De realisatie van een strang vangt doorgaans aan tijdens de ruwbouwfase. Constructieve uitsparingen zijn dan al in de vloeren aanwezig. Zodra deze schachtruimtes gereed zijn, vindt de montage van de verticale kolommen plaats. Monteurs positioneren de componenten verdieping voor verdieping. De keuze tussen een opwaartse of neerwaartse werkrichting hangt vaak af van de beschikbare hijscapaciteit en de fysieke omvang van de installatiedelen.
Bevestiging geschiedt middels een gefaseerd proces van beugeling aan de schachtwanden of achterliggende constructie. Starre ophangpunten vangen het eigen gewicht van de kolom op. Glijbeugels laten thermische uitzetting toe. Bij de overgang van horizontaal naar verticaal worden specifieke verbindingsstukken toegepast om de overdracht van media soepel te laten verlopen en drukverliezen of geluidshinder te minimaliseren.
Op elk vloerniveau worden de aftakkingen gerealiseerd. T-stukken en sprongstukken vormen hier de verbinding met de horizontale distributienetten die de rest van de bouwlaag ontsluiten. Na de fysieke plaatsing volgt de integratie met de bouwkundige schil. Brandmanchetten en brandwerende afdichtingen rondom de doorvoeren herstellen de integriteit van de brandcompartimenten. Vaak vindt direct na de montage de isolatie plaats; thermische of akoestische ommanteling wordt op de strang aangebracht voordat de schacht definitief wordt gesloten.
De aard van een strang wordt gedicteerd door het medium dat hij transporteert. Bij klimaatinstallaties tref je vrijwel altijd een aanvoer- en een retourstrang aan. Twee pijpen. Vaak van staal of meerlagenbuis. Bij riolering spreken we technisch gezien van een vuilwaterstrang, al is de term standleiding daar meer ingeburgerd. Hier is de diameter fors groter om verstoppingen en luchtdrukverschillen te tackelen. Ventilatiestrangen zijn de reuzen onder de verticale systemen; ze eisen de meeste ruimte op in de bouwkundige schacht door de noodzaak om grote volumes lucht met lage snelheden te verplaatsen. Dit voorkomt hinderlijk gesuis.
Drinkwaterstrangen vragen om een specifieke aanpak. Hierbij speelt legionellapreventie een hoofdrol. Men kiest vaak voor RVS of kunststof. In grote gebouwen zie je bovendien vaak een circulatiestrang, die ervoor zorgt dat warm water constant rondpompt zodat de wachttijd bij de kraan minimaal blijft. De blusleiding, of droge stijgleiding, is een strang die uitsluitend bij calamiteiten wordt gebruikt en meestal leeg staat.
Terminologie vervaagt op de bouwplaats. Een strang is de leiding zelf. De schacht is de bouwkundige koker waar die leiding in woont. Verwar deze twee niet. Een verzamelleiding ligt meestal horizontaal, terwijl de strang de verticale sprong maakt. In de utiliteitsbouw valt vaak de term stijgleiding. Vooral bij water of gas. Het principe blijft identiek: verticaal transport over meerdere verdiepingen. Verschillen zitten primair in de materiaalkeuze en de drukklasse. Waar een rioolstrang drukloos functioneert, moet een cv-strang de hydrostatische druk van het gehele gebouw kunnen weerstaan.
Soms wordt er onderscheid gemaakt tussen hoofdrangen en aftakstrangen. De hoofdstrang loopt ononderbroken van de technische ruimte naar boven. Aftakstrangen splitsen zich op een verdieping weer horizontaal af om individuele woningen of kantoren te voeden. Het is een hiërarchisch systeem. Compact. Efficiënt. Onmisbaar voor de logistiek van vloeistoffen en gassen.
In een woontoren van vijftien verdiepingen vormt de CV-strang het kloppende hart van de warmtevoorziening. Twee dikke, geïsoleerde stalen buizen stijgen op vanuit de kelder. Per verdieping een T-stuk. De strang voedt hier de horizontale vloerverwarmingsverdelers. Simpel en doeltreffend.
Denk ook aan de hotelbadkamer. Je draait de kraan open en hebt direct warm water. Dat danken we aan de circulatiestrang die constant warmte rondpompt, vlak achter de voorzetwand van de schacht. Zonder deze verticale lus zou de gast minutenlang op comfort moeten wachten terwijl het afgekoelde water eerst de leiding uit moet.
Bij een kantoorrenovatie zie je vaak dat oude ventilatiekokers volledig worden gestript. De nieuwe strang bestaat hier uit prefab rechthoekige kanalen die de beschikbare schachtruimte bijna volledig opvullen. Enorm volume. Monteurs hijsen de secties van drie meter vaak via het dak naar binnen, verdieping voor verdieping omlaag, precies op hun plek.
De rioolstrang in een flat is een ander herkenbaar voorbeeld. Een verticale buis van 110 mm die alle toiletten recht boven elkaar verbindt. Je hoort het water vallen als de bovenbuurman doortrekt. Dat is de strang in actie. Cruciaal hierbij is de ontspanning boven het dak om vacuümzuigen te voorkomen.
Vloerdoorvoeren zijn kritieke zwakke plekken in de bouwkundige schil. Geen ontkomen aan. Zodra een strang de scheidingsconstructie tussen twee brandcompartimenten doorbreekt, dwingt het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) tot technische maatregelen die de brandwerendheid van de totale constructie waarborgen. Meestal geldt een eis van 60 minuten voor de Weerstand tegen Branddoorslag en Brandoverslag (WBDBO). Brandmanchetten rondom kunststof leidingen of brandwerende omkasting van schachten zijn hierbij de standaardoplossingen. NEN 6068 en NEN 6069 vormen het vigerende test- en beoordelingskader voor deze constructies. Het is een kwestie van compartimenteren of falen.
Bij de aanleg van drinkwaterstrangen fungeert de NEN 1006 als dwingende richtlijn voor de waterkwaliteit. Legionellapreventie als absolute prioriteit. De wet stelt specifieke eisen aan de thermische scheiding tussen warme en koude media binnen dezelfde schacht om ongewenste opwarming (hotspot-vorming) te elimineren. Voor de afvoer van afvalwater is de NEN 3215 leidend. Deze norm stelt strikte regels aan de dimensionering en de noodzakelijke ontspanning van de strang om drukverschillen en de bijbehorende stankoverlast door leegzuigende sifons te voorkomen.
Geluidsisolatie is eveneens verankerd in regelgeving. De NEN 5077 definieert de grenswaarden voor geluidsoverdracht naar aangrenzende verblijfsgebieden. Vooral in de woningbouw. Een rioolstrang mag niet leiden tot geluidshinder bij de buren; dit vereist vaak trillingsvrije beugeling en een specifieke massa van de schachtwanden. Onzorgvuldige uitvoering van deze details leidt onherroepelijk tot juridische geschillen na oplevering.
De opkomst van de strang is onlosmakelijk verbonden met de verticale groei van steden aan het eind van de negentiende eeuw. Voorheen bleven voorzieningen beperkt tot de begane grond of waterputten buitenshuis. Hoogbouw dwong tot een gestapelde logistiek van vloeistoffen en gassen. Gietijzer was de standaard. Zwaar. Star. Enorme moffen verbonden de buissegmenten die de ruggengraat vormden van de eerste moderne appartementsgebouwen. Deze vroege verticale systemen lagen vaak nog in het zicht of waren slechts sober afgetimmerd.
Na de Tweede Wereldoorlog versnelde de ontwikkeling door de grootschalige introductie van nieuwe materialen en systeemdenken. Kunststoffen zoals PVC vervingen het logge gietijzer in de riolering. Koperen stijgleidingen voor water en gas werden de norm in de naoorlogse woningbouw. De technische noodzaak veranderde fundamenteel; strangen werden weggewerkt in bouwkundige schachten om esthetische redenen. Dit creëerde echter nieuwe risico's op het gebied van veiligheid. Brandveiligheid werd een cruciaal thema in de regelgeving. Waar voorheen een gat in de vloer volstond, eisten regelgevers vanaf de jaren '70 en '80 actieve compartimentering om te voorkomen dat een schacht als schoorsteen voor vuur en rook zou fungeren.
Vandaag de dag zien we een verschuiving naar verregaande prefabricage en systeemintegratie. Complete installatiemodules worden in de fabriek geassembleerd en als één verticaal element in de ruwbouw gehesen. Efficiëntie regeert. De focus is verschoven van louter transport naar totale beheersbaarheid binnen de schil. Legionellapreventie door thermische scheiding en complexe akoestische ontkoppeling zijn nu integraal onderdeel van het technisch ontwerp. Een strang is niet langer een simpele buis, maar een technisch geoptimaliseerde ader die de levensduur en veiligheid van het gebouw faciliteert.