Maatvoering bepaalt de rust. Het tussenbordes manifesteert zich fysiek in de ruwbouw zodra de trapvluchten elkaar ontmoeten op een strategisch nulpunt. Bij betonbouw is de koppeling met de schachtwanden de technische kern; stekkenbakken hangen uit de bekisting om de vloerplaat later monolitisch te kunnen storten. Een onwrikbare verbinding. Bij prefab montagesystemen in de hoogbouw ziet men vaak een 'droge' verbinding waarbij de massieve bordesplaat op rubberen oplegblokken op een stalen console rust, hoofdzakelijk om contactgeluid tussen de verdiepingen te isoleren. Staalconstructies benaderen het platform als een onafhankelijk frame van UNP-profielen waar de trapbomen met liplasverbindingen of bouten in haken. Het loopritme mag nooit haperen. De lengte van het bordes wordt daarom strikt afgestemd op de gemiddelde staplengte, meestal een oneven aantal voetstappen om de natuurlijke loopgang van de gebruiker te respecteren zonder dat men met de 'verkeerde' voet de volgende stijging start. In houtbouw fungeert een zware raveelbalk vaak als drager, ingelaten in de muren of ondersteund door een stijl. Geen treden die halverwege stoppen zonder logica. De uiteindelijke hoogte moet op de millimeter nauwkeurig aansluiten bij de berekende optredens van de gehele trapkolom, omdat elke afwijking direct resulteert in struikelgevaar in de verticale verkeersstroom.
Stel u een kantoorpand voor met een monumentale stalen trap in de centrale hal. De klim is lang. Halverwege onderbreekt een stalen platform de stijging. Een medewerker stopt hier even om een bericht op een telefoon te checken. Het verkeer stroomt gewoon door. De looprichting blijft gelijk, maar de fysieke inspanning wordt even gepauzeerd op dit rustpunt.
In een appartementencomplex is de ruimte vaak schaars. De trap moet 180 graden ombuigen om binnen de liftschacht-contouren te blijven. Hier ziet men het keurbordes in actie. Geen gedoe met tapse, gevaarlijke treden in de binnenbocht. Een bewoner met zware boodschappentassen vindt hier een vlakke ondergrond om de draai te maken. Veiligheid door eenvoud. Twee mensen kunnen elkaar hier passeren zonder dat een van beiden op de smalle zijde van een trede hoeft te balanceren.
Denk ook aan de logistiek tijdens een renovatie. Verhuizers manoeuvreren met een massief eikenhouten bureau door het trappenhuis. Op de verdiepingsvloer is geen ruimte om te draaien. Het tussenbordes fungeert dan als cruciaal rangeerstation. Men zet het meubel even neer. De grip wordt verlegd. De hoek van 90 graden wordt genomen zonder dat de trapbomen beschadigen. Het platform biedt de broodnodige manoeuvreerruimte die in een continu doorlopende spiltrap volledig zou ontbreken.
Technisch dwingend. Waar de esthetiek van een trappartij stopt, begint de strikte handhaving van de veiligheidsvoorschriften. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) vormt het wettelijk fundament, maar de feitelijke dimensionering van een tussenbordes wordt in de Nederlandse bouwpraktijk gedicteerd door de NEN 3509. Deze norm stelt specifieke eisen aan de vrije doorgang en de minimale diepte van het platform.
Een cruciaal aspect is de breedte-diepteverhouding. De regelgeving vereist dat een tussenbordes ten minste de breedte van de trapvlucht aanhoudt om opstoppingsgevaar bij ontruiming te voorkomen. In utiliteitsgebouwen en bij vluchtwegen zijn deze marges minder flexibel dan in de private woningbouw. De Arbowetgeving vult dit aan voor industriële omgevingen; hier geldt de norm EN-ISO 14122-3. Deze Europese standaard schrijft voor dat bordessen niet alleen als rustpunt dienen, maar ook als valbeveiliging moeten fungeren in lange trapconstructies bij technische installaties. Geen vrijblijvendheid, maar pure noodzaak. De minimale diepte moet hier vaak 800 mm of meer bedragen, afhankelijk van de gebruiksintensiteit. Bij een functiewijziging van een gebouw toetst het bevoegd gezag de bestaande trapconstructie direct aan deze actuele prestatie-eisen. Het negeren van de voorgeschreven bordeslengte in verhouding tot de stapgrootte kan bij oplevering leiden tot afkeur van de gehele verticale verkeersruimte.
Spiltrappen domineerden de vroege bouwkunst. Geen luxe, puur functioneel verticaal transport op een minimale voetafdruk zonder enige ruimte voor pauze. Men klom in één ruk door. Pas met de opkomst van de barok en het classicisme transformeerde de trap van een puur utilitair object naar een architectonisch podium en deed het tussenbordes zijn intrede als statussymbool. Statige bordestrappen in paleizen boden een moment van presentatie. Even stilstaan. De rokken van de dames schikken. De hiërarchie van het gebouw werd tastbaar op het platform tussen de verdiepingen.
De echte technische versnelling kwam echter later. Tijdens de industriële revolutie dwong de enorme schaalvergroting van gebouwen tot nieuwe constructieve oplossingen en bakstenen welvingen maakten langzaam plaats voor gietijzer en later staalprofielen. Fabrieken werden hoger en de fysieke belasting voor arbeiders nam toe. Brandveiligheid werd een politiek thema. Vroege bouwverordeningen aan het eind van de 19e eeuw begonnen afmetingen te dicteren om de evacuatie van grote groepen mensen mogelijk te maken. Niet langer de grillen van de architect, maar de fysieke beperkingen van het menselijk lichaam en de actieradius van de brandweer bepaalden de noodzaak van een tussenplatform. Het bordes werd gestandaardiseerd. Van esthetisch element naar een harde veiligheidseis. Een evolutie gedreven door zweet en regelzucht.