De behandeling start in een hermetisch afgesloten ovenruimte. Hitte alleen is niet genoeg. Het proces verloopt in fasen waarbij de temperatuur stapsgewijs wordt opgevoerd met stoom of stikstof als beschermgas om de kern van het materiaal volledig te drogen. Zodra het houtvochtgehalte tot een nulpunt daalt, bereikt de omgeving de doeltemperatuur tussen 180 en 230 graden Celsius. In deze fase vindt de daadwerkelijke thermische modificatie plaats. Geen zuurstof, dus geen ontbranding. De duur van deze piekbelasting bepaalt de uiteindelijke duurzaamheidsklasse en de kleurintensiteit van het hout.
Na de verhitting volgt een intensieve afkoelingsperiode. Dit is precisiewerk. Conditionering met waternevel brengt het vochtgehalte terug naar een stabiel niveau van circa 4 tot 7 procent, wat noodzakelijk is om de hanteerbaarheid te waarborgen en interne spanningen die door de hitte zijn ontstaan weg te laten vloeien. De celstructuur is na dit proces definitief gefixeerd. Het resultaat verlaat de oven als een technisch gemodificeerd product met een gewijzigde moleculaire opbouw.
Niet elke plank komt met dezelfde eigenschappen uit de oven. De industrie hanteert doorgaans twee hoofdcategorieën die de mate van verhitting en daarmee de uiteindelijke duurzaamheid definiëren: Thermo-S en Thermo-D. Bij Thermo-S staat de 'S' voor stabiliteit. De behandeling vindt plaats bij een relatief milde temperatuur van circa 190 graden Celsius. Het resultaat is een verbeterde vormvastheid en een esthetische kleurverandering, maar de weerstand tegen rot is beperkt. Dit type is vooral geschikt voor binnentoepassingen of beschut buitenwerk.
Thermo-D gaat een stap verder. Hier staat de 'D' voor durability. De temperatuur loopt op tot boven de 212 graden, wat de celstructuur zo grondig wijzigt dat duurzaamheidsklasse 1 of 2 wordt bereikt. Dit hout is de standaard voor gevelbekleding en terrassen. Het is bestand tegen weer en wind. De kleur is donkerder, de structuur brosser.
Hoewel de basisprincipes overal vergelijkbaar zijn, verschillen de technische uitwerkingen per aanbieder. Het Finse proces met stoom is marktleider, maar er zijn alternatieven. Het Nederlandse Plato-proces werkt bijvoorbeeld met een hydro-thermische modificatie. Eerst koken onder druk, dan drogen, dan bakken. Dit zorgt voor een zeer gelijkmatige behandeling tot in de kern van dikke balken. Je ziet dit vaak terug bij gemodificeerd vurenhout of populieren.
Daarnaast bestaan er varianten zoals het Franse Retification, dat stikstof gebruikt in plaats van stoom om oxidatie te voorkomen. Hoewel de markt vaak spreekt over 'thermisch hout', kom je in bestekken specifieke merknamen tegen zoals ThermoWood, Finti of Lunawood. Elk heeft eigen nuances in kleurgradatie en restvochtgehalte, maar de technische basis blijft verhitting zonder chemicaliën.
Verwar verhit hout niet met geacetyleerd hout of gefurfureerd hout. Het is een fundamenteel ander pad naar duurzaamheid. Bij verhitting verander je de moleculen door ze kapot te bakken. Er komt niets bij. Bij geacetyleerd hout (zoals Accoya) vindt een chemische reactie plaats met azijnzuuranhydride die de celwand letterlijk dikker en stabieler maakt. Kebony gebruikt een biologische vloeistof om de cellen te impregneren en te harden. Verhit hout is vaak voordeliger en lichter van gewicht, maar de mechanische sterkte — vooral de buigsterkte — lijdt meer onder het thermische proces dan bij chemische alternatieven. Het is bros. Een rake klap met een hamer kan een hoekje doen afsplinteren.
Denk aan een strak lijnenspel van Thermo-Ayous latten. De architect heeft gekozen voor open voegen. Bij standaard hout zou de werking — het krimpen en uitzetten — leiden tot scheve lijnen of loskomende bevestigingen. Verhit hout blijft hier exact op zijn plek. De gevel vergrijst egaal zilvergrijs, terwijl de vormvastheid gegarandeerd blijft. Een technisch hoogstandje zonder chemische gevelbescherming.
In een natuurlijke omgeving wil je geen geïmpregneerd hout dat zware metalen of chemicaliën uitloogt in het water. Thermo-Essen is hier de oplossing. De planken zijn duurzaam genoeg om de hoge vochtbelasting aan de waterkant te weerstaan. De hovenier moet wel voorboren. Door de verhitting is het hout bros geworden; een schroef er zomaar in jagen resulteert direct in een splijting op de kopse kant.
Binnen in een sauna kom je vaak Thermo-D vuren tegen. Het hout is nagenoeg ongevoelig voor de extreme schommelingen in luchtvochtigheid en temperatuur. Belangrijk voordeel: verhit hout heeft een lagere warmtegeleiding. Je verbrandt je huid niet aan de bankjes, zelfs niet bij honderd graden. De lichte geur van karamel die vrijkomt bij de eerste opwarming is een kenmerkend bijproduct van het proces.
Een brede plankenvloer van populierenhout op een betonvloer met vloerverwarming. Normaal gesproken een recept voor flinke kieren in het stookseizoen. Door het hout thermisch te modificeren, is de celstructuur gefixeerd. De vloer 'ligt als een huis'. De natuurlijke goudbruine kleur die diep in het hout zit, zorgt bovendien voor een warme uitstraling die lijkt op tropische houtsoorten, maar dan met hout uit lokale bossen.
Brandveiligheid is het struikelblok. Bij toepassing als gevelbekleding stelt het Besluit bouwwerk leefomgeving (BBL) strikte eisen aan de brandvoortplanting, waarbij voor veel gebouwen minimaal brandklasse B of C vereist is, terwijl verhit hout van nature vaak in klasse D valt. Brandvertragende nabehandeling is dan de enige route. De CE-markering is geen suggestie maar een wettelijke verplichting onder de Verordening Bouwproducten (CPR). Voor houten wand- en plafondbekledingen is de geharmoniseerde norm NEN-EN 14915 hierbij de leidraad. Zonder een geldige prestatieverklaring (DoP) mag het materiaal officieel niet in de handel worden gebracht voor constructieve of semi-constructieve doeleinden.
Kwaliteitsborging vindt in de Nederlandse markt vaak plaats via het KOMO-keurmerk. De beoordelingsrichtlijn BRL 0605 is specifiek geschreven voor gemodificeerd hout en borgt dat het proces daadwerkelijk de beloofde duurzaamheidsklasse oplevert. De natuurlijke duurzaamheid zelf wordt geclassificeerd volgens NEN-EN 350. Hierbij wordt het hout ingedeeld in klassen 1 tot en met 5, waarbij verhit hout doorgaans klasse 1 of 2 ambieert om te concurreren met tropisch hardhout. NEN-EN 460 vult dit aan door te bepalen of deze klassen geschikt zijn voor specifieke gebruiksomstandigheden, zoals buitenwerk zonder grondcontact (gebruiksklasse 3). Een certificaat van duurzaam bosbeheer, zoals FSC of PEFC, is weliswaar geen bouwtechnische wetgeving, maar vaak een harde eis in aanbestedingen binnen de vigerende milieuregelgeving voor de overheid.
Het basisprincipe is oeroud. Al eeuwenlang schroeiden scheepsbouwers en boeren de buitenzijde van houten palen zwart om rot te vertragen. Oppervlakteverkoling werkte. Maar het was geen volledige modificatie van de kern. De wetenschappelijke fundering voor het huidige verhittingsproces werd pas in de jaren 30 en 40 van de vorige eeuw gelegd. Onderzoekers zoals Stamm en Hansen experimenteerden in de Verenigde Staten en Duitsland met hitte in zuurstofvrije omgevingen. Ze ontdekten de chemische herstructurering van de celwand.
De techniek bleef decennialang een academisch curiosum. Tot de jaren 90. De markt kantelde. Strengere Europese milieuregels beperkten het gebruik van giftige impregneermiddelen zoals creosoot en CCA-zouten drastisch. Er ontstond een vacuüm. De bouwsector zocht naar ecologische alternatieven voor tropisch hardhout dat steeds schaarser en omstredener werd. In Finland ontwikkelde het onderzoeksinstituut VTT in deze periode het procedé dat de basis vormde voor de huidige ThermoWood-standaard. Tegelijkertijd ontstond in Nederland het Plato-proces, oorspronkelijk een spin-off van onderzoek binnen Shell naar de veredeling van houtige biomassa.
De transitie van laboratorium naar grootschalige industriële productie verliep snel. In het begin van de 21e eeuw werden de processen gestandaardiseerd. Machines werden nauwkeuriger. Waar de eerste batches vaak nog ongelijkmatig van kwaliteit waren, zorgde computergestuurde procesbeheersing voor een voorspelbaar eindproduct. De focus verschoof van puur technische duurzaamheid naar esthetische en constructieve toepasbaarheid. Thermische modificatie transformeerde van een noodoplossing voor zacht hout naar een volwaardig high-end bouwmateriaal.