Granulaat

Laatst bijgewerkt: 31-01-2026


Definitie

Korrelvormig aggregaat verkregen door het mechanisch verkleinen van minerale reststromen of natuurlijke gesteenten voor hergebruik als functionele bouwstof.

Omschrijving

Puin is pas afval als we het niet meer gebruiken. Granulaat vormt de ruggengraat van de Nederlandse wegenbouw en betonindustrie. Door selectieve sloop en geavanceerde breektechnieken transformeren we oude muren en vloeren tot gecertificeerde toeslagmaterialen. Het is een kwestie van fracties en graderingen. Een 0/31,5 menggranulaat gedraagt zich onder een wegdek simpelweg anders dan een zuiver betongranulaat in een nieuwe constructieve kolom. De hoekigheid van de korrels zorgt voor een uitstekende haakweerstand, wat essentieel is voor de stabiliteit van funderingslagen die zware aslasten moeten dragen. Het is een circulair product bij uitstek.

Uitvoering en verwerking

Het proces start bij de bron: selectieve sloop. Schone reststromen zijn essentieel voor de kwaliteit van het eindproduct. Mobiele of stationaire breekinstallaties verkleinen de minerale massa door middel van mechanische druk- of slagkrachten. Hierbij passeren de stromen diverse zuiveringsstappen. Magneetscheiders onttrekken wapeningsstaal en andere ferro-metalen aan de stroom. Windshifters blazen lichte verontreinigingen zoals hout, plastic en papier weg. Dan de zeefstraat. Hier wordt de gebroken massa mechanisch gescheiden in nauwkeurig gedefinieerde fracties.

Fractiebeheersing bepaalt de toepassing. Een gradering van 0/31,5 is gangbaar voor fundatielagen. Bij de aanleg van wegen wordt het granulaat in lagen uitgespreid met een bulldozer of spreidmachine. Directe verdichting volgt. Zware trilwalsen persen de massa samen waardoor de hoekige korrels in elkaar haken. Deze mechanische stabilisatie creëert een stevig skelet dat in staat is om grote wieldruk te spreiden naar de ondergrond. In de betonmortelindustrie vindt de verwerking plaats in de menginstallatie. Het granulaat wordt daar gedoseerd als vervanger van primair grind of steenslag. Nauwgezette controle op de korrelopbouw in de betonmenger waarborgt de homogeniteit van de uiteindelijke specie. Het resultaat is een constructief mengsel waarbij de eigenschappen van het hergebruikte materiaal de prestaties van het beton bepalen.


Classificatie naar samenstelling

Verschijningsvormen van gerecycled puin

Niet elk korrelig materiaal is gelijkwaardig. De herkomst van de reststroom bepaalt de uiteindelijke technische eigenschappen en daarmee de toepasbaarheid in de grond-, weg- en waterbouw. Menggranulaat, in de volksmond vaak simpelweg gebroken puin genoemd, is de meest voorkomende variant. Het bestaat uit een mengsel van betonbrokken en metselwerkpuin, waarbij een minimale aanwezigheid van beton vaak vereist is voor de certificering als fundatiemateriaal. Het is de standaard onder asfaltwegen.

Betongranulaat staat kwalitatief een trede hoger. Dit materiaal ontstaat door het breken van louter betonconstructies, waardoor de korrels een hoge druksterkte en een uitstekende haakweerstand bezitten. Het wordt niet alleen als fundering gebruikt; in de betonindustrie dient het steeds vaker als volwaardige vervanger van primair grind. Wie spreekt over metselwerkgranulaat, doelt op materiaal dat hoofdzakelijk uit gebakken klinkers en bakstenen bestaat. Door de poreuze aard van de baksteen houdt dit materiaal meer vocht vast en is de verbrijzelingsweerstand lager dan die van beton, wat het minder geschikt maakt voor zwaarbelaste wegfunderingen.

Voor specifieke wegconstructies kennen we ook asfaltgranulaat. Dit komt vrij bij het frezen van oude asfaltlagen. Omdat de bitumen nog aan de steenslag kleven, wordt dit materiaal vaak koud hergebruikt in funderingen of warm bijgemengd in nieuwe asfaltmengsels. Een zeldzamere maar hoogwaardige variant is glasgranulaat, verkregen uit gerecycled glas, dat door zijn scherpe hoeken en waterbestendigheid uitstekend presteert in drainagelagen.


Fracties en graderingen

De korrelgrootte bepaalt de functie. In de techniek spreken we over de d/D-notatie, waarbij 'd' de ondermaat en 'D' de bovenmaat in millimeters aangeeft. Een greep uit de praktijk:

  • 0/31,5: De klassieke gradering voor fundatielagen; een breed spectrum aan korrelgroottes zorgt voor een dichte pakking met minimale holle ruimtes.
  • 4/16 of 4/32: Grove fracties zonder fijne delen, vaak ingezet als toeslagmateriaal in beton of als drainerende laag.
  • 0/4: Brekerzand of fijne fractie, essentieel voor het invullen van de kleinste holtes tussen grotere stenen of als instrooimateriaal voor bestrating.

Een afwijkende variant is hydraulisch menggranulaat. Hieraan is een hydraulisch bindmiddel zoals cement of hoogovenslak toegevoegd. Het materiaal hardt na verwerking licht uit. Hierdoor ontstaat een半starre fundering die de drukverdeling over de ondergrond aanzienlijk verbetert, wat cruciaal is bij slappe bodems of extreem zware belasting. Het verschil met standaard menggranulaat zit hem dus niet in de korrel, maar in de chemische binding tussen de korrels onderling.


Granulaat in de dagelijkse bouwpraktijk

Een bouwput ergens in de polder. De regen valt met bakken uit de hemel en de ondergrond is veranderd in een zompige bende. Toch rijden die zware betonmixers probleemloos tot aan de bekisting. Hoe? Dankzij een tijdelijke baan van puingranulaat. Simpel. Effectief. Het spul grijpt in elkaar en verdeelt de enorme aslasten over de slappe bodem. Zonder dit materiaal staat de bouw simpelweg stil.

Denk ook aan de herinrichting van een dorpskern. De oude klinkers gaan eruit. De graafmachine legt een grijze, hoekige laag bloot die er al decennia ligt. Dat is de fundering van menggranulaat 0/31,5. Je ziet de verschillende fracties: kleine stofdeeltjes vullen de holtes tussen de grotere brokken steen. Dit zorgt voor die karakteristieke, onwrikbare stabiliteit onder het wegdek. Het kraakt als je eroverheen loopt.

In de betonmortelcentrale gaat het er verfijnder aan toe. De operator stelt de receptuur in op de computer. Voor de productie van nieuwe betonwanden kiest hij bewust voor een percentage betongranulaat als vervanging voor primair grind. De korrels zijn schoon, hoekig en grijs. Eenmaal verwerkt in de wand zie je het verschil niet meer. Het viaduct van gisteren is de kantoorkolom van morgen. Geen afvalstroom, maar een hoogwaardig toeslagmateriaal dat de cirkel rond maakt.

Soms kom je het tegen als fijne fractie tussen de voegen van splinternieuwe bestrating. Brekerzand. Dit is in feite heel fijn granulaat, vaak 0/4. Het zet de stenen klem. Wind en regen krijgen er nauwelijks vat op. Een stabiel loopvlak is het resultaat.


Milieuhygiënische kaders en het Besluit Bodemkwaliteit

Wie granulaat in of op de bodem toepast, krijgt onherroepelijk te maken met het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk). Dit wettelijke kader bepaalt of een minerale reststroom als functionele bouwstof mag worden beschouwd of als afvalstof wordt bestempeld. Het draait hierbij om de milieuhygiënische kwaliteit. De wetgever stelt strikte grenswaarden aan de uitloging van zware metalen en de aanwezigheid van organische parameters zoals PAK's en minerale olie. Zonder een erkende kwaliteitsverklaring is toepassing simpelweg verboden. De bewijslast ligt bij de gebruiker. Vaak volstaat een partijkeuring of een productcertificaat op basis van de geldende beoordelingsrichtlijnen.

Het gaat niet alleen om wat er in het materiaal zit. Ook de wijze van toepassen is gereguleerd. Voor menggranulaat geldt in veel gevallen een meldingplicht bij het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Men moet de locatie, de hoeveelheid en de kwaliteit van het toe te passen materiaal vooraf kenbaar maken aan het bevoegd gezag. Zo wordt voorkomen dat verontreinigde stromen onbedoeld de bodem of het grondwater belasten. Het is een administratief proces met een technisch doel.


Civieltechnische normering en certificering

Naast de milieuregels moet granulaat voldoen aan constructieve eisen. De BRL 2506 (Recyclinggranulaten voor toepassing in beton, wegenbouw, grondbouw en werken) fungeert hierbij als de centrale kwaliteitsstandaard voor de Nederlandse breeksector. Dit certificaat koppelt de milieuhygiënische aspecten aan de civieltechnische eigenschappen van het product.

Norm / StandaardToepassingsgebied
NEN-EN 13242Aggregaten voor ongebonden en hydraulisch gebonden materialen (wegenbouw).
NEN-EN 12620Toeslagmateriaal voor betonconstructies.
NEN 2506Specifieke Nederlandse eisen voor gerecyclede granulaten.

De CE-markering is verplicht voor granulaten die als bouwproduct op de Europese markt worden gebracht. Dit is geen keurmerk, maar een prestatieverklaring van de fabrikant. Het geeft aan dat het materiaal voldoet aan de geharmoniseerde Europese normen voor bijvoorbeeld korrelverdeling, verbrijzelingsweerstand en korrelvorm. In de betonsector is bovendien de NEN 8005 van belang. Deze norm stelt grenzen aan de vervanging van natuurlijk grind door betongranulaat, afhankelijk van de milieuklasse en de gewenste sterkteklasse van het beton. Veiligheid gaat voor duurzaamheid. Men kan niet ongestraft onbeperkt reststromen bijmengen zonder de constructieve integriteit te toetsen.


Van oorlogspuin naar gecertificeerde bouwstof

De Romeinse oorsprong en de moderne wederopbouw

De Romeinen wisten het al. Gebroken aardewerk door de specie voor waterdichtheid. Opus signinum noemden ze dat. Het is de verre voorloper van wat wij nu menggranulaat noemen. Maar de echte versnelling kwam na 1945. Europa lag in puin. Letterlijk. Er was een gigantische behoefte aan bouwstoffen en een overschot aan kapotte steden, dus de noodzaak dwong tot hergebruik. Handmatig sorteren maakte plaats voor de eerste mobiele breekinstallaties. Logistiek bepaalde de noodzaak: puin was immers al aanwezig op de plek waar herbouw nodig was. De kwaliteit was destijds secundair aan het volume.

In Nederland bleef het lang een kwestie van gaten dichtgooien met puin, totdat in de jaren zeventig en tachtig het besef indaalde dat die reststromen ook milieurisico’s bevatten. De regelgeving kwam traag op gang. Eerst de richtlijn Schone Grond, later het Bouwstoffenbesluit in 1995. Dat was een cruciaal kantelpunt. Puin werd officieel een bouwstof met harde eisen aan uitloging en minerale samenstelling. De techniek volgde de wet op de voet. Magneten voor het staal. Windshifters voor het plastic en hout. Optische scheiders voor de kleur.

De transitie van 'afvalproduct' naar 'aggregaat' veranderde het breekproces fundamenteel. Vroeger was een breker een lomp instrument om volume te reduceren. Nu is het een precisie-instrument. De korrel werd steeds schoner en de graderingen nauwkeuriger door geavanceerde zeefstraten. Waar we dertig jaar geleden nog spraken over ongedefinieerd brekerpuin, praten we nu over CE-gemarkeerde fracties die voldoen aan de NEN-EN 13242. Een evolutie van een eenvoudige noodoplossing naar een hoogwaardig, technisch ontworpen fundament onder de Nederlandse infrastructuur. Het is circulariteit voordat de term überhaupt bestond.


Vergelijkbare termen

Puingranulaat | Recyclemateriaal

Gebruikte bronnen: