De realisatie start bij het nauwkeurig uitzetten van de hart-op-hart maat op de dragende wanden. Liggers worden gepositioneerd. Handkracht volstaat vaak. Zodra de balken op hun plek rusten, schuiven de vulelementen als puzzelstukken in de flenzen, waardoor direct een dichte werkvloer ontstaat. Bij grotere overspanningen is een tijdelijke onderstempeling onvermijdelijk om de belasting van de natte mortel op te vangen zonder dat de liggers doorbuigen. De balken rusten hierbij op onderslagen die door stempels worden ondersteund.
Vervolgens vindt de installatie van de wapening plaats. Een net van staal wordt over het gehele oppervlak uitgelegd, waarbij afstandhouders ervoor zorgen dat de wapening volledig in de betonlaag wordt opgenomen. De randen van de vloer worden vaak voorzien van een randbekisting of een randbalk om de druklaag in te sluiten. De stort van de betonmortel vormt het sluitstuk van de werkzaamheden. Vloeibaar beton vult de holtes rondom de koppen van de liggers en overdekt de vulelementen tot de gespecificeerde dikte. Na uitharding transformeren de losse onderdelen tot een monolithische schijf die de gewenste stijfheid aan de gebouwschil geeft.
De identiteit van de broodjesvloer wordt grotendeels bepaald door de keuze van de vulelementen, waarbij de thermische en akoestische eisen de doorslag geven. EPS (geëxpandeerd polystyreen) is momenteel de industriestandaard voor begane grondvloeren. Het is vederlicht. De isolatiewaarde is hoog. Verwerkers lopen ermee weg omdat de fysieke belasting minimaal is. Toch is EPS niet altijd de heilige graal, zeker niet wanneer massa een rol speelt.
| Type vulelement | Materiaal | Kernkenmerk |
|---|---|---|
| EPS-broodje | Polystyreen | Hoge isolatiewaarde, zeer laag gewicht |
| Betonbroodje | Lichtbeton (Bims) | Geluidsisolerend, hoge brandwerendheid |
| Keramisch element | Gebakken klei | Hoge druksterkte, historisch gebruik |
Betonbroodjes, vaak vervaardigd uit lichtgewicht bimsbeton, vindt men vaker terug in verdiepingsvloeren waar contactgeluid moet worden gedempt. Massa is hier een vriend. Keramische broodjes zijn in de moderne nieuwbouw een zeldzaamheid geworden, maar duiken nog regelmatig op bij renovaties van panden uit de middenperiode van de 20e eeuw. Ze bieden een hoge natuurlijke brandwerendheid zonder dat extra aftimmering direct noodzakelijk is.
De ruggengraat van het systeem bestaat doorgaans uit voorgespannen betonnen liggers met een omgekeerd T-profiel. Maar er is meer onder de zon. In de renovatiewereld, waar toegankelijkheid vaak een probleem is, wordt regelmatig uitgeweken naar stalen liggers. Deze profielen zijn lichter en makkelijker door een raamopening of smalle gang te manoeuvreren dan de loodzware betonnen balken. Men spreekt in dat geval vaak over een renovatievloer, al blijft het principe van de vulelementen identiek.
Vaak wordt de term broodjesvloer lukraak gebruikt voor elke systeemvloer. Foutief. Een essentieel onderscheid moet worden gemaakt met de kanaalplaatvloer. Waar de kanaalplaatvloer bestaat uit grote, zelfdragende elementen die met een kraan worden gelegd, is de broodjesvloer een semiprefab-systeem. Zonder de natte druklaag is de constructie niet af. Een broodjesvloer is een combinatievloer; de samenwerking tussen ligger, vulelement en betonstort is cruciaal. Vergeet de druklaag en je hebt slechts een verzameling losse onderdelen zonder schijfwerking. Dit systeem verschilt ook fundamenteel van de breedplaatvloer, waarbij de gehele onderzijde van de vloer uit een dunne betonplaat bestaat in plaats van losse liggers.
Een krappe binnenstad. Geen ruimte voor een zware kraan. De aannemer tilt de betonnen liggers handmatig door de voordeur van een oud herenhuis. De bewoners willen een nieuwe, droge begane grondvloer omdat de oude houten balken zijn weggerot. Binnen een middag liggen de balken en de EPS-broodjes op hun plek. De woning is direct weer beloopbaar voor de volgende vakmensen.
In de kruipruimte van een gemiddelde woning uit de jaren '90 zie je het systeem in zijn puurste vorm. Schijn met een zaklamp omhoog. De parallelle lijnen van de grijze betonnen liggers vallen direct op. Daartussen klemmen de witte of grijze piepschuim vulelementen. Vaak zie je hier ook de leidingen voor riolering en water doorheen geprikt; het materiaal laat zich immers makkelijk doorboren voor doorvoeren.
Denk aan een garagevloer die een zware SUV moet dragen. Hier wordt soms gekozen voor betonbroodjes in plaats van EPS. De extra massa van het beton in de vulling draagt bij aan de algehele stevigheid en brandveiligheid. Tijdens de bouw zie je de vlechters die de zware wapeningsnetten over de blokken uitrollen. Zodra de betonpomp zijn werk doet, veranderen de losse puzzelstukjes in één onverwoestbare, monolithische plaat.
Bij een moderne aanbouw met vloerverwarming fungeert de broodjesvloer als ideale basis. De installateur klikt de kunststof verwarmingsbuizen op tackerplaten bovenop de broodjes, of bindt ze vast aan het staalnet. De vulelementen zorgen dat de warmte niet naar de kruipruimte ontsnapt, maar naar boven straalt. Efficiëntie in uitvoering en gebruik.
Het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) dicteert de spelregels. Geen discussie mogelijk over de minimale isolatiewaarden voor de begane grond. Voor nieuwbouw ligt de lat voor de warmteweerstand op een Rc-waarde van 3,7 m²K/W, een eis die direct invloed heeft op de dikte en de densiteit van de EPS-broodjes die tussen de liggers worden geplaatst. Bij renovatieprojecten wordt vaak gekeken naar het rechtens verkregen niveau, wat in de praktijk betekent dat de isolatiewaarde van de bestaande situatie niet mag verslechteren, al streeft men meestal naar de nieuwbouwwaardes voor modern wooncomfort.
Kwaliteitsborging vindt plaats via de NEN-EN 15037-reeks. Deze Europese normenserie is opgesplitst in specifieke delen voor de verschillende componenten: deel 1 behandelt de geprefabriceerde betonnen liggers, terwijl deel 2 tot en met 4 de eisen voor vulelementen van respectievelijk beton, gebakken klei en polystyreen vastleggen. CE-markering op de componenten is hierbij een harde voorwaarde. Het is het bewijs dat de fabrikant voldoet aan de Europese prestatie-eisen voor sterkte en duurzaamheid.
De constructeur baseert de berekening van de druklaag en de totale vloerstijfheid op de Eurocode 2 (NEN-EN 1992) voor betonconstructies. Cruciaal. Zonder de juiste wapening en betondekking conform deze norm mist de vloer de benodigde schijfwerking om horizontale krachten, zoals windbelasting op de gevels, over te dragen aan de stabiliteitswanden. Brandwerendheid is een ander kritiek punt. In woningscheidende situaties moet de vloer voldoen aan de WBDBO-eisen (Weerstand tegen BrandDoorslag en BrandOverslag), waarbij de materiaalkeuze van de broodjes en de dikte van de druklaag bepalend zijn voor de tijdsduur dat de constructie standhoudt bij brand.
De opkomst van de broodjesvloer is onlosmakelijk verbonden met de wederopbouwperiode. Handzame elementen waren de norm. Men zocht naar methoden om zonder zware kranen toch solide betonvloeren te realiseren in de krappe naoorlogse stadsvernieuwing. Aanvankelijk bestond de vulling uit gebakken klei. Keramische elementen, vaak aangeduid met de merknaam van de toenmalige marktleider, vormden de standaard. Deze zware, holle bouwstenen rustten op betonnen liggers en boden een hoge thermische inertie, maar nauwelijks isolatiewaarde naar moderne maatstaven.
In de jaren zeventig verschoof de focus. De oliecrisis dwong tot thermische isolatie. EPS-vulelementen vervingen de zware keramische en bimsbetonnen blokken in hoogtempo bij begane grondvloeren. Waar de vulelementen vroeger enkel dienden als verloren bekisting voor de constructieve druklaag, kregen ze plots een dubbele functie: bekisting én thermische barrière. Het gewicht per vierkante meter daalde spectaculair. Dit vergemakkelijkte de logistiek op de bouwplaats aanzienlijk. De introductie van de voorgespannen T-ligger maakte bovendien steeds grotere overspanningen mogelijk zonder dat de balkhoogte buitensporig toenam.
De evolutie van de vulelementen door de decennia heen:
Constructieve berekeningsmethodieken zijn meegegroeid met de materialen. Oude systemen vertrouwden vaak op de eigen stijfheid van de keramische blokken, terwijl de moderne combinatievloer volledig leunt op de monolithische samenwerking tussen de voorgespannen ligger en de ter plaatse gestorte betonlaag. Het systeem is geëvolueerd van een verzameling losse blokken naar een nauwkeurig berekend composietonderdeel van de gebouwschil.