Steigerdek

Laatst bijgewerkt: 14-01-2026


Definitie

Horizontaal platform binnen een steigerconstructie dat fungeert als veilige werkvloer voor personen en de tijdelijke opslag van bouwmaterialen.

Omschrijving

Het steigerdek vormt de kern van de werkplek op hoogte. Zonder dit platform is een steiger niets meer dan een skelet van buizen. Het transformeert de constructie tot een functionele werkplaats waar metselaars, schilders en gevelreinigers hun vak uitoefenen. De onderdelen rusten doorgaans op de kortelingen of liggers van de steiger en moeten een ononderbroken, vlak oppervlak vormen. Stabiliteit is hier geen suggestie maar een harde eis. Een dek dat veert of schuift, introduceert direct risico's. De configuratie en de gebruikte materialen bepalen de belastingsklasse, wat weer voorschrijft hoeveel pallets stenen of speciekuipen er tegelijkertijd op mogen staan. Vaak ziet men op de bouwplaats een combinatie van standaardmaten om de volledige breedte tussen de staanders op te vullen, waarbij elke kier een potentieel gevaar voor vallend gereedschap is.

Toepassing en montage in de praktijk

De opbouw van de werkvloer

De installatie start direct nadat de staanders en liggers van de steigerconstructie waterpas zijn gesteld. Bij systeemsteigers worden de vloerelementen met stalen haken over de horizontale buizen gehangen. Dit moet nauwkeurig gebeuren. De elementen sluiten zijdelings op elkaar aan om een aaneengesloten vlak te vormen. Geen kieren. Geen speling. Bij traditionele pijp-en-koppelsteigers rusten houten steigerdelen vaak direct op de kortelingen, waarbij een minimale overlap noodzakelijk is om kantelen te voorkomen.

Borging tegen opwaaien is een vast onderdeel van de handeling. Bij lichte aluminium dekken klikt een vergrendelingsmechanisme onder de ligger, terwijl bij zwaardere stalen systemen het eigen gewicht of een borgpen de positie fixeert. Een monteur controleert de stabiliteit door elk deel fysiek te belasten voordat de volgende sectie wordt aangepakt. Soms vereist de configuratie een verspringing. Dan worden pasdelen of uitschuifbare vlonders ingezet om de ruimte tussen de gevel en de steiger te overbruggen.

Toegangsluiken vormen een specifieke onderbreking in de rij. Deze klappen naar boven open voor verticale verplaatsing. Na het passeren valt het luik weer in het vlak, waardoor de werkvloer weer volledig belastbaar is. Aan de randen van het dek worden kantplanken gemonteerd die strak tegen de vloerdelen aansluiten; dit voorkomt dat klein materiaal of puin naar beneden rolt. Het proces herhaalt zich bij elke slag van de steiger, waarbij de focus ligt op een naadloze overgang tussen de verschillende vloersegmenten.


Materiaalkeuze en constructieve varianten

Onderscheid begint bij de basis: het materiaal. Houten steigerplanken zijn de oervorm. Onbehandeld vurenhout, vaak met stalen kramplaten tegen het splijten. Ze zijn zwaar, zeker als ze vocht opzuigen, maar goedkoop en flexibel inzetbaar bij pijp-en-koppelsteigers. Modernere projecten leunen zwaar op stalen vlonders. Deze geperforeerde elementen bieden superieure grip en een enorme stijfheid. Ze zijn onbrandbaar. Essentieel bij laswerkzaamheden op grote hoogte.

Aluminium dekken domineren de lichtere sectoren zoals de schildersbranche en de verhuur van rolsteigers. Ze combineren een laag eigen gewicht met een hoge hanteerbaarheid. Vaak voorzien van een inleg van watervast multiplex of een composietplaat met antislip-profiel. Het verschil tussen een 'steigerplank' en een 'systeemvloer' is hier fundamenteel; de systeemvloer is specifiek ontworpen om exact in de haken of inkepingen van een specifiek steigermerk te vallen. Systeemvloeren zijn niet uitwisselbaar tussen verschillende merken.


Functionele types en belastingsklassen

Niet elk dek is een massief vlak. Doorgangsdekken, ook wel luikvloeren genoemd, vormen de verticale ader van de steiger. Zonder geïntegreerd luik en bijbehorende ladder is een veilige interne klimroute onmogelijk. Dan zijn er de uitschuifbare dekken of pasdelen. Deze vullen de onvermijdelijke gaten bij hoeken of gevelsprongen. Precisiewerk op de vierkante centimeter.

De classificatie volgens NEN-EN 12811-1 bepaalt de daadwerkelijke inzetbaarheid. Steigerdekken worden ingedeeld in klassen van 1 tot 6. Een klasse 2 dek draagt 150 kg/m², ruim voldoende voor lichte inspectie of schilderwerk. Een klasse 6 dek daarentegen torst 600 kg/m². Dat is de standaard voor zwaar metselwerk waarbij speciekuipen en pallets vol kalkzandsteen direct op het dek rusten. Verwar een steigerdek nooit met een loopbrug; hoewel ze optisch op elkaar lijken, hebben loopbruggen vaak een grotere vrije overspanning en een afwijkend borgingsmechanisme voor gebruik tussen twee losse steigerconstructies.


Praktijksituaties en toepassingen

Een metselaar op de zesde verdieping van een nieuwbouwproject. Onder zijn voeten liggen robuuste, geperforeerde stalen vlonders. Ze dragen moeiteloos een pallet bakstenen en een volle speciekuip. Geen vering. Geen twijfel. Hier is een klasse 6 dek vereist voor de enorme puntbelasting. Bij de renovatie van een kantoorpand zie je weer iets anders: daar liggen lichte aluminium dekken met een inleg van watervast multiplex. Ideaal voor de schilder die snel moet kunnen schakelen en verplaatsen. Hij klimt via het geïntegreerde luik naar boven en klikt het direct achter zich dicht. Zo is de vloer weer één gesloten geheel.

In de zware industrie, bijvoorbeeld bij laswerk aan een opslagtank, tref je uitsluitend stalen dekken aan. Vonkenregen op houten planken is immers vragen om problemen. Soms klopt de standaardmaatvoering net niet bij een verspringing in de gevel of een halfronde erker. De steigerbouwer schuift dan een stalen pasdeel uit om die laatste dertig centimeter richting de gevel te dichten. Een veilige aansluiting. Geen valgevaar voor de beitel van de steenhouwer of de troffel van de voeger. In een pijp-en-koppelsteiger zie je vaak de traditionele houten steigerplanken die met kramplaten zijn verstevigd; ze liggen drie dik naast elkaar op de kortelingen om de volledige breedte van de werkvloer te vullen.


Wetgeving en normering rondom werkvloeren

Veiligheid op dertig meter hoogte begint bij de letter van de wet. Het Arbobesluit stelt in artikel 7.23 heel simpel dat een werkvloer stevig en stabiel moet zijn. Punt. Geen ruimte voor interpretatie. De Richtlijn Steigers fungeert hierbij als de praktische bijbel voor de bouw, waarin de abstracte wetgeving wordt vertaald naar keiharde eisen voor de configuratie van het dek. Geen kieren waar een hamer doorheen past. Geen gladde oppervlakken waar de grip ontbreekt.

Constructief leunt het steigerdek op de NEN-EN 12811-1 normering. Hierin liggen de prestatie-eisen vastgelegd voor alles wat met sterkte en stijfheid te maken heeft; een fabrikant moet de integriteit van het dek garanderen onder de zwaarste puntbelastingen die bij de gekozen klasse horen. Bij systeemsteigers komt daar de NEN-EN 12810 nog bij voor de specifieke passing van de elementen in de rest van de constructie. Regelmatige keuring van het materieel is geen suggestie maar een verplichting vanuit de arbeidsinspectie. Zodra een vlonder tekenen van metaalmoeheid, ernstige corrosie of structurele houtrot vertoont, moet deze onmiddellijk uit de roulatie worden genomen. Geen discussie mogelijk. Veiligheid op hoogte is immers geen onderwerp van onderhandeling maar een wettelijke plicht die bij elke inspectieronde opnieuw getoetst wordt.


De evolutie van de werkvloer op hoogte

Van oudsher bestond het steigerdek uit niets meer dan ruwe, ongeschaafde vurenhouten planken. Losse elementen. De dikte was vaak de enige garantie voor veiligheid. Men legde deze delen simpelweg over de kortelingen van een houten of later stalen buissteiger. Geen borging. Geen haken. Alleen de wrijving en het gewicht van de metselaar hielden de boel op zijn plek.

Pas met de opkomst van systeemsteigers in de jaren 60 en 70 onderging het dek een fundamentele transformatie. De behoefte aan snellere montage tijdens de naoorlogse wederopbouw dwong de sector richting standaardisatie. Fabrikanten introduceerden stalen vlonders met geïntegreerde haken. De werkvloer werd een integraal onderdeel van de stabiliteit van de gehele constructie, in plaats van een losliggend extraatje. In de jaren 90 volgde de roep om betere ergonomie voor de steigerbouwer. Aluminium verving zwaar staal voor lichte toepassingen. De introductie van Europese normen maakte een definitief einde aan de wildgroei van informele maten en twijfelachtige houtkwaliteiten. Nu regeert de systeemvloer. Een technisch hoogstandje met antislip-perforaties en mechanische opwaaiborging. De losse steigerplank is in veel professionele sectoren inmiddels een relict uit het verleden, volledig ingehaald door de strengere veiligheidseisen van de moderne regelgeving.


Vergelijkbare termen

Bouwsteiger | Werkplatform

Gebruikte bronnen: