Stralen

Laatst bijgewerkt: 14-01-2026


Definitie

Een mechanische oppervlaktebehandeling waarbij een stroom van straalmiddel onder hoge druk tegen een object wordt gespoten om vervuiling te verwijderen of een specifieke ruwheid te verkrijgen.

Omschrijving

In de bouwsector is hechting de heilige graal. Zonder de juiste voorbehandeling faalt elke coating, mortel of laklaag onherroepelijk. Stralen slaat de weg vrij door met brute kracht verontreinigingen zoals walshuid, roest en oude verfresten weg te vreten tot de gezonde kern van het materiaal zichtbaar wordt. Het proces creëert een zogenaamd ankerprofiel; een microscopisch ruw oppervlak waarin de opvolgende laag zich mechanisch vastgrijpt. Of het nu gaat om een stalen vakwerkspant of een massief betonnen bruggenhoofd dat decennialang aan de elementen is blootgesteld, de inslag van het straalmiddel forceert de noodzakelijke condities voor een duurzame afwerking. Geen gladde praatjes, maar pure mechanische frictie. De intensiteit en het resultaat hangen volledig af van de gekozen druk, de afstand van de spuitmond en de aard van het gebruikte medium.

Uitvoering van de techniek

De uitvoering van het proces draait om kinetische energie. Straalmiddel wordt via een doseerklep gemengd met een luchtstroom onder hoge druk of middels een mechanisch werprad op snelheid gebracht. De aandrijving bepaalt de impact. Terwijl het mengsel door een slijtvaste spuitmond wordt geperst, controleert de operator de afstand tot het object om de gewenste intensiteit te waarborgen. De inslaghoek is hierbij een bepalende factor; een loodrechte inslag resulteert in een diepere ruwheid, terwijl een schuinere hoek effectiever is voor het 'afpellen' van dikke verflagen.

In de praktijk variëren de methodieken sterk per locatie. Stationaire opstellingen in straalcabines werken vaak met gesloten systemen waarbij het straalmiddel continu wordt gerecycled via een cycloon of zeefinstallatie. Op de bouwplaats overheersen mobiele straalketels. Hierbij wordt vaak gebruikgemaakt van afzuiging direct bij de bron of worden er tijdelijke tenten opgetrokken om de verspreiding van stof en residu te beheersen. Bij natstralen wordt water toegevoegd aan de korrelstroom. Dit onderdrukt stofvorming. Het voorkomt bovendien hitteontwikkeling bij dunwandige metalen onderdelen. Na de passage van de straalstroom blijft een oppervlak achter dat direct klaar is voor inspectie op reinheidsgraad, zoals de internationaal gehanteerde SA-normen voor staal.


Classificatie naar medium en effect

De keuze van het straalmiddel bepaalt de uiteindelijke textuur van de ondergrond. Gritstralen is de standaard voor zwaar staalwerk. Scherpe, hoekige korrels van bijvoorbeeld korund of koperslak slaan een grillig profiel in het materiaal. Dit is essentieel voor de verankering van dikke conserveringssystemen. Dit staat in scherp contrast met parelstralen, vaak uitgevoerd met glasparels. Geen verspanning, maar een subtiele vervorming. De ronde inslag creëert een gesloten, satijnachtige finish zonder de maattoleranties van het object aan te tasten. Ideaal voor rvs-onderdelen in de voedingsmiddelenindustrie. Shotpeening gebruikt dan weer stalen kogels om oppervlaktespanningen te introduceren. Het doel? Het verhogen van de vermoeiingsweerstand van metalen componenten. De inslag verdicht de moleculaire structuur.


Methodieken voor specifieke omgevingen

Stofbeheersing dwingt vaak tot alternatieve technieken. Natstralen, ook wel nevelstralen genoemd, kapselt de korrel in water in. Minder stofoverlast. Minder risico op vonkvorming in ATEX-zones. Het nadeel is de directe oxidatie bij staal, wat direct additieven of een snelle nabehandeling vereist. Vacuümstralen werkt met een gesloten kop die het straalmiddel direct weer opzuigt. Traag werkproces. Wel uitermate geschikt voor kleine reparaties op locaties waar de rest van de bouwproductie niet stil mag vallen. Een categorie apart is droogijsstralen. Hierbij sublimeren de CO2-pellets bij inslag direct naar gas. De vervuiling bevriest en knapt eraf door de volumevergroting van het gas. Geen residu van straalmiddel. Perfect voor motorblokken, schakelkasten of monumentale ornamenten waar abrasieve middelen te veel schade aanrichten. Voor restauratiewerk aan zachte steensoorten wordt vaak wervelstralen ingezet, waarbij een roterende luchtstroom onder zeer lage druk werkt.


Toepassingen in de praktijk

Een stalen vakwerkbrug in een havengebied vertoont diepe corrosieputten. De operator zet een gritstraalinstallatie in. Met scherp korund onder een druk van 7 bar wordt de roest tot in de diepste poriën weggeblazen. Het resultaat is een SA 2,5 reinheidsgraad. Het staal oogt nu dof en zilvergrijs, een perfecte basis voor een zinkrijke primer.

Bij de renovatie van een parkeerdek is de betonhuid vaak vervuild met olie en rubberresten. Hier kiest men voor stofvrij stralen. De machine rijdt over de vloer en zuigt het straalmiddel direct weer op. Je ziet direct een egale, opgeruwde textuur verschijnen. Essentieel. Zonder deze ingreep zou de nieuwe coating binnen een jaar onthechten door de aanwezige cementhuid.

Een heel ander beeld zie je in de machinebouw voor de farmacie. Een roestvrijstalen mengvat krijgt een nabehandeling met glasparels. De inslag van de ronde parels zorgt voor een egale, satijnmatte glans. Geen verspanning van het metaal. De oppervlakte wordt verdicht, wat de aanhechting van bacteriën minimaliseert. Hygiëne door mechanische bewerking.

In de restauratiesector kom je nevelstralen tegen op poreus zandsteen. Een mengsel van water, lucht en een zeer fijn mineraal wordt onder lage druk tegen de gevel gespoten. Het roet van decennia stadsverkeer spoelt weg. De kwetsbare bakhuid van de steen blijft onbeschadigd. Het gebouw krijgt zijn oorspronkelijke kleur terug zonder dat de contouren van het beeldhouwwerk vervagen.


Wettelijke kaders en veiligheidsnormen

In de wereld van mechanische oppervlaktebehandeling dicteert de wet de grenzen van de brute kracht. Het Arbeidsomstandighedenbesluit is hierin leidend, specifiek waar het gaat om de bescherming tegen schadelijk stof. Er geldt in Nederland een strikt verbod op het gebruik van kwartshoudende straalmiddelen. Silicose, ofwel stoflongen, is een te groot risico. Alleen middelen met minder dan 1% vrij kristallijn silica zijn toegestaan. De Arbeidsinspectie hanteert dit als een harde eis tijdens controles op de bouwplaats of in de werkplaats. De Omgevingswet stelt daarnaast scherpe kaders voor de impact op de buitenwereld. Emissies naar lucht, bodem en water moeten tot een minimum worden beperkt. Dit dwingt uitvoerders vaak tot het volledig inkapselen van objecten, waarbij tijdelijke tenten en krachtige afzuiginstallaties met filters verplicht zijn. Straalresidu is bovendien zelden onschuldig. Wanneer oude coatings met lood of chroom-6 worden verwijderd, transformeert het gebruikte grit direct tot gevaarlijk afval. De verwerking hiervan moet voldoen aan strikte meldingsplichten en afvoerregels conform de Wet milieubeheer. Contractueel vormen de NEN-EN-ISO 8501-normen de juridische meetlat voor het geleverde werk. Deze standaarden bepalen of een oppervlak voldoende gereinigd is voor de volgende fase. Zonder deze objectieve graadmeter is er geen grond voor acceptatie van het schilder- of conserveerwerk. Persoonlijke bescherming is evenmin vrijblijvend. De wet vereist voor de operator specifieke PBM's, waaronder overdrukhelmen met een onafhankelijke toevoer van verse ademlucht. Lawaai is een ander punt van aandacht. De geluidsdruk van de compressor en de uittredende luchtstroom overschrijdt vrijwel altijd de actiegrenzen, wat gehoorbescherming en zonering op de werkplek dwingend maakt.

Historische ontwikkeling van de straaltechniek

Van woestijnwind naar industriestandaard

Het principe van stralen vindt zijn oorsprong in een natuurlijke observatie. Benjamin Chew Tilghman zag in de 19e eeuw hoe woestijnzand ruiten mat sleep en patenteerde in 1870 de eerste zandstraalmachine. De vroege industrie omarmde de techniek direct. Het was de oplossing voor hardnekkige walshuid op staal en gietresten bij machineonderdelen. Geen handmatig schuren meer. Gewoon kinetische kracht. In de decennia daarna verschoof de focus van puur reinigen naar het creëren van specifieke oppervlakteruwheid voor de opkomende chemische verfindustrie.

De grootste technische omslag kwam halverwege de 20e eeuw. Tot die tijd was kwartszand het primaire medium. Goedkoop. Overal beschikbaar. Maar ook dodelijk. Het leidde tot massale gevallen van silicose onder straalgritwerkers. In Nederland markeerde het Zandstraalbesluit van 1956 een historisch kantelpunt. Het verbod op kwartshoudende middelen dwong de sector tot een radicale zoektocht naar alternatieven. Hierdoor ontstonden de moderne straalmiddelen zoals koperslak en staalgrit die we vandaag de dag nog steeds gebruiken.

Parallel aan de materiaalkunde ontwikkelde de hardware zich razendsnel. Waar men vroeger enkel afhankelijk was van stationaire opstellingen, zorgde de introductie van mobiele compressoren na de Tweede Wereldoorlog voor een revolutie op de bouwplaats. Bruggen en schepen konden voortaan op locatie worden behandeld. De introductie van het werprad in de jaren '30 maakte bovendien volautomatisch stralen in fabriekslijnen mogelijk. Snelheid werd de norm. In de jaren '90 volgde de verfijning. Milieueisen dwongen de ontwikkeling van stofvrije methodieken af, zoals vacuümstralen en het gebruik van droogijs, waardoor de techniek ook binnenshuis en in kwetsbare omgevingen inzetbaar werd.


Vergelijkbare termen

Zandstralen | Gritstralen

Gebruikte bronnen: