Verheven ornamenten, een onmiskenbaar onderdeel van onze gebouwde omgeving, ze duiken overal op, vaak zonder dat we er bewust bij stilstaan. Een historische binnenstad, je loopt er doorheen, en dan valt het oog op een rijk gedecoreerde gevel uit de zeventiende eeuw: daar prijken bijvoorbeeld uitbundige guirlandes van fruit en bladeren die letterlijk uit de gevel steken, sierlijke consoles onder een ogenschijnlijk dragend balkon maar puur decoratief, of die charmante putti en engelenkopjes die boven een raamomlijsting zijn aangebracht, allemaal zorgvuldig uit steen gehouwen, tastbaar en driedimensionaal.
Maar ook dichter bij huis. Denk aan de statige herenhuizen met hun hoge plafonds. Kijk eens goed omhoog: vaak zie je daar in de hoeken en langs de randen complexe sierlijsten, profielen die de wand naadloos over laten gaan in het plafond. In het midden, een rozet of een medaillon, waar voorheen misschien een kroonluchter hing. Die elementen, ze springen elegant naar voren, vangen het licht op een specifieke manier, en voegen direct karakter toe aan de ruimte, zonder enige structurele functie.
Zelfs in ogenschijnlijk functionele elementen komen ze voor. Een klassieke schouw, de focus van menig woonkamer, vaak voorzien van panelen met gebeeldhouwde acanthusbladeren, of een klein mythologisch tafereel in laagreliëf. Of de omlijsting van een deur in een monumentaal pand, die niet alleen bestaat uit vlakke lijsten, maar waar bijvoorbeeld cannelures (verticale groeven) of kleine rozetten het geheel verrijken, subtiel maar effectief de aandacht trekkend. Het is die fysieke aanwezigheid, dat uitsteken, dat het verschil maakt met een simpel geschilderd motief; het object krijgt daardoor een heel andere beleving.
Al millennia vormen verheven ornamenten een integraal onderdeel van de bouwkunst. Het is geen nieuwigheid, verre van. Sterker nog, de aanwezigheid van driedimensionale versieringen op bouwwerken is zo oud als de beschaving zelf. In het oude Egypte en Mesopotamië bijvoorbeeld, waren reliëfs niet alleen decoratief; ze vertelden verhalen, legden wetten vast, vereerden goden. Denk aan die monumentale tempelwanden, compleet met in steen gehouwen hiëroglyfen die letterlijk uit de muur staken. Bij de Grieken en Romeinen kreeg het een esthetischer, soms zelfs propagandistisch, karakter. Friezen met mythische scènes, ingewikkelde kapitelen; zij beheersten de kunst van het steenhouwen tot in de finesse, en het stucwerk in de Romeinse villa's, dat was al iets heel geavanceerds voor die tijd, vaak met florale motieven of geometrische patronen die subtiel uit de wand kwamen.
De middeleeuwen brachten een verschuiving. Romaanse en Gotische kerken, ze werden rijkelijk voorzien van figuurlijke sculpturen, diep uitgesneden uit het bouwmateriaal zelf. Denk aan de timpanen boven portalen of de waterspuwers; stuk voor stuk verheven ornamenten, functie en verbeelding gingen hand in hand. De Renaissance herontdekte de klassieke vormentaal, maar verfijnde technieken. Stucwerk, houtsnijwerk, alles werd gedetailleerder, preciezer. In de Barok en Rococo explodeerde de exuberantie. Gevels, plafonds, interieurs overstroomden met dynamische, uitbundige, driedimensionale versieringen, vaak vervaardigd uit stuc of rijk bewerkt hout. Het ging om schaal, om emotie, om het overweldigen van de toeschouwer.
De Industriële Revolutie markeerde een keerpunt in de productie. Waar voorheen alles handwerk was, maakte men nu gebruik van gietijzer, terracotta en later cementgebonden materialen om ornamenten in massa te produceren. Dit maakte decoratie bereikbaar voor een breder publiek, buiten de elite om. Echter, met het aanbreken van het Modernisme, aan het begin van de 20e eeuw, kwam er een harde afkeer tegen al die decoratie. 'Ornament is misdaad', betoogde Adolf Loos, en functionaliteit werd het hoogste goed. Jarenlang was soberheid de norm, het 'verheven ornament' verdween grotendeels van het architectonische toneel, tenzij het strikt functioneel was.
Vandaag de dag, in de postmoderne en hedendaagse architectuur, zien we een hernieuwde waardering. Niet altijd in de klassieke zin, maar vaak met nieuwe materialen zoals polystyreen of polyurethaan, die lichtgewicht en eenvoudig te bewerken zijn. Deze worden toegepast bij restauraties, maar ook in nieuwbouw om karakter toe te voegen of historische elementen te parafraseren. De evolutie van het verheven ornament weerspiegelt daarmee niet alleen veranderende smaken, maar ook de technische vorderingen in materialen en productiemethoden door de eeuwen heen.
Joostdevree | Encyclo | En.wikipedia | Kennis.cultureelerfgoed | Erfgoedbekeken | Strakinterieurmakers | Herenhuis | Architecture | Bureau-europa