Transmissieverlies
Laatst bijgewerkt: 29-04-2026
Definitie
Transmissieverlies is het warmteverlies dat optreedt door de gebouwschil, zoals muren, daken, vloeren en ramen, als gevolg van een temperatuurverschil tussen de binnen- en buitenomgeving.
Omschrijving
Dit verlies van warmte van een warmere ruimte naar een koudere ruimte is een essentieel concept in de bouwfysica voor het ontwerpen van energiezuinige gebouwen. Een transmissieberekening geeft inzicht in de hoeveelheid warmte die verloren gaat via de constructies van een gebouw, ondanks de aanwezige isolatie. Het is cruciaal voor het correct dimensioneren van verwarmingssystemen, het bepalen van het benodigde vermogen per ruimte en het optimaliseren van energieverbruik. Het correct berekenen van transmissieverlies helpt bij het selecteren van een warmtepomp met de juiste capaciteit, wat problemen zoals onvoldoende verwarming of overcapaciteit voorkomt, en zo de efficiëntie en levensduur van de installatie ten goede komt. Transmissieverlies is een onderdeel van een bredere warmteverliesberekening, die ook ventilatie- en infiltratieverliezen omvat.
Berekening van Transmissieverlies
Het transmissieverlies (Q) wordt berekend met de formule: Q = ΔT x A x U.
De componenten van deze formule zijn:
* Q: Het warmteverlies of de warmtestroom, uitgedrukt in Watt (W).
* ΔT: Het temperatuurverschil tussen de twee zijden van de constructie (bijvoorbeeld tussen binnen- en buitentemperatuur), in graden Celsius (°C) of Kelvin (K).
* A: De oppervlakte van de constructie waardoor het warmteverlies plaatsvindt, in vierkante meters (m²).
* U: De U-waarde of warmtedoorgangscoëfficiënt, uitgedrukt in Watt per vierkante meter per Kelvin (W/(m²·K)).
Een lagere U-waarde duidt op een betere isolatiewaarde van de constructie. De U-waarde kan worden afgeleid van de R-waarde (thermische weerstand) met de formule U = 1/R. Factoren die de omvang van transmissieverliezen beïnvloeden, zijn onder andere de grootte van de verliesoppervlakken, de isolerende kwaliteit van de gebruikte bouwmaterialen en de aanwezigheid van koudebruggen.