In de praktijk vindt de realisatie van de annuli plaats tijdens de laatste afwerkingsfase van het kapiteelblok. De steenhouwer of beeldhouwer kerft deze horizontale ringen in de nek van het kapiteel. Meestal drie stuks. De insnijdingen worden direct onder de echinus aangebracht, waarbij de diepte van de groeven nauwgezet wordt bewaakt voor een consistente schaduwwerking rondom de gehele zuil. Het is een subtractief proces. De verticale lijnen van de cannelures worden hierdoor fysiek en visueel gestuit.
De uitvoering varieert van scherpe, diepe inkepingen tot lichte, bandvormige verhogingen in het natuursteen. De breedte en de onderlinge afstand van de ringen bepalen hoe zwaar de scheiding tussen de schacht en het kapiteel oogt. Precisie is hierbij allesoverheersend. Een kleine afwijking in de horizontale lijnvoering verstoort de optische rust van de gehele zuilorde. De annuli worden rondom getrokken. Ze fungeren als de noodzakelijke visuele overgang voordat de vorm van de zuil zich verbreedt naar de echinus en de abacus. De banden zijn vaak het laatste wat wordt afgewerkt voordat de zuil zijn definitieve plek in de architectonische structuur inneemt.
Niet elk kapiteel volgt blind de canon van de drie ringen. In de archaïsche fase van de Dorische orde zie je variaties waarbij de steenhouwer koos voor één enkelvoudige inkeping of juist een cluster van vijf fijne lijntjes. Het getal drie is geen wetmatigheid. Toch voelt het voor de purist als de standaard. De diepte van de groef bepaalt hierbij het karakter van de gehele zuil. Een diepe insnijding creëert een harde, grafische schaduw die de scheiding tussen schacht en kapiteel dramatiseert. Bij Romeinse interpretaties transformeren deze annuli vaak van scherpe inkepingen naar platte, opstaande bandjes die meer weg hebben van een fillet. Het is een subtiel spel met lichtval. De overgang wordt zachter. Minder streng.
Er ontstaat nogal eens verwarring met de astragalus of het hielbandje. Waar de annulus een abstracte, vaak hoekige insnijding is, kenmerkt de astragalus zich door een halfbol profiel. Vaak zie je bij die laatste een combinatie met een parelsnoer-decoratie, wat typisch is voor de Ionische orde. De annulus blijft bij de Dorische zuil echter strikt functioneel en sober. In sommige handboeken wordt gesproken over de 'halsringen' of 'keelringen'. Deze termen zijn minder technisch maar beschrijven exact waar deze elementen de zuil insnoeren.
Soms grenzen de annuli direct aan het hypotrachelion. Dit is de zone die de fysieke overgang naar de schacht vormt. In de vakliteratuur vertroebelt de grens tussen deze twee onderdelen weleens. Men moet echter scherp blijven: de annulus is de specifieke insnijding, terwijl het hypotrachelion de gehele nekzone beslaat. Bij een zeer eenvoudige uitvoering kan de annulus zelfs gereduceerd worden tot een enkele, flauwe groef, wat de zuil een bijna utilitair uiterlijk geeft.
Historische nauwkeurigheid is hier verankerd in de wet. Wanneer een kapiteel onderdeel uitmaakt van een rijksmonument, dwingt de Erfgoedwet tot het handhaven van de oorspronkelijke profilering, waarbij elke afwijking van de aangetroffen annuli in feite een aantasting van de monumentale substantie betekent. Geen ruimte voor interpretatie. Voor de vakman die deze ringen in de praktijk herstelt of vervangt, vormt de URL 2002 (Restauratie Steenhouwwerk) het belangrijkste referentiekader. Deze uitvoeringsrichtlijn stelt strikte eisen aan de technische uitvoering van profielen en decoratieve insnijdingen, zodat de visuele integriteit van de zuilorde gewaarborgd blijft en het ambachtelijk proces controleerbaar is voor toezichthouders.
Bij nieuwbouw in klassieke stijl gelden de algemene eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL), al bevat dit besluit geen specifieke voorschriften voor de vormgeving van Griekse bouworden. De focus ligt daar puur op constructieve veiligheid. Toch luistert de uitvoering nauw bij de vergunningverlening in beschermde stads- of dorpsgezichten. Welstandscriteria eisen vaak een detaillering die recht doet aan de historische context. Een verkeerd gepositioneerde annulus kan dan leiden tot een weigering van de omgevingsvergunning. Het is een kwestie van beeldkwaliteitplannen. In dergelijke gevallen fungeert de klassieke leer bijna als een ongeschreven wet waaraan de architect zich moet conformeren.
De annulus vindt zijn oorsprong in de petrificatie van de Griekse bouwkunst. Het is de versteende herinnering aan houten constructies. Bij vroege, houten proto-zuilen werden waarschijnlijk metalen banden of strak gespannen touwen gebruikt om het splijten van de boomstam onder de enorme druk van het hoofdgestel te voorkomen. Toen de Grieken rond de zevende eeuw voor Christus overstapten op natuursteen, bleven deze functionele versterkingen behouden als esthetisch element. Een overgang van constructieve noodzaak naar architectonische canon.
In de archaïsche periode was de vormgeving nog verre van gestandaardiseerd. Men experimenteerde volop. Bij de tempels in Paestum of de Hera-tempel in Olympia tref je soms kapitelen aan met vier of vijf diepe inkepingen. Deze vroege annuli waren vaak diep en breed, wat een agressieve schaduwwerking opleverde die paste bij de zware, gedrongen proporties van die tijd. De klassieke periode bracht verfijning. Tijdens de bouw van het Parthenon in Athene kristalliseerde de vorm zich uit tot de bekende drie scherpe ringen. Het werd een vast onderdeel van de Dorische grammatica. Mathematische precisie verving de archaïsche willekeur.
De Romeinse architectuurtraditie introduceerde een nieuwe evolutie. De scherpe, negatieve insnijding van de Grieken maakte bij de Romeins-Dorische en Toscaanse orde vaak plaats voor positieve, platte bandjes. Men noemt dit ook wel de overgang van de annulus naar de fillet. Deze aanpassing zorgde voor een zachtere lichtval en een minder streng uiterlijk. Tijdens de renaissance en het latere neoclassicisme in de 18e en 19e eeuw grepen architecten terug op deze historische gelaagdheid. Afhankelijk van de gewenste uitstraling — streng Grieks of monumentaal Romeins — koos men voor de diepe snede of het opstaande lijstje. In de Nederlandse bouwkunst zie je deze variaties vaak terug in de hals van zuilen bij officiële overheidsgebouwen of statige herenhuizen, waarbij de annulus nog steeds fungeert als het visuele rustpunt in de verticale dynamiek van de zuil.