Badding

Laatst bijgewerkt: 15-01-2026


Definitie

Een badding is een rechthoekig bezaagde houten balk van naaldhout, herkenbaar aan specifieke kopmaten en hoofdzakelijk ingezet voor hulpconstructies in de ruwbouw.

Omschrijving

Baddingen zijn de werkpaarden van de bouwplaats. Meestal vervaardigd uit vurenhout en direct afkomstig van de zagerij, waarbij de focus ligt op rauwe functionaliteit boven esthetische afwerking. Met standaard kopmaten zoals 65 x 150 mm of 65 x 165 mm vormen ze de ruggengraat van tijdelijke constructies. Ze vangen krachten op. Letterlijk. Of het nu gaat om het stempelen van een zware breedplaatvloer of het verstevigen van een bekisting tegen de druk van vloeibaar beton, de badding staat centraal. Hoewel ze technisch gezien hulpmiddelen zijn, worden ze vanwege de gunstige prijs-kwaliteitverhouding ook regelmatig toegepast in permanente, eenvoudige bouwwerken zoals overkappingen of schuren.

Functionele verwerking en methodiek

In de praktijk begint de inzet van baddingen bij de horizontale of verticale positionering binnen een tijdelijk constructief raamwerk. Bij het ondersteunen van vloerbekistingen worden de balken op de koppen van schroefstempels geplaatst. Ze vormen hier de primaire liggers. De uitlijning geschiedt nauwkeurig. Een laser of waterpas controleert de hoogte, waarna de stempels handmatig worden aangedraaid tot de badding de gewenste positie inneemt. Fixatie vindt plaats door het inslaan van draadnagels door de stempelkop in het zachte naaldhout. Soms worden ze dubbel uitgevoerd.

Toepassing bij bekistingen

Bij verticale wandbekistingen ondergaan baddingen een andere behandeling. Hier fungeren ze als gordingsbalken die de druk van het gestorte beton verdelen over de bekistingsplaten en de trekstaven. De balken worden horizontaal tegen de bekistingspanelen geklemd. Krachten worden direct overgedragen. Het is een samenspel van hout en staal. Het zagen gebeurt vaak ter plekke op de bouwplaats met een afkortzaag of handcirkelzaag om exact tussen de hoekprofielen te passen. De ruwe afwerking van de badding is hierbij een voordeel; het biedt grip voor klemmen en andere bevestigingsmiddelen.

FaseHandeling
MontagePlaatsing op stempels of tegen bekistingswanden
StellingWaterpas stellen en fixeren met nagels of klemmen
BelastingOpvangen van het gewicht van beton en wapening
DemontageLosmaken van verbindingen en verwijderen na uitharding

Na de stortfase en de noodzakelijke uithardingstijd volgt de demontage. Dit proces, ook wel het strippen genoemd, vereist voorzichtigheid om de betonconstructie niet te beschadigen. De baddingen worden losgeklopt van de bekisting. Eventuele nagels worden verwijderd of omgebogen. Het hout wordt gecontroleerd op scheuren of ernstige vervorming. Indien de constructieve integriteit behouden is, verhuizen de balken naar een volgend stortvak. Hergebruik is de norm. Reststukken eindigen vaak als tijdelijke drempels of vulblokken.


Varianten en terminologische nuances

De term badding is hardnekkig. Soms duikt de spelling 'bading' op, een overblijfsel uit oude registers, maar in de moderne bouw is de dubbele 'd' de standaard. Het woord vindt zijn oorsprong in het Engelse batten. Toch is een badding in de Nederlandse context veel forser dan wat men over de grens een batten noemt. Het is een maatnaam. Geen functienaam. Dat onderscheid is cruciaal voor de communicatie op de bouwplaats.

Vuren versus grenen

In de regel praten we over vurenhout. Onbehandeld en vers van de zagerij. Dit is de standaard badding voor de betonbouw. Er bestaat echter een variant in grenenhout. Deze is duurzamer maar ook zwaarder en duurder, waardoor de inzet in de tijdelijke hulpbouw zeldzaam is geworden. Voor semi-permanente bouwwerken, zoals een tijdelijke loods of een robuuste schutting, kiest men soms voor de verduurzaamde of geïmpregneerde badding. Deze herken je aan de groenige of bruine gloed. Hij rot minder snel weg in de buitenlucht.

Badding versus gording

De verwarring met gordingen is groot. Een gording is een balk die de daksparren ondersteunt. Een badding kan als gording fungeren. Maar een gording hoeft geen badding te zijn. Vaak zijn gordingen in de permanente bouw geschaafd en van een hogere kwaliteitsklasse (C24) dan de gemiddelde ruwe badding (C18). De badding is de ruwe diamant. Of beter: de ruwe krachtpatser.

Naast de standaardmaat van 65 x 150 mm zie je de 'zware badding' verschijnen in bestekken. Deze meet vaak 65 x 165 mm of zelfs 75 x 175 mm. In de waterbouw of bij extreem zware bekistingen worden deze varianten ingezet om de buigspanning te minimaliseren. Slijpbalken zijn een ander specifiek type; dit zijn baddingen die horizontaal op een ondergrond worden gemonteerd om als geleider of tijdelijke rijbaan te dienen voor materieel. Ze worden letterlijk opgebruikt.


Praktijksituaties en beeldvorming

Ondersteuning van breedplaatvloeren

Loop een willekeurige bouwplaats op tijdens de ruwbouw. Kijk omhoog. De verdiepingsvloer rust nog op een woud van stempels. Direct onder de betonnen platen zie je de baddingen liggen. Ze overspannen de ruimte tussen de rijen stempels. Meestal liggen ze op hun kant. Dat geeft de meeste stijfheid. Een timmerman nagelt ze met een paar flinke draadnagels vast aan de koppen van de stempels. Geen poespas. Gewoon stevigheid.

Gordingen in wandbekisting

Stel je de bekisting voor van een parkeerkelderwand. De stalen panelen staan kaarsrecht. Om de enorme zijwaartse druk van het vloeibare beton op te vangen, worden baddingen horizontaal tegen de achterzijde geklemd. Hier dienen ze als verdeelbalken. De stalen trekstaven lopen dwars door het hout heen. Zonder deze balken zouden de panelen tussen de ankerpunten direct bol gaan staan onder de druk. Het hout vangt de krachten op die het staal niet alleen aan kan.

De badding is het manusje-van-alles. Je komt hem tegen als tijdelijke leuning langs een gevaarlijk trapgat, als onderlegger voor een zware zeecontainer of even snel als loopbrug over een modderige geul.

Robuuste houtopslag of kapschuur

In de particuliere sector krijgt de badding vaak een tweede leven of een permanente rol. Een hovenier bouwt een eenvoudige houtopslag achterin een tuin. Geen geschaafd douglas, maar ruwe vuren baddingen. De maat 65 x 150 mm overspant gemakkelijk drie meter zonder door te buigen. Het ziet er eerlijk uit. Functioneel. Met een paar flinke houtdraadbouten zit het frame als een huis. Het hoeft niet mooi te zijn, als het maar blijft staan. In dit soort constructies zie je de kracht van de badding als goedkoop maar degelijk constructiehout.


Normering en veiligheidskaders

Geen constructie zonder strikte kaders. De badding is weliswaar een werkpaard, maar hij ontsnapt niet aan de NEN-EN 338. Deze norm classificeert naaldhout op basis van sterkte. Voor de gemiddelde badding volstaat klasse C18. Bij zware belastingen is C24 de norm. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) dwingt fundamentele veiligheid af. Ook bij tijdelijke constructies. De berekening van hulpbekistingen, waar de badding als ligger fungeert, stoelt op NEN-EN 12812. Dit is de meetlat voor prestatie-eisen. Constructieve berekeningen volgens Eurocode 5 (NEN-EN 1995) vormen de basis. Altijd.

De Arbowet kijkt mee over de schouder van de timmerman. Vooral wanneer de balken worden ingezet als randbeveiliging langs vloerranden of trapgaten. De weerstand tegen zijwaartse druk moet dan aantoonbaar zijn. Geen discussie mogelijk. In veel bestekken is bovendien de herkomst van het hout vastgelegd. FSC of PEFC. Duurzaamheid als harde voorwaarde. De badding moet simpelweg voldoen aan de mechanische eigenschappen die voor de specifieke toepassing zijn voorgeschreven. Sterkte gaat voor esthetiek. Veiligheid boven alles.


Historische ontwikkeling

De wortels van de badding liggen in de internationale houthandel van de negentiende eeuw. De term zelf is een verbastering van het Engelse batten, wat oorspronkelijk verwees naar een smallere houten lat of regel. In de Nederlandse context groeide de maatvoering echter uit tot een robuuster formaat. Het was de tijd van de stoomzagerijen. Deze mechanisatie maakte het mogelijk om naaldhouten stammen uit Scandinavië en Duitsland op grote schaal in vaste kopmaten te zagen. De badding werd een standaardmaat in de houtvlotten die via de grote rivieren ons land binnenkwamen.

Tijdens de wederopbouw na 1945 veranderde de rol van de badding ingrijpend. De opkomst van grootschalige betonbouw vroeg om enorme hoeveelheden goedkoop maar betrouwbaar hout voor bekistingen. Waar men vroeger elke balk uniek op maat hakte, dwong de snelheid van de woningbouw tot standaardisatie. De 65 x 150 mm maatvoering werd de officieuze industriestandaard. Het hout hoefde niet mooi te zijn. Als het maar stevig was en hergebruikt kon worden voor de volgende verdieping. Zo verschoof de badding van algemeen constructiehout naar het specifieke segment van de hulpconstructies.

Verschuiving van materiaal

Traditioneel werd er veel gebruikgemaakt van grenen vanwege de natuurlijke duurzaamheid. Dit veranderde door marktdynamiek en de roep om efficiëntie. Vurenhout uit productiebossen in Noord- en Midden-Europa nam de positie over. Het was lichter. Makkelijker te verwerken op de bouwplaats. En bovenal goedkoper voor tijdelijk gebruik. De badding is daarmee onlosmakelijk verbonden met de betonbouwrevolutie van de twintigste eeuw. Het hout gaf letterlijk vorm aan de modernistische architectuur door als drager te dienen voor het vloeibare beton.


Gebruikte bronnen: