De montage van de wellat vindt plaats in de holte onder de overstekende trapneus. Direct in de hoek waar trede en stootbord samenkomen. Het is precisiewerk. De lat wordt over de volledige breedte tussen de trapbomen aangebracht, waarbij een strakke passing essentieel is voor de structurele integriteit. Lijmverbindingen spelen hierin een hoofdrol. Een doorlopende lijmlaag op beide raakvlakken voorkomt dat onderdelen later ten opzichte van elkaar gaan werken. Geen wrijving, geen geluid. Mechanische bevestiging geschiedt doorgaans met verloren kopnagels of schroeven die diep in het hout worden gedreven. De wellat wordt hierbij krachtig tegen de onderzijde van de trede getrokken. Hierdoor ontstaat een hechte verbinding die het stootbord fixeert en de trede ondersteunt. Bij trappen met een specifieke profilering wordt de vorm van de lat afgestemd op de afronding van de neus, waardoor de overgang visueel en technisch naadloos verloopt. Een constructieve brug die de stijfheid maximaliseert.
Niet elke wellat is gelijk. De vorm wordt vaak gedicteerd door de gewenste uitstraling van de trap. De kwartronde wellat is de onbetwiste klassieker. Deze creëert een zachte overgang tussen de horizontale trede en het verticale stootbord. In moderne, minimalistische trappen kiest men echter vaker voor een strakke, rechthoekige lat of een variant met een subtiele vellingkant. Het oog wil ook wat. Soms is de lat geprofileerd met een ojief of een kraal, passend bij een monumentale of klassieke stijl. Een brug tussen techniek en decoratie.
Materiaalkeuze luistert nauw. De wellat moet idealiter van hetzelfde materiaal zijn als de treden om ongelijkmatige krimp of uitzetting te voorkomen. Bij een eikenhouten trap hoort een eiken wellat. Voor budgetvriendelijke trappen of renovatieprojecten waarbij de trap dekkend wordt geschilderd, is MDF een veelgebruikt alternatief. Stabiel. Goedkoop. Maar minder robuust bij intensieve belasting van de trapneus.
Verwarring ligt op de loer. In de volksmond en zelfs door sommige timmerlieden wordt de wellat steevast een neuslat genoemd. Technisch gezien is dit begrijpelijk omdat de lat onder de trapneus zit. Toch is voorzichtigheid geboden. In de kozijnenwereld is een neuslat namelijk een specifiek profiel voor de buitenonderdorpel. Een totaal ander onderdeel. In de trapbouw bedoelt men met de wellat specifiek de lat die de aansluiting onder de overstekende trede — de wel — verzorgt.
Soms valt de term welstrip. Dit duidt meestal op een smallere, vaak metalen of kunststof variant die vooral een esthetische of antislipfunctie heeft. De echte wellat is echter altijd een constructieve verstijving. Geen loutere versiering. Het onderscheid tussen de 'wel' (het overstekende deel van de trede) en de 'wellat' (de bevestigde lat) is essentieel voor een correcte bestelling bij de houthandel. Kleine nuances, grote gevolgen voor de passing.
Een krakende trap in een oudere woning. Je loopt naar boven en de verbinding tussen het stootbord en de trede zucht onder het gewicht. De boosdoener is vaak speling. Hier biedt een nieuwe, stevig verlijmde wellat direct uitkomst. Door de lat strak in de binnenhoek te schroeven, trek je de onderdelen weer naar elkaar toe en dwing je de constructie tot rust. Geen beweging meer, dus geen gekraak.
In een statig herenhuis zie je vaak de esthetische variant. De wellat is hier uitgevoerd met een verfijnd ojief-profiel of een kraal. Het is meer dan een verstijving; het is een decoratieve overgang die de trapneus optisch verzwaart. De kijker ziet geen naad, maar een vloeiende, klassieke lijn die past bij het historische karakter van het pand. Vakmanschap op de millimeter.
Bij moderne nieuwbouwtrappen die dekkend wit worden afgelakt, kom je vaak de vellingkant-wellat tegen. Een simpele lat met een subtiel schuin kantje. Dit voorkomt dat de schilder de naad tussen de trede en het stootbord met kit moet dichtzetten. Kit gaat op termijn namelijk bijna altijd scheuren door de natuurlijke werking van de trap. De wellat dekt dit af en zorgt voor een blijvend strakke hoek. Functioneel en onderhoudsarm.
Harde eisen voor trappen zijn verankerd in het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL). De wet noemt de wellat niet bij naam. Dat hoeft ook niet. De regelgeving focust op het resultaat: een trap moet veilig beloopbaar zijn en over voldoende draagkracht beschikken. Een wellat draagt fundamenteel bij aan de stijfheid van de totale constructie. Hierdoor voldoet de trap aan de functionele eisen voor sterkte en stabiliteit. Geen wankele treden. Geen gevaarlijke doorbuiging.
In de NEN 3509 staan de regels voor de maatvoering van trappen in woningen centraal. Deze norm stelt grenzen aan de welmaat en de effectieve tredebreedte. Omdat de wellat direct onder deze wel wordt gemonteerd, heeft hij geen invloed op de loopvlakhoogte, maar borgt hij wel de duurzaamheid van de verbindingen onder zware belasting. Bij appartementencomplexen gelden bovendien strikte normen voor contactgeluid. Een krakende trap door gebrekkige fixatie kan leiden tot het overschrijden van de toegestane geluidsisolatiewaarden. Constructieve fixatie middels een wellat is dus meer dan een esthetische afwerking; het is een technische voorwaarde om aan de wettelijke normering voor wooncomfort en veiligheid te blijven voldoen.
De evolutie van de wellat loopt synchroon met de transformatie van de trap van een louter utilitair klimmiddel naar een volwaardig architectonisch interieurelement. In de vroege ambachtelijke woningbouw waren open trappen de standaard. Geen stootbord, dus geen wellat. Met de opkomst van de gesloten trap in de zeventiende en achttiende eeuw in de meer voorname huizen ontstond een constructief knelpunt. De verbinding tussen de horizontale trede en het verticale stootbord bleek een zwak punt door de onvermijdelijke werking van het hout. Kieren en gekraak waren het resultaat.
Aanvankelijk werden deze naden gedicht met eenvoudige, rechthoekige latten. Puur functioneel. Tijdens de negentiende eeuw, de bloeiperiode van de burgerwoningen, onderging de wellat een esthetische metamorfose. Het profiel werd rijker. Timmerlieden gebruikten de lat om de overgang tussen trede en stootbord te verzachten met kwartronde en ojiefvormige profileringen, passend bij de toenmalige decoratieve bouwstijlen. De trap werd een meubelstuk. De wellat werd het sieraad in de schaduw van de wel.
De industrialisatie in de twintigste eeuw zorgde voor de definitieve standaardisatie. Waar voorheen elke lat op de bouwplaats met de handschaaf werd gevormd, produceerde de machinale houtbewerking voortaan kilometers aan neusprofielen in vaste maten. De focus verschoof. Van decoratie naar een noodzakelijke mechanische verstijving om te voldoen aan modernere eisen voor geluidsreductie en structurele integriteit in de woningbouw. De introductie van plaatmaterialen zoals MDF in de late twintigste eeuw veranderde de productiewijze nogmaals. Een nuchtere evolutie van een ambachtelijk detail naar een industrieel noodzakelijk component voor een stille trap.