White spirit

Laatst bijgewerkt: 14-01-2026


Definitie

Een uit aardolie gedestilleerd mengsel van vloeibare koolwaterstoffen dat fungeert als universeel oplos- en verdunningsmiddel voor oliegedragen verven en lakken.

Omschrijving

White spirit is de onbetwiste standaard op de werkplaats voor het verdunnen van alkydverven en het reinigen van gereedschap. Het spul bestaat uit een complexe mix van alifatische en alicyclische C7-C12 koolwaterstoffen. Men wint het door de zorgvuldige destillatie van ruwe olie in een specifiek temperatuurbereik. In de volksmond noemen we het vaak terpentine, maar let op: dit is niet hetzelfde als de natuurlijke terpentijnolie uit boomhars. Het spul vloeit uitstekend. Het verdampt gestaag. Juist die gecontroleerde verdamping zorgt ervoor dat de laklaag de tijd krijgt om strak te trekken voordat de droging echt doorzet. Voor de professional is het een onmisbaar hulpmiddel om de viscositeit van verf precies goed te krijgen voor de specifieke omstandigheden van de dag.

Toepassing en verwerking

De verwerking begint meestal bij het aanpassen van de verfconsistentie. Men voegt de vloeistof in kleine hoeveelheden toe aan oliegedragen lakken of grondverven terwijl men langzaam roert om een homogeen mengsel te verkrijgen. De viscositeit neemt af. Hierdoor vloeit de verf beter uit tijdens het aanbrengen met een kwast of roller. Een te dikke verf laat immers strepen achter. Bij het reinigen van gereedschap werkt het proces andersom. Kwasten en rollers worden ondergedompeld in een recipiënt gevuld met white spirit, waarbij de vloeistof de polymeerketens van de natte verf losweekt van de haren of de vezels.

Het verzadigde reinigingsmiddel trekt het pigment uit de borstelkop. Vaak volgt een tweede spoeling in een schoon bad om de laatste resten te verwijderen. Voor de voorbehandeling van ondergronden wordt een pluisvrije doek bevochtigd met het middel om vetten en harsen van het oppervlak te poetsen. Dit zorgt voor een optimale hechting van de nieuwe verflaag. Na de handeling verdampt de vloeistof volledig aan de omgevingslucht. Er blijft geen film achter. De ondergrond is droog. Klaar voor de volgende stap in het schilderproces.


Gradaties in aromaten en vluchtigheid

Niet elke fles white spirit is identiek. De chemische samenstelling varieert op basis van het raffinageproces. De klassieke variant bevat een aanzienlijk aandeel aromatische koolwaterstoffen, vaak rond de 15 tot 25 procent, wat zorgt voor een krachtige vetoplosser maar ook voor die kenmerkende, indringende lucht die uren blijft hangen. Voor binnengebruik kiest de vakman vaker voor de aromaatvrije of geurloze variant. Hierbij zijn de aromaten door hydrogenering nagenoeg verwijderd. Minder stank. Minder irritatie aan de luchtwegen. Het verdampingsgetal blijft echter nagenoeg gelijk. De vloei van de lak blijft gewaarborgd, ook zonder de scherpe geur.

In de industrie wordt soms gesproken over Type 1, 2 of 3, een classificatie die berust op de specifieke behandeling van de grondstof, zoals solventextractie of katalytische hydrodesulfurisatie. Voor de gemiddelde bouwplaats is dit onderscheid minder relevant dan de keuze tussen 'standaard' en 'geurarm', waarbij de laatste vaak de voorkeur krijgt bij renovaties in bewoonde panden.


Het hardnekkige misverstand: terpentine versus terpentijn

Namen die op elkaar lijken. Functies die overlappen. Toch zijn het totaal andere werelden. White spirit is in de volksmond terpentine, een puur petrochemisch product dat rechtstreeks uit de raffinaderij komt rollen, terwijl terpentijn — of terpentijnolie — een natuurproduct is. Gedestilleerd uit de hars van naaldbomen. Kostbaar. Vluchtig. De geur is harsachtig en den-achtig, heel anders dan de benzine-achtige walm van white spirit.

Hoewel beide middelen oliegedragen verf verdunnen, reageren ze anders op specifieke harsen; terpentijn heeft een groter oplossend vermogen voor natuurlijke harsen zoals dammar of colofonium, terwijl white spirit de universele partner is voor de moderne alkydharslakken uit de bouwmarkt. Gebruik je per ongeluk de verkeerde bij een delicate restauratie, dan kunnen de gevolgen voor de verffilm onvoorspelbaar zijn, maar voor het reinigen van een simpele varkensharen kwast na een middagje gronden maakt het de portemonnee vooral een stuk lichter als je de verkeerde kiest.


White spirit in de dagelijkse praktijk

Scenario's op de werkplaats

De schilder staat voor een massief eiken deur. De omgevingstemperatuur is laag, waardoor de alkydlak stroperig aanvoelt en de kwast 'trekt'. Een minimale toevoeging van white spirit verlaagt de viscositeit direct. De lak vloeit uit. De kwaststreeploze afwerking die de klant eist, wordt zo haalbaar zonder de chemische structuur van de verf aan te tasten.

Een ander moment: de klus zit erop. Een ronde kwast zit vol met vette grondverf. In plaats van de kwast weg te gooien, gaat deze in een recipiënt met vloeistof. De polymeerketens laten los. Pigmenten zakken naar de bodem. Na een korte spoeling zijn de haren weer soepel voor de volgende dag. Geen verspilling van goed gereedschap.

Ook bij de voorbehandeling bewijst het zijn nut. Een oud kozijn is geschuurd, maar er blijven resten van huidvet of natuurlijke harsen achter. Een pluisvrije doek, licht bevochtigd, trekt het vuil uit de nerven. De vloeistof verdampt razendsnel. Wat overblijft is een schone, doffe ondergrond die smeekt om een nieuwe laag primer. Bij renovaties in bewoonde woningen wordt vaak de geurloze variant uit de bus gepakt. De bewoners ruiken niets, terwijl de schilder precies de vloei krijgt die hij nodig heeft voor een strak resultaat.


Kaders voor gebruik en veiligheid

Wettelijke beperkingen en de Arbowet

Het werken met white spirit is niet vrijblijvend. De Arbowet stelt scherpe eisen aan de blootstelling van professionals aan vluchtige organische stoffen (VOS). Voor binnenschilderwerk geldt een strikte vervangingsplicht. Dit betekent dat schilders binnenshuis verplicht zijn over te stappen op watergedragen lakken of high-solid verven met een minimaal solventgehalte. De regelgeving is onverbiddelijk. Alleen bij uitzonderlijke technische noodzaak, zoals bij monumentenzorg waar specifieke historische recepturen vereist zijn, mag er onder strikte voorwaarden van worden afgeweken.

Etikettering en gevarenklasse

Op elk vat of elke fles prijken de symbolen van de CLP-verordening (EC No 1272/2008). Het is een ontvlambare vloeistof. Gevaar voor de luchtwegen bij inslikken. Schadelijk voor in het water levende organismen. De etikettering is gestandaardiseerd zodat de gebruiker direct de risico's herkent. De fabrikant levert verplicht een veiligheidsinformatieblad (VIB of MSDS) mee. Hierin staan de grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling. Voor transport over de weg valt het middel onder de ADR-wetgeving. UN-nummer 1300. Klasse 3. Brandbaar.

Opslag en afvoer

Opslag in de werkplaats is gebonden aan de PGS 15-richtlijn. Dit document regelt de brandveiligheid van gevaarlijke stoffen. Kleine voorraden moeten in een lekbak staan. Grotere hoeveelheden horen thuis in een gecertificeerde brandveiligheidskast. En dan het afval. Gebruikte white spirit is chemisch afval. De Wet milieubeheer verbiedt lozing in het riool. Geen uitzonderingen. Verzadigde vloeistof moet worden ingeleverd bij een erkend inzamelpunt voor gevaarlijk afval, waarbij professionals vaak een afvalstroomnummer moeten kunnen overleggen.


Historische ontwikkeling en oorsprong

Vóór de opkomst van de moderne petrochemie was de schilder volledig afhankelijk van de natuur. Men gebruikte terpentijnolie. Dit werd gewonnen uit de hars van naaldbomen, een proces dat kostbaar was en een grillige aanvoer kende. De industriële revolutie bracht verandering. In de tweede helft van de negentiende eeuw, parallel aan de stormachtige ontwikkeling van de aardolieraffinage, ontdekte men dat specifieke fracties uit de destillatietoren uitstekende oplossende eigenschappen bezaten. Het was een bijproduct dat plotseling goud waard bleek voor de verfindustrie.

De standaardisatie liet even op zich wachten. Pas rond 1924 zorgden W.J. Stoddard en Lloyd E. Jackson voor een doorbraak met de introductie van het zogenaamde 'Stoddard solvent'. Dit was een minder brandbaar alternatief voor de destillaten die tot dan toe in stomerijen werden gebruikt. De bouwsector zag de voordelen. De vloeistof was goedkoper dan natuurlijke harsen. Het was stabieler. De chemische industrie verfijnde het proces verder door middel van hydrogenering, waarmee in de loop van de twintigste eeuw de schadelijke en stinkende aromatische koolwaterstoffen steeds verder konden worden teruggedrongen. Wat begon als een industrieel restproduct, evolueerde zo tot de technisch hoogwaardige, aromaatarme varianten die de huidige markt domineren.


Gebruikte bronnen: