De aanleg van een oppervlak met straatstenen begint bij de fundering. Een stabiel en nauwkeurig geprofileerd zandbed vormt de basis. Dit bed, vaak de vlijlaag genoemd, wordt met afreilatten of lasergestuurde egalisatiebalken op de juiste hoogte en onder het gewenste afschot gebracht voor de afwatering. Zodra de ondergrond gereed is, volgt de plaatsing van de elementen.
Het leggen gebeurt handmatig of machinaal. Bij handmatig werk plaatst de stratenmaker de stenen individueel in het gekozen verband, waarbij de lijnvoering nauwlettend wordt gevolgd. Machinale bestrating vindt plaats met behulp van hydraulische klemmen die complete lagen stenen tegelijkertijd positioneren op de vlijlaag. De stenen worden strak tegen elkaar geplaatst, maar de natuurlijke maatafwijkingen en de vorm van de steen creëren de noodzakelijke voegruimte.
Na het leggen wordt de bestrating afgetrild. Een trilplaat verdicht het zandbed onder de stenen en drukt de elementen vast in hun definitieve positie. De laatste fase betreft het inzanden. Brekerzand, zilverzand of split wordt over het oppervlak verspreid en ingeveegd. Dit vulmateriaal vult de voegen volledig op. De wrijving die hierdoor tussen de stenen ontstaat, zorgt voor de structurele samenhang; het oppervlak gedraagt zich vervolgens als één stabiel geheel dat belastingen kan overdragen aan de ondergrond.
| Type | Afmetingen (lxb in mm) | Kenmerken |
|---|---|---|
| Waalformaat | ca. 200 x 50 | Slank uiterlijk, veelzijdig in sierbestrating. |
| Dikformaat | ca. 210 x 67 | Robuuster, standaard voor opritten en woonstraten. |
| Keiformaat | ca. 200 x 100 | Blokvormig, vaak gebruikt voor zwaar verkeer. |
| Rijnformaat | ca. 180 x 45 | Kleiner en exclusiever dan waalformaat. |
| Abbeystones | Variabel | Getrommelde betonstenen voor een rustieke look. |
Een particuliere oprit met een lichte helling vraagt om een specifieke aanpak. Hier liggen vaak dikformaten in keperverband. Dit visgraatmodel is cruciaal; de wringende krachten van draaiende autobanden drukken de stenen anders simpelweg uit hun positie. Een stevige opsluitband aan de zijden fungeert als het anker dat het hele vlak bijeenhoudt.
In een historisch stadscentrum zie je vaak een ander beeld. Gebakken waalklinkers in een warme roodbruine tint sieren de straten. De stenen zijn door decennia intensief gebruik aan de randen licht afgerond. Dit zorgt voor het karakteristieke rammelende geluid wanneer een fiets eroverheen rijdt. Geen strakke lijnen, maar een levendig en authentiek oppervlak dat bestand is tegen de tand des tijds.
Industrieterreinen hanteren een puur functionele logica. Je treft daar vaak de H-profielsteen aan. Deze stenen grijpen als puzzelstukken in elkaar. Zelfs wanneer een zwaar beladen vrachtwagen een scherpe bocht maakt, blijven de elementen onwrikbaar liggen. Stabiliteit door vormvastheid. De esthetiek is hier ondergeschikt aan de enorme mechanische belastbaarheid van het legvlak.
Denk aan een modern parkeerterrein bij een kantoorcomplex. Het oogt als een normale bestrating, maar de stenen hebben subtiele nokken aan de zijkant die een brede voeg forceren. Tijdens een zomerse hoosbui zie je het effect: het water blijft niet staan maar verdwijnt onmiddellijk in de bodem. Dit type waterpasserende bestrating voorkomt dat het lokale riool overstroomt en houdt de ondergrond vitaal.
In een achtertuin wordt vaak gekozen voor een esthetische nuance. Een pad van getrommelde abbeystones in wildverband geeft een rustieke uitstraling. De kunstmatige beschadigingen aan de randen van deze betonstenen simuleren een verouderingsproces. Het resultaat is een terras dat direct bij oplevering al een 'doorleefde' sfeer ademt, passend bij een natuurlijke tuininrichting.
Geen straatsteen ligt zomaar op de weg zonder dat er een technisch dossier achter zit. Voor betonstenen is de Europese norm NEN-EN 1338 leidend. Deze norm stelt harde eisen aan toleranties in maatvoering, de mate van wateropname en de weerstand tegen vorst en dooi. Gebakken klinkers vallen onder een ander regime; NEN-EN 1344. Hierbij draait het vooral om de slijtvastheid en de druksterkte van het keramische materiaal. De CE-markering op de pallet is geen keurmerk van kwaliteit maar een wettelijke verklaring dat het product voldoet aan deze geharmoniseerde Europese prestatie-eisen. Zonder dit label mag een fabrikant zijn stenen simpelweg niet verhandelen binnen de Europese Unie.
In de Nederlandse praktijk gaan we vaak een stap verder dan de basisnormen uit Europa. De BRL 1104 (voor betonproducten) en BRL 2363 (voor straatbaksteen) vormen de basis voor het bekende KOMO-certificaat. Dit is een vrijwillig stelsel, maar in bestekken van de overheid wordt het bijna altijd als eis opgenomen. Het garandeert dat een onafhankelijke instantie toezicht houdt op het productieproces. De focus ligt hierbij op de consistentie van de partij; een aannemer wil immers niet dat de helft van de stenen afwijkt van de opgegeven kleur of dikte.
De tijd van onbeperkt handmatig sjouwen is voorbij. De ARBO-regelgeving is meedogenloos voor de stratenmaker. In principe geldt dat stenen zwaarder dan circa 4 kilo of projecten groter dan 1.500 vierkante meter machinaal moeten worden aangebracht. Dit heeft de innovatie in pakketten en legpatronen enorm versneld. Handmatig straten mag nog, maar onder strikte voorwaarden en met beperkte gewichten per dag. Wie deze regels negeert, riskeert niet alleen boetes maar ook langdurige uitval van personeel door rugklachten.
Bestrating staat direct in contact met de bodem. Het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) reguleert de maximale emissie van schadelijke stoffen uit bouwmaterialen naar de grond en het grondwater. Vooral bij betonstenen met gerecycled granulaat is dit relevant. De leverancier moet kunnen aantonen dat de stenen geen ontoelaatbare hoeveelheden zware metalen of polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's) uitlogen tijdens hun levensduur. Milieuhygiënische verklaringen zijn daarom een standaard onderdeel van de technische documentatie bij grote infraprojecten.
De Romeinse wegenbouw legde het fundament voor de moderne elementverharding. In de Lage Landen was natuursteen echter een kostbaar importproduct, wat dwong tot technische creativiteit. De overgang van grillige veldstenen naar vormvaste elementen versnelde in de middeleeuwen toen steden hun modderige straten wilden saneren. Rivierklei bleek de ideale grondstof. Sinds de dertiende eeuw ontwikkelde de baksteenindustrie zich gestaag, maar de echte doorbraak van de 'straatbaksteen' volgde pas in de negentiende eeuw. Deze klinkers werden heter en langer gebakken dan metselstenen om de mechanische impact van ijzeren karrenwielen en paardenhoeven te weerstaan. De klinker werd de motor achter de bereikbaarheid van het Nederlandse achterland.
Na 1945 veranderde het straatbeeld ingrijpend. De wederopbouw eiste tempo en enorme volumes. Gebakken materiaal was schaars en de productie traag. Hierdoor deed de betonstraatsteen zijn intrede. Het was een technisch antwoord op de woningnood en de snelle verstedelijking. In de jaren zestig en zeventig verschoof de aandacht naar standaardisatie. Het Waalformaat en Dikformaat werden niet langer alleen in klei, maar ook op grote schaal in beton geproduceerd om de uniformiteit in de wegenbouw te waarborgen. Mechanisatie werd de norm. De vormgeving van stenen veranderde mee; van eenvoudige rechthoeken naar complexe verbanden zoals de H-profielsteen, die specifiek ontwikkeld werd om de toenemende last van vrachtverkeer op industrieterreinen op te vangen zonder dat de stenen gingen 'wandelen'.