Argex

Laatst bijgewerkt: 14-01-2026


Definitie

Merknaam voor geëxpandeerde kleikorrels, een lichtgewicht granulaat dat ontstaat door het bakken van klei bij hoge temperaturen waarbij een poreuze structuur wordt gevormd.

Omschrijving

Hitte verandert alles. In een kolossale draaioven zwelt Boomse klei bij circa 1100 graden Celsius op tot een poreuze korrel. De buitenkant oogt stroef en roodbruin, maar breek je de korrel open, dan zie je een zwarte, celvormige kern die barst van de stilstaande lucht. Juist die lucht maakt het materiaal interessant voor de bouw; het weegt bijna niets maar presteert maximaal. Een kubieke meter Argex tilt een mens met gemak, terwijl de mechanische sterkte verrassend hoog blijft voor zo'n lichtgewicht product. Het rot niet, brandt niet en krimpt niet. Of je het nu gebruikt als losse vulling of als toeslagmateriaal in beton, de thermische en akoestische eigenschappen blijven decennia constant.

Toepassing en verwerking in de praktijk

Logistieke verwerking en plaatsing

De aanvoer van dit granulaat geschiedt doorgaans via bulktransport. Blaasinstallaties pompen de korrels rechtstreeks naar de verwerkingsplek. Dit gebeurt over aanzienlijke afstanden. Zelfs naar grote hoogten. Handmatige overslag blijft hierdoor beperkt. Eenmaal op de locatie wordt het materiaal in de gewenste laagdikte gestort. Nivellering volgt. Met een afreilat wordt het oppervlak op hoogte gebracht, waarbij de dikte van de laag de uiteindelijke isolatiewaarde bepaalt. Bij ongebonden toepassingen, zoals in kruipruimtes of bij drainage, rust de stabiliteit van het pakket volledig op de onderlinge wrijving van de korrels.

Vaak vindt er een structurele fixatie plaats. Men mengt de korrels dan met een cementpap of mortel tot een zogeheten lichtbeton. Dit mengproces gebeurt in een dwangmenger of direct in de betonwagen. Het vloeibare mengsel laat zich eenvoudig verspreiden. Het gewicht blijft laag. In de prefabbouwindustrie vullen deze korrels mallen voor de productie van lichtgewicht wandelementen en bouwblokken. Hierbij fungeert het granulaat als vervanger voor zwaarder grind. Bij civieltechnische ophogingen worden de korrels in lagen aangebracht en licht mechanisch verdicht. De korrelstructuur voorkomt dat de massa inklinkt terwijl de waterdoorlatendheid gewaarborgd blijft.


Maatvoering, vorm en densiteit

Variaties in fracties en vormen

Maatvoering dicteert de functie. Van ultrafijn poeder tot grove knikkers. De korrelgrootte, technisch aangeduid als de fractie, varieert doorgaans van 0-4 millimeter tot de robuuste 10-20 millimeter variant. Kleiner betekent zwaarder per kubieke meter. Groter betekent meer lucht tussen de korrels. Een fijne fractie mengt zich moeiteloos in isolerende mortels. De 8-16 mm korrel is de klassieker voor kruipruimte-isolatie of drainage.

Er bestaat een wezenlijk verschil tussen ronde en gebroken korrels. De ronde variant vloeit bijna als vloeistof; ideaal voor het volstorten van ontoegankelijke holle ruimtes via een blaasinstallatie. Gebroken Argex heeft daarentegen grillige, scherpe randen. Deze korrels haken in elkaar. Dit creëert een stabiel pakket met een hoge interne wrijving. Onmisbaar bij wegfunderingen waar stabiliteit boven vloeibaarheid gaat.

Densiteit en constructieve verschillen

Niet elke korrel is even luchtig. De fabrikant stuurt op densiteit. Lichte types zijn geoptimaliseerd voor thermische isolatie. Hun kern is een sponzig doolhof van stilstaande lucht. Constructieve varianten hebben een dikkere keramische schil. Ze wegen meer. De drukvastheid stijgt echter exponentieel. Voor lichtgewicht betonconstructies die werkelijk moeten dragen, kiest men voor deze zwaardere types.

Synoniemen zoals geëxpandeerde klei of de internationale merknaam Leca duiden op hetzelfde principe. Toch is het geen hydrokorrel. Hoewel de basis gelijk is, zijn hydrokorrels vaak ronder en minder stofvrij geproduceerd, puur gericht op waterretentie bij planten. Verwarring met perliet of vermiculiet komt voor. Foutief. Die materialen zijn van vulkanische oorsprong en missen de mechanische weerstand van de gebakken kleischil.


Praktijkvoorbeelden en situaties

Stel u een renovatieproject voor waarbij een badkamer op een oude houten balklaag moet komen. Traditioneel beton is te zwaar. Men kiest hier voor een lichtgewicht mortel met Argex-korrels; de vloer wordt constructief sterk genoeg voor tegelwerk zonder dat de balken doorbuigen. In de tuinarchitectuur ziet men de korrels terug als drainagelaag bij intensieve daktuinen. Ze voorkomen wortelrot door overtollig regenwater snel af te voeren naar de afvoerpijpen, terwijl het totaalgewicht op de dakconstructie minimaal blijft.

Bij de aanleg van wegen op een slappe ondergrond van veen of klei wordt vaak gewerkt met een ophooglaag van gebroken korrels. Waar zand zou zorgen voor verzakkingen door het eigen gewicht, drukken deze korrels nauwelijks op de ondergrond. In een vochtige kruipruimte fungeert een losgestorte laag van 20 centimeter als isolatiebuffer. De korrels drijven op eventueel grondwater en blokkeren de verdamping. Dit resulteert direct in een warmere beganegrondvloer en een lager energieverbruik. Soms volstaan simpele oplossingen.


Normering en kwaliteitsborging

De regelgeving rondom geëxpandeerde kleikorrels is strikt. Voor de toepassing van Argex in de Nederlandse bouwsector vormt de Europese norm NEN-EN 13055 het fundament, waarin de essentiële kenmerken voor lichtgewicht aggregaten in beton, mortel en voor civieltechnische doeleinden nauwgezet zijn vastgelegd. Geen CE-markering betekent simpelweg geen markttoegang. Fabrikanten zijn verplicht een Declaration of Performance (DoP) op te stellen. Dit document bevat de prestatieverklaring van het product op punten zoals de korreldichtheid, de korrelverdeling en de druksterkte.

Brandveiligheid is een kritisch aspect. Het materiaal is onbrandbaar. Conform NEN-EN 13501-1 valt het granulaat in Euroklasse A1. Dit is de hoogst haalbare klasse. Er vindt bij verhitting geen rookontwikkeling plaats en er komen geen giftige gassen vrij. Dit maakt de korrels uitermate geschikt voor brandwerende vullingen in wanden of vloeren zonder dat aanvullende brandvertragende middelen nodig zijn.


Besluit bouwwerken leefomgeving en milieu

Sinds de invoering van het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) zijn de eisen voor thermische isolatie scherper geworden. Wanneer korrels worden ingezet als vloerisolatie in de kruipruimte, moet de resulterende Rc-waarde voldoen aan de nieuwbouweisen of de eisen bij ingrijpende renovatie. Berekeningen hiervoor dienen te geschieden conform NTA 8800. Alleen gecertificeerde thermische geleidingscoëfficiënten mogen in deze berekeningen worden gehanteerd.

Milieueisen? Jazeker. Bij grootschalige civieltechnische toepassingen, zoals wegfunderingen of ophogingen, is het Besluit bodemkwaliteit van kracht. Het materiaal moet als 'niet-vormgegeven bouwstof' worden getoetst. De keramische aard van de korrels zorgt er doorgaans voor dat de uitloging van zware metalen ruim onder de wettelijke normen blijft, waardoor het materiaal veilig in contact kan komen met regen- of grondwater.


De opkomst van de keramische lichtgewicht

Het procedé is niet gisteren bedacht. Al in 1917 patenteerde de Amerikaan Stephen Hayde een methode om klei te expanderen tot een lichtgewicht toeslagmateriaal. Zijn 'Haydite' vormde de blauwdruk. De echte commerciële vlucht in Europa liet echter op zich wachten tot na de Tweede Wereldoorlog. Wederopbouw vroeg om snelheid. En om lichtere constructies.

In de jaren zestig van de vorige eeuw verschoof de blik naar de Rupelstreek. Daar lag de Boomse klei voor het oprapen. In 1964 werd de productie van de specifieke Argex-korrel gestart in het Belgische Zwijndrecht. Aanvankelijk was het een antwoord op de krimpende markt voor traditionele bakstenen. Men zocht nieuwe wegen voor diezelfde klei. Het resultaat was een industrieel proces dat natuurlijke grondstoffen transformeerde tot een hightech granulaat.

De technologische evolutie stond niet stil. Waar de korrels eerst vooral dienden als losse isolatie in spouwmuren of als drainage in de landbouw, ontdekten constructeurs al snel de potentie voor constructief beton. In de jaren zeventig en tachtig volgde de doorbraak in de weg- en waterbouw. Stabiele ophogingen op slappe veengronden bleken plotseling mogelijk zonder zware zettingen. Van een simpel bijproduct van de steenbakkerij groeide het uit tot een onmisbare schakel in de moderne civiele techniek.


Vergelijkbare termen

Fundering | Granulaat | Lichtbeton | Kruipruimte-isolatie

Gebruikte bronnen: