De logistiek luistert nauw. Zodra de betonmortel de centrale verlaat, tikt de klok; elke onderbreking in de stort vergroot immers de kans op een doorgaande naad of een zwakke interface in de constructie die de vloeistofdichtheid in gevaar brengt. Men stort de massa bij voorkeur in één continue beweging. Gelijkmatige verdeling voorkomt ontmenging van de zorgvuldig samengestelde granulaten. Mechanische verdichting is essentieel. Hiermee worden luchtinsluitingen die de barrière zouden kunnen ondermijnen tot een minimum gereduceerd. Het resultaat is een homogene steenachtige massa.
Afwerking vindt plaats terwijl het beton nog plastisch is. Het monolithisch afwerken van de toplaag sluit de capillaire poriën aan het oppervlak. Nabehandeling volgt onmiddellijk. Het is een kritieke fase. De constructie wordt dagenlang vochtig gehouden of hermetisch afgesloten om krimpscheuring door voortijdige uitdroging te blokkeren. Hydratatiewarmte moet gecontroleerd wegvloeien. Constructieve voegen of dilataties vragen om specifieke ingrepen waarbij voorzieningen zoals ingestorte profielen of injectiesystemen de continuïteit van de barrière waarborgen over de volledige dikte van de constructie.
Een essentieel onderscheid ligt in de duur van de bescherming. Men verwart vloeistofdicht beton vaak met vloeistofkerende voorzieningen. Een vloeistofkerende vloer houdt de indringing slechts tijdelijk tegen; hierbij is een snelle opruimactie en inspectie noodzakelijk om bodemverontreiniging te voorkomen. Vloeistofdicht beton gaat verder. Het garandeert dat de vloeistof gedurende een vooraf gedefinieerde periode — vaak 72 uur of langer — de onderzijde van de constructie niet bereikt. Dit is een wettelijke eis voor veel industriële locaties onder de Wet milieubeheer. Waterdicht beton is overigens niet automatisch vloeistofdicht. Oliën en chemicaliën hebben een andere viscositeit en oppervlaktespanning dan water, waardoor ze soms sneller door de capillaire poriën migreren dan verwacht.
De varianten in uitvoering worden meestal bepaald door de methode van scheurbeheersing. Staalvezelbeton is een populaire variant. Door duizenden staalvezels door de matrix te mengen, ontstaat een fijnmazig netwerk dat micro-krimpspanningen direct opvangt. Dit voorkomt dat kleine scheurtjes uitgroeien tot doorgaande lekpaden. Traditioneel gewapend vloeistofdicht beton wordt nog steeds toegepast, vaak bij zware constructieve belastingen. Hierbij is de wapeningshoeveelheid specifiek berekend op het beperken van de scheurwijdte tot waarden die indringing onmogelijk maken. Hybride varianten combineren beide: traditionele netten voor de constructieve stijfheid en vezels voor de fijne scheurverdeling aan het oppervlak.
Er bestaat een duidelijke splitsing tussen ter plaatse gestorte vloeren en prefab elementen. In situ beton biedt het voordeel van een naadloos oppervlak over grote oppervlakten. Minder voegen betekent minder risico. Prefab vloeistofdichte elementen, zoals vloeistofdichte stelconplaten of opvangbakken, worden onder gecontroleerde fabriekscondities vervaardigd. De water-cementfactor is daar extreem constant. De uitdaging bij prefab verschuift echter naar de koppelingen. De voegen tussen de elementen moeten dan met vloeistofdichte kitmassa's of mechanische profielen worden afgedicht. Elk systeem heeft zijn eigen certificering. Let goed op het verschil tussen een gecertificeerd product en een gecertificeerde aanleg; voor de wet telt vaak alleen het totaalplaatje.
Een monteur in een onderhoudswerkplaats laat per ongeluk een vat afgewerkte olie vallen. Geen paniek. De vloeistofdichte vloer houdt de zwarte vloeistof urenlang vast aan de oppervlakte, waardoor er voldoende tijd is voor absorptie met korrels zonder dat de bodem verontreinigd raakt. Bij een wasstraat voor zwaar materieel is het beeld vergelijkbaar. Chemische reinigers en slib spoelen continu over het beton, maar de extreem dichte poriënstructuur blokkeert de weg naar het grondwater.
Kijk bij een tankstation onder de luifel naar de grond. De grote betonplaten die daar liggen, vaak gecombineerd met opvallende zwarte kitvoegen, vormen een vloeistofdichte barrière die gemorste brandstof opvangt. In de agrarische sector kom je het ook tegen bij kuilvoeropslag. Het agressieve perssap dat vrijkomt bij de opslag van gras of maïs zou standaard beton direct aantasten, maar vloeistofdicht beton met een specifieke milieuklasse weerstaat deze chemische inwerking. Ook transformatorhuisjes maken gebruik van deze techniek; onder de transformator bevindt zich een prefab opvangbak die alle koelolie kan bevatten bij een calamiteit. Het beton fungeert hier als een stille bewaker van de ondergrond.
Het juridisch fundament voor vloeistofdichte constructies rust tegenwoordig op het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Geen vrijblijvendheid hier. Wie werkt met bodembedreigende stoffen moet een verwaarloosbaar bodemrisico garanderen, waarbij vloeistofdicht beton vaak de enige acceptabele barrière vormt. De wet eist tastbaar bewijs. Een onafhankelijk inspecteur keurt de vloer volgens het inspectieschema AS SIKB 6700. Pas bij een positief eindoordeel wordt de Verklaring Vloeistofdichte Voorziening (VVV) afgegeven. Deze verklaring is niet eeuwig geldig. De geldigheid bedraagt doorgaans zes jaar, waarna een herinspectie verplicht is om de vloeistofdichtheid juridisch te blijven borgen.
CUR-Aanbeveling 65 fungeert in de sector als de technische bijbel. Hierin liggen de rekenregels vast voor de constructeur, specifiek gericht op het beheersen van de scheurwijdte en het berekenen van de indringdiepte van vloeistoffen over een bepaalde periode. Het gaat niet alleen om de druksterkte van de steenachtige massa. Het gaat om de factor tijd. Voor prefab onderdelen is de BRL 2319 van kracht, terwijl voor de aanleg van in situ vloeren vaak wordt teruggegrepen op de procescertificering uit de BRL 2351. Zonder de juiste documentatie en certificering van zowel de mortel als de uitvoering is een technisch perfecte vloer juridisch gezien waardeloos bij een milieu-inspectie. De keten moet sluiten. Van betoncentrale tot voegafdichter.
Beton was decennialang simpelweg een drager van lasten. Men vertrouwde op de massa. De gedachte was pragmatisch: hoe dikker de plaat, hoe kleiner de kans op lekkage. Maar de industriële expansie na de Tweede Wereldoorlog bracht een stroom aan agressieve vloeistoffen met zich mee die door standaard beton trokken als door een trage spons. Olievlekken in de bodem werden een onbedoeld erfgoed van de vroege industrie.
De jaren tachtig markeerden de ommekeer. Milieuschandalen dwongen de overheid tot een strenger regime, wat resulteerde in de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming (NRB). Het besef daalde in dat waterdichtheid niet gelijkstaat aan chemische resistentie. De technische focus verschoof abrupt. Constructeurs moesten ineens rekenen aan de factor tijd. Hoe lang doet een druppel olie erover om de onderzijde van een constructie te bereiken? Het was de geboorte van de berekende indringdiepte.
Vloeistoftechniek werd wetenschap. De introductie van superplastificeerders en fijnere vulstoffen zoals silicafume maakte het mogelijk om de poriestructuur op microschaal te verdichten. In 1998 kristalliseerde deze kennis zich in de eerste versie van de CUR-Aanbeveling 65. Deze richtlijn verving onderbuikgevoel door harde rekenregels voor scheurbeheersing. Vanaf dat moment was een vloeistofdichte vloer geen toevalstreffer meer, maar het resultaat van een integrale ketenbewaking van betoncentrale tot keuringsinstantie.
Betonhuis | Delekbeton | Bouwoort | Leeuwarderbetoncentrale | Betoncentrale