De integratie van een tegelstrip geschiedt simultaan met de opbouw van het tegelwerk. Eerst wordt de ondergrond voorzien van een lijmbed middels een lijmkam. De geperforeerde bevestigingsvleugel van het profiel verdwijnt hierna in de verse mortel, waarbij de lijm door de stansgaten omhoog komt voor een solide fixatie. Het profiel fungeert direct als grenslijn. De aansluitende tegel wordt in de lijm geschoven tot de rand de opstaande zijde van de strip raakt. Geen losse eindjes.
De maatvoering luistert nauw. De dikte van de tegel inclusief de lijmlaag bepaalt de benodigde hoogte van de strip; een te laag profiel biedt geen bescherming, terwijl een te hoog profiel een hinderlijke opkant vormt. Bij uitwendige hoeken waar drie lijnen samenkomen, zoals bij een nis of een kozijn, ontstaat een complex snijpunt.
Het profiel moet de dikte van de tegel en de lijmlaag exact overbruggen om een vlakke, veilige overgang te garanderen zonder uitstekende delen.
Hier vindt vaak een versteksnede plaats. Alternatief is de toepassing van prefab hoekstukken die de overgang tussen verticale en horizontale lijnen maskeren. Dit garandeert een gesloten systeem. De resterende ruimte tussen de tegel en de strip wordt tijdens het afvoegen volledig gevuld met voegmortel, wat de stabiliteit en de visuele continuïteit van het vlak voltooit. Dit zorgt voor een waterdichte afsluiting bij de hoekverbinding.
Materiaalgebruik is geen kwestie van smaak alleen. Het is puur functioneel. Aluminium voert de boventoon. Het is licht, corrosiebestendig en verkrijgbaar in talloze finishes zoals geanodiseerd zilver, geborsteld rvs-look of mat zwart. Voor locaties waar hygiëne en extreme belasting samenkomen—denk aan grootkeukens, ziekenhuizen of intensief gebruikte doucheruimtes—is roestvast staal (RVS) de enige logische keuze. RVS V2A voor standaardgebruik, V4A voor zwembaden of chemische industrie.
Kunststof varianten zijn er ook. Meestal van PVC. Goedkoop. Kleurecht. Flexibel bovendien, wat handig is bij muren die net niet helemaal recht lopen, maar ze zijn wel kwetsbaar voor uv-straling en mechanische impact op de lange termijn. Een budgetbewuste keuze voor de minder zichtbare hoeken of de sociale woningbouw.
In een moderne badkamer fungeert de tegelstrip als de 'lijst' van een architectonisch element. Neem de inbouwnis voor shampoos. De tegelzetter plaatst hier vierkante rvs-profielen rondom de opening. Geen scherpe, gezaagde tegelranden die je handen openhalen tijdens het wassen. Gewoon een strakke, metalen contour. Het oogt simpelweg af.
De keukenwand vormt een ander scenario. De tegels stoppen vaak halverwege de muur. Boven de laatste rij prijkt dan een minimalistisch L-profiel in de kleur van de voegen. Het maskeert de dikte van de lijm. Geen stofnesten op de bovenrand van de tegel. Een kleine ingreep met een groots effect op de dagelijkse hygiëne.
Overgangen bij renovatie. De nieuwe badkamervloer ligt drie millimeter hoger dan het laminaat in de gang. Een schuin overgangsprofiel vlakt dit verschil uit. De stofzuiger rolt er zonder horten of stoten overheen. Geen struikelgevaar voor bewoners. Veiligheid verpakt in een strook metaal.
Bij een halfhoog betegeld toiletreservoir vangt een kwartrond profiel op de buitenhoeken de eerste klappen op. Een harde impact van een stofzuigerstang. Metaal geeft niet mee. Het glazuur van de tegel blijft intact. Zonder strip was de hoek nu al onherstelbaar gesplinterd. Functioneel en onopvallend.
De regelgeving rondom afwerkprofielen is versnipperd maar dwingend. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) schrijft voor dat oppervlakken in een bouwwerk geen gevaar mogen opleveren voor de gebruikers. Een onbeschermde, scherpe tegelrand in een verkeersruimte? Dat is een direct risico. De tegelstrip fungeert hier als de noodzakelijke fysieke barrière tegen snijwonden. Veiligheid door ontwerp.
Voor trapneuzen, een gespecialiseerde vorm van de tegelstrip, is de NEN 7909 leidend. Deze norm stelt strikte eisen aan de slipweerstand van belopen oppervlakken. Een trapneus zonder aantoonbare stroefheid voldoet in commerciële of publieke projecten simpelweg niet aan de zorgplicht. Bij de toepassing in grootkeukens of ziekenhuizen komen de HACCP-richtlijnen in beeld. Deze eisen dat hoekaansluitingen naadloos en reinigbaar zijn. Afgeronde profielen zijn daar vaak de enige geaccepteerde oplossing om bacteriegroei in dode hoeken te elimineren. Geen vuilophoping mogelijk. Bovendien moeten metalen profielen die in contact komen met agressieve reinigingsmiddelen voldoen aan specifieke materiaalnormen, zoals de EN 573-3 voor aluminium, om de duurzaamheid en chemische resistentie op lange termijn te borgen.
De overgang van dikbed- naar dunbedmortel markeert het nulpunt. Voorheen vertrouwde de vakman op de 'bullnose', kostbare keramische vormstukken met een doorlopende glazuurlaag om hoeken te ronden, maar de industriële schaalvergroting en de roep om snellere verwerkingstijden dwongen de sector tot een radicale herbezinning op de hoekafwerking. Metalen profielen boden uitkomst. In de jaren zeventig verschenen de eerste messing en roestvrijstalen hoeklijnen op de bouwplaats. Deze dienden puur om de kwetsbare rand van de steeds dunner wordende tegels te behoeden voor mechanische schade bij impact. Geen opsmuk. Puur functioneel.
De jaren tachtig brachten de opmars van PVC. Goedkoop en in massa te extruderen. Dit was het tijdperk van de kwartronde strips die de scherpe hoeken in de grootschalige woningbouw moesten maskeren en veiliger maken voor de gebruiker. Met de introductie van geanodiseerd aluminium in de jaren negentig verschoof het accent van louter bescherming naar bewuste vormgeving. Architecten eisten strakkere lijnen. De vierkante 'kubus' profielen ontstonden als direct antwoord op de trend van gerectificeerde tegels met hun messcherpe kanten. Waar de strip eerst een noodzakelijk kwaad was om een slordige zaagsnede te verhullen, is het nu een technisch instrument dat de visuele dikte van de lijmnaad volledig elimineert. De techniek dicteerde de vorm. Altijd.