De installatie geschiedt op het grensvlak van de verticale drager en de toekomstige boog. Men plaatst de steen op een zorgvuldig voorbereid horizontaal bed van mortel bovenop de penant of de muurdam. Uitlijning op de aanzetlijn is hierbij leidend. Het schuine bovenvlak moet exact gericht zijn op het middelpunt van de boogstraal om de radiale voegvoering van het resterende gewelf te faciliteren.
Bij de uitvoering van grotere overspanningen of bij het gebruik van zware natuurstenen elementen vindt de positionering vaak plaats in nauwe samenhang met het stellen van een houten formeel. Dit formeel dicteert de kromming. De fixatie moet onmiddellijk stabiel zijn. Men controleert de hoek van de voeglijn nauwgezet voordat de volgende boogstenen worden aangebracht. Het metselwerk kantelt op dit specifieke punt van de horizontale lijn naar een radiale schikking. Geen ruimte voor afwijkingen. De krachten uit de boog worden via dit vlak direct de kolom of muur in geleid. Soms past men doken of inkepingen toe bij natuursteen om afschuiven onder hoge druk te voorkomen.
De verschijningsvorm van een aanzetsteen hangt nauw samen met de status van het bouwwerk en de gekozen constructiemethode. In de monumentale architectuur domineert natuursteen. Vaak kiest men voor hardsteen, zandsteen of kalksteen vanwege de superieure druksterkte en weerbestendigheid. Deze blokken zijn dikwijls groter dan de omliggende bakstenen. Ze vormen een visueel rustpunt. Bij eenvoudiger metselwerk volstaat een bakstenen variant. Deze wordt in de praktijk vaak schuin gehakt om de juiste hellingshoek te verkrijgen, al bestaan er voor seriematige projecten ook specifiek gebakken vormstenen.
Esthetiek en constructie vloeien hier samen. Een aanzetsteen kan sober en puur functioneel zijn, maar in de renaissance en barok zag men vaak rijk versierde exemplaren. We spreken dan van een aanzetblok. Denk aan beeldhouwwerk in de vorm van voluten, cartouches of zelfs kopjes (maskerons) die de aanzet van de boog markeren. De steen kraagt dan soms iets uit buiten het muurvlak. Dit geeft extra nadruk aan de overgang van de rechte wand naar de kromming van de boog.
Verwarring ligt op de loer bij termen als de impost en de springer. De aanzetsteen is feitelijk de onderste steen van de boog zelf. Een impost (of dekplaat) daarentegen is de horizontale plaat die bovenop een kolom of pilaster ligt en als platform dient voor die aanzetsteen. Soms zijn deze twee elementen versmolten tot één blok natuursteen. De term springer wordt in de vaktaal vrijwel synoniem gebruikt met de aanzetsteen, aangezien hier de boog uit de muur 'springt'.
| Type | Kenmerk | Toepassing |
|---|---|---|
| Bakstenen aanzet | Schuin gehakt of vormsteen | Woningbouw, utiliteitsbouw |
| Natuurstenen blok | Hoge druksterkte, vaak geprofileerd | Monumenten, kerken, bruggen |
| Geprofileerd aanzetblok | Rijke ornamentiek, kraagt vaak uit | Klassieke architectuurstijlen |
In moderne betonconstructies is de fysieke aanzetsteen als los element vrijwel verdwenen. De functie blijft echter gelijk. Bij geprefabriceerde betonbogen is de aanzet vaak geïntegreerd in het element of wordt de aanzetlijn gemarkeerd door een lichte verdikking in het gietwerk. Constructieve noodzaak vermomd als detail.
Loop door een oude binnenstad en kijk naar een stenen boogbrug over een gracht. Waar het verticale muurwerk uit het water stopt en de boog begint, zie je bijna altijd een forse, grijze blok natuursteen. Dat is de aanzetsteen. Terwijl de rest van de brug uit relatief kleine bakstenen bestaat, vangt deze specifieke hardsteen de enorme diagonale druk op die de boog naar beneden perst. Hij fungeert hier als het onwrikbare fundament voor de kromming.
Bij de renovatie van een negentiende-eeuws herenhuis vallen ze direct op bij de halfronde voordeur. Vaak zijn het witgepleisterde of natuurstenen blokken die iets uitsteken ten opzichte van de gevel. Men noemt dit ook wel een aanzetblok. Soms is er een jaartal in gebeiteld of een decoratieve krul aan gegeven. De metselaar gebruikt deze steen als het startpunt voor zijn formeel, de houten mal waar de boog overheen wordt gemetseld.
In een eenvoudige achtergevel van een rijtjeshuis zie je de aanzetsteen vaak in een soberder vorm terug bij een ontlastingsboog boven een raam. Hier is het geen groot blok natuursteen, maar simpelweg een baksteen die door de metselaar met de sabel schuin is afgehakt. Geen franjes. Het is een puur functionele ingreep om de radiale voegvoering van de boog direct goed te zetten, zodat de krachten uit het bovenliggende metselwerk netjes om het kozijn heen worden geleid naar de penanten.
Veiligheid is in de bouw nooit een vrije keuze. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) vormt het wettelijke fundament waaraan elke constructie, en dus ook de aanzetsteen in een boog of gewelf, moet voldoen. De fundamentele eis is simpel: een bouwwerk mag niet instorten. Voor metselwerkconstructies betekent dit concreet dat berekeningen moeten stroken met de Eurocode 6-reeks (NEN-EN 1996). Hierin staan de rekenregels voor druksterkte en stabiliteit centraal. De aanzetsteen vangt de diagonaal gerichte krachten van de boog op. Een rekenfout hier leidt tot scheurvorming of erger. Constructeurs kijken bij de toetsing nauwgezet naar de materiaaleigenschappen van de steen en de mortel, waarbij de karakteristieke druksterkte moet aansluiten bij de optredende spanningen op het raakvlak met de drager.
Geen ruimte voor interpretatie. De norm schrijft voor hoe de krachtsafdracht van de boog naar de onderliggende penant verloopt. Bij renovatie van historisch metselwerk gelden vaak specifieke uitvoeringsrichtlijnen (URL's) van de Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg (ERM). Deze richtlijnen borgen dat vervanging van een aanzetsteen gebeurt met materialen die compatibel zijn met het bestaande werk, zowel qua hardheid als porositeit. Een te harde steen in een zacht historisch verband kan namelijk schade veroorzaken aan de omliggende stenen door spanningsverschillen.
Monumentenstatus wijzigt het speelveld. De Erfgoedwet beschermt de cultuurhistorische waarde van het object, wat directe gevolgen heeft voor de omgang met aanzetstenen. Is de steen versierd met een uniek ornament of beeldhouwwerk? Dan is zomaar vervangen uitgesloten. Restauratie gaat voor vernieuwing. Bij vervanging eist de Omgevingswet vaak een vergunning waarbij de materiaalkeuze en de profilering van de nieuwe aanzetsteen exact moeten overeenkomen met het origineel. Natuursteenkeuze is hierbij cruciaal. Men mag niet zomaar een willekeurige kalksteen gebruiken als er oorspronkelijk Bentheimer zandsteen is toegepast. De wetgever ziet toe op het behoud van het authentieke beeld. Documentatie van de bestaande situatie is bij dergelijke ingrepen vaak verplicht voordat de eerste steen wordt losgehakt.
De boog veranderde de bouwkunst fundamenteel. Waar de vroege architectuur steunde op de beperkte overspanning van horizontale lateien, introduceerden de Romeinen de boogconstructie op grote schaal. De aanzetsteen was hierbij de spil. In de klassieke oudheid was dit element louter functioneel en vaak uitgevoerd als een massief blok natuursteen dat de enorme zijwaartse spatkrachten moest opvangen. Geen decoratie, pure massa. De techniek dicteerde de vorm.
Tijdens de gotiek onderging de aanzetsteen een technische transformatie. Bouwmeesters ontwikkelden complexe gewelfsystemen waarbij meerdere ribben samenkwamen op één punt. Het simpele blok maakte plaats voor de complexe 'tas-de-charge'. Dit was een gestapelde aanzet waarbij de onderste lagen horizontaal gemetseld bleven, maar de profielen van de ribben er al in waren uitgehakt. Een technisch hoogstandje. Men verschoof de focus van brute massa naar een verfijnde verdeling van krachten. Het metselwerk werd lichter. De drukpunten werden preciezer bepaald.
De renaissance en barok brachten een verschuiving van constructie naar uiterlijk vertoon. De aanzetsteen werd een aanzetblok. Architecten gebruikten contrasterende natuursteen in bakstenen gevels om de structuur van het gebouw te benadrukken. Het functionele onderdeel werd een sieraad. Voluten en maskers sierden de overgangspunten. In de negentiende eeuw zorgde de industrialisatie voor een laatste grote verandering in de traditionele bouw. Handmatig gehakte natuursteen werd vaker vervangen door vormbaksteen of gietijzeren elementen. Met de opkomst van gewapend beton in de twintigste eeuw verdween de noodzaak voor een fysiek losse aanzetsteen in de constructie bijna volledig. De boog werd monolithisch. Wat we vandaag in de nieuwbouw zien als aanzetsteen, is vaak een esthetische verwijzing naar dit rijke constructieve verleden.