De fysieke realisatie van een blokprofiel start bij de vorming van de contour door middel van extrusie- of freestechnieken, waarbij de geometrie onverbiddelijk haaks wordt vastgelegd. Bij de assemblage van kozijnen worden de profielstukken samengevoegd tot een star kader, waarbij men vaak kiest voor een haakse verbinding in plaats van een verstekverbinding om de suggestie van ambachtelijk, massief houten regelwerk te versterken. Dit proces vereist een hoge mate van maatvastheid om de strakke lijnen over de gehele gevelbreedte te waarborgen.
In gevelsystemen vindt de montage doorgaans plaats op een ventilerend achterwerk van houten of metalen rachels. Bevestigingsmiddelen, zoals rvs-nagels of speciale clips, verdwijnen meestal in de schaduwzijde van de profilering of achter de overlap van het aangrenzende deel. De diepte van de sponning bepaalt de intensiteit van de schaduwwerking. Het luistert nauw. Een minimale afwijking in de uitlijning verstoort direct het ritme van het lijnenspel. Watermanagement vindt plaats achter de schermen via verborgen ontwateringssleuven of een nauwelijks zichtbare afschuining op de liggende vlakken, waardoor de visuele integriteit van de rechte hoek behouden blijft terwijl vochtophoping wordt voorkomen.
In de wereld van de kunststof kozijnen is het blokprofiel onlosmakelijk verbonden met de Nederlandse bouwtraditie. Terwijl men in de rest van Europa vaak kiest voor vlakke, schuine profielen, prefereert de Nederlandse markt het 120 mm verdiepte profiel. Dit wordt vaak het 'Hollandse blokprofiel' genoemd. Het simuleert de diepte van klassiek houten regelwerk. Fabrikanten passen hierbij vaak de zogenaamde 'Hollandse hoek' toe. Geen verstek. Een rechte, haakse verbinding. Bij aluminium uitvoeringen is de profilering vaak nog scherper gedefinieerd door de intrinsieke stijfheid van het metaal, wat extreem smalle aanzichtbreedtes mogelijk maakt zonder verlies van dieptewerking.
Bij gevelbekleding reikt de keuze verder dan een enkele plank. Men onderscheidt hier hoofdzakelijk het enkelvoudige, dubbele en triple blokprofiel. Het triple blokprofiel is een slimme constructie. Eén brede plank bevat drie gefreesde 'blokken'. De installateur monteert sneller. De gevel oogt echter alsof deze uit losse latten bestaat. Dit creëert een fijnmazig ritme.
Daarnaast is er de keuze tussen een open en een gesloten systeem. Het gesloten blokprofiel heeft een messing-en-groefverbinding die de gevel volledig afsluit tegen weersinvloeden. Bij het open systeem blijven de blokken fysiek gescheiden door een tussenruimte. Dit vereist een uv-bestendige, zwarte gevelfolie achter de latten. Het schaduweffect is hierbij maximaal. Het is puur. De dieptewerking is vele malen groter dan bij de gesloten variant.
Verwarring ontstaat soms met het rhombusprofiel of het traditionele rabat. De verschillen zijn echter fundamenteel. Een overzicht van de nuances:
Het blokprofiel wordt in de renovatiesector ook wel het 'renovatieprofiel' genoemd, specifiek wanneer het gaat om het vervangen van zware, houten kozijnen in monumentale panden door moderne alternatieven die de authentieke massa moeten evenaren.
Stel je een jaren '30 renovatie voor waarbij de rotte houten kozijnen plaatsmaken voor onderhoudsarm kunststof. Hier zie je het blokprofiel vaak terug als het zogenaamde 'verdiepte profiel'. In plaats van een vlakke aansluiting op de gevel, ligt het glas dieper naar binnen. De haakse verbindingen in de hoeken bootsen het ambachtelijke timmerwerk van vroeger na. Geen schuine versteknaden. Robuust en massief.
In een open gevelsysteem zie je het blokprofiel vaak gecombineerd met een zwarte achtergrondfolie. De ruimte tussen de houten blokken is fysiek open. De dieptewerking is hier maximaal. Het oogt als een zwevend raster van balken.
Geen kozijn zonder regels. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) vormt het fundament voor de toepassing van blokprofielen in de Nederlandse bouw. Hierin staan de prestatie-eisen voor luchtdichtheid, windbestendigheid en thermische isolatie onverbiddelijk vastgelegd. Het blokprofiel, en dan specifiek de Nederlandse variant met een inbouwdiepte van 120 mm, is technisch geëvolueerd om aan deze eisen te voldoen. De diepte biedt ruimte voor dikke isolatiepakketten en drielaags isolatieglas. Noodzakelijk om de vereiste U-waarden voor de thermische schil te halen.
Prestatie-eisen voor wind- en waterdichtheid volgen vaak de NEN 3661. Een blokprofiel moet standhouden bij zware storm; water mag onder geen beding binnendringen. Fabrikanten testen hun systemen daarom conform Europese normen zoals de NEN-EN 12608 voor PVC-profielen. CE-markering is hierbij een harde voorwaarde. Zonder dit label blijft de weg naar de Europese markt gesloten. Het is een bewijs van conformiteit met de Europese verordening voor bouwproducten (CPR).
In de Nederlandse polderpraktijk is het KOMO-keurmerk de maatstaf voor kwaliteit. Dit keurmerk garandeert dat het blokprofiel voldoet aan specifieke beoordelingsrichtlijnen (BRL), wat essentieel is voor de acceptatie door bouw- en woningtoezicht. Voor houten uitvoeringen vormt de KVT (Kwaliteit van houten gevelelementen) het leidende document. De constructieve integriteit van de 'Hollandse hoek' moet immers buiten kijf staan. Geen concessies aan de sterkte. De regelgeving dicteert de kaders, het profiel vult de technische ruimte in.
Van massief eiken naar geëxtrudeerd polymeer. De oorsprong van het blokprofiel ligt diep verankerd in de specifieke esthetiek van de Nederlandse baksteenarchitectuur. Terwijl men in omringende landen vaak koos voor vlakke kozijnen die gelijkliggen met de gevel, hield de Nederlandse bouwer vast aan de neggemaat. Diepte gaf karakter. Vroegere timmerlieden sloegen zware, rechthoekige balken in de sponning. Dit creëerde het archetypische beeld van het massieve kozijn dat de gevel doorbreekt.
De echte technische transformatie begon in de tweede helft van de twintigste eeuw. Met de opkomst van kunststof en aluminium veranderde het speelveld. De eerste importprofielen uit Duitsland en België waren echter schuin en smal. Dat botste met het Nederlandse straatbeeld. De markt eiste een profiel dat de visuele massa van historisch houtwerk kon evenaren zonder het onderhoud. Zo ontstond het 'verdiepte profiel' als technisch antwoord op een esthetisch verlangen. In de jaren '90 werd dit de standaard voor renovaties van vooroorlogse panden. De introductie van de 'Hollandse hoek' markeerde een cruciaal punt; het verving de diagonale versteknaad door een haakse verbinding. Een industrieel product met de ziel van een ambachtelijk kozijn. Vandaag de dag dicteert niet langer alleen de traditie, maar vooral de isolatiewaarde de vorm. Diepere kamers zijn nodig voor triple glas. Het blokprofiel evolueerde zo van een puur visuele nabootsing naar een noodzakelijk technisch omhulsel voor hoogwaardige isolatiepakketten.