Eerst de stijlen. Deze verticale ankerpunten worden op vaste stramienmaten in de ondergrond gedreven. Tussen deze stijlen wordt het metselwerk opgetrokken in de vorm van verticale bogen. De kromming wijst naar de grondzijde. Door deze specifieke vormgeving wordt de horizontale druk van de grond of het water direct omgezet in axiale drukkrachten binnen het metselverband. De boogwerking doet het werk.
De kubbestijlen fungeren hierbij als de definitieve landhoofden die de spatkrachten van de individuele troggen opvangen en neutraliseren. Er ontstaat een ritmiek van holle vlakken. Terwijl de stijlen de volledige belasting naar de fundering leiden, blijven de gemetselde bogen vrij van trekspanningen, wat essentieel is voor de duurzaamheid van traditioneel metselwerk zonder wapening. Omdat de stijlen iets verder naar voren steken dan de diepste punten van de bogen, fungeert de constructie tegelijkertijd als een afhoudersysteem voor de scheepvaart. Contact tussen schip en steen wordt zo vermeden. Statica en pragmatisme komen samen in verticale banen.
In de Groningse waterbouw spreekt men steevast van een wulfmuur, maar technisch gezien is dit een specifieke, verticaal geplaatste troggewelfmuur. De term 'wulf' verwijst hier direct naar de welving of boog van het metselwerk. Hoewel het principe in de basis hetzelfde is, wordt in andere delen van Nederland soms de algemenere term boogmuur gebruikt, al dekt die vlag de lading minder goed omdat een boogmuur ook horizontaal gekromd kan zijn zoals bij een boogdam. Het unieke aan de wulfmuur is juist die repetitieve, verticale segmentering die constructief nauw verwant is aan het troggewelf dat we kennen uit vloerconstructies, maar dan gekanteld om gronddruk te weerstaan.
Eikenhout was eeuwenlang de standaard. De robuuste palen moesten niet alleen de spatkrachten van de bogen opvangen, maar ook bestand zijn tegen het constante beuken van scheepsrompen en de inwerking van water. Met de industriële revolutie verschoof de materiaalkeuze. Gietijzeren stijlen boden een grotere stijfheid en maakten het mogelijk om slankere constructies te ontwerpen met een grotere overspanning tussen de wulven. Tegenwoordig zie je bij restauraties of zeldzame nieuwbouw vaak stalen profielen die met beton zijn omstort of bekleed. Deze moderne varianten behouden het esthetische beeld van de historische wulfmuur, maar de constructieve kern is fundamenteel veranderd van puur ambachtelijk timmer- en metselwerk naar een hybride vorm van staalbouw en traditionele baksteenverwerking.
Verwar de wulfmuur niet met een zwaartekrachtmuur. Waar een massieve bakstenen kade zijn stabiliteit ontleent aan zijn eigen gewicht en volume, werkt de wulfmuur door vormstijfheid. Het is het verschil tussen een dikke dam en een slim geplooid blad papier. Een wulfmuur is materiaalbesparend; de boogvorm zorgt ervoor dat de muur veel dunner uitgevoerd kan worden dan een rechte muur die dezelfde zijwaartse druk moet opvangen. Hierdoor is de wulfmuur technisch superieur in situaties waar een brede funderingsvoet niet mogelijk of te kostbaar is, mits de kubbestijlen diep genoeg in de vaste grond verankerd kunnen worden om de horizontale spatkrachten te neutraliseren.
Denk aan een wandeling langs een historische stadskade in Groningen. Waar een moderne kade vaak een strakke, vlakke wand is, vertoont de wulfmuur een repeterend patroon van halfronde nissen die naar binnen wijken. Dit visuele spel van licht en schaduw is pure functionaliteit. De zijdelingse druk van de achterliggende weg wordt door de boogvorm effectief naar de verticale stijlen geleid.
In een drukke sluiskolk zie je de constructie echt aan het werk. Een binnenschip vaart langzaam naar binnen. De romp schuurt langs de kade. Omdat de kubbestijlen — de verticale palen van eikenhout of gietijzer — verder naar voren steken dan het metselwerk, fungeren ze als natuurlijke stootranden. De schipper raakt met zijn schip de stijlen. Het dieper gelegen metselwerk blijft hierdoor volledig buiten schot. Geen schade aan de stenen. Geen kostbaar herstel van het voegwerk na elke aanvaring.
Tijdens een restauratieproject aan een oude haven komt de vernuftige statica pas echt goed in beeld. Men graaft de grond achter de muur weg voor herstelwerkzaamheden. Wat opvalt is de dikte van het metselwerk. Of liever: de dunheid ervan. Waar een massieve zwaartekrachtmuur meters dik moet zijn om de grond tegen te houden, volstaan bij een wulfmuur vaak enkele steenlagen. Een slimme, slanke schaal die zijn kracht haalt uit de kromming. Materiaalbesparing pur sang.
Monumentale status is vaak de norm. Omdat de meeste nog bestaande wulfmuren onderdeel uitmaken van historisch stadsschoon of oude sluiscomplexen, valt het onderhoud en de restauratie direct onder de bepalingen van de Erfgoedwet. Vergunningverlening via de gemeente. Advies van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is meestal verplicht, waarbij streng toezicht wordt gehouden op materiaalkeuze zoals de specifieke baksteenhardheid en de historische samenstelling van de kalkmortel. Geen ruimte voor moderne improvisatie zonder instemming. De constructie moet blijven zoals hij was bedacht.
Voor de constructieve veiligheid vormt het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) het vigerende wettelijke kader. Hoewel de wulfmuur een eeuwenoud concept is, moet bij ingrijpende wijzigingen of herberekening voor moderne verkeersbelastingen op de kade worden teruggegrepen op de NEN 8700-serie. Deze normen bieden de methodiek voor de beoordeling van de constructieve veiligheid van een bestaand bouwwerk. Het aantonen van de stabiliteit van ongewapend, gebogen metselwerk onder zijdelingse gronddruk vraagt hierbij om specifieke expertise die verder gaat dan de standaard rekenmodellen voor rechte muren.
Daarnaast speelt de lokale Waterschapsverordening (voorheen de Keur) een cruciale rol. Kades en sluizen fungeren vaak als waterkerende objecten. Elke ingreep aan een wulfmuur die de waterkerende functie kan beïnvloeden, vereist een watervergunning van het betreffende waterschap. De regels zijn strikt. De stabiliteit van de waterkering mag nooit in het geding komen door achterstallig onderhoud aan het metselwerk of de kubbestijlen.