De interactie tussen staal en steen bepaalt het ritme van de gevel. Eerst verdwijnt het metselwerk volledig achter een deken van minerale mortel. Men brengt deze massa mechanisch of handmatig aan, dik genoeg om de voegstructuur te nivelleren maar dun genoeg om de contouren niet te maskeren. Dan volgt de omkering. De vakman schraapt de specie direct weer weg. Door met een spaan over de koppen van de stenen te trekken, blijft de mortel enkel in de verdiepte delen en de ruwe texturen van de baksteen hangen. Het is een fysiek proces van aanbrengen en onthullen.
De zuiging van de ondergrond speelt hierbij een doorslaggevende rol. Een droge steen trekt het vocht sneller uit de mortel. Dit verkort de verwerkingstijd aanzienlijk. Soms gebruikt men een spons om de overgangen tussen de blote steen en de gevulde voegen te verzachten. Geen strakke lijnen. Juist de variatie in laagdikte creëert die karakteristieke, monolithische uitstraling die chipperen eigen is. Het proces eindigt bij het natuurlijk uitharden van de minerale binder. Hierbij blijft de textuur van de baksteen door de dunne sluier heen spreken, terwijl de kleur van de gevel wordt gehomogeniseerd.
Chipperen wordt vaak in één adem genoemd met kaleien, maar de visuele en technische verschillen zijn fundamenteel. Waar kaleien traditioneel gebeurt met een blokkwast en een dikkere kalkpleister, draait chipperen om de strakke werking van een stalen spaan of mes. Bij kaleien blijft de kwaststreek vaak zichtbaar als een zachte textuur op de gevel. Chipperen daarentegen resulteert in een vlakkere, bijna schrale afwerking waarbij de mortel enkel in de dieper gelegen delen van de baksteen en de voegen achterblijft. Het is de mechanica van het schrapen. Hierdoor ontstaat een 'vuilere' maar ook modernere look dan bij het klassieke, pasteuze kaleiwerk.
Slempwerk is een andere verwante term. Hoewel de methodiek — het dichtsmeren van voegen en stenen — overeenkomsten vertoont, mist traditioneel slempen de architectonische verfijning van het chipperen. Slempen is van oudsher vaak een functionele oplossing om slecht metselwerk waterdicht te maken. Chipperen is een bewuste esthetische keuze. Het balanceert tussen onafgewerkt en volledig gestuukt.
De variatie in het eindresultaat wordt grotendeels gedicteerd door de korrelopbouw van de gebruikte minerale mortel. Men onderscheidt grove en fijne varianten. Een mortel met een grovere zandfractuur zorgt voor een robuust, bijna monolithisch uiterlijk dat de contouren van de individuele stenen vervaagt. Fijne mortels gedragen zich meer als een sluier; ze laten de specifieke textuur van een handvormsteen of een strengperssteen haarscherp door de afwerking heen spreken.
Kleurvariaties spelen eveneens een rol. Hoewel de meeste projecten uitgevoerd worden in natuurlijke cementgrijze of kalkwitte tinten, experimenteren architecten steeds vaker met pigmenten. De interactie tussen de kleur van de onderliggende baksteen en de dekkracht van de chippermortel bepaalt de uiteindelijke dieptewerking. Bij een donkere steen met een lichte mortel ontstaat een hoog contrast dat de voegen accentueert, terwijl een ton-sur-ton benadering de gevel een massiever, homogener karakter geeft. Geen twee gevels zijn gelijk. De hand van de vakman en de snelheid van het afmessen maken elke vierkante meter uniek.
Een kantoorpand uit de jaren tachtig met een gedateerde, bontgekleurde baksteen ondergaat een metamorfose. In plaats van de gevel volledig te isoleren en te stucen, kiest de architect voor chipperen met een lichtgrijze cementmortel. De grove structuur van de bestaande steen blijft behouden. De bonte kleuren verdwijnen achter een minerale waas. Het gebouw krijgt een robuuste, monolithische uitstraling die doet denken aan in het werk gestort beton. De menselijke maat van het metselwerk blijft echter leesbaar.
Bij een moderne villa is een exclusieve handvormsteen toegepast. De opdrachtgever vindt het totaalbeeld echter te druk door de diepe voegen en de kleurnuances van de individuele stenen. De verwerker brengt een dunne laag kalkmortel aan. Met een stalen spaan trekt hij de mortel schraal over de koppen. De dieper gelegen nerven van de steen vullen zich. De schaduwwerking in de gevel verzacht. Wat overblijft is een rustig, mat oppervlak waar de textuur van de klei subtiel doorheen schemert. Verfijning door weglaten.
Een monumentale tuinmuur vertoont lichte vorstschade aan het oppervlak van de bakstenen. De stenen zijn technisch nog goed, maar ogen ontsierd door kleine afsplinteringen. Chipperen fungeert hier als herstelmethode. De mortel vult de putjes en beschadigingen op, terwijl de contouren van de originele muur gerespecteerd worden. De gevel wordt weer één geheel. Het beschermt tegen verdere weersinvloeden. De historische gelaagdheid blijft zichtbaar onder een nieuwe beschermlaag.
Geen enkele wet vernoemt chipperen direct. Dat hoeft ook niet. De regelgeving richt zich op de technische prestaties van de gevel en de kwaliteit van de toegepaste minerale middelen. De mortels die voor deze techniek worden ingezet, moeten voldoen aan de NEN-EN 998-1. Dit is de Europese norm voor pleistermortels. Hierin zijn zaken als druksterkte, hechting en wateropname vastgelegd. Het materiaal moet immers bestand zijn tegen vorst-dooi-cycli zonder dat de dunne laag direct onthecht van de baksteen. Een cruciale factor. De hechting aan de ondergrond bepaalt de levensduur van de esthetische sluier.
Bij de uitvoering dient de verwerker rekening te houden met de richtlijnen uit de NEN-EN 13914-1. Deze norm behandelt het ontwerp en de verwerking van buitenpleisterwerk. Hoewel chipperen qua laagdikte afwijkt van traditioneel stucwerk, blijven de basisprincipes voor ondergrondvoorbereiding en weersomstandigheden tijdens verwerking van kracht. Een te snelle droging door directe zoninstraling kan leiden tot verbranding van de mortel. Dat schaadt de duurzaamheid.
Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) stelt de algemene kaders voor de veiligheid en gezondheid van bouwwerken. Voor chipperen is vooral de dampopenheid van belang. De afwerking mag het transport van vocht vanuit de spouw of het binnenblad naar buiten niet blokkeren. Gebeurt dit wel, dan ontstaat schade door inwendige condensatie of vorst. Minerale mortels zijn hier in het voordeel.
Juridisch gezien is de esthetische impact vaak het grootste struikelblok. Het aanbrengen van een chipperlaag verandert het gevelaanzicht ingrijpend. Dit valt onder de welstandstoetsing van de gemeente. In veel gevallen is voor het chipperen van een bestaande gevel een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen nodig. De commissie ruimtelijke kwaliteit beoordeelt of de monolithische uitstraling past binnen het straatbeeld. Vooral bij monumenten of in beschermde stadsgezichten gelden strikte regels. Vaak eist men een proefvlak op de betreffende gevel. Pas na goedkeuring van de kleurnuance en de mate van transparantie mag de uitvoering starten.
De wortels van het chipperen liggen in de zoektocht naar een architectuur van tactiele eenvoud. Hoewel de techniek herkenbare raakvlakken heeft met de eeuwenoude kaleitraditie uit de Lage Landen, is de specifieke methodiek een recenter fenomeen. De naamgeving is onlosmakelijk verbonden met de Britse architect David Chipperfield. Hij populariseerde rond 2008 een esthetiek waarbij de gevel een monolithisch, bijna gebeeldhouwd karakter krijgt. Door minerale mortel schraal over de baksteen te trekken. Het was een bewuste breuk met de traditie van het 'vol en zat' voegen of het volledig wegstucen van de ondergrond.
Aanvankelijk werd de methode toegepast bij complexe restauratieprojecten waar nieuw en oud metselwerk elkaar ontmoetten. De mortelsluier diende als visueel bindmiddel. Het bood een alternatief voor het volledig dichtsmeren van gevels, wat in de naoorlogse jaren vaak gebeurde om vochtproblemen te maskeren. De technische evolutie verschoof hiermee van een noodzakelijke beschermlaag naar een bewuste, esthetische filter. In de Nederlandse bouwsector won de techniek snel terrein als reactie op de visuele onrust van moderne handvormstenen. De stalen spaan verving de klassieke blokkwast. De focus verschoof van het vullen van de steen naar het selectief onthullen van de vorm. Een nieuwe vormentaal ontstond. Rauw. Verfijnd. Minimalistisch.
Joostdevree | Caparol | Remix | Franck