Binnenbeglazing

Laatst bijgewerkt: 17-01-2026


Definitie

Een constructiemethode waarbij de ruit en de bijbehorende glaslatten vanaf de binnenzijde van een gebouw in de sponning van het kozijn worden gemonteerd.

Omschrijving

De glaszetter werkt bij deze methode volledig van binnenuit. Dat scheelt aanzienlijk in de logistiek. De sponning van het kozijn is naar de binnenzijde gericht, waardoor de ruit tegen de vaste buitenaanslag van het profiel wordt geplaatst. Voor een correcte positionering en drukverdeling rust het glas op kunststof stel- en steunblokjes. Direct contact tussen glas en kozijn is uit den boze. De afdichting wordt gerealiseerd met celband als rugvulling, gevolgd door een hoogwaardige elastische kitvoeg. Hoewel de constructie aan de binnenzijde zit, blijft waterhuishouding een kritiek punt. Eventueel binnendringend vocht moet via een ventilatiesysteem in de sponning naar buiten worden afgevoerd. Hiervoor worden vaak specifieke ontwateringsgaten in de onderdorpels gefreesd. Dit principe is universeel toepasbaar bij houten, kunststof en aluminium gevelelementen.

Uitvoering en methodiek

De montage start bij de positionering van de ruit tegen de vaste buitenaanslag van het kozijnprofiel. Geen steigers nodig. De glaszetter werkt volledig vanaf de binnenvloer. Cruciaal hierbij is de plaatsing van kunststof steun- en stelblokjes die de ruit op afstand houden van het kozijnhout of profielmateriaal om spanning en direct contact te voorkomen.

Zodra de ruit op de juiste positie staat, worden de glaslatten aan de binnenzijde aangebracht. Deze latten klemmen de ruit vast. Bij houten kozijnen gebeurt dit vaak met nagels, terwijl bij kunststof of aluminium de profielen in de daarvoor bestemde groeven worden geklikt. De sponning moet voldoende omtrekspeling hebben; lucht moet rondom de ruit kunnen circuleren voor een gezonde glasrand.

De afdichting geschiedt doorgaans met celband en een elastische kitvoeg aan zowel de binnen- als buitenzijde. Soms gebruikt men geprefabriceerde beglazingsprofielen van rubber. Omdat vocht via de buitenzijde toch de sponning kan bereiken, is een actieve afwatering in de onderdorpel noodzakelijk. Freeswerk creëert de benodigde openingen naar buiten toe. Dit mechanisme voert binnengedrongen water af en zorgt voor de noodzakelijke beluchting. Een falende ontwatering leidt onherroepelijk tot schade aan de randverbinding van de beglazing. Balans tussen luchtdichtheid binnen en ontwatering buiten is het doel.


Materiaalspecifieke uitvoeringen en inbraakwerendheid

Binnenbeglazing is de standaard bij vrijwel alle moderne kunststof en aluminium kozijnsystemen. De profielen zijn constructief zo ontworpen dat de glaslat aan de binnenzijde in een specifieke groef klikt. Bij houten kozijnen is binnenbeglazing een bewuste esthetische en technische keuze. Het grote voordeel? Inbraakwerendheid. Omdat de glaslatten zich binnen bevinden, kunnen onbevoegden de ruit niet simpelweg van buitenaf demonteren door de latten te verwijderen. Geen gedoe met speciale schroeven of verlijmde latten aan de gevelzijde.

Er bestaat een duidelijk onderscheid tussen vaste kozijnen en draaiende delen zoals ramen en deuren. Bij vaste beglazing wordt de ruit direct in het kozijnkader geplaatst. Bij openslaande delen verhuist de hele glasopbouw mee met de vleugel. De glaslatten zitten dan aan de binnenzijde van het draaiende raam. Het principe blijft hetzelfde. De logistiek ook.


Droge versus natte beglazingsvarianten

Binnen de methodiek van binnenbeglazing maken we onderscheid tussen natte en droge systemen. Natte beglazing is de traditionele route. Hierbij wordt de afdichting tussen glas, kozijn en glaslat gerealiseerd met een elastische kitvoeg op een rugvulling van celband. Het resultaat is een strakke, luchtdichte afsluiting. Onderhoud is hier wel een factor; kit kan na jaren gaan scheuren of onthechten.

Droge beglazing wint terrein. Vooral in de utiliteitsbouw en bij kunststof kozijnen. Hierbij vervangen geprefabriceerde rubberprofielen (vaak EPDM) de kitvoeg. Geen droogtijden. Direct waterdicht. De rubbers zijn vaak al in de glaslat of het kozijnprofiel geïntegreerd. Soms ziet men hybride vormen waarbij de buitenzijde een rubberen afdichting heeft en de binnenzijde wordt afgekit voor een maximale luchtdichting. De keuze voor droog of nat beïnvloedt de detaillering van de sponning en de benodigde glasruimte aanzienlijk.


Praktijksituaties en toepassingen

In de utiliteitsbouw is binnenbeglazing de standaard. Denk aan een kantoorpand op de tiende verdieping langs een drukke snelweg. Geen dure hoogwerkers of hangbruggen nodig. De glaszetter voert de ruiten via de lift aan en plaatst ze direct vanuit de kantoorvloer in de aluminium profielen. Efficiënt en veilig. Stel je een renovatieproject voor in een smalle binnenstad. De stoep is amper een meter breed. Bij buitenbeglazing zou de hele straat afgezet moeten worden voor een steiger. Met binnenbeglazing merkt de voorbijganger er nauwelijks iets van. De ruit gaat via de voordeur naar binnen en wordt daar gemonteerd. De logistieke voetafdruk blijft minimaal. Inbraakgevoelige locaties vormen een ander klassiek voorbeeld. Een vrijstaande woning in het buitengebied. Bij traditionele buitenbeglazing kan een inbreker met een beitel de glaslatten relatief eenvoudig verwijderen om de hele ruit eruit te tillen. Bij binnenbeglazing loopt hij tegen een muur op. De glaslatten zitten immers veilig achter het slot van de woning. Hij krijgt geen grip op de constructie zonder het glas te verbrijzelen en veel lawaai te maken. In de kunststof kozijnenindustrie zie je vaak de 'klik-montage'. Een monteur die met een rubberen hamer de kunststof glaslatten in de binnensponning tikt. Geen spijkers, geen kit. Het rubberen profiel dat aan de lat vastzit, zorgt direct voor de juiste druk op de ruit. Het is een snelle, droge methode die uitermate geschikt is voor seriematige woningbouw waar snelheid en constante kwaliteit cruciaal zijn.

Normatieve kaders en technische richtlijnen

Vastgelegde standaarden

De technische uitvoering van binnenbeglazing is niet vrijblijvend en rust stevig op de fundamenten van de NEN 3577. Deze norm is de leidraad voor het plaatsen van vlakglas in gebouwen en stelt harde eisen aan de sponningmaten, de ventilatie en de noodzakelijke ontwatering. Zonder een correcte uitvoering conform deze norm riskeert men schade aan de randverbinding van het isolatieglas. De NPR 3577 biedt hierbij de praktische vertaalslag met specifieke details voor diverse kozijntypen. Geen half werk. De sponningventilatie moet gewaarborgd zijn om condensatie en daaropvolgende glasrot te voorkomen.

Wat betreft de inbraakwerendheid vormt de NEN 5096 het toetsingskader. Binnenbeglazing faciliteert vaak op eenvoudige wijze de eisen voor weerstandsklasse 2 (RC2), een standaardvereiste binnen het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) voor nieuwbouw. Omdat de glaslatten zich aan de niet-aanvalszijde bevinden, vervalt de noodzaak voor complexe mechanische borgingen die bij buitenbeglazing wel verplicht zijn om demontage van buitenaf te verhinderen.

Arbeidsomstandigheden en veiligheid

De keuze voor binnenbeglazing wordt vaak gedicteerd door de Arbowet. Veiligheid voorop. Het werken vanaf een stabiele verdiepingsvloer reduceert het valgevaar aanzienlijk vergeleken met montage vanaf ladders of tijdelijke steigerconstructies. De wetgever verlangt dat risico's bij de bron worden aangepakt; binnenbeglazing is daarvan een schoolvoorbeeld. Daarnaast speelt de NEN 3569 een rol zodra de beglazing doorloopt tot vloerniveau. Hoewel deze norm primair over de letselveiligheid van het glas zelf gaat, moet de glasopname in de binnensponning wel berekend zijn op de dikte en het gewicht van gelaagd veiligheidsglas. De constructieve samenhang tussen kozijn, glaslat en beglazing moet te allen tijde voldoen aan de wind- en waterdichtheidseisen zoals gesteld in de vigerende bouwregelgeving. Het is een samenspel van glasdikte, sponningdiepte en de juiste stelblokjes.


Van stopverf naar systeemoplossing

De verschuiving van buiten naar binnen

Traditioneel was glaszetten een handeling die zich uitsluitend aan de buitenzijde van de gevel afspeelde. In de tijd van enkel glas en stopverf was er simpelweg geen alternatief; de ruit rustte in een ondiepe sponning en werd met kit of stopverf vastgezet. De opkomst van de hoogbouw in de jaren zestig en zeventig legde de beperkingen van deze methodiek bloot. Steigerbouw werd een enorme kostenpost bij zowel nieuwbouw als glasvervanging. De bouwsector zocht naar logistieke efficiëntie. Het omdraaien van de sponning bood de oplossing: de glaszetter kon voortaan veilig op de verdiepingsvloer werken, ongeacht de weersomstandigheden.

Met de introductie van dubbel glas in de jaren tachtig veranderde de technische noodzaak. Isolatieglas is zwaarder en de randverbinding is uiterst gevoelig voor vocht. Waar men voorheen ruiten blindelings vastnagelde, dwong de kwetsbaarheid van de glasrand tot een striktere regelgeving. De NEN 3577 markeerde hierbij een historisch kantelpunt. Het besef groeide dat een sponning moest ventileren en ontwateren. Binnenbeglazing faciliteerde dit proces; de glaslatten aan de binnenzijde creëerden ruimte voor complexere profileringen in de onderdorpel die bij buitenbeglazing lastiger te realiseren waren zonder de waterdichtheid in gevaar te brengen.

De opkomst van de kunststof- en aluminiumindustrie heeft de binnenbeglazing definitief tot de standaard verheven. Systeemhuizen ontwikkelden klikprofielen waarbij de glaslat integraal onderdeel werd van de constructieve veiligheid. Inbraakpreventie speelde hierbij een hoofdrol. In de jaren negentig, met de komst van het Politiekeurmerk Veilig Wonen, werd de kwetsbaarheid van buitenlatten een kritisch punt. Binnenbeglazing elimineerde de noodzaak voor dure veiligheidslatten of het vastschroeven en afpluggen van glaslatten aan de aanvalszijde. Wat begon als een logistieke besparing, evolueerde zo tot een fundamenteel principe van inbraakwerend bouwen.


Vergelijkbare termen

Glaslat | Kozijn | Sponning | Kitvoeg

Gebruikte bronnen: