De materiaalkeuze dicteert de stijfheid. Stalen steunplaten domineren de staalbouw; ze zijn vaak dik, massief en voorzien van geprefabriceerde gaten voor ankerbouten. In de weg- en waterbouw ziet men daarentegen vaak hardhouten schotten of azobé-balken die tot een tijdelijk platform zijn samengevoegd. Een opkomend alternatief is de kunststof steunplaat, vervaardigd uit hoogwaardig HMPE (Hoog Moleculair Poly Ethyleen). Deze platen zijn lichter dan staal, absorberen geen water en zijn vrijwel onverwoestbaar onder extreme druk. Voor lichtere toepassingen, zoals bij steigerbouw, volstaat vaak een eenvoudige stalen of kunststof voetplaat die de druk van de staander naar een houten onderlegger leidt.
Constructief gezien is de ene steunplaat de andere niet. De meest voorkomende vorm is de starre voetplaat, die een momentvaste verbinding tussen kolom en fundering faciliteert. Echter, bij lange hallen of bruggen waar thermische uitzetting een rol speelt, past men scharnierende of glijdende steunplaten toe. Deze laten rotatie of horizontale verschuiving toe, waardoor ongewenste spanningen in de rest van de constructie worden voorkomen.
Een veelvoorkomende bron van verwarring is het onderscheid met de volgplaat. Hoewel beide de last spreiden, is een volgplaat primair bedoeld om de druk van een boutkop of moer op het materiaal te verdelen, terwijl de steunplaat de volledige last van een constructiedeel draagt. De schaal is hier het cruciale verschil. Een steunplaat berekent men op basis van de gronddruk of de betonspanning; een volgplaat op de elasticiteitsgrens van het te klemmen materiaal.
In een distributiecentrum draagt een slanke stalen kolom de volledige daklast. De voet van deze kolom is gelast op een dikke stalen plaat die met vier ankers in de betonvloer vastzit. Zonder deze plaat zou de kolom de vloer simpelweg doorponsen. Nu wordt de kracht over een oppervlak verdeeld dat dertig keer groter is dan de kolomdoorsnede zelf. Het beton houdt stand.
Tijdens het doorbreken van een draagmuur in een woonhuis plaatst de aannemer een rij schroefstempels. Onder elke stempelvoet legt hij een dik houten schot. De dekvloer is immers niet berekend op dergelijke puntlasten. De houten plaat fungeert hier als interface; hij vangt de druk op en verdeelt deze over de vloerconstructie, waardoor scheurvorming in de ondergrond wordt voorkomen. Soms is een enkele plank genoeg, soms is een gestapeld pakket nodig voor extra stijfheid.
Een zware mobiele kraan moet een prefab unit op zijn plek hijsen vanaf een modderige bouwplaats. De machinist schuift grote, zwarte kunststof HMPE-platen onder de hydraulische stempelpoten. De druk van de kraan is enorm. Door de platen zakt de kraan niet weg in de zachte bodem. De stempelkracht vloeit in een hoek van 45 graden door de plaat naar de grond. De machine staat waterpas en veilig, terwijl de ondergrond nauwelijks vervormt.
Denk aan een stalen I-profiel dat op een gemetselde penant rust. De constructeur schrijft een stalen drukplaat voor tussen de ligger en de bakstenen. Dit voorkomt dat de randen van de stenen afsplinteren door kleine rotaties van de ligger bij belasting. Een simpel plaatje staal maakt hier het verschil tussen een duurzame verbinding en een falende muurkop.
De wet is hard. De berekening leidend. Voor permanente steunplaten in staalconstructies vormt de Eurocode-reeks het fundament, met NEN-EN 1993-1-8 als specifiek ijkpunt voor verbindingen. Deze norm fileert de krachtsverdeling tot op de millimeter. De dikte van de plaat is geen gokwerk; het is een resultaat van mechanica en vloeigrenzen. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) eist onwrikbare stabiliteit voor elk bouwwerk. Een steunplaat die bezwijkt door buiging of die de ondergrond laat bezwijken, schendt de fundamentele veiligheidseisen van de Nederlandse bouwregelgeving.
Puntlasten moeten gespreid. Altijd. NEN-EN 1992-1-1 (Eurocode 2) stelt grenzen aan de lokale druksterkte van het onderliggende beton. Overschrijding betekent verbrijzeling. De interactie tussen de staalnorm en de betonnorm dicteert hierbij de afmetingen van het contactvlak.
Veiligheid op de bouwplaats is niet optioneel. De Arbowet verplicht werkgevers tot het bieden van een veilige werkomgeving, wat bij het gebruik van steunplaten direct raakt aan de stabiliteit van hulpmiddelen. Bij mobiele kranen en hoogwerkers gelden de richtlijnen van de TCVT (Toezicht Certificatie Verticaal Transport). Een machinist mag niet stempelen zonder deugdelijke stempelschotten die de bodemdruk reduceren tot onder de grenswaarde van de specifieke locatie.
Het ontbreken van een gecertificeerde berekening voor een steunplaat onder een zware last kan leiden tot het stilleggen van de bouw door de Inspectie SZW of de gemeentelijke handhaving. Mechanische wetten vertalen zich hier direct naar juridische kaders.
De noodzaak om krachten te spreiden is zo oud als de bouwkunst zelf. In de klassieke oudheid fungeerden massieve stenen plinten al als de eerste steunplaten; ze voorkom dat zware marmeren zuilen door hun eigen gewicht de bodem in zakten. De Romeinen gebruikten vaak houten roosters onder funderingen, een vroege vorm van tijdelijke lastspreiding in moerassige gebieden. Maar de echte technische sprong kwam pas met de opkomst van de ijzer- en staalbouw in de 19e eeuw. Gietijzeren kolommen hadden behoefte aan een rigide overgang naar het metselwerk. Dit leidde tot de eerste gestandaardiseerde gietijzeren voetplaten.
Vanaf het begin van de 20e eeuw veranderde de steunplaat van een robuust blok naar een berekend onderdeel. De introductie van gewalst staal maakte dunnere platen mogelijk. Men begon te klinken, later te lassen. De focus verschoof van puur massa naar constructieve stijfheid. Waar vroeger een intuïtieve dikte werd gekozen, dwongen de eerste NEN-normen en later de Eurocodes tot exacte berekeningen van de vloeigrens en de contactspanning.
De laatste decennia zagen de opkomst van kunststoffen. Hoogmoleculaire polyethyleenplaten vervingen in veel tijdelijke situaties de zware stalen schotten. Minder gewicht voor de machinist, evenveel veiligheid voor de constructie. Een evolutie van ruwe natuursteen naar hoogwaardig composiet. De functie bleef gelijk, de precisie nam toe.