Baksteen

Laatst bijgewerkt: 15-01-2026


Definitie

Een keramisch bouwelement vervaardigd uit gebakken klei, primair toegepast voor het optrekken van metselwerkconstructies of als duurzame wegverharding.

Omschrijving

Baksteen vormt de onbetwiste ruggengraat van de Nederlandse bouwtraditie. Klei wordt bij extreem hoge temperaturen, doorgaans tussen de 850 en 1200 graden Celsius, gebakken tot een steenachtig materiaal met een onverwoestbare keramische binding. Dit proces resulteert in een product dat zowel hoge drukbestendigheid als een uitstekende vorstbestendigheid bezit. Het is een eerlijk materiaal. Geen enkel ander bouwmateriaal combineert een dergelijke levensduur met een zo lage onderhoudsbehoefte. Of het nu gaat om dragende binnenmuren of esthetische gevelvullingen, de baksteen blijft de standaard.

Productie- en verwerkingsproces

De transformatie van ruwe klei naar een hard bouwelement start bij het mengen en intensief kneden van de grondstof. Consistentie is alles. Door de klei onder druk door een mondstuk te persen ontstaat een strakke streng, de basis voor de strengperssteen, die vervolgens op de juiste maat wordt gesneden. Handvormstenen danken hun bezande, onregelmatige uiterlijk aan het handmatig of mechanisch in mallen werpen van kleibollen. Het is een spel van druk en textuur. Voordat de oven in beeld komt, moet het aanwezige water langzaam verdampen in droogkamers om scheurvorming door te snelle krimp te vermijden.

MethodeKenmerkende handeling
HandvormKlei wordt met zand in een vormbak geworpen voor een ruwe structuur.
VormbakMechanische persing van klei in vormen, resulterend in strakke randen.
StrengpersContinue extrusie van klei die met draden op dikte wordt gesneden.

Het eigenlijke bakken geschiedt doorgaans in tunnelovens waar de stenen een nauwkeurig geprogrammeerd temperatuurverloop doorlopen. Sintering vindt plaats. De minerale structuur verandert definitief in een keramische binding. Eenmaal op de bouwplaats vindt de verwerking plaats door het stapelen van de elementen in specifieke metselverbanden. Halfsteens, staand of wildverband. Mortel dient hierbij als bindmiddel en verdeelt de krachten tussen de individuele stenen. Bij de toepassing als straatbaksteen ligt de nadruk op het vlijen van de klinkers in een geprepareerd zandbed, waarbij de elementen strak tegen elkaar worden opgesloten om een stabiel wegdek te vormen.


Uiterlijk en productiemethodieken

Verschijningsvormen van de gevelsteen

De esthetiek van een baksteen wordt grotendeels bepaald door de wijze waarop de klei in de vorm komt. Handvormstenen zijn de meest karakteristieke varianten; door de bezande kleiblokken in een mal te werpen, ontstaat een grillig en generfd oppervlak. Dit type steen oogt authentiek en warm. De vormbaksteen lijkt hierop, maar door de mechanische persing is de vorm regelmatiger en zijn de randen strakker.

Strengpersstenen wijken fundamenteel af. Ze hebben geen bezanding en tonen een glad, strak oppervlak met vlijmscherpe hoeken. Vaak zie je hier perforaties in de steen, wat niet alleen gewicht bespaart maar ook de isolatiewaarde en hechting van de mortel kan beïnvloeden. Een relatieve nieuwkomer is de Wasserstrich-steen. Hierbij wordt geen zand maar water gebruikt om de steen uit de vorm te lossen. Het resultaat? Een onbezand, puur oppervlak met een diepe kleurverzadiging die de natuurlijke textuur van de klei blootlegt.


Formaten en maatvoering

In de metselwereld is de maatvoering heilig. Het bepaalt de modulariteit van het ontwerp. Het Waalformaat is de onbetwiste standaard in de Benelux, maar afwijkingen zijn eerder regel dan uitzondering voor wie een specifieke architecturale taal spreekt.

BenamingAfmetingen (ca. in mm)Karakter
Waalformaat (WF)210 x 100 x 50De meest gangbare maat; uitgebalanceerde verhoudingen.
Vechtformaat (VF)210 x 100 x 40Slanker en eleganter; benadrukt de horizontale belijning.
Dikformaat (DF)210 x 100 x 65Robuust en stoer; vaak toegepast in de utiliteitsbouw.
Hilversums formaat240 x 90 x 40Zeer lang en dun; typisch voor de Dudok-stijl.
Kloostermop280 x 130 x 85Historisch groot formaat; toegepast in restauraties.

Maten variëren per fabrikant. Houd altijd rekening met de maattolerantie; bakstenen krimpen tijdens het bakproces en geen enkele batch is exact identiek aan de vorige.


Functionele varianten en onderscheid

Gevelsteen versus Straatbaksteen

Er bestaat vaak verwarring tussen de 'gewone' baksteen en de straatbaksteen, ook wel klinker genoemd. Hoewel de basisgrondstof klei is, stopt de vergelijking daar. Straatbakstenen worden aanzienlijk langer en op hogere temperaturen gebakken tot het punt van volledige sintering. Ze zijn nagenoeg glasachtig dicht. De wateropname is minimaal. Een gevelsteen daarentegen is poreuzer, wat noodzakelijk is voor een goede vochthuishouding van de spouwmuur. Gebruik nooit een gevelsteen als bestrating; de steen zal bij de eerste de beste vorstperiode kapotslaan door bevroren vocht in de poriën.

Daarnaast kennen we de vuurvaste steen. Deze bevat een hoog gehalte aan aluminiumoxide en is bestand tegen extreme hitte zonder te barsten of te smelten. Essentieel voor schoorstenen en ovenbouw. Aan de andere kant van het spectrum vinden we de geglazuurde baksteen, waarbij een glaslaag op de steen wordt meegebakken voor een waterdichte, glanzende en vaak kleurrijke afwerking die we veelvuldig terugzien in de Amsterdamse School-architectuur.


Baksteen in de dagelijkse praktijk

Stel je een renovatie voor van een jaren '30 woning waarbij een uitbouw wordt geplaatst. De architect selecteert hier geen standaard strengperssteen, maar zoekt naar een handvormsteen in Hilversums formaat. Waarom? Om die specifieke, horizontale belijning van de oorspronkelijke gevel door te trekken. De metselaar mengt op de bouwplaats stenen uit verschillende pallets. Dit voorkomt 'nesten' van kleurvlakken en zorgt voor een natuurlijk verloop over het hele gevelvlak. Het resultaat is een textuur die nagenoeg naadloos overloopt van oud naar nieuw.

Een ander scenario speelt zich af in de tuinarchitectuur. Een hovenier krijgt de vraag om een oprit aan te leggen met 'die mooie rode stenen'. Hij waakt ervoor om restpartijen gevelstenen te gebruiken. In plaats daarvan kiest hij voor een bezande straatbaksteen. Deze is zwaarder gebakken en daardoor bestand tegen de druk van autobanden en de inwerking van strooizout. Waar een gevelsteen in de grond binnen twee winters zou splinteren door vorstschade, blijft de straatklinker decennia liggen zonder aan kleur of sterkte in te boeten.

In de interieurbouw zien we de baksteen terug als 'steentrips'. Een industrieel loft-ontwerp vraagt om een ruwe achterwand. In plaats van een volledige muur te metselen, worden dunne plakken van echte baksteen tegen de wand verlijmd. Dit geeft de visuele beleving van een massieve muur, inclusief de nuances in de klei en de korrel van de bezanding, zonder dat de vloerconstructie extra verzwaard hoeft te worden voor het gewicht van tienduizenden stenen.


Normering en wettelijke kaders

Europese kwaliteitsstandaarden en CE-markering

Geen willekeur. Bakstenen moeten presteren onder druk en wisselende weersomstandigheden. De kern van de regelgeving ligt bij de NEN-EN 771-1. Deze Europese normering fungeert als de technische bijbel voor fabrikanten; het definieert alles van de toegestane maatafwijkingen (T1, T2 of R1) tot de gemiddelde druksterkte van de steen. Een gevelsteen is pas verhandelbaar als deze is voorzien van een CE-markering. Dit is geen keurmerk voor kwaliteit in esthetische zin, maar een wettelijke verklaring dat het product voldoet aan de Europese verordening voor bouwproducten (CPR). Zonder een bijbehorende Prestatieverklaring, de Declaration of Performance (DoP), mag een partij stenen formeel niet worden toegepast in een permanent bouwwerk.

Hardheidsgraden. Toleranties. Vorst-dooi weerstand. Alles staat zwart op wit in die DoP. Een constructeur baseert zijn berekeningen voor de stabiliteit van een gebouw direct op de genormeerde waarden uit deze documentatie.

Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL)

Het BBL stelt de kaders voor de uiteindelijke toepassing in het bouwwerk. Hoewel de baksteen zelf een onbrandbaar materiaal is (Euro-brandklasse A1), stelt het BBL eisen aan de brandveiligheid en constructieve integriteit van de gehele gevelconstructie. Hierbij speelt de interactie tussen de steen, de spouwankers en de mortel een cruciale rol. Voor straatbakstenen verschuift het juridische vizier naar de NEN-EN 1344. Hier liggen de eisen op het vlak van slijtvastheid, glijweerstand en de bestandheid tegen zuren en strooizout. In de publieke ruimte moeten deze elementen bovendien voldoen aan de vigerende RAW-bepalingen (Raamovereenkomst voor de GWW-sector).

Milieu-impact en circulariteit

De wetgever kijkt steeds vaker naar de milieu-impact. De Milieuprestatie Gebouwen (MPG) is hierbij de leidraad. Elke baksteen heeft een plek in de Nationale Milieudatabase (NMD) met een bijbehorende Milieuproductverklaring (EPD). Dit beïnvloedt de keuze van de architect; een steen met een lagere milieu-impact door bijvoorbeeld een efficiënter bakproces of kortere transportlijnen scoort beter in de verplichte MPG-berekening voor nieuwbouw. Hergebruik van bakstenen, vaak aangeduid als 'kloostermoppen' of 'gebruikte klinkers', valt onder het Besluit Bodemkwaliteit wanneer deze direct in contact komen met de bodem, zoals bij bestrating.


De historische ontwikkeling van baksteen

Zon en klei. De eerste bouwstenen waren ongebakken, puur gedroogd in de verzengende hitte van het Nabije Oosten. De Romeinen perfectioneerden later de kunst van het bakken in veldovens en brachten deze techniek naar onze streken, maar met hun vertrek verdween ook de kennis van grootschalige keramische productie voor eeuwen uit de Lage Landen. Een technologische leegte bleef achter.

Pas in de late twaalfde eeuw keerde het tij. Kloosterordes, met name de Cisterciënzers en Premonstratenzers, herontdekten de techniek van het kleibakken. Ze hadden robuust bouwmateriaal nodig voor hun abdijen en kerken in een deltagebied waar natuursteen schaars was en kostbaar transport over water vereiste. Deze vroege stenen, de zogenaamde kloostermoppen, waren fors en onregelmatig. Formaat was destijds een kwestie van lokale mal en de grillen van de oveninhoud. De veertiende eeuw bracht de definitieve doorbraak naar de burgerlijke bouw. Houten steden vormden een te groot brandgevaar. Stedelijke verordeningen dwongen burgers tot het gebruik van 'harde' materialen. Steenbakkerijen schoten als paddenstoelen uit de grond langs de grote rivieren.

De negentiende eeuw markeert de meest radicale technische omslag in de sector. De uitvinding van de ringoven door Friedrich Hoffmann in 1858 maakte een continu bakproces mogelijk. Geen afkoelende ovens meer tussen de batches door, maar een eindeloze cyclus van vuur en hitte. De efficiëntie steeg explosief. De prijs daalde drastisch. Tegelijkertijd deed de strengpersmachine zijn intrede. Hierdoor konden strakke, uniforme stenen in massaproductie worden vervaardigd, een scherp contrast met de grillige handvormsteen van voorheen. In de moderne tijd verschuift de focus van pure kwantiteit naar de ecologische voetafdruk. Moderne tunnelovens minimaliseren tegenwoordig het energieverbruik en de sector experimenteert volop met waterstof en circulaire grondstoffen om de eeuwenoude traditie toekomstbestendig te maken.


Gebruikte bronnen: