht

De evolutie van het kapwerk

De klezoor is geen modern verzinsel. Al in de tijd van de kloostermoppen, toen bakstenen nog aanzienlijk groter en grilliger van vorm waren dan de huidige standaardmaten, zochten metselaars naar methoden om de hoekoplossingen constructief zuiver te krijgen. Noodzaak door statica. Zonder de introductie van een deelbaar element op de hoek liepen de verticale voegen simpelweg boven elkaar door, wat resulteerde in een zwakke muur. Het ambacht dicteerde eeuwenlang de kaphamer als enig instrument. Een trefzekere slag. De breuklijn was vaak ruw en onvoorspelbaar, wat de historische gevels hun karakteristieke, levendige textuur gaf.

Met de komst van de industriële revolutie en de standaardisatie van steenmaten zoals het Waalformaat en het Amstelformaat, veranderde de rol van de klezoor. Hij werd een vast onderdeel van de modulaire rekensom. In de negentiende eeuw werd het metselverband steeds strakker gereguleerd in voorschriften voor overheidsgebouwen en monumentale woningbouw. De toleranties werden kleiner. De introductie van de diamantzaag in de twintigste eeuw markeerde het definitieve einde van het exclusief handmatige hakwerk voor zichtwerk in de utiliteitsbouw. Waar vroeger de ervaring van de metselaar de maat bepaalde, dicteert nu de technische tekening de exacte millimeter. Esthetische perfectie verving de functionele ruwheid. Een verschuiving van puur constructief element naar een architectonisch detail dat de strakke lijnvoering van moderne gevels moet waarborgen.


Vergelijkbare termen

Handvormsteen | IJsselsteen | Waalformaat

Gebruikte bronnen: