De integratie van een ankerplaat start bij de exacte positionering binnen het stramienplan. Precisie is hierbij bepalend. Wanneer de plaat direct wordt mee-ingestort, worden de ankers vooraf met behulp van mallen of piketten gefixeerd in de bekisting, nog voordat de betonstort plaatsvindt. Geen ruimte voor afwijkingen. Zodra de ankers in de wapening zijn verwerkt en de betonmassa is uitgehard, steekt het schroefdraad boven het oppervlak uit, klaar om de plaat te ontvangen.
Vaak rust de ankerplaat in eerste instantie op stelmoeren of tijdelijke vulplaten om de exacte hoogte en verticaliteit van de bovenliggende kolom te waarborgen. Deze methode creëert een holle ruimte onder de staalplaat. Deze zogenoemde onderspeling wordt vervolgens gevuld door het onderstorten of onderkauwen met een krimpvrije gietmortel. Dit proces is essentieel voor een volledige en homogene krachtsoverdracht over het gehele oppervlak van de plaat. Zonder deze vulling zouden krachten zich concentreren op de individuele ankers, wat tot bezwijken kan leiden.
| Montagefase | Kenmerkende handeling |
|---|---|
| Positionering | Uitzetten van de hartlijnen en fixatie van de ankerstaven in de bekisting. |
| Montage | Plaatsen van de ankerplaat over de draadeinden en nivellering via stelmoeren. |
| Afwerking | Vullen van de onderspeling met mortel en definitief aandraaien van de moeren op moment. |
Bij renovaties of aanpassingen aan bestaande constructies wijkt de uitvoering af. Er worden gaten in de bestaande constructie geboord, waarna de ankerplaat wordt gefixeerd met spreidankers of chemische injectiemortel. De ankerplaat fungeert dan dikwijls direct als boorsjabloon. Eenmaal uitgehard, volgt de mechanische bevestiging waarbij het aandraaien van de bouten gebeurt op basis van een specifiek voorgeschreven koppel om de vereiste voorspanning te realiseren.
De vorm volgt de functie. In de staalbouw is de voetplaat de meest voorkomende variant. Deze bevindt zich aan de onderzijde van een kolom en fungeert als de directe overgang naar de fundering. Het gaat hier vaak om dikke, massieve staalplaten van S235 of S355 kwaliteit. Bij momentvaste verbindingen zijn deze platen aanzienlijk groter en dikker dan bij scharnierende verbindingen, simpelweg omdat ze ook de trekspanningen uit het buigend moment moeten opvangen. Dan zijn er de kopplaten. Deze zitten aan het uiteinde van een ligger en maken de verbinding met een andere ligger of kolom mogelijk. De dikte van de plaat voorkomt hierbij dat de boutkoppen door het materiaal trekken bij extreme belasting.
Een specifiek type is de instortplaat of inpregneerplaat. In tegenstelling tot platen die achteraf worden gemonteerd, is deze plaat voorzien van aangelaste kopbouten of ankerstaven die direct in de bekisting worden geplaatst. Na de stort is de plaat één met het beton. Bij renovaties zien we vaak muurplaten of gevelplaten. Deze zijn vaak decoratief gesmeed maar hebben een keiharde functie: het stabiliseren van oude metselwerkgevels door ze via trekstangen aan de balklaag te koppelen. Soms rond, soms een simpel kruis. Maar altijd functioneel.
Staal domineert. Meestal thermisch verzinkt om corrosie tegen te gaan, zeker in een vochtig klimaat of bij contact met de grond. In de voedingsmiddelenindustrie of chemische sector is RVS (304 of 316) de standaard. Het verschil met een volgplaat is essentieel. Een volgplaat is klein. Een ankerplaat is constructief groot. Waar een volgplaat slechts de druk van een moer verdeelt, verdeelt de ankerplaat de volledige belasting van een constructiedeel. In complexe situaties wordt soms gesproken over een vloeiankerplaat bij zware machines om trillingen te dempen, maar dat is een niche. De keuze voor een specifieke variant hangt altijd af van de optredende krachten: centrische druk, excentrische belasting of pure afschuiving. De constructeur berekent, de vakman plaatst.
De voet van een zendmast. Een zware, vierkante stalen plaat vormt hier de cruciale verbinding tussen de ranke mast en de massieve betonvoet. Het voorkomt dat de bouten bij een zware storm simpelweg door het materiaal van de mastvoet scheuren. Of kijk naar de constructie van een moderne parkeergarage. De stalen aanrijbeveiliging zit met robuuste ankerplaten tegen de wanden gebout om de klap van een onvoorzichtige automobilist over een groter oppervlak van het beton te verspreiden.
In de woningbouw kom je ze tegen bij de montage van een Frans balkon. Kleine, onopvallende ankerplaatjes aan de uiteinden van het hekwerk. Deze zitten met chemische ankers diep in de kalkzandsteen of het beton van de verdiepingsvloer gekleefd. Geen beweging in te krijgen. En in historische stadscentra? Let op de geveltekens. Soms uitgevoerd als jaartallen, vaker als simpele strippen of kruizen. Dit zijn functionele ankerplaten die de voorgevel via trekstangen aan de achterliggende houten balklaag grijpen om uitbuiken te voorkomen.
Bij de realisatie van een industriële bedrijfshal zie je de plaat in zijn meest pure vorm: de voetplaat. Een kolom van een staalconstructie die op een funderingspoer wordt geplaatst. De monteur stelt de plaat eerst op hoogte met moeren, waarna de ruimte eronder wordt 'onderkauwd' met krimpvrije mortel. Pas daarna is de verbinding gereed voor de volle belasting van het dak en de bovenloopkraan.
De wet schrijft veiligheid voor. Onverbiddelijk. Voor ankerplaten betekent dit een directe koppeling met de Eurocodes. NEN-EN 1993-1-8 regeert over de berekening van de verbindingen, waarbij de interactie tussen staal en beton de kritieke factor is. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) vormt de kapstok; zonder naleving van de technische voorschriften is een bouwwerk simpelweg niet legaal. Geen ruimte voor aannames.
Fabricage is geen vrije keuze. De NEN-EN 1090-2 stelt eisen aan de uitvoering van staalconstructies. Denk aan boortoleranties of de laskwaliteit van aangelaste ankers. Wie platen levert zonder de juiste prestatieverklaring (DoP) en CE-markering, overtreedt de Europese Verordening Bouwproducten. De constructeur toetst de ankerplaat op diverse niveaus om bezwijken te voorkomen.
Nauwkeurigheid in het constructiedossier is een absolute must. Bij inspecties moeten berekeningsnota's en 3.1-certificaten voor het staal direct overlegd kunnen worden. Een ankerplaat is nooit een losstaand object. Het is een integraal, getoetst onderdeel van de hoofddraagconstructie waar de volledige stabiliteit van afhangt. De verantwoordelijkheid ligt bij de constructeur voor het ontwerp en bij de aannemer voor de aantoonbaar correcte uitvoering conform het stempelplan.
Vroeger was een ankerplaat geen gladde stalen schijf uit een fabriek. Het begon bij de smid. Smeedijzeren muurankers hielden middeleeuwse gevels overeind door de houten balklaag aan het metselwerk te koppelen; vaak met een simpele spieverbinding. Geen bouten. De noodzaak om zijdelingse druk in zware muren op te vangen dreef de innovatie aan. Pas met de industriële revolutie in de 19e eeuw verschoof de focus naar gietijzer en later gewalst staal. De utiliteitsbouw vroeg om grotere overspanningen en zwaardere lasten. Massaproductie werd de norm.
De echte omslag kwam in de 20e eeuw. Gewapend beton en moderne staalbouw veranderden de spelregels. Verbindingen werden complexer en moesten rekenkundig onderbouwd worden. Waar een ambachtelijk gesmeed kruisanker vroeger op gevoel werd geplaatst, vraagt de moderne hoogbouw om exact berekenbare krachtsoverdracht. De introductie van gestandaardiseerde staalkwaliteiten en mechanische verankeringstechnieken na de Tweede Wereldoorlog professionaliseerde de sector volledig. De ankerplaat transformeerde van een zichtbaar gevelelement naar een verborgen krachtpatser onder kolommen. In de jaren 70 zorgde de opkomst van chemische ankers voor een revolutie in de renovatiebouw. Het maakte fixatie op bestaand beton mogelijk zonder ingrijpende breekwerkzaamheden. De huidige Eurocodes zijn het sluitstuk van deze eeuwenlange technische evolutie.