Het traject vangt aan met de registratie en een uitgebreide documentatiecontrole waarbij beleidsplannen en technische tekeningen tegen het licht worden gehouden. Geen ruimte voor vaagheid. Vervolgens verschuift de aandacht naar de fysieke werkelijkheid in het gebouw zelf. De zogenaamde Performance Verification vormt hierbij de spil. Een onafhankelijke expert arriveert op de locatie. Er worden metingen uitgevoerd. Luchtkwaliteit, lichtreflectie en akoestische isolatie worden met specialistische apparatuur getoetst aan de medisch onderbouwde normen van het systeem. Watermonsters gaan naar het lab.
Het gebouw moet zich bewijzen onder normale gebruiksomstandigheden. De resultaten van deze veldtests bepalen of het beoogde certificeringsniveau daadwerkelijk wordt behaald. Na de initiële toekenning is er sprake van een cyclus; elke drie jaar vindt er een verplichte herbeoordeling plaats om te verifiëren of de systemen en protocollen nog steeds de beoogde gezondheidseffecten realiseren. Stilstand betekent hier verlies van de status. Metingen worden herhaald. Protocollen getoetst op actualiteit. Deze cyclus waarborgt dat de gezonde leefomgeving niet erodeert door gebruik of veroudering van installaties. Het certificaat is het resultaat van aangetoonde prestatie, niet slechts van een goed voornemen op papier.
Niet elke WELL-score weegt even zwaar. Het systeem werkt met een puntentelling die resulteert in drie hoofdniveaus: Silver, Gold en Platinum. Waar voorheen bij de eerste versie (v1) nog een basisniveau 'Certified' bestond, begint de lat bij de huidige v2-standaard direct bij zilver. De basis is strikt. Er zijn zogenaamde preconditions; harde eisen waaraan elk project onherroepelijk moet voldoen om überhaupt in aanmerking te komen voor een certificaat. Pas daarna komen de optimizations in beeld. Dit zijn de extra punten die het onderscheid maken tussen een degelijk gebouw en een architectonisch hoogstandje op het gebied van menselijk welzijn.
Zilver vereist louter het behalen van alle preconditions. Voor goud moet de score stijgen naar veertig punten, terwijl de prestigieuze Platinum-status pas vanaf tachtig punten wordt toegekend. Het is topsport voor vastgoed. De puntentelling is verdeeld over tien concepten, variërend van lucht en water tot aan 'mind' en gemeenschap. Een gebouw kan dus uitblinken in akoestiek maar punten laten liggen op het gebied van gezonde voeding in de kantine.
Naast de volledige gebouwcertificering bestaan er toegespitste ratings. De WELL Health-Safety Rating is hiervan de bekendste. Deze variant richt zich minder op de fysieke gebouwschil en juist meer op operationele protocollen en onderhoudsschema's. Denk aan schoonmaakregimes of legionellapreventie. Het is een snellere route naar erkenning voor wie vooral de veiligheid van de gebruikers wil garanderen zonder een complete renovatie te starten.
De markt vraagt om meer dan alleen fysieke gezondheid. Hierop is ingespeeld met de WELL Equity Rating en de WELL Performance Rating. De eerste toetst in hoeverre een gebouw en de organisatie erachter inclusiviteit en sociale rechtvaardigheid bevorderen. Toegankelijkheid is daar slechts het begin. De Performance Rating is de technische broer; deze draait puur om meetbare data. Sensoren. Real-time monitoring. Hier telt de harde werkelijkheid van de sensordata boven het beleid op papier. Het is mogelijk deze ratings los te behalen of als bouwstenen te gebruiken voor de volledige certificering.
Vaak ontstaat er verwarring met BREEAM of LEED. Het verschil is fundamenteel. Waar BREEAM zich primair richt op de ecologische impact van een gebouw — isolatiewaarden, energiezuinige installaties, materiaalherkomst — kijkt WELL naar de biologische impact op het menselijk lichaam. Een gebouw kan een uitmuntende BREEAM-score hebben door zonnepanelen en gerecycled beton, maar tegelijkertijd een slechte akoestiek of te weinig daglicht bieden voor de werknemers. Ze vullen elkaar aan. Een 'groen' gebouw is immers pas echt duurzaam als de mensen die erin verblijven niet ziek worden of opbranden. In de praktijk zie je dan ook steeds vaker dubbele certificeringstrajecten waarbij zowel de planeet als de mens centraal staat.
Stel je een gerenoveerd kantoorpand voor. Bij de entree valt direct de overvloed aan groen op; geen losse potten, maar een metershoge verticale tuin die de luchtvochtigheid reguleert. Dit is biophilic design met een doel. De trap is een eyecatcher. Hij staat pal in het zicht, breed en uitnodigend, terwijl de lift bewust is weggewerkt in een zijgang om beweging te stimuleren.
Boven de werkplekken hangt verlichting die 'ademt' met het bioritme van de medewerkers. Felblauw licht in de ochtend om de alertheid te pieken. Zacht, warmer licht richting de avond. Sensoren aan de wanden meten continu fijnstof en CO2; zodra de waarden kritiek worden, hoor je de ventilatie zachtjes opschakelen. In de kantine staan geen automaten met suikerhoudende dranken. In plaats daarvan vind je op elke hoek een watertappunt met hoogwaardige filtersystemen. De akoestiek is merkbaar anders. Geen holle galm, maar zachte materialen die gespreksruis absorberen, waardoor concentratie zelfs in een open kantoortuin mogelijk blijft. Het gebouw 'zorgt' voor de gebruiker. Zo ziet een Platinum-omgeving eruit.
De WELL-certificering functioneert in Nederland als een privaatrechtelijk keurmerk dat bovenop de vigerende publiekrechtelijke wetgeving ligt. De basis voor elk bouwwerk blijft het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL). Dit besluit dicteert de minimale ondergrenzen voor zaken als luchtverversing, daglichttoetreding en drinkwaterkwaliteit. WELL neemt deze minimale eisen als vertrekpunt maar schroeft de drempels aanzienlijk op. Waar het BBL zich richt op de afwezigheid van onveilige situaties, focust de WELL-standaard op de aanwezigheid van gezondheidsbevorderende factoren.
De Arbowet vormt een ander cruciaal raakvlak. Werkgevers hebben een wettelijke zorgplicht voor de gezondheid en veiligheid van hun werknemers. Een WELL-certificaat kan dienen als bewijslast voor het invullen van deze zorgplicht, hoewel de certificering zelf nooit de wettelijke verantwoordelijkheid van de werkgever vervangt. Het biedt een methodiek om aan de vaak abstracte eisen van de Arbeidsomstandighedenwet te voldoen.
In de technische uitwerking ziet men vaak een wisselwerking met specifieke NEN-normen. Denk hierbij aan:
Bij het verzamelen van data voor de 'Performance Rating' moet bovendien rekening worden gehouden met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Het continu monitoren van de binnenomgeving met sensoren mag de privacy van de individuele gebruiker niet schenden. Er is een spanningsveld. Meten is weten, maar niet alles mag worden vastgelegd.
Het fundament ligt in 2007. Zeven jaar medisch en bouwkundig onderzoek ging vooraf aan de officiële lancering. Paul Scialla en zijn team bij Delos wilden meer dan alleen zonnepanelen tellen. In 2014 kwam WELL v1 op de markt. Zeven concepten vormden toen de basis. De focus lag zwaar op fysieke parameters. Lucht. Water. Licht. Het was een niche. Aanvankelijk vooral gericht op de absolute top van de commerciële vastgoedmarkt in de Verenigde Staten.
De praktijk bleek weerbarstiger dan de theorie. Versie 1 was rigide. Projecten liepen vast op onwrikbare eisen die niet overal ter wereld technisch of financieel haalbaar waren. Daarom volgde in 2018 de v2-pilot. Een fundamenteel omslagpunt. De standaard werd modulair. Tien concepten vervingen de oude zeven. 'Materials' werd een zelfstandig onderdeel en 'Sound' kreeg eindelijk de technische aandacht die het verdiende. De introductie van een gewogen puntensysteem verving de strikte ja/nee-benadering. Het instrument werd dynamischer.
De coronapandemie in 2020 zorgde voor een ongekende stroomversnelling. Hygiëneprotocollen en ventilatiecapaciteit werden plotseling kritiek voor de continuïteit van organisaties. De Health-Safety Rating ontstond als direct antwoord op de acute behoefte aan veiligheidscertificering tijdens de crisis. Het markeerde de definitieve verschuiving van puur fysiek ontwerp naar operationeel gebouwbeheer. Sindsdien evolueert de certificering steeds vaker richting datagestuurde bewaking. Geen eenmalige meting bij de opening meer. Constante verificatie via sensoren is de nieuwe norm. De techniek volgt de biologie.
En.wikipedia | Well | Duurzaamheidscertificering | Maisonoffice | Leafr | Cibsejournal