Tank

Laatst bijgewerkt: 14-01-2026


Definitie

Een tank is een drukloos of onder druk staand gesloten opslagvat voor vloeistoffen, gassen of granulaire materialen.

Omschrijving

In de bouw- en installatietechniek fungeert een tank als een kritisch buffer- of opslagelement voor media variërend van drinkwater tot chemische toeslagstoffen. De uitvoering varieert van kleinschalige buffervaten in technische ruimtes tot gigantische bovengrondse opslagterminals in de petrochemie. Een tank is geen statisch object; hij ademt. Door temperatuurverschillen zet de inhoud uit of krimpt deze, wat een goed gedimensioneerd ontluchtingssysteem noodzakelijk maakt. De constructie moet bestand zijn tegen zowel de interne hydrostatische druk als externe invloeden zoals windbelasting of gronddruk. Materiaalkeuze is hierbij allesbepalend voor de levensduur en de chemische resistentie van het vat.

Uitvoering en installatie

Positionering en fundering

De installatie start bij de bodem. Een massieve betonplaat verdeelt de enorme puntlasten van de poten of de romp gelijkmatig over de ondergrond om verzakking en daaruit voortvloeiende spanningen in de tankwand te voorkomen. Nauwkeurigheid regeert. Bij ondergrondse tanks vormt grondwater een constante bedreiging; zonder adequate verankering aan een verzwaarde bodemplaat kan een leeg vat door de opwaartse druk als een kurk uit de grond omhoogkomen. Het hijsen van de tank naar de definitieve positie vereist gecertificeerd materieel waarbij de zwaartepuntsbepaling cruciaal is voor een stabiele vlucht.

Aansluiting en integriteit

Na de mechanische plaatsing volgt de integratie in het leidingsysteem. Flenzen worden gemonteerd en lasverbindingen gelegd. Vaak worden flexibele compensatoren tussen de tank en de starre leidingen geplaatst om thermische uitzetting en trillingen van pompen te absorberen. Een tank leeft. Voordat de feitelijke vulling plaatsvindt, ondergaat het systeem een afpersing of lektest. Men gebruikt hiervoor vaak perslucht of water om de dichtheid van elke pakking en lasnaad te verifiëren onder bedrijfsomstandigheden.

Onderhoud en monitoring

Inspectieprotocollen bepalen de handelingen tijdens de operationele fase. Ultrasone wanddiktemetingen detecteren corrosie van binnenuit zonder dat de tank buiten bedrijf hoeft. Soms is een inwendige inspectie onvermijdelijk. Het reinigen van residuen en het controleren van beschermende coatings aan de binnenzijde waarborgen de kwaliteit van het opgeslagen medium en de structurele veiligheid van het vat op de lange termijn. Geen statisch proces, maar een cyclus van meten en controleren.


Classificatie naar ligging en druk

Ondergronds. Bovengronds. Het verschil lijkt triviaal, maar de technische eisen liggen mijlenver uit elkaar. Een ondergrondse tank moet de gronddruk weerstaan zonder in te deuken, terwijl een bovengronds exemplaar juist vecht tegen windbelasting en zonnestraling die de interne druk opjaagt. Dan is er het onderscheid tussen atmosferische opslag en drukvaten. Atmosferische tanks staan in directe verbinding met de buitenlucht via ontluchtingspijpen. Drukvaten niet. Die laatste vallen onder de Pressure Equipment Directive (PED) en ondergaan zwaardere keuringen door de aanwezige potentiële energie.

De term 'tank' dekt ook een breed scala aan specifieke procesvaten. Denk aan:

  • Buffervaten: Voor het tijdelijk opslaan van thermische energie in CV-installaties.
  • Expansievaten: Kleine vaten die de volumeverandering van water bij verwarming opvangen.
  • Hydrofoortanks: Drukvaten die de waterdruk in een gebouw constant houden.

Materiële en functionele uitvoeringen

Materiaalkeuze dicteert de variant. Staal regeert bij grote volumes, vaak voorzien van een inwendige coating of een kathodische bescherming om corrosie te temmen. Voor agressieve chemicaliën verschuift de voorkeur naar kunststoffen zoals HDPE of glasvezelversterkte kunststof (GFK). Deze laatste is een composiet; sterk en licht.

Dubbelwandige tanks bieden een extra veiligheidsschil. Een tank-in-een-tank principe voor gevaarlijke stoffen. Lekdetectie in de tussenruimte fungeert als een vroege waarschuwing voor de installatiebeheerder voordat de buitenwand faalt. In de bulksector zien we silo's. Technisch gezien tanks voor droge, granulaire stoffen, vaak uitgevoerd met conische bodems om de uitstroom te vergemakkelijken door de zwaartekracht. Een reservoir is dan weer de term voor grootschalige, vaak betonnen opslagplaatsen voor (drink)water, waarbij de constructie vaak deels in het landschap is geïntegreerd. Flexibele tanks, of 'zakken' van gecoat textiel, worden gebruikt voor tijdelijke opslag op bouwplaatsen. Snel inzetbaar. Maar minder robuust.


Praktijksituaties en toepassingen

Stel je de technische ruimte van een ziekenhuis voor. Daar staan ze. Een batterij glimmende rvs-drinkwatertanks vangt de piekvraag van de ochtend op. Geen drukverlies als honderd kranen tegelijk opengaan; de tanks bufferen simpelweg het tekort van het drinkwaternet. Of kijk naar het modderige bouwterrein waar een mobiele IBC-tank (Intermediate Bulk Container) staat te wachten op de volgende graafmachine. Dieselopslag voor de korte termijn. Dubbelwandig staal, want een lekkage is een milieudelict en een dure sanering wacht niemand op.

Soms zijn ze volledig aan het zicht onttrokken. Een betonnen regenwaterput onder de oprit van een moderne villa. Een onzichtbare tank die hemelwater verzamelt voor het spoelen van de toiletten en de buitenkraan. Simpel, doeltreffend en afgedekt met een zwaar gietijzeren deksel. Dan de sprinklerinstallatie bij een logistiek centrum langs de snelweg. Een enorme, cilindrische reus van verzinkt staal met een inhoud van tienduizenden liters. Hij staat daar jarenlang bewegingsloos te wachten op die ene minuut dat het systeem in actie moet komen.

In de kelder van een flatgebouw tref je vaak een klein, blauw expansievat aan bij de collectieve ketel. Een bescheiden tankje met een rubber membraan. Het vangt de uitzetting van het opwarmende water op en voorkomt dat leidingen knappen. Geen complexe techniek, wel essentieel voor de integriteit van het hele systeem. Of denk aan de kunststof chemicaliëntank in een waterzuiveringsinstallatie, geplaatst in een lekbak van hetzelfde materiaal. Resistentie is hier het sleutelwoord. Eén druppel vloeistof buiten de tank betekent corrosie van de betonvloer.


Juridisch kader en omgevingsveiligheid

De wet is onverbiddelijk. Wie vloeistoffen opslaat, krijgt direct te maken met het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) en de specifieke richtlijnen uit de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen. De PGS-normen vormen hierbij de technische bijbel. Voor de opslag van vloeibare brandstoffen in bovengrondse tankinstallaties is PGS 30 de leidraad, terwijl PGS 31 zich richt op overige gevaarlijke vloeistoffen in verticale tanks. Het gaat om risicobeheersing. De Omgevingswet vereist dat installaties voldoen aan de zorgplicht om nadelige gevolgen voor het milieu te beperken. Een lekkende tank is geen technisch mankement; het is een milieudelict. Vaak is een melding bij het bevoegd gezag of een omgevingsvergunning noodzakelijk voordat de eerste liter de tank in stroomt. Bodembescherming staat centraal. Gecertificeerde lekbakken of vloeistofdichte vloeren moeten voorkomen dat gemorste stoffen de bodem penetreren, conform de eisen uit de AS SIKB 6700-protocollen voor inspecties.


Normering en certificering

Geen tank zonder keurmerk. In Nederland is de Kiwa-certificering de standaard voor tankbouw en installatie. De BRL-K903 (Regeling Erkenning Installateurs Tankinstallaties) is hierbij cruciaal voor de installateur die de integriteit van het systeem moet waarborgen. Voor de constructie van stalen tanks is de Europese norm NEN-EN 12285 leidend. Deze verdeelt tanks in klassen op basis van wanddikte en drukbestendigheid. Kunststof varianten, vaak van glasvezelversterkt kunststof, volgen de NEN-EN 13121. Periodieke keuringen zijn verplicht. Een installatiecertificaat heeft een vervaldatum. Voor drukvaten die buiten de atmosferische druk opereren, is de Pressure Equipment Directive (PED 2014/68/EU) van kracht, waarbij de tank afhankelijk van de inhoud en druk een CE-markering moet dragen en onder toezicht van een NoBo (Notified Body) kan staan.


Historische ontwikkeling en technologische evolutie

Van gemetselde Romeinse cisternen naar hogedrukvaten van geavanceerd composiet. De evolutie van de tank volgde steevast de industriële behoefte aan veilige opslag. Ooit waren het enkel houten vaten of met natuursteen beklede kuilen voor wateropslag. De komst van gesmeed ijzer tijdens de industriële revolutie veranderde de dynamiek volledig. In de 19e eeuw werden tanks opgebouwd uit zware ijzeren platen, moeizaam verbonden met duizenden klinknagels. Een lekkage was destijds een geaccepteerd risico. Milieubewustzijn bestond simpelweg nog niet.

De twintigste eeuw bracht de lastechniek. Klinknagels maakten plaats voor de vloeistofdichte lasnaad. Dit was een revolutie voor de integriteit van de romp. Toen de petrochemische industrie halverwege de vorige eeuw explodeerde, bleek staal alleen niet langer toereikend voor de steeds agressievere vloeistoffen en gassen die onder extreme druk moesten worden bewaard. Dit forceerde de ontwikkeling van legeringen en inwendige coatings. In de jaren 70 en 80 zorgde strengere milieuwetgeving in Nederland voor de grootschalige sanering van enkelwandige ondergrondse olietanks. De techniek verschoof naar dubbelwandige systemen met lekdetectie. Een noodzaak door bodemverontreiniging. Later volgde de opkomst van kunststoffen zoals HDPE en GFK. Lichtgewicht. Corrosiebestendig. Waar men vroeger vertrouwde op massa en wanddikte, leunt de moderne tankbouw op materiaalkunde en slimme sensoren die elke druppelverandering registreren.


Gebruikte bronnen: