De verwerking van acrylaten in de bouw volgt een herkenbaar patroon van applicatie, egalisatie en uitharding door vochtverlies. Bij afdichtingswerkzaamheden wordt de massa middels een handmatig of pneumatisch kitpistool direct in de voeg of kier geperst. De vullingsgraad hangt daarbij direct samen met de voortbewegingssnelheid van de spuitmond. Direct na het aanbrengen volgt het afmessen. Dit gebeurt meestal met een natte vinger of een speciaal hiervoor bestemde spatel om een glad oppervlak te realiseren dat aansluit op de omliggende constructiedelen. Snelheid is hierbij geboden.
De vroege huidvorming dwingt de verwerker tot vlot handelen. Omdat acrylaten watergebaseerd zijn, verdwijnt het vocht langzaam in de omgeving of de ondergrond, een proces dat we technisch aanduiden als filmvorming. De polymeerdeeltjes kruipen naar elkaar toe. Ze klonteren samen. In vloeibare vorm, zoals bij lakken of muurverven, geschiedt de verwerking via de klassieke weg van kwast, roller of airless verfspuit.
Het mechanisme achter de droging is fysisch van aard. Zodra de vloeistof het oppervlak raakt, begint de verdamping van het aanwezige water, waardoor de gedispergeerde deeltjes dichter bij elkaar komen te liggen en uiteindelijk versmelten tot een dichte laag. Dit proces van coalescentie bepaalt de uiteindelijke sterkte en de glansgraad van het resultaat. De ondergrond speelt hierbij een actieve rol. Sterk zuigende materialen trekken het water sneller uit het product, wat de open tijd aanzienlijk bekort en directe invloed heeft op de vloeiing van het materiaal.
Niet elk acrylaat is gelijk. De chemische architectuur bepaalt de uiteindelijke prestatie onder invloed van zonlicht en vocht. Pure acrylaten vormen de top van de hiërarchie; zij zijn nagenoeg ongevoelig voor uv-straling en vergelen niet, wat ze tot het aangewezen bindmiddel maakt voor hoogwaardige buitenlakken en gevelcoatings die jarenlang kleurvast moeten blijven. Dan is er de styreen-acrylaat. Harder. Goedkoper. In muurverven voor binnen is dit de standaard, omdat de schrobvastheid uitstekend is terwijl de prijs per liter beheersbaar blijft voor grote oppervlakken. Vinyl-acrylaten tref je minder vaak in de professionele bouw; hun hogere watergevoeligheid maakt ze simpelweg te kwetsbaar voor kritische toepassingen. Het is een spel van polymeren waarbij de verhouding tussen hardheid en flexibiliteit de doorslag geeft.
Bij de kitten zien we een sterke differentiatie op basis van verwerkingssnelheid en krimpbeheersing. De klassieke acrylaatkit heeft een substantieel nadeel: hij krimpt door waterverlies. Dat is onvermijdelijk bij een dispersie. Om de schilder te ontlasten zijn er specifieke varianten ontwikkeld:
Het onderscheid met siliconenkit is fundamenteel. Siliconen zijn chemisch inert en niet overschilderbaar. Acrylaten zijn dat juist wel. Waar een siliconenkit de beweging van een dilatatievoeg in de gevel opvangt, daar dient de acrylaatkit voor de cosmetische afwerking van aansluitingen binnen. Het materiaal volgt de werking van het hout en de muur, maar kent zijn grens bij structurele rek. Het blijft een plasto-elastisch product; het onthoudt de vervorming.
Kijk naar de overgang tussen een houten deurkozijn en een vers gestuukte wand. Daar zie je het vakmanschap. De schilder brengt een ril kit aan. Strak. Een natte vinger volgt de lijn. De kit vult de kier en vormt een brug tussen twee werkende materialen. Geen barsten meer na de schilderbeurt.
Buiten op de steiger. Een gevel wordt gerold in de felle middagzon. De puur acrylaatcoating vloeit uit. Het water verdampt snel. De polymeerdeeltjes versmelten tot een schild. Dit oppervlak blijft jarenlang wit. Het vergeelt niet door de zon. Het bindmiddel houdt stand waar goedkopere alternatieven allang zouden degraderen.
Een plafond met een krimpscheur. Frustrerend. De vakman gebruikt een lichtgewicht vulmiddel. Het materiaal weegt bijna niets. Hij drukt het in de scheur. Een snelle haal met het plamuurmes. De vulling blijft staan. Geen krimp bij het drogen. De verf pakt direct op het oppervlak zonder kleurverschil.
De handel in en het gebruik van acrylaten is strikt gebonden aan de Europese REACH-verordening. Veiligheid boven alles. Fabrikanten zijn verplicht om gedetailleerde veiligheidsinformatiebladen te verstrekken voor elke polymeerdispersie die op de markt komt. Op de kokers van acrylaatkit tref je vrijwel altijd een CE-markering aan die refereert aan de NEN-EN 15651-1. Deze norm stelt eisen aan afdichtingskitten voor gevelelementen. De classificatie, vaak aangeduid met codes zoals F-EXT-INT, bepaalt of een product geschikt is voor binnen- of buitentoepassing en welke bewegingscapaciteit gegarandeerd wordt. Het is essentieel voor de aansprakelijkheid van de aannemer.
VOS-wetgeving speelt een hoofdrol. Vluchtige Organische Stoffen. De Europese richtlijn 2004/42/EG beperkt de emissies van oplosmiddelen in verven en vernissen drastisch. Voor de professionele schilder in Nederland betekent dit een nagenoeg totaalverbod op het gebruik van solventrijke producten binnenshuis. Acrylaten vormen hier het wettelijke alternatief. Ze voldoen aan de strenge grenswaarden voor de uitstoot van dampen. Dit is geen vrijblijvend advies maar een harde eis uit de Arbowetgeving om de gezondheid van de verwerker te beschermen. Een gezond binnenklimaat begint bij de keuze voor emissiearme bindmiddelen. Daarnaast reguleert de CLP-verordening de etikettering van specifieke additieven, zoals biociden, die nodig zijn om bederf in de waterige fase te voorkomen.
De kiem voor moderne acrylaten werd gelegd in 1901. Otto Röhm publiceerde toen zijn proefschrift over polymerisatieproducten van acrylzuur. Een academische doorbraak. Het duurde echter tot de jaren dertig voordat de industriële productie van acrylaatharsen werkelijk van de grond kwam, aanvankelijk vooral gericht op transparante kunststoffen zoals Plexiglas. Voor de bouwsector lag de echte transformatie in de ontwikkeling van vloeibare bindmiddelen. De focus verschoof van vaste plastics naar dispersies.
1953 markeert een kantelpunt. De introductie van de eerste 100% acrylemulsie voor watergedragen verven, commercieel bekend als Rhoplex AC-33, veranderde de schildersmarkt definitief. Voorheen vertrouwde de sector op olie- en solventgedragen systemen. Die waren traag. Ze stonken. De nieuwe watergedragen technologie bood snellere droogtijden en een betere kleurvastheid bij buitentoepassingen. Het was de geboorte van de moderne latexverf. De techniek evolueerde gestaag door van eenvoudige homopolymeren naar complexe copolymeren, waarbij styreen of vinyl werd toegevoegd om specifieke eigenschappen zoals hardheid of prijsstelling te beïnvloeden.
De jaren tachtig en negentig brachten een stroomversnelling door milieuregulering. De druk op de uitstoot van Vluchtige Organische Stoffen (VOS) dwong fabrikanten tot innovatie. Wat begon als een ecologisch alternatief voor alkydhars, groeide uit tot de kwalitatieve standaard. De chemische industrie slaagde erin de deeltjesgrootte in dispersies te verfijnen. Dit verbeterde de penetratie in de ondergrond en de glansgraad. De evolutie van de acrylaatkit volgde een vergelijkbaar pad; van simpele vulmiddelen naar hoogwaardige plasto-elastische afdichtingen die bestand zijn tegen de grillen van het Nederlandse klimaat.
Nl.wikipedia | Knauf | V-sure | Vinkkunststoffen | Soudal | Obimex | Wastetrade | Vandijkenpro | Marionspedicurepraktijk | Paintingexpert | Kreativenails