De montage van een wastafeltoilet wijkt technisch af van een standaard sanitairinstallatie door de gecombineerde watertoevoer. In de praktijk wordt de koudwaterleiding naar het toilet gesplitst of direct naar de kraan op het reservoir geleid. Wanneer de kraan wordt geopend, stroomt het gebruikte waswater niet direct het riool in. In plaats daarvan fungeert de wasbak als invoer voor de stortbak. De vlotterinrichting in het reservoir bewaakt hierbij het waterpeil; zodra de bak vol is, stopt de toevoer via de kraan of wordt overtollig water via een interne overloop direct naar de toiletpot afgevoerd.
Bij renovaties waarbij een bestaande toiletpot wordt vervangen door een unit met geïntegreerde wasbak, blijft de bestaande afvoerpositie meestal ongewijzigd. Het monteren van het wastafelelement gebeurt vaak door de standaard deksel van het spoelreservoir te vervangen door een specifiek gevormd wastafelblad met afvoergat. Bij monoblok-uitvoeringen vormt de gehele achterzijde één keramisch geheel dat direct tegen de wand wordt geplaatst. Mechanische koppelingen tussen de kraanuitloop en de vulpijp van het reservoir zorgen voor een gesloten systeem. Geen aparte muurdoorvoeren voor de fonteinafvoer. De aansluiting op de riolering verloopt via de standaard manchetverbinding van de toiletpot, waarbij de wastafelafvoer intern is gekoppeld aan de spoelbak.
In de praktijk maken we onderscheid tussen twee hoofdvarianten. De meest toegankelijke vorm is de opzetmodule. Hierbij wordt het standaard deksel van een bestaand keramisch reservoir vervangen door een wasbak-element. Dit is vaak een snelle oplossing voor renovaties in krappe ruimtes. De aansluiting is basaal; de kraan wordt gevoed door de bestaande vlottertoevoer. Een stap verder gaat het integrale monoblok. Bij deze uitvoering vormen de toiletpot, het reservoir en de wastafel één ononderbroken geheel. Dit oogt strakker. Geen kitnaden die kunnen verkleuren. Deze units worden vaak vervaardigd uit Solid Surface of mineraalmarmer, materialen die zich makkelijker in complexe vormen laten gieten dan traditioneel sanitairkeramiek.
Naast de vormgeving varieert de kraanpositie. Sommige modellen centreren de kraan direct boven de pot, terwijl andere varianten de wasbak asymmetrisch plaatsen. Dat laatste geeft meer ruimte bij het rechtopstaan. Let bij de keuze op de diepte van de bak; ondiepe varianten veroorzaken sneller spatwater op de bril.
Een wastafeltoilet is niet hetzelfde als een compact toiletmeubel. Bij een meubelcombinatie hangt de fontein simpelweg naast de pot aan een gemeenschappelijk frame of in een ombouw. De waterstromen blijven daar volledig gescheiden. Het wastafeltoilet daarentegen koppelt de functies verticaal. Ook bestaat er verwarring met rvs-combinatie-units die we veelal in de utiliteitsbouw of detentiesector zien. Die laatste zijn hufterproof en puur functioneel, terwijl de residentiële wastafeltoiletvarianten zich richten op esthetiek en waterbesparing in de woningbouw.
De term 'sink-positive' wordt internationaal vaak gebruikt om aan te duiden dat het handwaswater daadwerkelijk wordt hergebruikt voor de spoeling.
Er zijn echter varianten op de markt die enkel de afvoer delen om ruimte te besparen, zonder dat het water in de stortbak wordt opgevangen. Voor de installateur is dit een cruciaal onderscheid. Bij het 'grijswater-model' moet de vlotterinrichting immers bestand zijn tegen zeepresten en lichte vervuiling van het waswater. Niet elk systeem is hiervoor geschikt.
Stelt u zich een gerenoveerd souterrain voor in een historisch stadspand. De ruimte voor het gastentoilet is exact tachtig centimeter breed. Een standaard fontein aan de zijwand zou de doorgang volledig blokkeren; de deur zou er simpelweg tegenaan slaan. De installateur kiest hier voor een wastafeltoilet. De bezoeker wast de handen direct boven het reservoir. Geen blauwe plekken op de heupen. De krappe ruimte oogt bovendien rustiger door het ontbreken van extra zichtbaar leidingwerk langs de wanden.
In een off-grid tiny house telt elke liter water. De bewoner kiest voor een 'sink-positive' systeem om de grijswaterstroom te optimaliseren. Na het tandenpoetsen loopt het water via de geïntegreerde wasbak direct de stortbak in. De volgende spoelbeurt gebeurt met hergebruikt water. Het is een gesloten circuit op de vierkante decimeter. De eigenaar bespaart op opslagcapaciteit voor vers water en verkleint de belasting op de afvalwatertank. Slim bouwen met minder middelen.
Een oude kantoorruimte wordt getransformeerd naar micro-appartementen. De bestaande schachten bieden weinig ruimte voor extra afvoerpunten voor wastafels. De projectontwikkelaar kiest voor integrale monoblokken. Omdat de wasbakafvoer intern is gekoppeld aan de toiletafvoer, hoeft de loodgieter geen extra sleuven in de muren te frezen voor een fonteinafvoer. Eén koudwateraansluiting volstaat. Dat scheelt manuren. De strakke afwerking in mineraalmarmer geeft de kleine natte cel direct een luxe uitstraling zonder dat er een uitgebreid meubelprogramma aan te pas komt.
De integratie van een kraan op een spoelreservoir brengt specifieke installatietechnische verplichtingen met zich mee. Volgens de NEN 1006, de algemene voorschriften voor leidingwaterinstallaties, moet de drinkwatervoorziening strikt gescheiden blijven van verontreinigde bronnen. Bij een wastafeltoilet wordt de kraan direct boven een open reservoir geplaatst. Hier is een onderbroken verbinding noodzakelijk. Een atmosferische onderbreking voorkomt dat spoelwater uit het reservoir teruggezogen kan worden in het drinkwaternet bij onderdruk. De NEN-EN 1717 deelt vloeistoffen in categorieën in; water in een toiletreservoir valt onder een hogere risicoklasse. De vlotterkraan en de wastafelkraan moeten daarom voldoen aan de juiste terugstroombeveiliging.
Het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) stelt eisen aan de minimale afmetingen van toiletruimten in nieuwbouw en bij functiewijzigingen. Een wastafeltoilet wordt vaak ingezet in situaties waar de vrije vloerruimte beperkt is. Hoewel de unit ruimte bespaart, moet de gebruiksruimte voor de pot voldoen aan de gestelde normen voor de 'vrije vloeroppervlakte'. De breedte van de ruimte en de draaicirkel van de deur mogen niet gehinderd worden door de waskom. Voor utiliteitsgebouwen gelden vaak strengere eisen voor integraal toegankelijke toiletten, waarbij een standaard wastafeltoilet meestal niet volstaat als enige voorziening vanwege de specifieke hoogte en bereikbaarheid voor rolstoelgebruikers.
De wieg van het wastafeltoilet staat in Japan. In de jaren 50. De noodzaak was simpel: extreme ruimtedruk in de wederopbouwperiode. De eerste commerciële modellen verschenen rond 1956 op de markt, waarbij de focus lag op het benutten van elke vierkante centimeter in de groeiende metropolen zoals Tokyo. Waterbesparing was destijds een bijvangst. Het was een technisch antwoord op een sociaal-economisch probleem. Decennialang bleef het concept beperkt tot de Aziatische markt, terwijl de Europese bouwtraditie vasthield aan strikt gescheiden sanitaire functies.
De omslag in Europa kwam pas met de toenemende aandacht voor duurzaamheid en de herwaardering van de kleine woning aan het begin van de 21e eeuw. Vroege westerse varianten waren vaak rudimentaire opzetstukken. Kunststof deksels die op bestaande keramische reservoirs werden geklikt. Functioneel, maar esthetisch vaak ondermaats en installatietechnisch kwetsbaar. Het ontbrak aan geavanceerde terugstroombeveiligingen die de strenge Europese drinkwaternormen vereisten. De professionele markt negeerde de oplossing lange tijd als een inferieur systeem.
De laatste twee decennia markeren de transitie naar de integrale systemen van nu. Fabrikanten integreerden de wasbak volledig in het keramiek of pasten composietmaterialen zoals Solid Surface toe om strakke, hygiënische vormen te realiseren. De techniek evolueerde van een eenvoudige doorloopkraan naar systemen met filters en vlotters die bestand zijn tegen zeepresten. Wat begon als een noodgreep in de krappe Japanse woningbouw, is getransformeerd tot een legitiem instrument voor circulair waterbeheer en stedelijke transformatieprojecten. Een niche die volwassen werd.