Inbedding van een keerklep in een technisch circuit begint bij de fysieke oriëntatie ten opzichte van de vloeistofstroom. De stroomrichting is leidend. Op de behuizing is vrijwel altijd een visuele indicatie aanwezig, meestal een gegoten pijl, die de enige toegestane doorgang markeert. De klep wordt tussen twee leidinguiteinden gemonteerd. Dit gebeurt via draadverbindingen, flenzen of knelkoppelingen, waarbij de afdichting tussen de klep en de leiding gewaarborgd wordt door pakkingen of schroefdraadafdichting. De positie van de klep — horizontaal of verticaal — is afhankelijk van het interne mechanisme, zoals een kogel, klepblad of veerbelaste schijf.
De werking berust op drukverschil. Wanneer de pomp start en de druk aan de inlaatzijde groter wordt dan de weerstand van het sluitmechanisme, wijkt de klep en opent de doorgang zich automatisch. De mechanica doet het werk. Er is geen externe energiebron of aansturing nodig. Zodra de pomp stopt of de druk aan de uitlaatzijde toeneemt, dwingt de tegendruk, soms geholpen door een veerconstante of de zwaartekracht, het afsluitelement onmiddellijk terug op de zitting. De reactie is prompt. In industriële of grootschalige gebouwinstallaties wordt de keerklep veelal direct achter een pomp of voor een verdeelstuk gepositioneerd, waardoor de rest van het netwerk gevrijwaard blijft van drukpieken en ongewenste terugstroming van media.
Niet elke keerklep werkt volgens hetzelfde principe; de mechaniek wordt gedicteerd door het medium en de gewenste inbouwpositie. De klassieke klepkeerklep, in de volksmond vaak een terugslagklep of swing check valve genoemd, maakt gebruik van een scharnierend blad. Dit blad zwaait open bij doorstroming en valt terug op de zitting bij stilstand. Hoewel deze variant een minimale weerstand biedt, is hij nagenoeg onbruikbaar in verticale leidingen met een neerwaartse stroomrichting. De zwaartekracht krijgt hier immers geen grip op het blad.
Voor universele montage is de veerbelaste keerklep de standaard. Een interne veer drukt een schijf of kegel tegen de zitting, waardoor de klep in elke denkbare positie functioneert. Het nadeel is een hogere openingsdruk en meer weerstand. In afvalwatersystemen kiest de installateur daarentegen voor de kogelkeerklep. Hierin rolt een verzwaarde kogel weg uit de hoofdstroom naar een doodlopend kanaal. Omdat er geen scharnieren of veren aanwezig zijn, hebben verstoppingen door vezels of vaste delen minder kans. Voor grote diameters tussen flenzen wordt vaak de dubbelvleugelige keerklep (wafer type) ingezet, waarbij twee halve manen wegklappen om ruimte te besparen.
In de drinkwatertechniek is de term keerklep onlosmakelijk verbonden met de gevarenklasse van de aangesloten apparatuur. Hier is de klep geen simpele flow-regelaar meer, maar een veiligheidscomponent tegen contaminatie. Men maakt onderscheid tussen controleerbare en niet-controleerbare varianten, waarbij de controleerbare versie voorzien is van aftap- en testnokken om de waterdichtheid periodiek te verifiëren.
| Type | Omschrijving | Toepassing |
|---|---|---|
| Type EB | Niet-controleerbare keerklep | Standaard beveiliging bij eenvoudige tappunten. |
| Type EA | Controleerbare keerklep | Vaak geplaatst direct na de watermeter of bij CV-vulsytemen. |
| Type BA | Systeemscheider met verschillende drukzones | Hoogste beveiliging voor vloeistofklasse 4 (bijv. bij industriële processen). |
| Type CA | Niet-controleerbare systeemscheider | Beveiliging voor vloeistofklasse 3, zoals bij verwarmingssystemen zonder toevoegingen. |
Verwarring ontstaat soms met de beluchter. Hoewel beide terugstroming voorkomen, werkt een beluchter door lucht toe te laten bij onderdruk, terwijl de keerklep fysiek de leiding blokkeert. In veel keerkleppen voor de utiliteitsbouw zijn beide principes gecombineerd in één behuizing om absolute veiligheid te garanderen.
De pomp in de kruipruimte slaat aan. Water stroomt krachtig door de verticale afvoerleiding omhoog naar het riool. Zodra de vlotter zakt en de motor stopt, zou de volledige kolom water in de vijf meter lange standpijp normaal gesproken direct terug de put in storten, maar de keerklep grijpt in. De kogel in de klep valt terug op zijn zitting en blokkeert de weg. Geen onnodig gependel van de pomp. Het systeem blijft gevuld en klaar voor de volgende ronde. Efficiënt en geruisloos.
Een buitenkraan met een aangesloten tuinslang vormt een risico bij drukverlies in het net. Stel je voor dat de hoofdleiding in de straat breekt. De plotselinge onderdruk kan vervuild water uit de slang, die misschien wel in een emmer met sop ligt, terug de woning in zuigen. Een keerklep in de kraan voorkomt dit scenario onmiddellijk. De mechaniek sluit hermetisch af. Geen contaminatie van het binnennet.
Bij een zonneboiler op het dak kan warme vloeistof 's nachts de neiging hebben om op te stijgen vanuit de voorraadtank naar de collectoren. Dit ongewenste natuurlijke proces koelt de tank onnodig af. Een veerbelaste keerklep in de aanvoerleiding doorbreekt deze circulatie. De klep blijft dicht zolap de pomp niet draait. Energiebesparing door simpelweg de stroomrichting te dwingen.
In een professionele espressomachine moet de druk constant hoog blijven voor de perfecte extractie. Zodra de pomp stopt, mag het hete water onder druk niet teruglopen naar de waterontharder of de hoofdaansluiting. Een kleine, fijngevoelige keerklep direct voor de zetgroep houdt de druk op de plek waar deze hoort. Snelheid en precisie zijn hier de norm.
Waterveiligheid is geen vrijblijvende suggestie. Het is een harde wettelijke eis. Het Drinkwaterbesluit stelt onomwonden dat een drinkwaterinstallatie de kwaliteit van het water in het openbare net niet mag verslechteren. Hier fungeert de keerklep als de primaire fysieke barrière. De technische uitwerking van deze wetgeving ligt vast in de NEN 1006, ook wel bekend als de Algemene Voorschriften voor Leidingwaterinstallaties (AVWI). Deze norm is de bijbel voor de installateur. Wie hiervan afwijkt, riskeert niet alleen boetes maar ook civielrechtelijke aansprakelijkheid bij besmettingsgevallen. De Waterwerkbladen, specifiek blad 3.8, bieden de praktische invulling van deze normering door exact voor te schrijven welk type beveiliging bij welk toestel hoort. Geen keerklep betekent in veel gevallen simpelweg een afkeur van de installatie.
De Europese norm NEN-EN 1717 vormt de basis voor de classificatie van vloeistoffen en de bijbehorende beveiligingsmethoden. Het systeem is simpel maar doeltreffend. Vloeistoffen worden ingedeeld in vijf klassen, waarbij klasse 1 staat voor zuiver drinkwater en klasse 5 voor stoffen met een aanzienlijk microbiologisch of viraal risico. De wetgever verlangt dat de beveiliging — vaak een keerklep of een samenstel daarvan — aansluit bij de hoogste risicoklasse die in het aangesloten toestel aanwezig kan zijn. Een cv-ketel met chemische toevoegingen vereist bijvoorbeeld een ander type terugstroombeveiliging dan een eenvoudige wasmachinekraan. Het gaat hier niet om een advies; de inspectie door waterleidingbedrijven toetst hier onverbiddelijk op tijdens periodieke controles in utiliteitsgebouwen en industriële locaties.
Eigenaarschap brengt verantwoordelijkheid met zich mee. Onder het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) rust op de eigenaar van een gebouw de zorgplicht om installaties in veilige staat te houden. Voor keerkleppen betekent dit een actieve instandhoudingsplicht. Controleerbare keerkleppen (type EA) moeten volgens de geldende richtlijnen jaarlijks worden getest op hun functioneren. Werkt de klep nog? Is er sprake van lekkage bij tegendruk? De resultaten van deze beproevingen dienen te worden vastgelegd in een logboek. Dit is geen bureaucratische exercitie maar een cruciaal bewijsstuk bij calamiteiten. Bij een legionella-uitbraak of chemische contaminatie kijkt de Inspectie Leefomgeving en Transport direct naar dit onderhoudsdossier. Een niet-geteste klep staat gelijk aan een niet-aanwezige klep.
De keerklep vindt zijn oorsprong in de vroege hydraulica van de oudheid. Romeinse ingenieurs pasten al primitieve terugslagkleppen toe in hun zuigerpompen, waarbij zij gebruikmaakten van eenvoudige leren flappen verzwaard met brons. Deze vroege mechanismen waren strikt functioneel; ze moesten simpelweg voorkomen dat water terugvloeide in de bron. Met de opkomst van de industriële revolutie in de 19e eeuw transformeerde de keerklep van een simpel klepje naar een kritisch veiligheidsonderdeel. Stoommachines vereisten nauwkeurige controle over vloeistofstromen onder hoge druk. Hierdoor ontstonden de eerste gietijzeren klepkeerkleppen met geslepen metalen zittingen, die de basis legden voor de huidige swing check valves.
Tot halverwege de 20e century bleef de keerklep primair een procesmatig onderdeel. In de jaren '70 en '80 van de vorige eeuw veranderde dit perspectief radicaal. De bouwsector en waterleidingbedrijven realiseerden zich dat kruisverbindingen tussen drinkwater en proceswater een reëel gevaar voor de volksgezondheid vormden. Dit leidde tot de eerste stringente normeringen. In Nederland resulteerde dit in de vroege versies van de Waterwerkbladen. De techniek evolueerde mee. Waar voorheen zware metalen kleppen de norm waren, introduceerden fabrikanten veerbelaste kunststof binnenwerken en EPDM-afdichtingen. Deze materialen boden een hogere betrouwbaarheid bij lage drukverschillen. De focus versverschoof van louter mechanische werking naar absolute lekdichtheid en controleerbaarheid, wat uiteindelijk culmineerde in de huidige type-classificaties zoals we die vandaag de dag in de NEN-EN 1717 terugvinden.
Encyclo | Kennis.hunzeenaas | Avkvalves | Caleffi | Nevaco | Jfrnederland | At-water | De-eilanden