Een bordes is geen losstaand element dat men achteraf aan een trap toevoegt; de constructieve inpassing ervan, een cruciaal detail, begint al bij de allereerste ontwerpschetsen. Men plant de exacte positie van dit horizontale platform nauwkeurig in, wetende dat het ofwel als keerpunt dient, waarmee de trap van richting verandert, of als een strategisch rustpunt in een lange stijging. De gekozen functie, die bepaalt uiteindelijk de afmetingen en de relatie tot de naastgelegen bouwdelen, want een bordes moet niet alleen functioneel zijn, het moet ook passen.
De fysieke realisatie van een bordes vereist een doordachte aanpak van de ondersteuning. Vaak wordt het bordes direct gekoppeld aan de hoofddraagconstructie van het gebouw, denk hierbij aan verankering in een betonnen wand of aan een stalen kolom. Het kan ook, afhankelijk van het ontwerp en de materiaalkeuze, een integraal onderdeel vormen van de trap zelf; een doorlopende stalen constructie bijvoorbeeld, die zowel de trapbomen als het bordes omvat, alles uit één stuk lijkt te komen. Bij een betonnen trap wordt het bordes doorgaans meegestort met de aangrenzende trapdelen, een monolithisch geheel ontstaat zo, wat zorgt voor maximale stijfheid en duurzaamheid.
Vervolgens is daar de aansluiting, de overgang van de ene trapvlucht naar de andere, die via het bordes plaatsvindt. Het is essentieel dat de tredeverhouding – de optrede en aantrede – over dit knooppunt heen consistent blijft. Een verkeerde maatvoering hier, en de hele trap voelt ongemakkelijk. Dit vereist precisie in de uitvoering, waarbij de hoogtelijnen en de horizontale vlakken feilloos op elkaar afgestemd moeten zijn, zodat de loopervaring ononderbroken en natuurlijk aanvoelt. De complexiteit varieert sterk; een recht bordes voor een kleine richtingsverandering is iets anders dan een complex keerbordes, wat de trap 180 graden doet draaien binnen een compacte ruimte, maar de principes van constructieve integratie blijven onwrikbaar.
Een trap met bordes is niet zomaar één type trap; de configuratie en functie van het bordes leiden tot diverse, specifieke varianten. Elke vorm dient een eigen doel, afhankelijk van de beschikbare ruimte en de gewenste looprichting.
De meest voorkomende types zijn:
Naast deze specifieke indelingen is het bordes op zich ook te duiden als een 'overloop'. Hoewel elke overloop een horizontaal vlak is dat verkeer faciliteert, is een bordes expliciet een overloop binnen het traject van de trap, die de verschillende trapvluchten met elkaar verbindt. Een overloop op een verdieping verbindt daarentegen de trap met de diverse ruimtes op die verdieping.
Een belangrijk onderscheid, en hierin schuilt nogal eens verwarring, is dat tussen een bordestrap en een spiltrap of wenteltrap. Waar een bordestrap altijd een duidelijk, horizontaal vlak inzet om van richting te veranderen – een moment van stilstand – werkt een spiltrap met
Wie de dagelijkse bouw- of woonpraktijk kent, stuit onvermijdelijk op diverse verschijningsvormen van trappen met bordessen; ze zijn overal, vaak zo vanzelfsprekend dat men de ingenieuze functie ervan bijna vergeet. Neem nu de kwartbordestrap, een standaardoplossing in veel woningen: je stapt de hal binnen en de trap buigt, na een paar treden, netjes negentig graden af op een bescheiden plateau, waarna de rest van de vlucht strak langs de muur omhoog schiet. Dit optimaliseert de verkeersstroom, want je loopt niet dwars door de woonkamer naar boven, maar de trap past zich aan de indeling van de begane grond.
In stedelijke appartementencomplexen of compacte rijtjeshuizen, waar de vierkante meters schaars zijn, toont de keerbordestrap zijn ware kracht. Stel je een portiek voor, smal en diep, waar een rechte trap onmogelijk is. Hier wordt de trap, na een eerste korte vlucht, plotseling onderbroken door een breed bordes dat een volledige ommezwaai van 180 graden maakt. Vanuit dit strategische punt start de tweede trapvlucht, precies boven de eerste. Het is een uiterst efficiënte oplossing voor verticale circulatie die anders ondenkbaar zou zijn.
En dan is er het tussenbordes, ofwel rustbordes, de onopvallende held in utiliteitsgebouwen of hogere woonblokken. Navigeren door een kantoorgebouw van zes verdiepingen, of de centrale hal van een studentenflat, stelt de gebruiker voor een forse klim. Hier zit men er niet op te wachten om na dertig of veertig treden volledig uitgeput te zijn. Daarom snijdt een tussenbordes de lange trapvlucht doormidden: even ademhalen, de benen strekken, zonder dat de looprichting wijzigt. Dit bordes garandeert niet alleen comfort, maar voldoet tevens aan de eisen van het Bouwbesluit, dat het maximale aantal treden tussen twee rustpunten vastlegt. Een pragmatische noodzaak, eigenlijk.
De constructie en de veilige bruikbaarheid van een trap met bordes worden in Nederland primair gereguleerd door het Bouwbesluit (en diens opvolger, het Besluit bouwwerken leefomgeving – Bbl). Dit wettelijke kader stelt concrete eisen aan bouwconstructies, waaronder trappen, om de veiligheid en bruikbaarheid te waarborgen. Specifieke aandachtspunten voor trappen met bordessen richten zich op het voorkomen van valgevaar en het garanderen van een ergonomische doorgang.
Zo legt het Bouwbesluit bijvoorbeeld vast dat een trapvlucht, de ononderbroken reeks treden, een maximale hoogte mag hebben voordat een rustpunt – een bordes dus – verplicht is. Dit is cruciaal om vermoeidheid tijdens het traplopen te beperken, vooral in gebouwen waar lange trappen voorkomen. Ook de minimale afmetingen van het bordes zelf zijn vastgelegd: een bordes dient voldoende diep en breed te zijn om als effectief rustpunt te fungeren of om een veilige richtingsverandering mogelijk te maken, zonder dat de gebruiker zich in het nauw gedreven voelt. Deze voorschriften zijn van toepassing op zowel nieuwbouw als bij ingrijpende verbouwingen, en zorgen ervoor dat elke trap, inclusief die met een bordes, voldoet aan een basisniveau van veiligheid en comfort.
De noodzaak tot het onderbreken van een trapvlucht, of deze nu rechtstreeks naar boven leidde of van richting moest veranderen, is zo oud als de bouw van meerlaagse structuren zelf. Vroege voorbeelden van trappen, met name in forten, kastelen en andere versterkte gebouwen uit de middeleeuwen, lieten al zien hoe ingenieurs en bouwmeesters de beperkte ruimte efficiënt benutten. Het bordes was hier primair een functioneel element: een cruciaal keerpunt dat het mogelijk maakte om een trap binnen compacte torens of smalle gangen van richting te laten veranderen, vaak 90 of 180 graden. Het ging dan niet per se om comfort, maar om praktische doorstroming en constructieve inpasbaarheid. Denk aan die stenen wenteltrappen die plotseling een rechte vlucht maken, onderbroken door een robuust stenen platform; dat is de voorloper van wat we nu als een bordes kennen.
Met de opkomst van grandeur en esthetiek in de Renaissance en Barok, transformeerden trappen van louter functionele constructies tot indrukwekkende architectonische statements. Het bordes, voorheen een noodzakelijk kwaad, werd een podium. Grote paleizen en openbare gebouwen kregen trappenhuizen waar het bordes niet alleen een rustpunt was op een lange klim, maar ook een plek voor sociale interactie, een visueel anker in de imposante ruimte. De afmetingen groeiden, de afwerking werd rijker, en de constructie ervan ontwikkelde zich mee met nieuwe technieken in steenbewerking en later met de introductie van houtconstructies en ijzer. De nadruk verschoof van enkel functionaliteit naar een combinatie van nut, esthetiek en representatieve waarde.
De industriële revolutie, met zijn explosie van stedelijke woningbouw, fabrieken en openbare gebouwen, zette het bordes opnieuw in een ander licht. De hoogte van gebouwen nam toe, en daarmee de lengte van trappen. De praktische eis voor comfort en vooral veiligheid, inclusief brandveiligheid en evacuatiemogelijkheden, werd dominant. Het bordes kreeg hier de expliciete functie van rustpunt, een adempauze op lange trappen. Later, met de formalisering van bouwvoorschriften en regelgeving in de 20e eeuw, zoals het Nederlandse Bouwbesluit, werden de eisen aan een bordes gestandaardiseerd. Minimale afmetingen, maximale vluchtlengtes en de noodzaak van een bordes bij richtingsveranderingen werden wettelijk vastgelegd. Dit zorgde voor een uniforme benadering van veiligheid en toegankelijkheid, een culminatie van eeuwenlange bouwervaring die de trap met bordes tot een onmisbaar en gereguleerd onderdeel van de moderne architectuur maakte.
Joostdevree | Berkela.home.xs4all | Scribd | Handelbouwadvies | Studenttheses.uu | Trappenxl