Men spreekt inderdaad vaak over een 'gigantische orde' en een 'kolossale orde' inwisselbaar, wat volkomen terecht is; het zijn synoniemen die exact hetzelfde architectonische fenomeen beschrijven. Maar de nuance, de échte architectonische precisie, die ligt elders. Het gaat hierbij niet om een nieuwe soort orde, een vijfde of zesde klassieke stijl die opeens opduikt naast Dorisch, Ionisch of Korinthisch. Nee, beslist niet. Het is eerder een manier van toepassen van die bekende klassieke orden, of dat nu een Dorische, Ionische, Korinthische, Composiete of Toscaanse orde is – maar dan op een buitengewoon schaalniveau. Want dat is wat het is: pure schaalvergroting.
Je hebt dus geen 'gigantische orde' als stijl op zichzelf, zoals je wel een puur Dorische orde hebt. Het is een Dorische orde, of een Ionische, uitgevoerd als gigantische orde. Begrijp je? De decoratieve kenmerken, de kapiteelvorm, de schacht, het entablement van die specifieke klassieke orde, die blijven behouden. Alleen: de schaal explodeert. Waar een 'normale' klassieke orde typisch één verdieping siert, daar domineert deze reus meerdere bouwlagen. Dit is een cruciaal verschil met de zogenaamde 'superpositie van orden'. Bij superpositie zie je verschillende orden, elk op hun eigen verdieping: bijvoorbeeld Dorisch beneden, Ionisch daarboven, Korinthisch op de derde. Elk van die verdiepingen behoudt zo zijn eigen ritme, zijn eigen architectonische expressie. Een gigantische orde daarentegen? Die doorbreekt die horizontale geleding juist; ze omarmt al die verdiepingen in één monumentaal gebaar, creëert een visuele eenheid die de losse lagen overstijgt. Een fundamenteel andere benadering van gevelindeling, dat is het.
Hoe dat er nu uitziet in de praktijk, zo’n gigantische orde? Een paar concrete situaties scheppen direct helderheid. Neem bijvoorbeeld de gevel van de Sint-Pietersbasiliek in Vaticaanstad, waar de kolossale Korinthische pilasters zich uitstrekken over de gehele hoogte van de beneden- en bovenverdieping, een monumentale indruk achterlatend. Deze verticale eenheid doorbreekt de horizontale gelaagdheid die je anders bij superpositie van orden zou aantreffen, en geeft het geheel een adembenemende grandeur.
Een ander treffend voorbeeld vind je bij het Louvre in Parijs, specifiek de Cour Carrée. Daar zijn het de gevels van de Lescotvleugel waar de pilasters – vaak in de Corinthische orde – niet één verdieping beslaan, maar resoluut door twee lagen heen schieten. De functie? Een zekere statigheid afdwingen. Het is een architectonische truc om de blik te dwingen, opwaarts, de verticale lijn te volgen, ongeacht de individuele verdiepingen met hun vensters. Deze gigantische schaal zorgt voor een krachtige eenheid, een onbetwistbare vorstelijke uitstraling die de afzonderlijke elementen overstijgt.
Ook veel barokke stadspaleizen in Italië of de Netherlands tonen dit fenomeen. Denk aan de Palazzo Barberini in Rome. Daar zie je het effect van deze kolossale zuilen of pilasters die niet alleen sieren, maar structureel de gevel bij elkaar lijken te houden, alle verdiepingen onder één visueel dak brengend. Het is een bewuste keuze voor dominantie, voor een ononderbroken lijn die het gebouw een imposant, bijna heroïsch karakter verleent.
De gigantische orde, dat imposante architectonische gebaar, vond haar kiem in de Italiaanse Renaissance. Een tijdperk waarin architecten worstelden met het toepassen van de klassieke vormentaal op nieuwe, vaak grotere en complexere gebouwtypen. Want de traditionele aanpak, de superpositie van orden met elke verdieping een eigen, doorgaans lichtere, klassieke orde, voldeed niet langer altijd aan de groeiende behoefte aan grandeur en een dwingende visuele eenheid. Men zocht een manier om meervoudige bouwlagen te omvatten, te verzoenen onder één monumentaal idee.
Vroege experimenten met gevels die meerdere bouwlagen verbonden, zijn al te zien bij figuren als Leon Battista Alberti. De daadwerkelijke doorbraak kwam echter met Michelangelo, wiens ontwerp voor het Palazzo dei Conservatori op het Capitool in Rome een iconisch, zeg maar gerust seminaal, voorbeeld vormde. Zijn kolossale Korinthische pilasters, die twee verdiepingen omspanden, creëerden een ongekende visuele samenhang. Ze verenigden de afzonderlijke lagen tot één majestueus geheel. Een krachtig statement van Romeinse grootsheid; vanaf de Hoog-Renaissance werd de gigantische orde een onmisbaar repertoirestuk.
Gedurende de Barokperiode, toen de architectuur zich nog sterker richtte op theatrale effecten, dynamiek en emotie, kreeg deze orde een nog prominentere rol. Ze bood architecten als Gian Lorenzo Bernini en Francesco Borromini een ideaal instrument om gevels te ontwerpen die zowel monumentaal als expressief waren. Gebouwen die de kijker in één oogopslag overweldigden met hun schaal en retoriek. Deze verticale eenheid maakte het mogelijk om complexe, vaak golvende gevelontwerpen te realiseren zonder dat de structuur visueel versnipperd raakte. De gigantische orde transformeerde; wat begon als een oplossing voor gevelcompositie in de Renaissance, werd een bepalend element voor de kenmerkende, expressieve kracht van de Barokarchitectuur.