De montage van een combinatievloer begint bij de exacte maatvoering op de dragende wanden. De hart-op-hart afstand van de prefab T-liggers wordt gedicteerd door de breedte van de gekozen vulelementen. Handwerk overheerst vaak. De liggers worden handmatig of met licht materieel op de muren gelegd, waarbij de minimale oplegging strikt moet worden aangehouden volgens het legplan. Bij grotere overspanningen is een tijdelijke onderstempeling of onderslagbalk noodzakelijk. Een tijdelijke hulpconstructie die doorbuiging voorkomt. Stabiel en waterpas.
Vulelementen schuiven daarna tussen de flenzen van de liggers. EPS-blokken zijn licht en uiterst hanteerbaar, terwijl betonnen vulelementen meer massa en daarmee betere geluidsisolatie bieden. Dit raster vormt direct een begaanbaar werkvlak. Uitsparingen voor riolering, meterkastdoorvoeren of ventilatiekanalen worden ter plekke in de 'broodjes' uitgesneden of gehakt. Flexibiliteit in optima forma. De volgende fase betreft het aanbrengen van de wapening. Een vlechtwerk van staalmatten wordt over de vulelementen verdeeld, waarbij afstandhouders ervoor zorgen dat het staal de juiste dekking krijgt binnen de toekomstige betonlaag.
Het proces wordt voltooid met de betonstort van de druklaag. Het vloeibare beton verbindt de losse componenten tot een monolithisch geheel. De specie vloeit rond de ruwe bovenzijde van de T-liggers, waardoor een constructieve koppeling ontstaat die na uitharding voor de definitieve stijfheid zorgt. Het afreien gebeurt op basis van de vooraf uitgezette peilmaten. Pas na de volledige uithardingstijd van het beton worden de tijdelijke stempels verwijderd, waarna de vloer zijn volledige draagkracht bereikt.
De ruggengraat van de vloer. Meestal uitgevoerd als geprefabriceerde, omgekeerde T-liggers van beton. In de utiliteitsbouw en bij grotere overspanningen zie je vaak voorgespannen betonliggers. Deze hebben een hogere draagkracht bij een beperkte eigen hoogte. Slank en sterk. Voor renovatieprojecten waarbij gewicht een kritische factor is, wordt vaak uitgeweken naar stalen liggers. Deze lichtgewicht profielen, vaak aangeduid als renovatievloeren, laten zich zonder kraan door een raamopening naar binnen steken. Handwerk in de zuiverste vorm.
De vulelementen bepalen de isolatiewaarde en de massa van de constructie. EPS-vulelementen (geëxpandeerd polystyreen) zijn marktleider bij begane grondvloeren boven een kruipruimte. Ze zijn vederlicht. De isolatiewaarde (Rc-waarde) is eenvoudig aan te passen door de dikte van het EPS-pakket onder de liggerflens te variëren. Voor verdiepingsvloeren waar geluidsisolatie prevaleert boven thermische isolatie, vallen EPS-broodjes vaak af. Hier kies je voor betonnen vulelementen. Die voegen de benodigde massa toe om luchtgeluid te dempen. Een minder vaak voorkomende variant is het keramische vulelement, dat we vooral nog tegenkomen in de restauratiesector of bij specifieke brandveiligheidseisen.
De combinatievloer wordt vaak verward met andere systeemvloeren, maar de verschillen zijn wezenlijk. Neem de kanaalplaatvloer. Die is volledig geprefabriceerd. Geen broodjes, geen handmatige montage van losse elementen. Leggen en klaar. De combinatievloer daarentegen is een semi-prefab systeem; de uiteindelijke sterkte ontstaat pas op de bouwplaats na het storten van de druklaag.
| Kenmerk | Combinatievloer | Kanaalplaatvloer | Breedplaatvloer |
|---|---|---|---|
| Montage | Handmatig mogelijk | Kraan noodzakelijk | Kraan noodzakelijk |
| Druklaag | Altijd constructief nodig | Niet altijd nodig | Constructief essentieel |
| Flexibiliteit | Hoog (doorvoeren ter plekke) | Beperkt (fabrieksmatig) | Hoog |
| Gewicht elementen | Laag | Hoog | Gemiddeld |
Verwarring met de breedplaatvloer komt ook voor. Bij een breedplaatvloer vormen de prefab platen echter de volledige onderzijde van de vloer en fungeren ze als verloren bekisting voor de gehele vloerdikte. Bij een combinatievloer dragen de liggers de vulelementen, die slechts de ruimte tussen de balken overbruggen. Het is een modulair raamwerk. Geen dichte schaal.
Een krappe achtertuin in een dichtbebouwde stadswijk. Geen ruimte voor een grote telekraan. De aannemer kiest hier voor de combinatievloer bij de bouw van een aanbouw. Twee vakmensen tillen de betonnen T-liggers handmatig op hun plek. Het lijkt wel een bouwpakket. De witte EPS-broodjes schuiven er soepel tussen en vormen direct een veilig loopvlak. Geen gedoe met zware bekistingen.
Kijk je in de kruipruimte van een jaren '90 woning, dan zie je vaak het karakteristieke ribbenpatroon van dit systeem. Een grijze betonnen ligger, geflankeerd door brede banen wit isolatiemateriaal. Het is een herkenbaar beeld. Soms zie je dat er een stuk uit een EPS-vulelement is gehakt voor een extra rioleringsbuis. Dat is de kracht van dit systeem; ter plekke aanpasbaar zonder de constructieve integriteit van de balken aan te tasten.
Bij de renovatie van een monumentaal pand met een vochtige begane grond is de stalen variant vaak de redder in nood. De oude, vergane houten balken gaan eruit. De slanke, verzinkte stalen liggers gaan door het raam naar binnen. Ze rusten op de bestaande muren. De vulelementen vullen het raster. Snel, droog en direct klaar voor de betonstort die de hele woning weer een solide basis geeft.
De constructieve veiligheid van de combinatievloer is niet onderhandelbaar en rust stevig op het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL). Dit wettelijk kader verwijst direct naar de Eurocodes voor de berekening van betonconstructies. NEN-EN 1992 vormt hierbij de ruggengraat. Specifiek voor dit type systeemvloer is de normserie NEN-EN 15037 van cruciaal belang; deze reguleert de eisen voor geprefabriceerde balken, vulelementen en de uiteindelijke systeemintegratie. CE-markering is verplicht voor alle prefab componenten. Zonder deze certificering mag een ligger simpelweg de bouwplaats niet op, aangezien de prestatieverklaring (DoP) de basis vormt voor de kwaliteitsborging.
Brandveiligheid speelt een even grote rol in de regelgeving. De weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO) moet voldoen aan de eisen die het BBL stelt per gebruiksfunctie. Vaak betekent dit een brandwerendheid van 30 of 60 minuten. De dikte van de betonnen druklaag en de betondekking op de wapening in de prefab liggers zijn hierin de bepalende factoren. Geen gokwerk, maar harde rekenwaarden.
Thermische prestaties zijn aan strikte minima gebonden. Voor de begane grondvloer boven een kruipruimte stelt het BBL specifieke eisen aan de warmteweerstand (Rc-waarde). Bij nieuwbouw is deze eis de afgelopen jaren flink aangescherpt. De vulelementen van EPS moeten bovendien voldoen aan de NEN-EN 13163, waarbij zaken als druksterkte en brandgedrag zijn vastgelegd. Het is een samenspel van componenten die elk aan eigen productnormen moeten voldoen voordat ze in het systeem opgaan.
Naast de technische producteisen is de Arbowetgeving een bepalende factor bij de keuze voor dit vloersysteem. De befaamde NIOSH-methode en de daaruit voortvloeiende Tilnorm stellen grenzen aan wat vakmensen handmatig mogen verplaatsen. Omdat veel liggers en broodjes bedoeld zijn voor handmatige verwerking, moeten fabrikanten het gewicht nauwkeurig afstemmen op deze regelgeving. Is de ligger te zwaar voor twee personen volgens de berekeningsmethode? Dan is mechanische hulp onvermijdelijk. Dit verklaart de opmars van lichtgewicht stalen renovatieliggers in situaties waar zwaar materieel geen toegang heeft en de Arbo-normen handmatige verwerking van zware betonliggers verbieden.
De opkomst van de combinatievloer wortelt direct in de naoorlogse wederopbouw. Hout was schaars. De enorme woningnood vroeg om snelle, gestandaardiseerde methodieken die zonder de inzet van zware, destijds schaarse hijskranen in krappe binnensteden konden worden uitgevoerd. Beton bood de uitkomst. In de jaren vijftig en zestig bestonden de vulelementen hoofdzakelijk uit zware, gebakken keramische blokken of betonsteen; een systeem dat weliswaar solide was, maar ook fysiek uitputtend voor de vloerenleggers die elk element handmatig op de flenzen van de betonnen liggers moesten manoeuvreren.
Een cruciaal omslagpunt volgde tijdens de oliecrisis in de jaren zeventig. De noodzaak voor thermische isolatie werd plotseling urgent en dreef de innovatie richting nieuwe materialen. Geëxpandeerd polystyreen (EPS) deed zijn intrede. Het vederlichte 'broodje' verving de zware keramische potten. Dit veranderde de dynamiek op de bouwplaats fundamenteel; de vloer was niet langer alleen een constructief onderdeel, maar werd een integraal onderdeel van de thermische schil. Wat begon als een noodoplossing voor materiaalschaarste, evolueerde zo naar een hoogwaardig isolatiesysteem dat naadloos aansloot op de steeds strengere energieprestatiecoëfficiënten (EPC) van de jaren negentig.
De laatste belangrijke fase in de evolutie was de introductie van de stalen renovatieligger. Een specifiek antwoord op de problematiek van vergane houten balklagen in de bestaande woningvoorraad. Waar de betonnen T-ligger vaak te zwaar was voor handmatige verwerking in bewoonde situaties, boden de lichtgewicht stalen profielen de mogelijkheid om zonder sloopwerk aan de hoofddraagconstructie een nieuwe, duurzame vloer aan te brengen. Van puur pragmatische wederopbouwoplossing naar een verfijnd modulair systeem voor de verduurzamingsopgave van nu.
Joostdevree | Encyclo | Sleiderink | Vbi | Woodstock-vloeren | Bavubetonwerken | Enadco