De installatie start bij de fysieke geveldoorvoer waar het ventilatiekanaal eindigt. Meestal steekt de buis niet uit, maar sluit deze nauw aan op het buitenoppervlak. Bij de daadwerkelijke plaatsing wordt de aansluittuit van het rooster in de buis gedrukt, waarbij de aanwezige klemveren voor een stabiele fixatie zorgen zonder dat er direct gereedschap aan te pas komt. De positionering luistert nauw; de afwateringsgleuven bevinden zich per definitie aan de onderzijde. In situaties met grove gevelstructuren, zoals bij traditioneel metselwerk met diepe voegen, wordt vaak een kitzoom aangebracht langs de omtrek van de montageflens om een waterdichte aansluiting op de schil van het gebouw te garanderen.
Het rooster klemt. Winddruk wordt gebroken. Voor toepassingen in de utiliteitsbouw of bij renovatieprojecten waarbij verschillende kanaaldiameters samenkomen, wordt gecontroleerd of de tuitmaat correspondeert met de inwendige maat van de afvoerbuis. Geen geschroef, tenzij de flens expliciet is voorzien van boorgaten voor een mechanische verankering in de ondergrond. Eenmaal gepositioneerd, vormt de bolle kap een barrière die verhindert dat slagregen direct het kanaalsysteem binnendringt, terwijl de luchtstroom via de zijdelingse lamellen vrij spel behoudt.
RVS is de standaard. Meestal wordt gekozen voor RVS 304, wat in de meeste situaties volstaat voor een corrosiebestendige afwerking van de gevel. Maar let op bij kustgebieden. Daar is de zoute zeelucht agressief en vreet het metaal aan, waardoor RVS 316 — een legering met molybdeen — de enige juiste keuze is om vliegroest te voorkomen. Aluminium varianten komen ook voor. Deze zijn vaak lichter en goedkoper, maar missen de robuuste uitstraling van staal. Kunststof bolroosters, vaak van slagvast ABS of PVC, vormen het budgetsegment. Ze zijn ongevoelig voor corrosie, maar de UV-bestendigheid laat bij goedkopere types na verloop van jaren soms te wensen over, wat leidt tot verbrossing of verkleuring onder invloed van zonlicht.
Niet elk rooster is hetzelfde van binnen. Je hebt modellen met en zonder insectengaas. Voor een badkamerwaaier is fijnmazig gaas ideaal; het houdt muggen en vliegen buiten de woning. Gebruik dit echter nooit voor de afvoer van een wasdroger of een afzuigkap. De pluizen en vetdeeltjes verstoppen het fijnmazige gaas razendsnel, waardoor de weerstand oploopt en de motor van de ventilator doorbrandt. In die gevallen kies je voor een rooster met uitsluitend grove lamellen. Er bestaan ook varianten met een ingebouwde terugslagklep. Deze klep voorkomt dat koude buitenlucht de woning binnendringt wanneer de mechanische ventilatie uitstaat. Het rammelen van zulke kleppen bij harde wind is echter een bekend nadeel, iets wat bij een standaard open bolrooster niet voorkomt.
De diameter is leidend. Gangbare maten zijn 100 mm, 125 mm en 150 mm, corresponderend met de standaardmaten van ventilatiekanalen en spirobuizen. Een afwijkende maat vraagt om verloopstukken. Kleur bekennen is tegenwoordig de norm. Waar vroeger de metallic glans van blank metaal overheerste, worden bolroosters nu steeds vaker geleverd in poedercoatings. Antraciet (RAL 7016) en zwart zijn populair bij moderne architectuur om weg te vallen tegen donkere gevelstenen of juist te contrasteren met wit stucwerk. De vorm blijft bol. Dat is de kern. Het onderscheidt zich hiermee fundamenteel van het vlakke lamellenrooster, dat minder bescherming biedt tegen zijwaartse windinslag maar minder ver uitsteekt vanaf het gevelvlak.
In een gemiddelde woonwijk herken je het bolrooster direct aan de zij- of achtergevel van woningen. Vaak zie je op verschillende hoogtes meerdere exemplaren gegroepeerd; een kleiner rooster voor de mechanische ventilatie van het toilet en een grotere variant voor de krachtige afvoer van de afzuigkap. Tijdens een regenbui zie je de functie in actie. Het water stroomt over de ronde kap en valt via de onderste rand naar beneden, weg van de gevel. Dit voorkomt de beruchte zwarte lekstrepen die bij platte roosters vaak het metselwerk ontsieren.
De bolvorm is bepalend. Windvlagen die frontaal op de gevel staan, worden door de aerodynamische vorm zijwaarts afgebogen. Hierdoor hoor je binnen geen gebonk of geklepper in de buizen, iets wat bij roosters met een eenvoudige terugslagklep vaak een bron van irritatie is. Bij een appartementencomplex aan de kust zie je de robuuste RVS-varianten glimmen in de zon, ongevoelig voor de constante zoute zeelucht die kunststof zou doen verbleken.
Ventilatie is geen vrijbrief. Het Besluit Bouwwerken Leefomgeving stelt strikte eisen aan de minimale capaciteit van luchtverversing in woningen en utiliteitsbouw, waarbij de effectieve doorlaat van een bolrooster direct invloed heeft op het behalen van de voorgeschreven debieten conform NEN 1087. Weerstand telt zwaar mee. De installateur moet aantonen dat het geselecteerde rooster, inclusief eventueel gaas of een terugslagklep, de mechanische ventilatie niet onnodig smoort waardoor de luchtkwaliteit binnenshuis onder de wettelijke ondergrens zakt.
Afstanden tot de perceelgrens. Cruciaal. Bij het projecteren van een geveldoorvoer speelt de verdunningsfactor een hoofdrol; kookdampen of vervuilde lucht uit natte ruimtes mogen de verse luchttoevoer van de buren niet hinderen. De rekenmethodieken in NEN 1087 bepalen de minimale afstand tussen een uitblaaspunt, zoals een bolrooster, en een te openen raam of toevoerrooster. Geen nattevingerwerk, maar harde getallen over hinder en gezondheid. Voor collectieve afvoersystemen in de hoogbouw gelden aanvullende regels omtrent branddoorslag en brandoverslag, waarbij de materiaalkeuze van het rooster moet aansluiten bij de brandcompartimentering van de gevelschil.
Ventilatie was decennialang een passieve aangelegenheid. Natuurlijke trek via verticale kanalen domineerde de woningbouw tot ver in de twintigste eeuw. De introductie van mechanische afzuiging in de jaren zeventig en tachtig dwong tot een herontwerp van de gevelbeëindiging. Oude, platte gietijzeren roosters voldeden niet langer. Ze boden onvoldoende weerstand tegen de toenemende winddruk op de gevel, wat de prille ventilatormotoren zwaar belastte.
De bolvormige kap verscheen als functionele innovatie. Ingenieurs zochten naar een manier om de uitmonding van een kanaal te beschermen zonder de luchtdoorvoer te smoren. De aerodynamica van de bol bleek superieur. Waar platte roosters vaak zorgden voor turbulentie en neerslaginslag, geleidde de bolvorm de wind eromheen. De wind sloeg niet meer direct terug in het systeem. Een simpele maar effectieve verbetering.
Materialen evolueerden mee met de bouwstandaarden. In de vroege jaren van mechanische ventilatie zag je voornamelijk gegalvaniseerd staal of zware aluminium gietstukken aan de gevel. Met de opkomst van kunststof in de jaren negentig werd het aanbod diverser. De focus verschoof echter langzaam van louter functionaliteit naar gevelbescherming. De druiprand werd een essentieel onderdeel om de destijds populair wordende witte stucgevels schoon te houden. Het bolrooster transformeerde zo van een noodzakelijk kwaad tot een technisch component dat esthetiek en installatietechniek verenigt.