Een groen label, dat is dus geen monolithisch begrip, verre van. De term fungeert eerder als een paraplu, een verzamelnaam voor uiteenlopende duurzaamheidskeurmerken of milieulabels die in de bouw- en vastgoedsector circuleren. De variatie zit hem vaak in de reikwijdte, de gehanteerde criteria en het geografische toepassingsgebied van zo'n certificering.
Er bestaan internationale systemen die wereldwijd bekendheid genieten, zoals het bekende BREEAM (Building Research Establishment Environmental Assessment Method) en LEED (Leadership in Energy and Environmental Design). Deze reuzen beoordelen de duurzaamheid van gebouwen integraal, van ontwerp tot en met de operationele fase, inclusief aspecten als energie, water, materialen, afval, transport, landgebruik en het binnenklimaat. Werkelijk alles wordt meegewogen. Elk heeft zijn eigen nuances, zijn eigen weging, maar het doel is identiek: een gebouw objectief positioneren op de duurzaamheidsladder.
Daarnaast kennen we specifieke nationale of regionale varianten, of keurmerken met een meer afgebakende focus. Het GPR Gebouw in Nederland bijvoorbeeld, biedt een instrument om duurzaamheidsprestaties te meten en te sturen op de gebieden energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde. Het gaat dieper in op de Nederlandse context en regelgeving. Minder breed van opzet is het Energieprestatiecertificaat (EPC), wat strikt genomen een groen label genoemd kan worden, doch het zich uitsluitend richt op de energetische prestaties van een gebouw. Een laag energieverbruik is cruciaal, absoluut, maar het is slechts één facet van de brede duurzaamheid die een algemeen groen label probeert te vangen. Het verschil zit hem in de mate van detail en de breedte van de beoordeling; waar een EPC je vertelt hoe zuinig je bent, geeft een BREEAM of LEED je inzicht in het complete duurzaamheidsprofiel van een pand. De keuze voor een specifiek label hangt dan ook sterk af van het gewenste detailniveau en de specifieke duurzaamheidsambities van een project.
Hoe ziet dat er concreet uit, zo'n groen label? De theorie is één ding, maar in de bouw draait het om toepassingen, om meetbare resultaten die zich vertalen naar de fysieke realiteit.
Een projectontwikkelaar adverteert met de verkoop van duurzame woningen, trots melden ze dat de gehele wijk een BREEAM-gebiedscertificaat 'Excellent' heeft behaald. Dit betekent dus dat niet alleen de individuele huizen aan hoge duurzaamheidseisen voldoen, maar ook de inrichting van de openbare ruimte, de waterhuishouding en de ecologische waarde van het groen in de buurt zijn meegenomen in die beoordeling. Kopers krijgen dan direct inzicht in de totale duurzaamheidsprestaties van hun toekomstige leefomgeving.
Of stel je voor: een vastgoedbelegger wil zijn portfolio verduurzamen. Hij richt zich specifiek op kantoorgebouwen met een LEED Gold certificering. Waarom? Omdat dit niet alleen lagere operationele kosten door energie-efficiëntie belooft, maar ook de aantrekkelijkheid voor huurders vergroot, zeker in een tijd waarin bedrijven steeds meer waarde hechten aan een duurzame bedrijfsvoering. De certificering fungeert dan als een keiharde garantie, een kwaliteitsstempel die verder gaat dan enkel en alleen de energieprestaties.
Bij de aanbesteding van een nieuw gemeentehuis stelt de overheid een harde eis: het gebouw moet een GPR Gebouw score van minimaal 8.0 behalen voor alle vijf de thema’s. Dit dwingt de architecten en aannemers om vanaf het allereerste ontwerpstadium intensief na te denken over materiaalkeuze, hergebruik van grondstoffen, de gezondheid van het binnenklimaat en de toekomstige demontage. Het gaat dan niet om 'een beetje duurzaam', maar om een integraal en meetbaar plan voor de gehele levenscyclus.
De wereld van groene labels, hoe vrijwillig de meeste certificeringen ook zijn, staat niet los van een robuust juridisch kader. Sterker nog, nationale en Europese wet- en regelgeving vormen de onmiskenbare ondergrond, de absolute basis waarop de duurzaamheidsambities van menig label verder bouwen. Denk aan het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL); dit cruciaal instrumentarium legt de wettelijke minimumeisen vast voor tal van aspecten, waaronder de energieprestatie van gebouwen middels de BENG-eisen en ook de milieuprestatie. Een groen label, dat schiet daar doorgaans ver bovenuit, maar de BBL zet de ondergrens, de 'mag niet minder zijn dan dit'.
Het Energieprestatiecertificaat (EPC), eerder al genoemd als een type groen label met een specifieke focus, is in essentie een direct uitvloeisel van de Europese Richtlijn Energieprestatie Gebouwen (EPBD). Deze Europese lijn dwingt lidstaten, dus ook Nederland, tot een uniforme manier om de energiezuinigheid van gebouwen te meten en te communiceren. Voor de Nederlandse praktijk betekent dit dat een EPC verplicht is bij de verkoop, verhuur of oplevering van een gebouw. De technische invulling, de daadwerkelijke berekening van die energieprestatie, is vastgelegd in de Nederlandse Technische Afspraak (NTA) 8800. Het groen label verbreedt dan vaak de blik, kijkt verder dan alleen energie, omarmt water, materialen, gezondheid. Kortom, waar de wet een solide fundament legt, biedt een groen label de ruimte voor innovatie en excellentie, een stap verder op de duurzaamheidsladder.
Nl.wikipedia | Vlaanderen | Huurstunt | Thenbs | Techtarget | Greenly | Buildenergy.co | Greenbooklive | Dilbeek | Swevers | Natuurlijkkapitaal