De fysieke omvang van de installatie bepaalt de variant. Voor kleinere systemen, vaak tot een grens van ongeveer 80 ampère, wordt een directe meter geplaatst. De stroom vloeit hierbij letterlijk door het meetinstrument heen. Het is compact en overzichtelijk. Zodra de vermogens toenemen, wordt dit fysiek onmogelijk en stapt men over op indirecte meting. Hierbij registreren stroomtrafo's — spoelen die om de hoofdkabels worden geklemd — de magnetische velden om de stroomsterkte te bepalen. De meter zelf staat dan op een veilige afstand van de brute kracht van de hoofdvener.
Er ontstaat vaak verwarring. De omvormer heeft immers ook een display? Klopt. Maar die data is indicatief. Voor officiële doeleinden, zoals de SDE++-subsidie of de uitgifte van Garanties van Oorsprong (GvO's), is die interne meting waardeloos. Alleen een gecertificeerde bruto-productiemeter die door een erkende meetverantwoordelijke is geplaatst en verzegeld, telt mee voor de wet. Het verschil zit in de ijking. En in de fraudegevoeligheid. Een omvormer kan optimistisch zijn; de bruto-productiemeter is onverbiddelijk.
Soms wordt de term groene stroommeter gebruikt als synoniem. Technisch gezien is dat dezelfde hardware, maar de context verschilt. Waar de één praat over de technische opbrengst, focust de ander op de duurzame boekhouding. Ook de tussenmeter wordt wel eens in de strijd geworpen. Pas hiermee op. Een reguliere tussenmeter die je bij een bouwmarkt koopt, mist de noodzakelijke communicatiemodules voor automatische data-uitlezing naar landelijke databases.
| Kenmerk | Directe meter | Indirecte meter (CT) |
|---|---|---|
| Toepassing | Kleine zakelijke aansluitingen | Grootzakelijk / Industrieel |
| Capaciteit | Tot ca. 55-60 kWp | Onbeperkt via transformatoren |
| Installatie | In serie in de verdeler | Met externe stroomtrafo's |
Verwar dit instrument tot slot niet met de reguliere hoofdmeter van de netbeheerder. Die laatste meet de netto import en export. De bruto-productiemeter kijkt uitsluitend naar de bronkant. Een eenrichtingsverkeer-registratie die cruciaal is voor de businesscase van elk modern energieproject.
Een agrarisch bedrijf met duizend zonnepanelen op het dak. De vriescel vreet stroom. De hoofdmeter van de netbeheerder ziet alleen het restant dat daadwerkelijk terug het net op vloeit, maar de SDE++-subsidie wordt berekend over de integrale opwek. Hier komt de bruto-productiemeter in actie. Hij zit direct achter de omvormers gemonteerd. Hij telt alles. Elke opgewekte kilowattuur passeert zijn digitale oog voordat de vriescel de energie ook maar kan aanraken.
In de technische ruimte van een kantoorpand met een warmtekrachtkoppeling (WKK) zie je hem ook hangen. Een grijze kast met een officieel loodje. Geen simpele tussenmeter voor de interne boekhouding, maar een geijkt instrument gekoppeld aan een communicatiemodule. Terwijl de WKK draait, stuurt deze meter autonoom elk kwartier de exacte productiedata naar de meetverantwoordelijke voor de uitgifte van Garanties van Oorsprong. Het is het harde bewijs van duurzame opwek.
Soms merk je het verschil pas bij de jaarcijfers. De app van de zonnepanelen-installateur geeft een ander getal aan dan de officiële opgave van de subsidieverstrekker. De bruto-productiemeter fungeert hier als de onverbiddelijke scheidsrechter. Waar de elektronica in de omvormer soms een paar procent afwijkt door interne rekenmethodes, vormt de data van de geijkte bruto-productiemeter de enige juridische waarheid voor de facturatie en subsidie-uitbetaling. Geen discussie mogelijk. Een zuivere meting aan de bron.
Decennia geleden was de energiemarkt overzichtelijk eenrichtingsverkeer. De centrale draaide, de consument betaalde. De noodzaak voor het meten van brute opwekking op locatie bestond simpelweg niet. Dit veranderde radicaal met de introductie van de MEP-subsidie (Milieukwaliteit ElektriciteitsProductie) rond 2003. Ineens werd de bron decentraal. De 'groene stroommeter' deed zijn intrede als eerste voorloper. Vaak nog een analoge meter met een draaischijf, puur bedoeld om de subsidiestroom te rechtvaardigen.
De echte professionalisering kwam met de Elektriciteitswet 1998 en de latere uitwerking in de Meetcode Elektriciteit. De markt werd geliberaliseerd. Meetbedrijven kregen een zelfstandige rol, los van de netbeheerder. Waar men vroeger nog wel eens genoegen nam met de uitlezing op een omvormer, maakte de SDE-regeling in 2008 korte metten met die vrijblijvendheid. De overheid eiste geijkte data. Fraudegevoeligheid moest omlaag. De bruto-productiemeter evolueerde van een simpel telwerk naar een intelligent communicatie-instrument. Van mechanisch naar digitaal. Van handmatig standen doorgeven naar automatische GPRS-telemetrie.
De transitie van de SDE+ naar de huidige SDE++ heeft de technische eisen verder aangescherpt. Een bruto-productiemeter is vandaag de dag geen optie, maar een fundament voor de financiële haalbaarheid van grootschalige projecten. De techniek verschoof van directe meting voor kleine windmolens naar complexe indirecte metingen via stroomtrafo's voor gigantische zonnedaken. Een noodzakelijke evolutie om de data-integriteit in een steeds complexer energienet te waarborgen.
Zonnestroomnederland | Zonne-energiegids | Fudura | Evameet | Inkopermkb | Hetmeetbedrijf