De lopers glijden over de balk. Men bepaalt de afstand. Zodra de exacte radius is bereikt, borgen stelschroeven de positie van de koppen op de rail. De fixatie van het nulpunt in het hart van de toekomstige cirkel vormt de basis van de handeling. Men drukt de centerpunt in het materiaal. Een rotatie volgt. Terwijl de centrale as stabiel blijft, beweegt de buitenste loper in een boog over het oppervlak, waarbij de kraspen of het schrijfmateriaal een constante diepte of lijnbreedte aanhoudt.
Bij het gebruik van houten regels of metalen profielen is de stijfheid van het basismateriaal bepalend voor de precisie van de resulterende cirkelboog. Gelijkmatige zijwaartse druk voorkomt dat de passer uit de koers loopt of dat de balk tordeert. Het proces voltrekt zich doorgaans op een vlakke ondergrond, waarbij de balk horizontaal wordt gehouden om afwijkingen in de projectie van de straal te minimaliseren. Het resultaat is een zuivere lijn die de basis vormt voor zaagwerk of verdere constructieve indeling van het werkstuk. De handeling herhaalt zich bij concentrische cirkels door enkel de buitenste loper te verstellen, terwijl het middelpunt ongewijzigd blijft.
Professionele werkplaatsen prefereren de metalen straalpasser. Vaak uitgevoerd in verchroomd staal of geanodiseerd aluminium. De stijfheid van de rail is hierbij cruciaal. Bij deze varianten zijn de lopers vaak uitgerust met een fijninstelling. Een micrometerschroef. Hiermee corrigeert de vakman de straal tot op de tiende millimeter nauwkeurig na het vastzetten van de grove loper. Onmisbaar bij nauwsluitend freeswerk of metaalbewerking. De koppen zijn meestal uitwisselbaar; een kraspen voor staal, een potloodhouder voor hout of een inktpen voor tekenwerk op papier.
In de ruwbouw en bij grof timmerwerk domineert de stokpasser. Het concept is simpeler. Men koopt enkel de losse passerkoppen die op een houten regel van een willekeurige lengte worden geklemd. De houten lat fungeert als de balk. Goedkoop en praktisch op de bouwplaats. Is de lat te kort? Dan pak je een langere regel uit de reststapel. Het nadeel is de gevoeligheid voor werking van het hout. Vochtopname kan de lat doen kromtrekken, wat de zuiverheid van de cirkelboog direct beïnvloedt. Voor wie echt snel moet gaan: een lat met een spijker als middelpunt en een potlood aan het uiteinde is de meest rudimentaire vorm, al ontbreekt hier elke vorm van fijne afstelling.
Er bestaan telescopische straalpassers. Geen gedoe met losse verlengstukken. De buizen schuiven in elkaar. Compact in de gereedschapskist, maar uitgehouwen een indrukwekkend bereik. Hoewel handig voor transport, zijn deze versies soms vatbaar voor speling op de koppelstukken. Bij extreme lengtes kan de buis licht doorbuigen onder zijn eigen gewicht. Dit fenomeen, de doorhang, moet men compenseren door de balk tijdens het aftekenen nauwgezet horizontaal te ondersteunen of de druk op de pen minimaal te houden.
De grens tussen een straalpasser en een kruishout vervaagt soms in de terminologie, maar het functionele verschil is fundamenteel. Een kruishout heeft een aanslagblok dat langs een bestaande zijde van het materiaal glijdt. Het volgt de rand. De straalpasser daarentegen creëert zijn eigen geometrie vanuit een gefixeerd middelpunt. Hij is vrijstaand.
Soms wordt er gesproken over een passerstang. Dit is vaak een specifiek hulpstuk voor een bovenfrees. De werking is identiek, maar de focus ligt hier op de geleiding van een machine in plaats van een handmatige lijn. Het hart blijft hetzelfde: een stabiele verbinding tussen centrum en omtrek.
In de machinale timmerwerkplaats ligt een plaat multiplex op de werkbank. De vakman moet een mal maken voor een halfrond bovenlicht. Met een standaard passer komt hij niet ver. Hij pakt de straalpasser en klemt de koppen op een aluminium koker van twee meter. De centerpunt zoekt grip in het hart van de plaat. Eén vloeiende beweging later staat de buitenlijn van het kozijn op het hout. Zuiver. Zonder slingeringen in de lijn.
Een stalen plaat van tien millimeter dik moet worden getransformeerd tot een flens voor een industriële tank. De metaalbewerker gebruikt een straalpasser met geharde stalen punten. Hij stelt de fijninstelling bij tot de millimeter nauwkeurig. De kraspen tekent een haarfijne cirkel in de markeervloeistof. Dit is de enige manier om bij een diameter van 1500 mm de toleranties laag te houden voordat de snijbrander het werk overneemt.
Op de bouwplaats is een luxe betonvloer aan de beurt. Er moet een ronde uitsparing komen voor een wenteltrap. De timmerman ter plaatse heeft geen zin in ingewikkelde mallen. Hij monteert twee passerkoppen op een rechte vurenhouten lat die hij uit de reststapel heeft gevist. De houten 'straalpasser' krast de cirkel direct in de bekisting. Simpel en doeltreffend. Bij de aanleg van ronde vijvers of funderingen voor silo's zie je vaak deze ad-hoc oplossingen; een piketpaaltje fungeert dan als nulpunt terwijl de balk de juiste afstand waarborgt.
De straalpasser valt als handgereedschap onder de algemene kaders van de Arbeidsomstandighedenwet. Gereedschap moet veilig zijn. Punt. In het Arbobesluit staat dat arbeidsmiddelen geen gevaar mogen opleveren voor de gebruiker. Bij een straalpasser zit het risico in de scherpe centerpunten en kraspennen. Vooral bij metalen uitvoeringen. Regelmatige controle op de fixatie van de lopers is noodzakelijk om wegschieten tijdens het aftekenen te voorkomen. Een loszittende stelschroef leidt niet alleen tot een verkeerde maat, maar kan ook uitschieten veroorzaken. Werkgevers zijn verplicht om gereedschap ter beschikking te stellen dat past bij de specifieke werkzaamheden en dat in goede staat verkeert. Geen verbogen balken. Geen botte punten die onnodig veel kracht vereisen.
Specifieke NEN-normen die uitsluitend de straalpasser behandelen bestaan niet. Toch is het gebruik ervan indirect gebonden aan regelgeving. Denk aan het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL). Hierin staan eisen voor de maatvoering en de kwaliteit van constructies. Als een vakman een ronde uitsparing aftekent voor een dragende kolom, moet de straal exact kloppen. Afwijkingen kunnen de constructieve integriteit beïnvloeden. In de staalbouw gelden strikte toleranties volgens de NEN-EN 1090-norm. De straalpasser is daar het instrument om die precisie te waarborgen. Voor gecertificeerde bedrijven betekent dit ook dat dergelijke meetmiddelen vaak onderdeel zijn van een kalibratiecyclus binnen een kwaliteitssysteem zoals ISO 9001. Het instrument moet doen wat het belooft. Een afwijking van een millimeter op een straal van drie meter kan bij complexe verbindingen al fataal zijn.
De straalpasser is diep geworteld in de klassieke geometrie. Bij de bouw van Romeinse aquaducten en latere gotische kathedralen was de zuivere boog essentieel. Men gebruikte aanvankelijk eenvoudige houten regels of gespannen koorden. Koorden hebben echter een nadeel: rek. De introductie van de stijve balk vormde de technische doorbraak die afwijkingen in de straal elimineerde. In de vroege ambachtelijke praktijk was dit vaak een ad-hoc instrument, vervaardigd op de werkplaats zelf.
De achttiende en negentiende eeuw brachten verfijning. De opkomst van de grootschalige scheepsbouw en machinebouw vereiste precisie die met houten stokken niet langer haalbaar was. Metalen koppen met kleminrichtingen deden hun intrede. De loper werd verfijnbaar. De ontwikkeling verschoof van puur timmergereedschap naar een instrument voor de fijnmechanica. In deze periode ontstond ook de scheiding tussen de eenvoudige stokpasser voor de bouwplaats en de precisie-straalpasser met fijninstelling voor de metaalbewerking. Materialen evolueerden van gesmeed ijzer naar gehard staal en later aluminium, waarbij de focus verschoof naar gewichtsreductie zonder verlies van stijfheid. De basisprincipes van de loper en de balk zijn sindsdien nagenoeg ongewijzigd gebleven, een bewijs van de functionele perfectie van het concept.